Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2001, 644Wet

Wet van 14 december 2001 tot wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V – Sociale zekerheidswetgeving)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van de met het fiscale beleid samenhangende wijzigingen in het sociale zekerheidsbeleid voor het jaar 2002 wenselijk is maatregelen te treffen in de sociale zekerheidswetgeving;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1 SOCIALE ZEKERHEIDSWETGEVING

ARTIKEL I

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering1 wordt gewijzigd als volgt:

A. Aan artikel 23, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

d. degene met betrekking tot wie premiekorting als bedoeld in artikel 79b wordt toegekend of wordt overwogen te worden toegekend.

B. Artikel 76a komt te luiden:

Artikel 76a

De premie, die door de werkgever verschuldigd is, bestaat uit:

a. een basispremie, waarop de artikelen 76b, 77, 77a, 79a en 79b van toepassing zijn;

b. een gedifferentieerde premie, waarop de artikelen 76b, 78, 79a en 79b van toepassing zijn.

C. Aan artikel 76d, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

i. de bedragen die op grond van artikel 79a op de door werkgevers verschuldigde premies in mindering wordt gebracht.

D. De artikelen 77b tot en met 77e vervallen.

E. Na artikel 79 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 4. Premievrijstelling en premiekorting

Artikel 79a
  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heft op het loon van de werknemer, die bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt, 2%-punt minder basispremie, als bedoeld in artikel 77, voorzover hij over dat kalenderjaar premie over het loon van die werknemer verschuldigd is of verschuldigd zou zijn indien artikel 79b niet van toepassing zou zijn geweest.

  • 2. Dit artikel is niet van toepassing indien het loon van de werknemer slechts bestaat uit een door tussenkomst van de werkgever uitbetaalde uitkering op grond van de verplichte verzekering op grond van deze wet en, indien van toepassing, een toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.

  • 3. Dit artikel is niet van toepassing op de premie over het loon van de persoon die arbeid verricht als bedoeld in de artikelen 2 of 7 van de Wet sociale werkvoorziening, de artikelen 4 of 5 van de Wet inschakeling werkzoekenden of arbeid waarvoor de werkgever krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies een vergoeding ontvangt als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen, met uitzondering van arbeid waarvoor de werkgever krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies een vergoeding ontvangt als bedoeld in artikel 2 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het eerste lid.

Artikel 79b
  • 1. De werkgever wordt, op diens aanvraag, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 76a. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.

  • 2. De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 76a. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.

  • 3. Het eerste en tweede lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van deze wet en op grond van de artikelen 82, 82a of 97c, van de Werkloosheidswet. Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.

  • 4. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a overlegt.

  • 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van deze wet alsmede de toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.

  • 6. Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het eerste en tweede lid wel premie verschuldigd is.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het eerste en tweede lid.

  • 8. Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden gewijzigd.

F. Na artikel 91 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK VIIIA. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 91a
  • 1. Artikel 79b, eerste lid, is niet van toepassing indien de dienstbetrekking is aangegaan voor 1 januari 2002.

  • 2. Artikel 79b, tweede lid is niet van toepassing indien de werknemer voor 1 januari 2002 zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel indien diens arbeidsplaats voor die datum is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer.

  • 3. Zo nodig in afwijking van artikel 79a, eerste lid, of artikel 79b, eerste, tweede en derde lid, kan het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de door de werkgever verschuldigde premie en de premiekorting met betrekking tot het jaar 2002, in 2003 worden vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit lid nadere regels worden gesteld.

ARTIKEL II

Indien artikel 57 van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet Invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) (Kamerstukken II 2000/2001, 27 665)2 tot wet is verheven en in werking is getreden wordt de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten gewijzigd als volgt:

A. Van artikel 1 vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1» voor het eerste lid.

B. Artikel 3, vierde lid, vervalt.

C. Aan artikel 10, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

e. in dienstbetrekking staat als bedoeld in de WIW.

D. Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel b en wordt onderdeel c verletterd tot onderdeel b.

2. In het tweede lid vervalt «en verstrekt hij aan werkgevers de noodzakelijke instrumenten om indienstneming van deze personen te bevorderen».

E. Paragraaf 1 van hoofdstuk 3 komt te luiden:

§ 1. Subsidie voor reïntegratie-activiteiten

Artikel 15. Subsidie voor reïntegratie-activiteiten
  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de werkgever, bedoeld in artikel 8, indien zijn werknemer arbeidsgehandicapte wordt in de zin van artikel 2, op aanvraag subsidie verstrekken voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, waarmee de inschakeling in de arbeid van die werknemer wordt bevorderd buiten het bedrijf van die werkgever.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld in ieder geval omtrent de hoogte van de subsidie en de voorwaarden waaronder de subsidie op grond van het eerste lid wordt verstrekt.

F. Paragraaf 2 van hoofdstuk 3 komt te luiden:

§ 2. Subsidie voor extra reïntegratiekosten werkgevers

Artikel 16. Subsidie voor extra reïntegratiekosten werkgevers
  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van de werkgever die met een werknemer een dienstbetrekking van ten minste zes maanden is aangegaan of waarmee door elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende ten minste zes maanden een dienstbetrekking blijkt te bestaan, subsidie verstrekken voor meerkosten indien:

    a. die werkgever aantoont dat het totaal van de kosten die hij heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst nemen of in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt dan de som van de premiekortingen, bedoeld in artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 82, 82a of 97c van de Werkloosheidswet; of

    b. die werkgever, na ommekomst van de periode van 3 respectievelijk 1 jaar, genoemd in de aangehaalde wetsartikelen, kosten heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer.

  • 2. Onder het totaal van de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het totaal van de kosten ten behoeve van een arbeidsgehandicapte werknemer en verband houdende met kosten die voortvloeien uit scholing, training en begeleiding van de werknemer, de noodzakelijke aanpassingen van de samenstelling en toewijzing van arbeid, de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen, alsmede met de kosten die voortvloeien uit de aanpassing van de inrichting van het bedrijf, voorzover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van de arbeidsgehandicapte werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Artikel 17. Overgang van onderneming
  • 1. In geval van overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij aan de werkgever die de onderneming overdraagt een subsidie is verstrekt als bedoeld in de artikelen 15 of 16, wordt voor de toepassing van deze wet de subsidie aangemerkt als een subsidie verstrekt aan de werkgever die de onderneming overneemt.

  • 2. Indien slechts een deel van de onderneming overgaat als bedoeld in het eerste lid, vindt het eerste lid uitsluitend toepassing, indien de werknemers voor wie subsidies zijn verstrekt als bedoeld in het eerste lid, hun werkzaamheden uitoefenen bij het deel van de onderneming dat wordt overgenomen.

G. Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20

Het besluit tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in de artikelen 15 en 16 wordt ingetrokken of gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Algemene wet bestuursrecht.

H. In artikel 21, eerste lid, wordt «Subsidies als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 18» vervangen door: Subsidies als bedoeld in de artikelen 15 en 16.

I. Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen die in overwegende mate op het individu van de werknemer zijn afgestemd.

2. Het vijfde lid vervalt onder vernummering van het zesde lid tot het vijfde lid.

Ia. Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt «het vierde lid» vervangen door: het tweede lid.

2. In het vijfde lid wordt «het tweede tot en met vijfde lid» vervangen door: tweede tot en met vierde lid.

Ib. Artikel 39 komt te luiden:

Artikel 39. Aanvraag reïntegratie-instrumenten

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag van de instrumenten, bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van deze wet, en de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend.

J. Artikel 43, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. subsidies, bedoeld in de artikelen 15, 16, 30, 33 en 33a of overeenkomsten bedoeld in artikel 33 dan wel 33a, eerste lid, onderdeel b;.

K. Artikel 49b wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met zesde lid tot eerste tot en met vijfde lid, vervalt het eerste lid.

2. In het tot vierde lid vernummerde lid wordt «tweede of derde lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

3. In het tot vijfde lid vernummerde lid wordt «eerste, tweede of derde lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

L. Met ingang van 1 januari 2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid, vervalt het eerste lid.

2. In het tot derde lid vernummerde lid wordt «tweede of derde lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

3. In het tot vierde lid vernummerde lid wordt «eerste, tweede of derde lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

M. Artikel 77 vervalt.

N. Voor hoofdstuk 12 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 87b. Overgangsbepaling artikelen 15 tot en met 21a

  • 1. De artikelen 15 tot en met 21a en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van artikel 16a, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 57 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V - Sociale zekerheidswetgeving), blijven van toepassing op dienstbetrekkingen die zijn aangegaan tot en met 31 december 2001 en ingeval een werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever heeft hervat vóór 1 januari 2002 dan wel nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid van die werknemer voor de eigen arbeid voor die datum.

  • 2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voert de uit het eerste lid voortvloeiende werkzaamheden uit.

ARTIKEL III

De Werkloosheidswet3 wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 82 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden 7 leden toegevoegd, luidende:

  • 2. De werkgever wordt, op diens aanvraag, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op het totaal van zijn premieplichtige loonsom een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.

  • 3. De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.

  • 4. Het tweede en derde lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de artikelen 82a of 97c. Onverminderd het tweede en derde lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.

  • 5. Een aanvraag als bedoeld in het derde lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.

  • 6. Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het tweede en derde lid wel premie verschuldigd is.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het tweede en derde lid.

  • 8. Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, worden gewijzigd.

B. Na artikel 82 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 82a

  • 1. De werkgever wordt, op diens aanvraag , ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.

  • 2. De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.

  • 3. Het eerste en tweede lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de artikelen 82 of 97c. Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.

  • 4. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.

  • 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.

  • 6. Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het eerste en tweede lid wel premie verschuldigd is.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het eerste en tweede lid.

  • 8. Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden gewijzigd.

C. Aan artikel 97c worden 8 leden toegevoegd, luidende:

  • 6. De overheidswerkgever wordt, op diens aanvraag, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de overheidswerknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting van € 1021 per jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.

  • 7. De overheidswerkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de overheidswerknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de overheidswerknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.

  • 8. Het zesde en zevende lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de artikelen 82 of 82a. Onverminderd het zesde en zevende lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.

  • 9. Een aanvraag als bedoeld in het zevende lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.

  • 10. Voor de toepassing van het zesde en zevende lid wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.

  • 11. Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het zesde en zevende lid wel premie verschuldigd is.

  • 12. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het zesde en zevende lid.

  • 13. Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid, worden gewijzigd.

D. Artikel 105 komt te luiden:

Artikel 105

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, zo dikwijls het zulks nodig oordeelt, degene met betrekking tot wie premiekorting als bedoeld in artikel 82, tweede, derde of vierde lid, 82a of 97c, zesde, zevende of achtste lid, wordt toegekend of wordt overwogen te worden toegekend, oproepen of doen oproepen en op een door of vanwege het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen plaats ondervragen of doen ondervragen.

E. Na artikel 130f wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK XB. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 130g
  • 1. De artikelen 82, tweede lid, 82a, eerste lid, en 97c, zesde lid, zijn niet van toepassing indien de dienstbetrekking is aangegaan voor 1 januari 2002.

  • 2. De artikelen 82, derde lid, 82a, tweede lid, en 97c, zevende lid, zijn niet van toepassing indien de werknemer voor 1 januari 2002 zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel indien diens arbeidsplaats voor die datum is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer.

  • 3. Zo nodig in afwijking van de artikelen 82, tweede, derde en vierde lid, 82a, eerste, tweede en derde lid, of 97c, zesde, zevende en achtste lid, kan het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de door de werkgever verschuldigde premie en de premiekorting met betrekking tot het jaar 2002, in 2003 worden vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit lid nadere regels worden gesteld.

ARTIKEL IV

Indien artikel 81 van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet Invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) (Kamerstukken II, 2000/2001, 27 665) tot wet is verheven en in werking is getreden wordt de Wet inschakeling werkzoekenden gewijzigd als volgt:

A. In artikel 8, eerste lid, wordt «de artikelen 3, 3a, 5, 13a en 13b van de wet» vervangen door: de artikelen 3, 3a en 5 van de wet.

B. Paragraaf 4 van hoofdstuk 2 met de artikelen 13a en 13b vervalt.

C. Artikel 14, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel a wordt «voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 13b» vervangen door: voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 en 5.

2. Onderdeel c komt te luiden:

c. een vast bedrag voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 3 en 3a, en de uit die artikelen voortvloeiende activiteiten van de gemeenten ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces.

D. In artikel 15, vierde lid, vervalt de zinsnede: , dat de gemeente ten gevolge daarvan loon was verschuldigd,.

E. Indien het bij koninklijke boodschap van 18 september 2001 ingediende voorstel van Wet houdende Wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002-I Arbeidsmarkt en inkomensbeleid) (Kamerstukken II, 2001/2002, 28 013) tot wet wordt verheven en inwerking treedt en deze wet wordt bekrachtigd op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 I Arbeidsmarkt en inkomensbeleid) wordt na ARTIKEL 25A een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25b Overgang voorzieningen arbeidsgehandicapten

  • 1. Artikel 13a en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 81 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V-Sociale zekerheidswetgeving), blijft van toepassing op de arbeidsgehandicapte, die tot en met 31 december 2001 een arbeidsovereenkomst is aangegaan of is aangesteld om arbeid te verrichten als bedoeld in het derde lid van dat artikel, en die vóór dat tijdstip een aanvraag voor voorzieningen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten heeft gedaan.

  • 2. Artikel 13b en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 81 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V-Sociale zekerheidswetgeving), blijft van toepassing op de werkgever, die tot en met dat tijdstip met een arbeidsgehandicapte een arbeidsovereenkomst is aangegaan of deze heeft aangesteld om arbeid te verrichten, en die vóór dat tijdstip een aanvraag heeft gedaan voor een subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 of een pakket op maat als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, zoals die artikelen luidden op dat tijdstip.

HOOFDSTUK 2 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL V OVERGANGSRECHT STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN

Indien artikel 38 van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet Invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) (Kamerstukken II, 2000/2001, 27 665) tot wet is verheven en in werking is getreden wordt in het eerste lid van dat artikel «op grond van artikel 13a en 13b van de Wet inschakeling werkzoekenden» vervangen door: op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden.

ARTIKEL VI BEPALING IN VERBAND MET DE WET VERBETERING POORTWACHTER

Indien artikel II, onderdeel C, van het bij koninklijke boodschap van 17 april 2001 ingediende voorstel van wet tot Verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever (Wet verbetering poortwachter) (Kamerstukken II 2000/2001, 27 678)4 tot wet is verheven en in werking is getreden wordt in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering na «een arbeidsongeschiktheidsuitkering» ingevoegd: , alsmede degene met betrekking tot wie premiekorting als bedoeld in artikel 79b wordt toegekend of wordt overwogen te worden toegekend.

ARTIKEL VII BEPALING IN VERBAND MET DE VERZAMELWET SZW-WETTEN 2001

1. Indien artikel IV van het bij koninklijke boodschap van 3 september 2001 ingediende voorstel van wet houdende Enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW-wetten 2001) (Kamerstukken II 2000/01, 27 897), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, vervalt artikel II, onderdeel L, van deze wet en komt dat artikel IV als volgt te luiden:

ARTIKEL IV WIJZIGING VAN DE WET OP DE (RE)INTEGRATIE ARBEIDSGEHANDICAPTEN

De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 49b vervalt het derde lid, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het vierde respectievelijk vijfde lid.

B

Met ingang van 1 januari 2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid tot het eerste lid en het vierde en vijfde lid tot het tweede en derde lid vervallen het eerste en derde lid.

2. In het tot tweede lid vernummerde lid wordt de zinsnede «in het tweede of derde lid» vervangen door: in het eerste lid.

3. In het tot derde lid vernummerde lid wordt de zinsnede «in het eerste, tweede of derde lid» vervangen door: in het eerste lid.

C

1. Na artikel 87 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 87a.

Overgangsbepaling inzake artikel 49b

1. Op aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 44, tweede lid, ontvangen voor de dag van inwerkingtreding van artikel IV van de Verzamelwet SZW-wetten 2001, blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op de dag voor de dag van inwerkingtreding van dat artikel IV, van toepassing.

2. Op aanvragen van voorzieningen als bedoeld in paragraaf 1 of 3 van hoofdstuk 4, ontvangen voor 1 januari 2004, blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op 31 december 2003, van toepassing.

2. Indien artikel IV van het bij koninklijke boodschap van 3 september 2001 ingediende voorstel van wet houdende Enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW-wetten 2001) (Kamerstukken II 2000/01,27 897) nadat het tot wet is verheven in werking treedt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, vervalt onderdeel B van dat artikel IV en komt artikel II, onderdelen K en L, van deze wet als volgt te luiden:

K. Artikel 49b wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid, vervalt het eerste lid.

2. In het tot derde lid vernummerde lid wordt «tweede of derde lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

3. In het tot vierde lid vernummerde lid wordt «eerste, tweede of derde lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

L. Met ingang van 1 januari 2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid tot het eerste lid en het vierde en vijfde lid tot het tweede en derde lid vervallen het eerste en derde lid.

2. In het tot tweede lid vernummerde lid wordt de zinsnede «in het tweede of derde lid» vervangen door: in het eerste lid.

3. In het tot derde lid vernummerde lid wordt de zinsnede «in het eerste, tweede of derde lid» vervangen door: in het eerste lid.

ARTIKEL VIII INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 14 december 2001

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de eenentwintigste december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1999, 23, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 628.

XNoot
2

Stb. 2001, 625.

XNoot
3

Stb. 1999, 21, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 628.

XNoot
4

Stb. 2001, 628.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2001/2002, 28 016.

Handelingen II 2001/2002, blz. 1551–1585; 1597–1608; 1609–1622; 1657–1681; 1683–1697; 1731–1734,.

Kamerstukken I 2001/2002, 28 016 (118, 118a (herdr.), 118b).

Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 11 december 2001.