Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2001, 628Wet

Wet van 29 november 2001 tot verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever (Wet verbetering poortwachter)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een reïntegratieverslag en verlenging van de wachttijd in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in te voeren, de bepalingen over de ziekmelding in de Ziektewet en over de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever in het Burgerlijk Wetboek alsmede, in verband met het voorgaande, de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en enige andere wetten, te wijzigen met het oog op verbetering van de procesgang tijdens het eerste ziektejaar van de werknemer en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling van werkgevers, werknemers, arbodiensten en uitvoeringsinstanties daarbij;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. ZIEKTEWET

De Ziektewet1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim,.

2. Aan het artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de aangifte van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, bedoeld in het eerste lid, nadere regels worden gesteld.

B

In artikel 39, eerste lid, wordt «op grond van artikel 38 of 38a» vervangen door: op grond van artikel 38, tweede lid of 38a.

C

Artikel 39a vervalt.

D

In artikel 47a, tweede lid, wordt na «Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: of het recht op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

E

In artikel 70, eerste lid, wordt na «Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: of bezoldiging als bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

F

In artikel 87a, derde lid, wordt na «Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: of bezoldiging als bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

ARTIKEL II. WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «het in het eerste en tweede lid bedoelde tijdvak van 52 weken» vervangen door: het in het eerste, tweede, en zevende lid bedoelde tijdvak.

2. Aan het artikel wordt een nieuw zevende lid toegevoegd, luidende:

  • 7. De wachttijd, bedoeld in het eerste lid, wordt door het Landelijk instituut sociale verzekeringen verlengd op gezamenlijk verzoek van de verzekerde en de werkgever jegens wie de verzekerde, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij artikel 29 of 29a, derde of zevende lid van de Ziektewet van toepassing is dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim, tenzij onderdeel a van het tiende lid van dat artikel van toepassing is, met een termijn van ten hoogste 52 weken tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. De verlengde wachttijd eindigt op de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen aangegeven datum. De verlengde wachttijd kan op verzoek van de werkgever of de werknemer worden verkort. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt bij verkorting van de verlengde wachttijd een nieuwe datum vast waarop de verlengde wachttijd eindigt, met dien verstande dat de wachttijd niet eerder eindigt dan vijftien weken na dat verzoek. Bij de bekendmaking van het besluit maakt het Landelijk instituut sociale verzekeringen melding van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor de toekenning van de uitkering alsmede van de termijn binnen welke die aanvraag wordt gedaan. Het tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit lid.

3. Indien het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II 1999/2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in werking is getreden wordt in het onder 2, voorgestelde zevende lid, «tenzij onderdeel a van het tiende lid van dat artikel van toepassing is» vervangen door: tenzij onderdeel a van het elfde lid van dat artikel van toepassing is.

B

Artikel 21, vierde lid, vervalt.

C

Artikel 23, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt de persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering oproepen of doen oproepen en op een door of vanwege het Landelijk instituut sociale verzekeringen te bepalen plaats ondervragen of doen ondervragen.

D

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

  • 1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

  • 2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan voorschrijven dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, zich laat registreren als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

E

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie» vervangen door: tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

2. In onderdeel f wordt «bedoeld in artikel 34, derde lid» vervangen door: bedoeld in artikel 34, derde lid of artikel 34a, eerste lid.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, worden na dat onderdeel twee onderdelen toegevoegd, luidende:

g. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid;

h. indien de belanghebbende zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten.

F

In artikel 29, tweede lid, wordt «bedoeld in artikel 34, derde lid,» vervangen door: bedoeld in artikel 34, derde lid of artikel 34a, eerste lid.

G

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt « 3 maanden» vervangen door: dertien weken.

2. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, is verlengd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt de aanvraag voor de toekenning van de uitkering, in afwijking van de eerste zin, uiterlijk 13 weken voor het verstrijken van de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd gedaan.

3. In het vierde lid wordt «termijn, bedoeld in artikel 87, eerste lid» vervangen door: termijn, bedoeld in artikel 87, tweede lid.

4. Aan het artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 9. Indien de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, is verlengd op grond van het zevende lid van dat artikel, besluit het Landelijk instituut sociale verzekeringen de aanvraag, bedoeld in het derde lid, niet te behandelen, indien deze is ingediend vóór het verzoek tot de verlenging.

H

Na artikel 34 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a

  • 1. De aanvraag voor de toekenning van de uitkering gaat vergezeld van een reïntegratieverslag als bedoeld in artikel 71a. De eerste volzin is niet van toepassing indien artikel 71b, eerste lid, toepassing vindt. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie- inspanningen, die zijn verricht.

  • 2. Indien het Landelijk instituut sociale verzekeringen toepassing heeft gegeven aan artikel 71a, negende lid, wijst het Landelijk instituut sociale verzekeringen de aanvraag af.

  • 3. Bij de bekendmaking van het besluit, bedoeld in het tweede lid, maakt het Landelijk instituut sociale verzekeringen melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de uitkering alsmede van de termijn binnen welke die aanvraag wordt gedaan.

  • 4. De termijn, waarbinnen de belanghebbende een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de uitkering doet, is:

    a. uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629, elfde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel XV, veertiende lid, onderdeel c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim verplicht is bezoldiging te betalen.

    b. zo spoedig mogelijk, indien het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629, elfde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel XV, veertiende lid, onderdeel c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim verplicht is bezoldiging te betalen, minder bedraagt dan 13 weken of indien de werkgever vóór het verstrijken van dat tijdvak geen loon meer verschuldigd is.

I

In artikel 43a, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 19, eerste lid» vervangen door: artikel 19.

J

In artikel 43c wordt «artikel 19, eerste lid,» vervangen door: artikel 19.

K

In artikel 43d wordt «artikel 629, eerste lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: artikel 629, elfde lid, onderdelen a en c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en wordt «tweede lid, vierde zin» vervangen door: veertiende lid.

L

Artikel 46 vervalt.

M

1. Artikel 71a komt te luiden:

Artikel 71a

  • 1. De werkgever jegens wie de werknemer, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim houdt aantekening van het verloop van de arbeidsongeschiktheid en de reïntegratie van de werknemer. De eerste volzin geldt niet indien onderdeel a van artikel XV, tiende lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim van toepassing is.

  • 2. De werkgever, bedoeld in het eerste lid, stelt binnen een door Onze Minister nader te bepalen termijn, in overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak op. De afspraken die in het plan van aanpak zijn gemaakt worden door werkgever en werknemer nageleefd. Het plan van aanpak wordt periodiek geëvalueerd.

  • 3. Uiterlijk twee weken voordat de termijn is verstreken waarbinnen de belanghebbende op grond van artikel 34, derde lid, eerste volzin, zijn aanvraag voor toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dient te doen stelt de werkgever, bedoeld in het eerste lid, in overleg met de werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de werknemer.

  • 4. Indien artikel 19, zevende lid, toepassing heeft gevonden:

    a. stelt de werkgever in overleg met de werknemer, indien hij nog geen reïntegratieverslag heeft opgesteld, in afwijking van het derde lid, het reïntegratieverslag uiterlijk 14 weken voor het verstrijken van de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd, bedoeld in artikel 19, zevende lid, op en verstrekt een afschrift daarvan aan de werknemer;

    b. vult de werkgever in overleg met de werknemer, indien hij reeds een reïntegratieverslag heeft opgesteld dit reïntegratieverslag uiterlijk 14 weken voor het verstrijken van de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd, bedoeld in artikel 19, zevende lid, aan en verstrekt een afschrift daarvan aan de werknemer, tenzij de werknemer verzoekt dit, in verband met het doen van een aanvraag als bedoeld in artikel 34, derde lid, eerder te doen. De werkgever komt binnen twee weken aan dit verzoek tegemoet. Dit lid is van overeenkomstige toepassing bij een aanvraag voor de uitkering na toepassing van artikel 34a, tweede lid.

  • 5. Bij de uitvoering van het eerste tot en met het vierde lid laat de werkgever zich bijstaan door een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998.

  • 6. De werknemer verleent zijn medewerking bij het opstellen van het plan van aanpak en het opstellen van het reïntegratieverslag.

  • 7. Bij of krachtens ministeriële regeling kunnen regels met betrekking tot het eerste tot en met zesde lid worden gesteld.

  • 8. Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 34, derde lid, blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld.

  • 9. Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 34, derde lid, en de beoordeling als bedoeld in artikel 34a blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen een tijdvak vast, gedurende welke de werknemer jegens die werkgever recht op loon heeft op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

    Dit tijdvak is ten hoogste 52 weken en wordt afgestemd op de aard en ernst van het verzuim, alsmede op de periode die nodig wordt geacht om alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te leveren.

  • 10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het negende lid nadere regels worden gesteld.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II 1999/2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in werking is getreden wordt in het onder 1 voorgestelde artikel 71a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering «artikel XV, tiende lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim» vervangen door: artikel XV, elfde lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

N

1. Na artikel 71a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 71b

  • 1. In afwijking van artikel 71a, is op het Landelijk instituut sociale verzekeringen ten aanzien van de werknemer die op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, c of d, van de Ziektewet recht heeft op ziekengeld, artikel 71a, tweede tot en met het tiende lid niet van toepassing en is artikel 71a, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt, binnen een door Onze Minister nader te bepalen termijn, in overleg met die werknemer, een plan van aanpak op.

  • 2. In afwijking van artikel 71a, is artikel 71a, vierde, achtste, negende en tiende lid, niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, wiens werknemer op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e of g, van de Ziektewet dan wel op grond van artikel 29a, derde of zevende lid, van die wet recht heeft op ziekengeld.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II 1999/2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in werking is getreden komt artikel 71b, tweede lid, als volgt te luiden:

  • 2. In afwijking van artikel 71a, is artikel 71a, vierde, achtste, negende en tiende lid, niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, wiens werknemer op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g , van de Ziektewet dan wel op grond van artikel 29a, derde of zevende lid, van die wet recht heeft op ziekengeld.

O

Aan artikel 75a wordt na het vijfde lid een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend direct aansluitend op een wachttijd die op grond van artikel 19, zevende lid, is verlengd, wordt de duur van de verlenging van de wachttijd in mindering gebracht op de periode van vijf jaar bedoeld in het eerste lid.

P

Artikel 75e komt te luiden:

Artikel 75e

Op de eigen risicodrager is artikel 71a van toepassing.

Q

In artikel 75f, eerste lid, vervalt onderdeel c, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt.

R

Artikel 76f wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «artikel 43a, eerste lid, onderdeel b, bedoelde wachttijd van 52 weken» vervangen door: artikel 43a, eerste lid, onderdeel b, bedoelde wachttijd.

2. Het vierde tot en met het zesde lid worden vernummerd tot het vijfde tot en met het zevende lid.

3. Na het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend direct aansluitend op een wachttijd die op grond van artikel 19, zevende lid, is verlengd, wordt de duur van de verlenging van de wachttijd in mindering gebracht op de periode van 5 jaar bedoeld in het eerste lid.

S

In artikel 80 vervalt de zinsnede «van 52 weken».

T

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het eerste tot en met het vierde lid tot het tweede tot en met het vijfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. Een beschikking over verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, op grond van het zevende lid van dat artikel wordt gegeven binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2. In het derde tot en met het vijfde lid wordt «een beschikking als bedoeld in het eerste lid» telkens vervangen door: een beschikking als bedoeld in het tweede lid.

ARTIKEL III. BURGERLIJK WETBOEK

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek3 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 629 wordt als volgt gewijzigd:

1. In lid 1 vervalt de laatste zin.

2. Lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel c wordt na «passende arbeid» ingevoegd: als bedoeld in artikel 658a lid 3.

b. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. voor de tijd, gedurende welke hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid als bedoeld in artikel 658a lid 3 te verrichten;

e. voor de tijd, gedurende welke hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 658a lid 2.

3. Aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 11. Het tijdvak, bedoeld in lid 1, wordt verlengd:

    a. met de duur van de vertraging indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet later doet dan in dat artikel is voorgeschreven;

    b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die wachttijd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;

    c. met de duur van het tijdvak dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.

  • 12. Ingeval van verlenging op grond van lid 11 kan het tijdvak, bedoeld in lid 1, niet meer dan honderdvier weken bedragen.

B

In artikel 635, lid 3, laatste volzin wordt de zinsnede «dan wel hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid voor de werkgever of voor een door de werkgever met toestemming van het Landelijk instituut sociale verzekeringen aangewezen derde, waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet verricht» vervangen door: , hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid als bedoeld in artikel 658a lid 3 voor de werkgever of voor een door de werkgever met toestemming van het Landelijk instituut sociale verzekeringen aangewezen derde, waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet verricht dan wel hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te verrichten.

C

Na artikel 658 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 658a

  • 1. De werkgever is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de werknemer, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en in het bedrijf van de werkgever geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever de inschakeling van de werknemer in voor hem passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.

  • 2. Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in lid 1, stelt de werkgever in overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de werknemer regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

  • 3. Onder passende arbeid als bedoeld in lid 1 wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd.

D

Na artikel 660 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 660a

De werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, is verplicht:

a. gevolg te geven aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 658a lid 1;

b. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 658a lid 2;

c. passende arbeid als bedoeld in artikel 658a lid 3 te verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt.

E

Aan artikel 670b wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Artikel 670, lid 1, aanhef en onder a, is niet van toepassing, indien de werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, zonder deugdelijke grond weigert:

    a. gevolg te geven aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten;

    b. passende arbeid als bedoeld in artikel 658a lid 3 te verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt;

    c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

F

De laatste volzin van artikel 685, lid 1, vervalt.

ARTIKEL IV. ORGANISATIEWET SOCIALE VERZEKERINGEN 1997

De Organisatiewet sociale verzekeringen 19974 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 38, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel f wordt, onder vernummering van onderdeel g tot onderdeel h, een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

g. op verzoek van een werkgever of werknemer informatie verstrekken over de sociale verzekeringsaspecten van arbeidsongeschiktheid en reïntegratie;

2. De onderdelen h tot en met k worden vernummerd tot de onderdelen k tot en met n.

3. Na het tot h vernummerde onderdeel worden twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:

i. op verzoek van een werkgever of werknemer een onderzoek instellen naar en een oordeel geven over de aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de werkgever in staat is te verrichten;

j. op verzoek van een werkgever of werknemer een onderzoek instellen naar en een oordeel geven over de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer voldoende en geschikte reïntegratieinspanningen heeft verricht;

B

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «het in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, bedoelde onderzoek» vervangen door: een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of j.

2. In het tweede lid wordt «het in het eerste lid bedoelde onderzoek» vervangen door: een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.

3. In het derde lid wordt «het in het eerste lid bedoelde onderzoek» vervangen door: het in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, bedoelde onderzoek.

C

Artikel 101, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 worden door het College van toezicht sociale verzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen op verzoek verstrekt en kunnen door het Landelijk instituut sociale verzekeringen uit eigen beweging worden verstrekt aan een arbodienst als bedoeld in artikel 14, derde lid, tweede volzin van die wet, die in het bezit is van een op grond van artikel 20 van die wet afgegeven certificaat.

ARTIKEL V. WERKLOOSHEIDSWET

De Werkloosheidswet5 wordt als volgt gewijzigd:

A

Hoofdstuk IIC, getiteld verhaal op de werkgever, vervalt.

B

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel d vervalt.

2. In onderdeel f vervalt «en artikel 71a, tweede en derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering».

3. In onderdeel g wordt «het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997» vervangen door: een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of j, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

C

In artikel 90, eerste lid, onderdeel g, wordt «het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997» vervangen door: een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of j, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

D

Artikel 97e wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel g vervalt.

2. In onderdeel h vervalt «en artikel 71a, tweede en derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering» en wordt «die artikelen» vervangen door: dat artikel.

3. In onderdeel i wordt «het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997» vervangen door: een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of j, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

E

In artikel 97f, onderdeel e, wordt «het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997» vervangen door: een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of j, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

ARTIKEL VI. WET OP DE (RE)INTEGRATIE ARBEIDSGEHANDICAPTEN

De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten6 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt «behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

B

In artikel 4, eerste lid, wordt «tot het behoud, het herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

C

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het door de werkgever over te leggen reïntegratieplan, bedoeld in artikel 71a van de WAO» vervangen door: het reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 71a van de WAO.

2. In het tweede lid wordt «tot het behoud, het herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

D

In de artikelen 12, tweede lid en 13, tweede lid, wordt «tot het behoud, het herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

E

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «behoud of herstel ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

2. Het tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de werkgever bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt.

F

Artikel 16, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de werkgever bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt.

G

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de werkgever bij een aanvraag voor een in plaats van een herplaatsingsbudget te verstrekken pakket op maat worden verstrekt.

2. In het derde lid, onderdeel e, wordt «behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

H

In artikel 22, eerste en derde lid, 31, eerste lid, wordt «behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid bevorderen» telkens vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

I

Vervallen

J

In artikel 44, tweede lid, wordt «behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid» vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

K

Voor artikel 45 wordt in hoofdstuk 6 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 44a

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt personen oproepen ten aanzien van wie of ten behoeve van wie instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of 4 zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.

L

In artikel 84 wordt «artikel 76f, vierde lid, onderdeel c, van de WAO» vervangen door: artikel 76f, vijfde lid, onderdeel c, van de WAO.

ARTIKEL VII. ARBEIDSOMSTANDIGHEDENWET 1998

De Arbeidsomstandighedenwet 19987 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste zin, wordt «het bedrijf, inrichting of deel daarvan» vervangen door: het bedrijf, de inrichting, of een deel daarvan.

2. In het eerste lid, tweede zin, onderdelen a, b en c, wordt «bedrijven of inrichtingen» vervangen door: bedrijven, inrichtingen of delen daarvan.

3. In het eerste lid, tweede zin, onderdeel e, wordt «het bedrijf, de inrichting of een gedeelte ervan» vervangen door: het bedrijf, de inrichting of een deel daarvan.

4. In het derde lid wordt «bedoelde» vervangen door: gestelde.

B

Het opschrift van artikel 9 komt te luiden:

Melding arbeidsongevallen en beroepsziekten

C

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b van het derde lid komt te luiden:

b. de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten, met inbegrip van de bijstand bij de uitvoering van bij of krachtens artikel 71a, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gestelde regels;

2. Aan het artikel wordt een nieuw achtste lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Bij de gegevensverwerking noodzakelijk voor de uitvoering van de taak, bedoeld in onderdeel b van het derde lid, kan gebruik worden gemaakt van het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

D

In artikel 15, tweede lid, de onderdelen a en b, wordt «arbeidsongevallen» telkens vervangen door: ongevallen.

E

In artikel 16, zesde lid, wordt «de rijksinrichtingen, bedoeld in de Wet op de jeugdhulpverlening» vervangen door: de inrichtingen, bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

F

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste zin, wordt «worden» vervangen door: wordt.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Als beboetbaar feit wordt tevens aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in dat artikellid bedoelde voorschriften en verboden bij algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als beboetbaar feit. Terzake van de feiten, bedoeld in de vorige volzin, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald of een boete kan worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.

ARTIKEL VIII. WET INSCHAKELING WERKZOEKENDEN

In artikel 15, vierde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden8 wordt «een reïntegratieplan is opgesteld» vervangen door: een reïntegratieverslag is opgesteld.

ARTIKEL IX. WET TERUGDRINGING ZIEKTEVERZUIM

Artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim9 wordt als volgt gewijzigd:

1. De laatste volzin van het tweede lid vervalt.

2. Aan het achtste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

h. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten.

i. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

3. Aan het artikel worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:

  • 14. Het tijdvak, bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, wordt verlengd:

    a. met de duur van de vertraging indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet later doet dan op grond van dat artikel van de Ziektewet is voorgeschreven.;

    b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien de wachttijd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;

    c. met de duur van het tijdvak, dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.

  • 15. Ingeval van verlenging op grond van het veertiende lid kan het tijdvak, bedoeld in het tweede lid, niet meer dan honderdvier weken bedragen.

ARTIKEL X. WET OVERHEIDSPERSONEEL ONDER DE WERKNEMERSVERZEKERINGEN

Artikel 85 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen10 vervalt.

ARTIKEL XI. WET BESLISTERMIJNEN SOCIALE VERZEKERINGEN

Aan het in artikel XIV, onderdeel B, van de Wet beslistermijnen sociale verzekeringen11 voorgestelde artikel 87 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Een beschikking over verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, op grond van het zevende lid van dat artikel wordt gegeven binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

ARTIKEL XII. WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen12 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 9, derde lid, vervalt.

B

1. Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43. Voorschriften van medische of administratieve aard

  • 1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de personen, bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel a, b, c en e, voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

  • 2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan voorschrijven dat de personen, bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel a, b, c en e, zich laten registreren als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II 1999/2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in werking is getreden wordt in het onder 1 voorgestelde artikel 43 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen «artikel 41, eerste lid, onderdeel a, b, c, en e» telkens vervangen door: artikel 41, eerste lid.

C

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt « tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie» vervangen door: tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, wordt na dat onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

g. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid.

ARTIKEL XIII. WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten13 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8, derde lid, vervalt.

B

Artikel 35 komt te luiden:

Artikel 35. Voorschriften van medische of administratieve aard

  • 1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de personen, bedoeld in artikel 33, eerste lid, voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

  • 2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan voorschrijven dat personen, bedoeld in artikel 33, eerste lid, zich laten registreren als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

C

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «tot behoud, herstel en bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie» vervangen door: tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma wordt na dat onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

g. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid.

ARTIKEL XIV. EVALUATIEBEPALING

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen 4 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL XV. OVERGANGSRECHT

  • 1. Ten aanzien van de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de artikelen 46, 71a, 75e, en 75f van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 8, eerste lid, 15, tweede lid, 16 en 18, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, 15 van de Wet inschakeling werkzoekende, 52j van de Werkloosheidswet, en 14 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 zoals deze luiden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, van toepassing en zijn de artikelen 34a en 71b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 629, lid 11, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel XV, veertiende lid, onderdeel c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim niet van toepassing.

  • 2. Ten aanzien van de verzekerde die voor de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 28, onderdeel g, van de Wet op de arbeidsongeschiktheid niet van toepassing en is artikel 21, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van toepassing.

  • 3. Ten aanzien van de verzekerde die voor de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 46, onderdeel g, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen niet van toepassing en is artikel 9, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, van toepassing.

  • 4. Ten aanzien van de jonggehandicapte die voor de dag van inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 38, onderdeel g, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten niet van toepassing en is artikel 8, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel A, van toepassing.

  • 5. Indien op grond van het eerste lid toepassing wordt gegeven aan de artikelen 46, 71a, derde of vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 52j van de Werkloosheidswet, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de artikelen 89 en 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel V, onderdeel B, onder 2, van toepassing, met dien verstande dat in artikel 89, onderdeel f, en artikel 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet voor «artikel 71a, tweede en derde lid» wordt gelezen: artikel 71a, derde en vierde lid.

  • 6. Indien artikel 8, eerste lid, van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten, zoals dat lid luidde op het moment voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, toepassing vindt en op grond van dat artikel het reïntegratieverslag wordt verstrekt aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, is artikel 34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet van toepassing.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen in verband met de goede overgang van taken van het Landelijk instituut sociale verzekering naar verplichtingen van de werkgever regels van overgangsrecht worden gesteld.

ARTIKEL XVI. BEPALING IN VERBAND MET DE INVOERINGSWET ARBEID EN ZORG

Indien het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II 1999/2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in werking is getreden wordt:

a. in artikel III, onderdeel B, «artikel 635, lid 3» vervangen door: artikel 635, lid 4,;

b. in artikel IX, onderdeel 2, «het achtste lid» vervangen door: het negende lid.

ARTIKEL XVII. INWERKINGTREDING

  • 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. Indien het bij koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van een Tijdelijke referendumwet (Kamerstukken II 1999/2000, 27 034) tot wet wordt verheven en in werking treedt, en deze wet wordt bekrachtigd op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet, kan bij de toepassing van het eerste lid worden afgeweken van de artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet en vindt in dat geval artikel 16 van laatstgenoemde wet toepassing.

ARTIKEL XVIII. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet verbetering poortwachter.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 29 november 2001

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de achttiende december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1999, 22, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
2

Stb. 1999, 23, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
3

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
4

Stb. 1997, 95, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 november 2001, Stb. 568.

XNoot
5

Stb. 1999, 21, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
6

Stb. 1998, 290, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
7

Stb. 1999, 184, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 584.

XNoot
8

Stb. 1997, 760, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 625.

XNoot
9

Stb. 1993, 750, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 november 2001, Stb. 568.

XNoot
10

Stb. 1997, 768, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 625.

XNoot
11

Stb. 2000, 627.

XNoot
12

Stb. 1999, 24, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 625.

XNoot
13

Stb. 1999, 25, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 625.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten- Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 2001/2002, 27 678.

Handelingen II 2000/2001, blz. 5537–5616; 5653–5680; 5693–5727; 5786–5798; 5878–5879; 5882; 6056.

Kamerstukken I 2000/2001, 27 678 (341); 2001/2002, 27 678 (37, 37a, 37b, 37c, 37d).

Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 27 november 2001.