Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatsblad 2001, 68Wet

Wet van 25 januari 2001, houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat een voorziening dient te worden getroffen voor gewasbeschermingsmiddelen die landbouwkundig onmisbaar zijn;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Bestrijdingsmiddelenwet 19621 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 13a wordt vervangen door:

Artikel 13a

Onze betrokken Minister kan regels stellen omtrent het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens door toelatinghouders en, voor zover zij geen toelatinghouder zijn, door fabrikanten, importeurs, handelaren en gebruikers met betrekking tot de door hen in voorraad gehouden, ontvangen, afgeleverde en gebruikte hoeveelheden van aangewezen bestrijdingsmiddelen of groepen van bestrijdingsmiddelen. De regels hebben geen betrekking op onderwerpen die uit hoofde van het bepaalde in artikel 13, tweede lid, aanhef en onderdeel f, gesteld kunnen worden.

B

Na artikel 25 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25c

  • 1. Een gewasbeschermingsmiddel waarvan op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis en, met inachtneming van de regelen of beginselen, bedoeld in artikel 3a, aan de hand van onderzoek van de gegevens, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is vastgesteld dat het middel en zijn omzettingsproducten, wanneer het overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt gebruikt, voor een doeleind uitsluitend niet voldoet aan de toelatingscriteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten negende en ten tiende, kan, in afwijking van de terzake bij of krachtens de artikelen 3 en 3a gestelde regelen of beginselen, voor dat doeleind worden toegelaten indien is vastgesteld dat:

    a. het gebruik van het middel voor dat doeleind dringend vereist is omdat voor het gebruik uit landbouwkundig of volksgezondheidsoogpunt geen geschikt alternatief bestaat in de vorm van een ander gewasbeschermingsmiddel dan wel een mechanische of biologische methode, die hetzelfde doeleind en een vergelijkbare werkzaamheid heeft en waarvan met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat deze aanmerkelijk minder risico's heeft voor de kwaliteit van het milieu;

    b. wordt voldaan aan door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestelde regels met betrekking tot de toepassing van onderdeel a, die betrekking hebben op de aspecten innovatie, resistentierisico en landbouwtechnische doelmatigheid, daaronder mede begrepen de kosteneffectiviteit, en met betrekking tot de toelatingscriteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten negende en ten tiende, waarbij voor de toepassing van die regels wordt uitgegaan van het gebruik van het middel overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet, en

    c. op de toelating overeenkomstig dit artikel een beroep wordt gedaan, ofwel door de in artikel 4, achtste lid, bedoelde aanvrager, ofwel, indien het uitsluitend betreft een doeleind waarvoor een toegelaten gewasbeschermingsmiddel gebruikt mag worden, door de in artikel 5, zesde lid, bedoelde instanties, lichamen, organisaties of instellingen.

  • 2. Het eerste lid is:

    a. niet van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel waarvan de toelating ingevolge een communautaire maatregel niet verleend mag worden;

    b. niet van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel waarvan de toelating ingevolge een communautaire maatregel dient te worden ingetrokken, vanaf het tijdstip waarop aan die maatregel uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven;

    c. uitsluitend van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel dat een werkzame stof bevat die reeds vóór 26 juli 1993 werd afgeleverd en niet bij een in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen;

    d. uitsluitend van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel dat is toegelaten of toegelaten is geweest, en

    e. niet van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel waarvan de toelating is ingetrokken op verzoek van de toelatinghouder of ten aanzien waarvan geen aanvraag tot verlenging van de toelating is ingediend.

  • 3. Een toelating die met toepassing van het eerste lid is verleend:

    a. geldt in afwijking van artikel 5, eerste lid, voor een in het besluit tot toelating te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren. De toelating kan eenmaal met ten hoogste twee jaren worden verlengd indien is gebleken dat nog steeds aan de voorwaarden voor toelating is voldaan, en

    b. wordt in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, ingetrokken indien niet of niet meer wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onderdeel b, artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten eerste tot en met ten achtste, en onderdelen b tot en met d, alsmede tweede lid, onderdeel b.

  • 4. Door Onze betrokken Minister kan worden bepaald dat het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel vanaf een door hem te bepalen datum die niet eerder gelegen zal zijn dan 1 juli 2003 uitsluitend mag plaatsvinden door bedrijven, personen of rechtspersonen die voldoen aan door hem te stellen eisen die onder meer betrekking kunnen hebben op de certificering van die bedrijven, personen of rechtspersonen, alsmede op de voorwaarden waaronder certificering plaatsvindt en waaraan een certificerende instelling dient te voldoen. Bij de te stellen eisen, bedoeld in de eerste volzin, worden de bestaande certificeringseisen, zoals vastgelegd in het Milieu Programma Sierteelt, in Milieu Bewuste Teelt of in daarmee vergelijkbare certificeringsstelsels, in acht genomen.

  • 5. Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens het vierde lid gegeven voorschriften.

ARTIKEL II

  • 1. Gewasbeschermingsmiddelen, waarvan de werkzame stof of stoffen in de bijlage bij deze wet zijn opgenomen, zijn een gewasbeschermingsmiddel in de zin van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en zijn, in afwijking van de bij of krachtens de artikelen 3 en 3a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 gestelde regelen of beginselen inzake de toelatingscriteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten negende en ten tiende, van voornoemde wet, en artikel 4, eerste lid, van voornoemde wet, van rechtswege toegelaten in de zin van die wet voor de in de bijlage vermelde doeleinden voor een periode die eindigt met ingang van 1 juli 2001, met dien verstande dat artikel 25c, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 van overeenkomstige toepassing is.

  • 2. Indien vóór 1 juli 2001 een volledige aanvraag tot toelating op grond van artikel 25c van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 is ingediend met overlegging van de vereiste gegevens en indien aan de overige bij of krachtens artikel 4 van die wet gestelde regels is voldaan, eindigt de in het eerste lid bedoelde periode van toelating met ingang van 1 juli 2002 of zoveel eerder als omtrent de aanvraag een beslissing is genomen.

  • 3. Met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde gewasbeschermingsmiddelen is het, onverminderd het in de bijlage bepaalde met betrekking tot de doeleinden waarvoor het middel mag worden gebruikt, verboden te handelen in strijd met de krachtens artikel 5, tweede en derde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 gegeven voorschriften zoals deze golden tot het moment van beëindiging van de toelating en met de krachtens artikel 13 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 gegeven voorschriften.

  • 4. Ter uitvoering van een communautaire maatregel wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 7, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, een toelating, bedoeld in het eerste of tweede lid, ingetrokken of worden de voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die wet gewijzigd.

  • 5. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij doet mededeling in de Staatscourant van:

    a. het vervallen van een toelating als bedoeld in het eerste lid, indien niet voldaan is aan het tweede lid;

    b. de toelating van rechtswege, indien aan het tweede lid is voldaan;

    c. een communautaire maatregel als bedoeld in het vierde lid, de gevolgen daarvan en het tijdstip waarop deze gevolgen intreden.

  • 6. Op gewasbeschermingsmiddelen, waarvan de werkzame stof door Onze betrokken Minister is aangewezen, is dit artikel voor de bij die aanwijzing vermelde doeleinden van overeenkomstige toepassing. Voor aanwijzing komen uitsluitend in aanmerking werkzame stoffen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen en doeleinden daarvan ten aanzien waarvan zich een situatie als bedoeld in artikel 25c, eerste lid, onderdeel a, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 naar de mening van Onze betrokken Minister voor kan doen, met dien verstande dat artikel 25c, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 van overeenkomstige toepassing is.

ARTIKEL III

Artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de zinsnede met betrekking tot de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 wordt «en 10, eerste lid;» vervangen door: , 10, eerste lid, en 25c, vijfde lid;.

2. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: de Wet houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen): artikel II, derde en zesde lid, en bijlage;.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel II, eerste lid, terugwerkt tot en met 10 mei 2000.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 25 januari 2001

Beatrix

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. M. de Vries

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de dertiende februari 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage als bedoeld in artikel II, eerste lid, van de Wet houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen)

 Werkzame stofDoeleinden
1.carbarylInsectenbestrijding in de teelt van appel, peer, pruim, zoete kers, zure kers. Vruchtverdunning in de teelt van appel
2.carbofuranInsectenbestrijding in de teelt van lelies (ol*), boomkwekerijgewassen, vaste planten, aardbeien (ol), bloemisterijgewassen, bleekselderij (ol)
3.chloorpyrifosInsectenbestrijding in de teelt van bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewasssen, rode kool, savooiekool, spitskool, witte kool, bloemkool, Chinese kool, broccoli, spruitkool, koolrabi, andijvie, kroot, peen, wortel, prei, gladiool, iris, tulp, consumptie- en fabrieksaardappel
4.chloridazonOnkruidbestrijding in de teelt van bloembolgewassen
5.dichloorvosInsectenbestrijding in: • de teelt van uitgangsmateriaal (og**) van kropsla, ijsbergsla, andijvie, spinazie, postelein, veldsla, slabonen, snijbonen, kouseband, aubergine, augurk, courgette, komkommer, meloen, paprika, pattison, Spaanse peper, tomaat, bloemkool, broccoli, Chinese kool, koolrabi, radijs, rammenas, knolselderij, wortel, snijselderij, bleekselderij, peterselie, knolvenkel, aardbei en bloemisterijgewassen • de geïntegreerde teelt (og) van aardbei, aubergine, courgette, komkommer, paprika, rode peper, tomaat en bloemisterijgewassen correctiemiddel in de bestrijding van trips in de geïntegreerde teelt van aardbeien (ol)
6.fenbutatinoxideMijtenbestrijding in de teelt van appel (ol), peer (ol), pruim (ol), kers (ol), aardbei (ol), boomkwekerijgewassen (ol), aubergine (og**), augurk (og), courgette (og), komkommer (og), meloen (og), paprika (og), tomaat (og)
7.parathion-ethylInsecten- en mijtenbestrijding in de teelt van frambozen, bramen en bessen
8.penconazoolSchimmelbestrijding in de teelt van braam, framboos, aardbei
9.pirimifos-methylInsecten- en mijtenbestrijding in de teelt (og) van aubergine, komkommer, meloen, paprika, tomaat, bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen, vaste planten
10.propachloorOnkruidbestrijding in de teelt van uigewassen, prei, radijs, rettich, koolraap, koolrabi, dahlia, Liatris spicata en in de bloemenzaadteelt en bloementeelt
11.simazinOnkruidbestrijding in de teelt van aardbei, boomkwekerijgewassen, trekheesters, vaste planten, doperwt, herfst- en winterprei, schorseneer, (Chinese) rabarber

* ol = open lucht

** og = onder glas


XNoot
1

Stb. 1998, 690, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 1999, Stb. 253.

XNoot
2

Stb. 1950, K 258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2000, Stb. 607.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1999/2000, 2000/2001, 27 076.

Handelingen II 1999/2000, blz. 6169–6197; 6289–6291.

Kamerstukken I 1999/2000, 27 076 (338); 2000/2001, 27 076 (47, 47a, 47b, 47c).

Handelingen I 2000/2001, blz. 718–735; 745–763 en zie vergadering d.d. 23 januari 2001.