Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2001, 669Wet

Wet van 20 december 2001 tot wijziging van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en de Wet op het consumentenkrediet teneinde de reikwijdte van de bepalingen inzake de informatieverstrekking aan het publiek uit te breiden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de reikwijdte van de bepaling in de Wet toezicht kredietwezen 1992 inzake de verstrekking van informatie door kredietinstellingen aan het publiek, uit te breiden, en om een dergelijke bepaling op te nemen in de Wet op het consumentenkrediet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet toezicht kredietwezen 19921 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 14, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b vervalt «onderscheidenlijk».

2. In onderdeel c wordt achter de puntkomma ingevoegd «of», waarna een onderdeel d wordt toegevoegd, luidende:

d. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 85a bepaalde;.

3. Aan het slot wordt «onderscheidenlijk de verklaring als bedoeld in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening over een door de Bank te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar» vervangen door: , de verklaring, bedoeld in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening over een door de Bank te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar, onderscheidenlijk wordt voldaan aan het krachtens artikel 85a bepaalde.

B

In artikel 15, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen f en g tot g en h, een nieuw onderdeel f ingevoegd, luidende:

f. de kredietinstelling niet voldoet aan hetgeen krachtens artikel 85a is bepaald;.

C

Artikel 85a komt te luiden:

Artikel 85a

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door kredietinstellingen en financiële instellingen die zijn geregistreerd ingevolge artikel 52, tweede lid.

  • 2. Onze minister kan, op aanvraag, bepalen dat een kredietinstelling of een financiële instelling niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde regels indien de kredietinstelling of de financiële instelling aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze minister kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt.

  • 3. De artikelen 14, eerste lid, onderdeel b, 53, 54 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.

  • 5. Een overdracht als bedoeld in het vierde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet:

    a. hij dient in staat te zijn de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;

    b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd.

  • 6. Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.

ARTIKEL II

De Wet op het consumentenkrediet2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt het bepaalde bij of krachtens artikel 26 mede ten aanzien van krediettransacties waarbij de kredietsom meer dan veertigduizend euro bedraagt.

B

Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt het bepaalde bij of krachtens de artikelen 26 en 69 mede ten aanzien van krediettransacties als bedoeld in het eerste lid, onder f en h.

C

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door kredietgevers, leveranciers en kredietbemiddelaars.

  • 2. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, behoort in elk geval de verplichting tot vermelding van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis in prospectussen en in andere aanbiedingen waarin melding wordt gemaakt van kredietvergoeding of van betalingen, te verrichten door de kredietnemer. Onze Minister stelt regels aangaande de berekening van dit percentage en de vermelding daarvan. Daarbij bepaalt Onze Minister dat in aanbiedingen van geldkrediet als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder f, de berekening en de vermelding geschieden op de wijze die is vastgelegd in een daarbij aan te wijzen overeenkomst tussen kredietgevers, indien hij van oordeel is dat aldus op genoegzame wijze uitvoering wordt gegeven aan artikel 3 van de richtlijn.

  • 3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, behoort voorts voor de kredietgever op wie artikel 28, tweede lid, van toepassing is, de verplichting om te vermelden hetgeen hij ter voldoening aan die bepaling verricht.

  • 4. Onze Minister kan, op aanvraag, bepalen dat een kredietgever, leverancier of kredietbemiddelaar niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde regels indien de kredietgever, leverancier of kredietbemiddelaar aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze Minister kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt.

D

Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «26, eerste en tweede lid,» vervangen door: 26.

2. In het derde lid vervalt «26, vierde en vijfde lid,».

E

In artikel 69 wordt «het bij of krachtens artikel 26, vijfde lid, bepaalde» vervangen door: het bij of krachtens artikel 26 bepaalde.

ARTIKEL III

De Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf3 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 25 komt te luiden:

Artikel 25

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door verzekeraars.

  • 2. Onze Minister kan, op aanvraag, bepalen dat een verzekeraar niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde regels, indien de verzekeraar aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze Minister kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken, indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd, dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt.

  • 3. De artikelen 27, eerste en tweede lid en 28 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze Minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.

  • 5. Een overdracht als bedoeld in het vierde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet:

    a. hij dient in staat te zijn de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;

    b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon, dat een onafhankelijke vervulling van de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd.

  • 6. Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.

B

Artikel 93d, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt na «22, eerste lid, onderdeel e,» ingevoegd: 25, eerste lid,.

2. De tweede volzin vervalt.

C

In artikel 93f, tweede lid, wordt «, de algemene maatregel van bestuur of de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 93d, is aangewezen» gewijzigd in: of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 93d, is aangewezen.

ARTIKEL IV

De Wet toezicht verzekeringsbedrijf 19934 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 51 komt te luiden:

Artikel 51

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door verzekeraars.

  • 2. Onze Minister kan, op aanvraag, bepalen dat een verzekeraar niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde regels, indien de verzekeraar aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze Minister kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken, indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd, dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt.

  • 3. De artikelen 54, eerste en tweede lid, 55 en 186, eerste, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze Minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.

  • 5. Een overdracht als bedoeld in het vierde lid vindt slechts plaats, indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet:

    a. hij dient in staat te zijn de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;

    b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon, dat een onafhankelijke vervulling van de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd.

  • 6. Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.

B

Artikel 188d, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt na «42, eerste lid, onderdeel e,» ingevoegd: 51, eerste lid,.

2. In de tweede volzin vervalt «, en 51».

C

In artikel 188f, tweede lid, wordt «, de algemene maatregel van bestuur of de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 188d, is aangewezen» gewijzigd in: of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 188d, is aangewezen.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 2001

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1992, 722, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2001, Stb. 596.

XNoot
2

Stb. 1990, 395, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 september 2001, Stb. 481.

XNoot
3

Stb. 1995, 368, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2001, Stb. 596.

XNoot
4

Stb. 1994, 252, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2001, Stb. 596.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 2001/2002, 27 869.

Handelingen II 2001/2002, blz. 1927.

Kamerstukken I 2001/2002, 27 869 (139, 139a, 139b).

Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 17 december 2001.