Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2001, 601Wet

Wet van 8 november 2001 tot wijziging van de Vleeskeuringswet en de Warenwet inzake de heffing van retributies

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Vleeskeuringswet en de Warenwet te wijzigen teneinde een wettelijke basis te scheppen voor het doorberekenen van de kosten van bepaalde keuringen en controles die krachtens verdragen of deze wetten worden verricht, alsook teneinde Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bevoegdheid te verlenen instanties te belasten met de beoordeling van eet- of drinkwaren en andere daarmee samenhangende werkzaamheden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Vleeskeuringswet1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 26a komt te luiden:

Artikel 26a

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat overeenkomstig daarbij te stellen regels een retributie kan worden geheven voor de kosten van:

    a. bij of krachtens deze wet voorgeschreven keuringen van:

    1°. slachtdieren waarop deze wet van toepassing is; of

    2°. vlees, vleeswaren, of andere producten van dierlijke oorsprong;

    b. de behandeling door de keuringsdienst van een aanvraag om een vergunning, om een erkenning van een inrichting, of van een aanvraag tot inschrijving van een inrichting in een register;

    c. de behandeling door de keuringsdienst van een aanvraag tot verlenging van een vergunning, tot verlenging van een erkenning van een inrichting of van een aanvraag tot herinschrijving van een inrichting in een register, of van vooraf aangekondigde en vastgelegde controles of nog steeds aan de toelatingseisen van de vergunning, erkenning of registratie wordt voldaan.

  • 2. Een in het eerste lid bedoelde retributie wordt zodanig vastgesteld dat de baten niet uitgaan boven de kosten die in een rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden waarvoor de retributie wordt geheven.

  • 3. Bij een in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, met het oog op de goede uitvoering van in die maatregel geregelde onderwerpen bij ministeriële regeling nadere regels stelt of kan stellen.

  • 4. Onder keuring in dit artikel wordt mede begrepen de controle van daarbij voorgeschreven documenten, en van overeenstemming tussen deze documenten en de slachtdieren, vleeswaren, producten van dierlijke oorsprong, of het vlees waarop die documenten betrekking hebben.

B

Artikel 26b komt te luiden:

Artikel 26b

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de kosten, bedoeld in de artikelen 13 en 17, alsmede omtrent de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen kosten verbonden aan de uitvoering van verordeningen, richtlijnen of beschikkingen als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

  • 2. Artikel 26, tweede, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

C

In artikel 27, eerste lid, wordt de zinsnede «op kosten van de invoerder» geschrapt.

D

Artikel 30a komt te luiden:

Artikel 30a

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts regels worden gesteld ter uitvoering van een bindend besluit inzake slachtdieren, vlees, vleeswaren of andere producten van dierlijke oorsprong, van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, dat betreft:

    a. de bescherming van de volksgezondheid; of

    b. het heffen van een retributie voor de kosten die verbonden zijn aan krachtens het desbetreffende besluit voorgeschreven keuringen.

  • 2. Bij een in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer van de voorgaande bepalingen buiten werking worden gesteld, voor zover het desbetreffende bindend besluit binnen twaalf maanden na bekendmaking uitgevoerd dient te zijn.

  • 3. Een krachtens het tweede lid vastgestelde bepaling vervalt een jaar na inwerkingtreding. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.

E

Na artikel 46 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 46a

  • 1. In gevallen waarin een spoedige voorziening krachtens deze wet in het belang van de volksgezondheid of ter uitvoering van een bindend besluit als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, zo dringend geboden is dat de totstandkoming van een daartoe strekkende algemene maatregel van bestuur niet kan worden afgewacht, kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, ter zake bij ministeriële regeling voorlopig geldende regels stellen.

  • 2. Een in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling vervalt een jaar na inwerkingtreding of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Deze termijn kan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.

ARTIKEL II

De Warenwet2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts regels worden gesteld ter uitvoering van een met betrekking tot waren tot stand gekomen bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen dat betreft:

a. een der in artikel 3 bedoelde belangen; of

b. het heffen van een retributie voor de kosten die verbonden zijn aan krachtens het desbetreffende besluit voorgeschreven keuringen of controles.

B

Na artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13a

  • 1. Ter uitvoering van een krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap met betrekking tot waren tot stand gekomen bindend besluit inzake de toelating van eet- of drinkwaren, kan Onze Minister, voor zover van toepassing in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, op aanvraag een instantie aanwijzen die belast zal zijn met:

    a. de beoordeling van eet- of drinkwaren;

    b. daarmee samenhangende werkzaamheden.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur:

    a. kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan worden gegeven, ingetrokken dan wel gewijzigd;

    b. kan worden bepaald dat overeenkomstig daarbij te stellen regels een retributie kan worden geheven voor de kosten die verbonden zijn aan de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden.

  • 3. Aan een aanwijzing krachtens het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

C

In artikel 14 wordt «een der artikelen 4 tot en met 13» vervangen door: een der artikelen 4 tot en met 13a.

D

Na artikel 32 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 33

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat overeenkomstig daarbij te stellen regels een retributie kan worden geheven voor de kosten van:

    a. bij of krachtens deze wet voorgeschreven keuringen of controles van waren, inclusief de controle van daarbij voorgeschreven documenten, en van overeenstemming tussen deze documenten en de desbetreffende waren;

    b. de behandeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, om een erkenning van een inrichting, of van een aanvraag tot inschrijving van een inrichting in een register;

    c. de behandeling van een aanvraag tot verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, tot verlenging van een erkenning van een inrichting of van een aanvraag tot herinschrijving van een inrichting in een register, of van vooraf aangekondigde en vastgelegde controles of nog steeds aan de toelatingseisen van de vergunning, erkenning of registratie wordt voldaan.

  • 2. Een in het eerste lid bedoelde retributie wordt zodanig vastgesteld dat de baten niet uitgaan boven de kosten die in een rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden waarvoor de retributie wordt geheven.

  • 3. Bij een in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, met het oog op de goede uitvoering van in die maatregel geregelde onderwerpen bij ministeriële regeling nadere regels vaststelt of kan vaststellen.

ARTIKEL III

Artikel 30a van de Vleeskeuringswet, zoals dat luidde onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet, is nog gedurende vier jaren na de inwerkingtreding van de wet van toepassing op algemene maatregelen van bestuur die reeds van kracht waren bij de inwerkingtreding van deze wet.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 8 november 2001

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de dertiende december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1958, 72, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 november 1997, Stb. 510.

XNoot
2

Stb. 1988, 360, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 november 2001, Stb. 557.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 27 698.

Handelingen II 2000/2001, blz. 553.

Kamerstukken I 2001/2002, 27 698 (53, 53a).

Handelingen I 2001/2002, blz. 175–176.