Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2001, 494Wet

Wet van 18 oktober 2001 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de invoering van de functie van officier enkelvoudige zittingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om binnen het openbaar ministerie de functie van officier enkelvoudige zittingen in te voeren en daartoe de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de rechterlijke organisatie1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2, eerste lid, onderdeel h, komt te luiden:

h. de officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket;.

B

In de artikelen 5a en 125, onderdeel b, wordt telkens «de officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren van justitie» vervangen door: de officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen.

C

In artikel 126, eerste en tweede lid, wordt telkens «de officier van justitie» vervangen door: de officier van justitie, de officier enkelvoudige zittingen.

D

De artikelen 136 en 137 worden elk gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid worden, na verlettering van het oorspronkelijke onderdeel c tot e, twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:

c. officieren enkelvoudige zittingen;

d. plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen;.

2. In het vijfde lid wordt «De officieren van justitie» vervangen door: «De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen», terwijl «plaatsvervangend officier van justitie» wordt vervangen door: plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen.

3. Een zevende lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 7. De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank.

E

Artikel 140 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «de officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren van justitie» vervangen door: de officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen.

2. In het derde lid wordt «en de officieren van justitie» vervangen door: , de officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen.

3. In het vierde lid wordt «en de plaatsvervangende officieren van justitie» vervangen door: , de plaatsvervangende officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen.

ARTIKEL II

De Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren2 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 5, eerste lid, en 6, eerste en vijfde lid, wordt telkens «en plaatsvervangende officieren van justitie» vervangen door: , plaatsvervangende officieren van justitie en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen.

B

In artikel 7, eerste lid, komt categorie 10 te luiden:

categorie 10: gerechtsauditeur, tevens raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof waarbij hij is aangesteld; gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger in de arrondissementsrechtbank waarbij hij is aangesteld; substituut-officier; officier enkelvoudige zittingen; senior-gerechtsauditeur;

C

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «en plaatsvervangende officieren van justitie» vervangen door: , plaatsvervangende officieren van justitie en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen.

2. In het tweede lid wordt «en plaatsvervangende officieren van justitie» vervangen door: , plaatsvervangende officieren van justitie en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen.

3. In het derde lid wordt onderdeel d vervangen door onderdelen d en e, luidende:

d. wordt een plaatsvervangend officier van justitie gelijkgesteld met een substituut-officier of met een officier, door Onze Minister van Justitie bij de aanwijzing te bepalen;

e. wordt een plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen gelijkgesteld met een officier enkelvoudige zittingen of met een gerechtsauditeur, door Onze Minister van Justitie bij de aanwijzing te bepalen.

ARTIKEL III

Op de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen en de officieren enkelvoudige zittingen die als zodanig zijn benoemd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is met ingang van de datum van benoeming het recht van toepassing zoals dit ingevolge deze wet geldt.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 18 oktober 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de dertigste oktober 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1999, 195, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 september 2001, Stb. 481.

XNoot
2

Stb. 1999, 196, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2000, Stb. 2000, 32.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1999/2000, 2000/2001, 26 962.

Handelingen II 2000/2001, blz. 3639.

Kamerstukken I 2000/2001, 26 962 (208, 208a, 208b, 208c, 208d); 2001/2002, 26 962 (20).

Handelingen I 2001/2002, zie vergadering dd. 16 oktober 2001.