Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2001, 621AMvB

Besluit van 10 december 2001, houdende vaststelling van het tijdstip van de inwerkingtreding van de wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 580), van de wet van 6 december 2001 tot aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 581), het Aanpassingsbesluit herziening burgerlijk procesrecht, de Wet organisatie en bestuur gerechten, de Wet Raad voor de rechtspraak, de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie, het Besluit College van afgevaardigden, het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen, het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak, het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak, het Besluit orde van dienst gerechten en het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 5 december 2001, Directie Wetgeving, nr. 5138190/01/6;

Gelet op de artikelen IX van de wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 580), hoofdstuk 14, artikel 2, van de wet van 6 december 2001 tot aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 581), VIII van het Aanpassingsbesluit herziening burgerlijk procesrecht, XXI van de Wet organisatie en bestuur gerechten, XI van de Wet Raad voor de rechtspraak, 5 van Hoofdstuk 15 van de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie, 12 van het Besluit College van afgevaardigden, 10 van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen, 3 van het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak, 10 van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak, 35 van het Besluit orde van dienst gerechten, en 6 van het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2002 treden de volgende wetten en bepalingen in werking, in de hieronder aangegeven volgorde:

1. de wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 580);

2. hoofdstuk 7, artikel 43, onderdeel G, van de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie;

3. de wet van 6 december 2001 tot aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 581);

4. de Wet organisatie en bestuur gerechten met uitzondering van artikel XVIII;

5. de Wet Raad voor de rechtspraak;

6. de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie, met uitzondering van hoofdstuk 7, artikel 43, onderdeel G.

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 2002 treden de volgende besluiten in werking, in de hieronder aangegeven volgorde:

1. het Aanpassingsbesluit herziening burgerlijk procesrecht;

2. het Besluit College van afgevaardigden;

3. het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen;

4. het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak;

5. het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak;

6. het Besluit orde van dienst gerechten;

7. het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 10 december 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de twintigste december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals