Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2001, 85Wet

Wet van 25 januari 2001 tot wijziging van de Wet algemene regels herindeling, de Provinciewet en de Gemeentewet (Wijziging procedurele bepalingen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter bevordering van een doelmatige en zorgvuldige voorbereiding van wijzigingen van de gemeentelijke en van de provinciale indeling de procedurele bepalingen ter zake van herindeling te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet algemene regels herindeling1 wordt als volgt gewijzigd:

A

De hoofdstukken I tot en met IV komen te luiden:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
  • 1. In deze wet wordt verstaan onder:

    a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;

    b. wijziging van de gemeentelijke indeling: instelling en opheffing van gemeenten alsmede wijziging van gemeentegrenzen die naar verwachting het inwonertal van tenminste één van de betrokken gemeenten met 15% of meer zal doen toe- of afnemen;

    c. wijziging van de provinciale indeling: instelling en opheffing van provincies alsmede wijziging van provinciegrenzen waardoor naar verwachting 15% of meer van het aantal inwoners van een gemeente deel gaat uitmaken van een andere provincie en wijziging van provinciegrenzen met niet provinciaal ingedeeld gebied;

    d. grenscorrectie: een wijziging van een gemeentegrens die naar verwachting het inwonertal van geen van de betrokken gemeenten met 15% of meer zal doen toe- of afnemen;

    e. herindelingsadvies: een met toepassing van deze wet voorbereid advies aan Onze Minister over wijziging van gemeentelijke en van provinciale grenzen;

    f. herindelingsregeling: een wet, een algemene maatregel van bestuur of een besluit als bedoeld in de artikelen 3 en 13 tot wijziging van de gemeentelijke of de provinciale indeling of tot grenscorrectie alsmede een samenstel van gelijkluidende besluiten als bedoeld in artikel 3 tot het vaststellen van een grenscorrectie;

    g. herindelingsontwerp: een ontwerp van een herindelingsadvies of van een herindelingsregeling;

    h. datum van herindeling: 1 januari volgend op de dag van inwerkingtreding van de herindelingsregeling;

    i. overgaand dan wel toegevoegd gebied: gebied dat krachtens een herindelingsregeling deel gaat uitmaken onderscheidenlijk deel is gaan uitmaken van een andere gemeente of provincie.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, c en d, wordt uitgegaan van het aantal inwoners van het desbetreffende grondgebied op het tijdstip dat:

    a. het herindelingsadvies dan wel de herindelingsregeling wordt vastgesteld, indien het betreft een herindelingsadvies dan wel herindelingsregeling waarvan de voorbereiding geschiedt door gemeenten of door een of meer provincies;

    b. het voorstel voor een herindelingsregeling aan de ministerraad wordt gezonden, indien het betreft een herindelingsregeling waarvan de voorbereiding geschiedt door de minister.

Artikel 2
  • 1. Bij een herindelingsontwerp, een herindelingsadvies en een herindelingsregeling zijn een of meer kaarten gevoegd waarop de wijzigingen van de provincie- of gemeentegrenzen zijn aangegeven.

  • 2. Uiterlijk twee maanden na de vaststelling van de herindelingsregeling stellen gedeputeerde staten een beschrijving vast van de grenzen die zijn aangegeven op de bij de herindelingsregeling gevoegde kaart of kaarten. De beschrijving geschiedt met behulp van kadastrale kenmerken en indien dat niet mogelijk is met behulp van coördinaten van het verschoven stelsel van rijksdriehoeksmeting.

  • 3. De inwerkingtreding van de herindelingsregeling wordt bepaald op een tijdstip gelegen na de vaststelling van de grensbeschrijving.

HOOFDSTUK II. WIJZIGING VAN DE GEMEENTELIJKE INDELING EN GRENSCORRECTIES

Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 3
  • 1. Een wijziging van de gemeentelijke indeling geschiedt bij wet.

  • 2. Een grenscorrectie geschiedt:

    a. bij gelijkluidende besluiten van de raden van de betrokken gemeenten;

    b. bij besluit van provinciale staten;

    c. bij algemene maatregel van bestuur of bij wet.

  • 3. Een grenscorrectie die gepaard gaat met een wijziging van een provinciegrens geschiedt:

    a. bij gelijkluidende besluiten van provinciale staten van de betrokken provincies;

    b. bij algemene maatregel van bestuur of bij wet.

Artikel 4
  • 1. Een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt door provinciale staten vastgesteld.

  • 2. Een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de gemeentelijke indeling kan door de raden van de betrokken gemeenten worden vastgesteld.

  • 3. Indien de besturen van de betrokken provincies van oordeel verschillen over de wenselijkheid van een grenscorrectie die gepaard gaat met een wijziging van de provinciegrens kunnen provinciale staten van één provincie een herindelingsadvies vaststellen.

Paragraaf 2. Voorbereidingen door gemeenten
Artikel 5
  • 1. Bij de voorbereiding van een herindelingsregeling tot grenscorrectie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, of van een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 4, tweede lid, stellen de raden van de betrokken gemeenten gezamenlijk een herindelingsontwerp vast en zenden dit aan gedeputeerde staten.

  • 2. Burgemeester en wethouders leggen het herindelingsontwerp gedurende acht weken ter inzage op de gemeentesecretarie. De terinzagelegging wordt bekendgemaakt. Gedurende de termijn van terinzagelegging kan een ieder zijn zienswijze over het ontwerp kenbaar maken aan het gemeentebestuur.

  • 3. De herindelingsregeling behoeft goedkeuring van gedeputeerde staten. Van de goedkeuring van de herindelingsregeling wordt door gedeputeerde staten aan Onze Minister mededeling gedaan.

  • 4. Het herindelingsadvies wordt door gedeputeerde staten aan Onze Minister gezonden tezamen met de zienswijze van gedeputeerde staten.

  • 5. Een gemeentebestuur treft op grond van dit artikel geen voorbereidingen voor een wijziging van de grenzen van de gemeente na het tijdstip waarop gedeputeerde staten of Onze Minister hebben medegedeeld dat door hen werkzaamheden ter hand zijn genomen in verband met de voorbereiding van een wijziging van de grenzen van de gemeente.

Artikel 6

Indien Onze Minister besluit op basis van een herindelingsadvies een voorstel voor een herindelingsregeling te doen, zendt hij het voorstel aan de ministerraad binnen vier maanden na ontvangst van het herindelingsadvies.

Paragraaf 3. Voorbereidingen door provincies
Artikel 7

De voorbereiding van een herindelingsregeling tot grenscorrectie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, of van een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, geschiedt met toepassing van artikel 8.

Artikel 8
  • 1. Gedeputeerde staten stellen burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten in de gelegenheid met hen overleg te voeren over de wens tot grenscorrectie of tot wijziging van de gemeentelijke indeling. Het overleg duurt ten hoogste zes maanden.

  • 2. Uiterlijk drie maanden na afloop van het overleg stellen gedeputeerde staten een herindelingsontwerp vast en zenden dit tezamen met een verslag van het gevoerde overleg aan de gemeenteraden en aan Onze Minister.

  • 3. Burgemeester en wethouders leggen het herindelingsontwerp binnen twee weken na ontvangst gedurende acht weken ter inzage op de gemeentesecretarie. De terinzagelegging wordt bekendgemaakt. Gedurende de termijn van terinzagelegging kan een ieder zijn zienswijze over het ontwerp kenbaar maken aan gedeputeerde staten.

  • 4. De gemeenteraden kunnen tot uiterlijk drie maanden na ontvangst van het herindelingsontwerp hun zienswijze kenbaar maken aan gedeputeerde staten.

  • 5. De herindelingsregeling of het herindelingsadvies wordt vastgesteld uiterlijk vier maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het vierde lid. Een vastgesteld herindelingsadvies wordt aan Onze Minister gezonden. Van de vaststelling van een herindelingsregeling wordt aan Onze Minister mededeling gedaan.

Artikel 9
  • 1. De voorbereiding van een herindelingsregeling tot een grenscorrectie die gepaard gaat met een wijziging van een provinciegrens als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a, of van een daartoe strekkend herindelingsadvies als bedoeld in artikel 4, derde lid, geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 8, met dien verstande dat:

    a. tevens gedeputeerde staten van de andere betrokken provincie of provincies in de gelegenheid worden gesteld tot het voeren van het overleg bedoeld in artikel 8, eerste lid; en

    b. het herindelingsontwerp tevens aan provinciale staten van de andere betrokken provincie of provincies wordt gezonden. Zij kunnen tot uiterlijk drie maanden na ontvangst van het herindelingsontwerp hun zienswijze over het ontwerp kenbaar maken aan de gedeputeerde staten die het voorstel hebben gedaan.

  • 2. Het herindelingsontwerp wordt tevens toegezonden aan de betrokken waterschapsbesturen.

Artikel 10

Een provinciebestuur treft op grond van de artikelen 8 en 9 geen voorbereidingen voor een wijziging van de grenzen van een gemeente na het tijdstip waarop Onze Minister heeft medegedeeld dat door hem werkzaamheden ter hand zijn genomen in verband met de voorbereiding van een wijziging van de grenzen van de gemeente.

Artikel 11

Indien Onze Minister besluit op basis van een herindelingsadvies een voorstel voor een herindelingsregeling te doen, zendt hij het voorstel aan de ministerraad binnen vier maanden na ontvangst van het herindelingsadvies.

Paragraaf 4. Voorbereidingen door de minister
Artikel 12
  • 1. De voorbereiding van een herindelingsregeling door Onze Minister geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 8, eerste tot en met vierde lid, met dien verstande dat:

    a. Onze Minister in de plaats treedt van gedeputeerde staten;

    b. tevens gedeputeerde staten van de betrokken provincie of van de betrokken provincies in de gelegenheid worden gesteld tot het voeren van het overleg, bedoeld in artikel 8, eerste lid; en

    c. het herindelingsontwerp tevens aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie wordt gezonden dan wel aan de provinciale staten van de betrokken provincies indien het betreft een grenscorrectie die gepaard gaat met een wijziging van een provinciegrens. Zij kunnen tot uiterlijk drie maanden na ontvangst van het herindelingsontwerp hun zienswijze over het ontwerp kenbaar maken aan Onze Minister.

  • 2. Indien door gedeputeerde staten met betrekking tot gemeenten voorbereidingen zijn getroffen als bedoeld in de artikelen 8 en 9 voor een herindelingsadvies of een herindelingsregeling en Onze Minister met toepassing van het eerste lid de voorbereiding van een herindelingsregeling ten aanzien van die gemeenten ter hand neemt, kunnen de door gedeputeerde staten getroffen voorbereidingen door Onze Minister worden aangemerkt als door hem getroffen voorbereidingen.

HOOFDSTUK III. WIJZIGING VAN DE PROVINCIALE INDELING

Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 13
  • 1. Een wijziging van de provinciale indeling geschiedt bij wet.

  • 2. Een wijziging van de provinciale indeling die betreft een wijziging van provinciegrenzen met niet provinciaal ingedeeld gebied kan geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel 14
  • 1. Een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de provinciale indeling wordt vastgesteld door de provinciale staten van de betrokken provincies gezamenlijk.

  • 2. Indien de besturen van de betrokken provincies van oordeel verschillen over de wenselijkheid van een wijziging van de provinciale indeling kunnen provinciale staten van één provincie een herindelingsadvies vaststellen.

  • 3. Een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de provinciale indeling die één provincie betreft en geschiedt zonder wijziging van grenzen van een andere provincie, wordt vastgesteld door provinciale staten.

Paragraaf 2. Voorbereidingen door provincies
Artikel 15
  • 1. Ten behoeve van de voorbereiding van een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de provinciale indeling als bedoeld in artikel 14, eerste lid, stellen provinciale staten van de betrokken provincies een commissie in die is samengesteld uit leden van gedeputeerde staten van de betrokken provincies.

  • 2. De voorbereiding van het herindelingsadvies geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 8, met dien verstande dat de commissie in de plaats treedt van gedeputeerde staten.

Artikel 16

De voorbereiding van een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de provinciale indeling als bedoeld in artikel 14, tweede lid, geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 8, met dien verstande dat:

a. tevens gedeputeerde staten van de andere betrokken provincie of provincies in de gelegenheid worden gesteld tot het voeren van het overleg, bedoeld in artikel 8, eerste lid; en

b. gedeputeerde staten het herindelingsontwerp tevens aan provinciale staten van de andere betrokken provincie of provincies zenden. Zij kunnen tot uiterlijk drie maanden na ontvangst van het herindelingsontwerp hun zienswijze kenbaar maken aan de gedeputeerde staten die het voorstel hebben gedaan.

Artikel 17

De voorbereiding van een herindelingsadvies met betrekking tot een wijziging van de provinciale indeling als bedoeld in artikel 14, derde lid, geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 8.

Artikel 18

Indien Onze Minister besluit op basis van een herindelingsadvies een voorstel voor een herindelingsregeling te doen, zendt hij het voorstel aan de ministerraad binnen vier maanden na ontvangst van het herindelingsadvies.

Paragraaf 3. Voorbereidingen door de minister
Artikel 19
  • 1. De voorbereiding van een herindelingsregeling door Onze Minister geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 8, eerste tot en met vierde lid, met dien verstande dat:

    a. Onze Minister in de plaats treedt van gedeputeerde staten;

    b. tevens gedeputeerde staten van de betrokken provincie of provincies in de gelegenheid worden gesteld tot het voeren van het overleg, bedoeld in artikel 8, eerste lid; en

    c. het herindelingsontwerp tevens aan provinciale staten van de betrokken provincie of provincies wordt gezonden. Deze kunnen tot uiterlijk drie maanden na ontvangst van het herindelingsontwerp hun zienswijze over het ontwerp kenbaar maken aan Onze Minister.

  • 2. Indien door gedeputeerde staten of een commissie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, met betrekking tot een wijziging van de provinciegrenzen voorbereidingen zijn getroffen als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 voor een herindelingsadvies of een herindelingsregeling en Onze Minister met toepassing van het eerste lid de voorbereiding van een herindelingsregeling ten aanzien van die provinciegrenzen ter hand neemt, kunnen de door gedeputeerde staten of de commissie getroffen voorbereidingen door Onze Minister worden aangemerkt als door hem getroffen voorbereidingen.

Paragraaf 4. Slotbepaling
Artikel 20

Een herindelingsontwerp vastgesteld met toepassing van dit hoofdstuk wordt tevens toegezonden aan de betrokken waterschapsbesturen.

HOOFDSTUK IV. FINANCIEEL TOEZICHT

Artikel 21
  • 1. Met ingang van de dag waarop een gemeente blijkens een herindelingsontwerp, een herindelingsadvies of een voorstel van wet in aanmerking komt om te worden opgeheven, behoeven de door gedeputeerde staten aangewezen besluiten van het gemeentebestuur de goedkeuring van gedeputeerde staten.

  • 2. Aangewezen kunnen worden categorieën van besluiten die kunnen leiden tot nieuwe uitgaven, tot verhoging van bestaande uitgaven dan wel tot verlaging van bestaande inkomsten of tot vermindering van vermogen.

  • 3. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het financieel belang van de gemeente of gemeenten waarvan het gebied van de betrokken gemeente na herindeling deel zal gaan uitmaken.

  • 4. Het toezicht dat is aangevangen op grond van het eerste lid blijft van kracht tot de datum van herindeling of de datum waarop Onze Minister bepaalt dat het toezicht is vervallen.

B

Na artikel 32 wordt een nieuw artikel 32a ingevoegd dat luidt:

Artikel 32a

  • 1. In afwijking in zoverre van artikel 32, tweede en derde lid, besluit de raad van een nieuwe gemeente, dan wel de raad van een gemeente waaraan gebied is toegevoegd, binnen drie maanden na de datum van herindeling tot vaststelling van een nieuwe verordening op de onroerende-zaakbelastingen die met ingang van de datum van herindeling zal gelden voor de gemeente. In deze verordening neemt de raad ter zake van de kalenderjaren 1998, 1999 en 2000 voor de onroerende zaken in het toegevoegde gebied, de waardepeildatum op zoals deze voor die onroerende zaken is gehanteerd bij de vaststelling van de waarden van de onroerende zaken, bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, voor het tijdvak, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van die wet, dat is aangevangen op 1 januari 1997.

  • 2. Artikel 41, tweede tot en met zesde lid, van de Wet waardering onroerende zaken is met betrekking tot het tijdvak, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van die wet, dat is aangevangen op 1 januari 1997, van overeenkomstige toepassing voor onroerende zaken gelegen in het toegevoegde gebied en voor welke bij de vaststelling van de waarde een andere waardepeildatum is gehanteerd dan 1 januari 1995.

C

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid wordt de zinsnede «een wijziging van de gemeentelijke indeling gepaard gaat met wijziging van een provinciale grens en» vervangen door: bij een wijziging van een provinciegrens.

D

Artikel 52, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «10%» vervangen door: 15%.

2. In onderdeel c wordt «10%» vervangen door: 15%.

E

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het elfde lid vervalt.

2. Het twaalfde lid wordt vernummerd tot het elfde lid.

F

Artikel 77 vervalt.

G

Artikel 78 vervalt.

H

In artikel 79, eerste lid, wordt na de zinsnede «met de centrales van verenigingen van ambtenaren» toegevoegd: en van overleg met de ondernemingsraden van de betrokken gemeenten.

ARTIKEL II

De Provinciewet2 wordt als volgt gewijzigd:

Titel VI vervalt.

ARTIKEL III

De Gemeentewet3 wordt als volgt gewijzigd:

Titel VI vervalt.

ARTIKEL IV

De Wet op het basisonderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid vervalt de zinsnede: op grond van artikel 283, eerste lid of derde lid, onder d, van de Gemeentewet,.

2. In het vijfde lid wordt «op grond van artikel 283, tweede lid, derde lid, onder a of b, of derde lid, onder c juncto artikel 288, tweede lid, van de Gemeentewet,» vervangen door: anders dan bij wet.

B

Artikel 107c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede: op grond van artikel 283, eerste lid of derde lid, onder d, van de Gemeentewet,.

2. In het tweede lid wordt «op grond van artikel 283, tweede lid, derde lid, onder a of b, of derde lid onder c juncto artikel 288, tweede lid, van de Gemeentewet,» vervangen door: anders dan bij wet.

ARTIKEL V

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 december 1996 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 inzake ouderbijdragen, sponsorgelden en stichtings- en opheffingsnormen (kamerstukken II 1996/97, 25 177) tot wet is verheven en in werking is getreden dan wel op een later tijdstip in werking treedt, wordt de Wet op het basisonderwijs als volgt gewijzigd:

A

In artikel 56, vierde lid, vervalt «als bedoeld in artikel 283 van de Gemeentewet» en wordt «artikel 1, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling» vervangen door: artikel 1 van de Wet algemene regels herindeling.

B

In artikel 107c, eerste lid, vervalt «als bedoeld in artikel 283 van de Gemeentewet,».

C

In artikel 107c, tweede en vierde lid, wordt «bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling» telkens vervangen door: bedoeld in artikel 1 van de Wet algemene regels herindeling.

ARTIKEL VI

Indien het voorstel van wet, bedoeld in artikel V, tot wet is verheven en in werking is getreden op een eerder tijdstip dan deze wet, of in werking treedt op hetzelfde tijdstip als deze wet, vervalt artikel IV.

ARTIKEL VII

  • 1. De Wet algemene regels herindeling zoals gewijzigd bij deze wet is niet van toepassing op wijzigingen van gemeentegrenzen en van provinciegrenzen waarvan de voorbereiding op grond van de Wet algemene regels herindeling is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.

  • 2. Wijzigingen van gemeente- of provinciegrenzen als bedoeld in het eerste lid worden afgewikkeld met toepassing van de Wet algemene regels herindeling, de Provinciewet en de Gemeentewet zoals deze luiden voor de inwerkingtreding van deze wet.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is de Wet algemene regels herindeling zoals gewijzigd bij deze wet van toepassing op wijzigingen van de gemeentelijke of de provinciale indeling waarvan de voorbereidingen nog niet hebben geleid tot een voorstel van gedeputeerde staten aan provinciale staten tot vaststelling van een ontwerp-regeling. In dat geval wordt een vastgesteld herindelingsplan aangemerkt als het herindelingsontwerp, bedoeld in artikel 1, van de Wet algemene regels herindeling.

  • 4. Onder de afwijking, bedoeld in het derde lid, worden mede begrepen wijzigingen van gemeentegrenzen en provinciegrenzen waardoor naar verwachting het inwonertal van een van de betrokken gemeenten ten minste 10% en ten hoogste 15% zal toenemen of afnemen.

ARTIKEL VIII

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdeel B, vindt toepassing met ingang van 1 januari 1998 en vervalt met ingang van 1 januari 2001. Artikel VII is niet van toepassing op artikel 32a van de Wet algemene regels herindeling.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 25 januari 2001

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Uitgegeven de twintigste februari 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1991, 317, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 1998, Stb. 728.

XNoot
2

Stb. 1998, 276, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 december 2000, Stb. 587.

XNoot
3

Stb. 1994, 762, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2000, Stb. 610.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1996/1997, 1997/1998, 25 234.

Handelingen II 1997/1998, blz. 217–218.

Kamerstukken I 1997/1998, 25 234 (21, 21a, 21b, 21c); 1998/1999, 25 234 (191).

Handelingen I 1997/1998, blz. 1451–1460, 1467–1469; 2000/2001, blz. 735–745; 763–772; 776.