Besluit van 10 september 2001, houdende wijziging
van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met het afschaffen van
de nominale ziekenfondspremie voor personen jonger dan 18 jaar
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
van 13 juli 2001 kenmerk Z/F-2197732, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 18, eerste lid, van de Ziekenfondswet;
De Raad van State gehoord (advies van 26 juli 2001, nummer W13.01.0325/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport van 3 september 2001, Z/F-2209851, gedaan in overeenstemming met
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw1 wordt als volgt
gewijzigd:
A
In artikel 12a, tweede lid, wordt «van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
jonggehandicapten,» vervangen door: van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten,.
B
In artikel 16a, eerste lid, wordt «en zijn medeverzekerde,»
vervangen door: van 18 jaar of ouder, en zijn medeverzekerde,.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, waarbij artikel I, onderdeel
A, terugwerkt tot en met 1 januari 1998, en artikel I, onderdeel B, terugwerkt
tot en met 1 juli 2001.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 10 september 2001
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de vierde oktober 2001
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
Artikel I, onderdeel H, van de wet van 16 juli 2001 (Stb. 2001, 386) houdende
wijziging van de Ziekenfondswet in verband met samentelling van uitkeringstijdvakken
ingevolge de Werkloosheidswet voor de toepassing van artikel 3, eerste lid,
onder a, van die wet, administratieve vereenvoudiging van de overgang van
een particuliere ziektekostenverzekering naar de ziekenfondsverzekering en
afschaffing van de nominale ziekenfondspremie voor personen jonger dan 18
jaar (Knelpunten Ziekenfondswet) wijzigt artikel 17, eerste lid, van de Ziekenfondswet.
In laatstgenoemd artikel is de verschuldigdheid van nominale premie geregeld.
Personen met een baan worden op grond van hun dienstbetrekking verzekerd ingevolge
de Ziekenfondswet en zijn als hoofdverzekerde derhalve zowel procentuele als
nominale ziekenfondspremie verschuldigd. Personen jonger dan 18 jaar hebben
vaak een kleine baan. Verhoudingsgewijs gaat een groot deel van hun netto-inkomen
op aan nominale ziekenfondspremie. Met name jongeren, veelal scholieren die
naast hun schoolwerk nog een paar uur per week werken, zien hun verworven
inkomen daaraan grotendeels opgaan. Dit werd zowel politiek als maatschappelijk
door velen als een ongewenste situatie ervaren. Dit heeft uiteindelijk geleid
tot het besluit de nominale premie voor personen, jonger dan 18 jaar, af te
schaffen.
In artikel 16a, eerste lid, van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
wordt de verschuldigdheid van nominale premie voor de in dat lid aangeduide
verzekerden geregeld. Analoog aan de wijziging van artikel 17, eerste lid,
van de Ziekenfondswet wordt artikel 16a, eerste lid, van het Aanwijzingsbesluit
verzekerden Zfw in voorliggend besluit zo gewijzigd, dat ook hier personen,
jonger dan 18 jaar, geen nominale premie meer verschuldigd zijn. Net als dat
voor de wijziging van artikel 17, eerste lid, Ziekenfondswet is geregeld,
krijgt de voorliggende wijziging terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2001.
Tevens vindt in het onderhavige besluit een technische wijziging plaats
van artikel 12a van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw. Deze technische
wijziging werkt terug tot en met 1 januari 1998.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
XNoot
1Stb. 1996, 66, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 2001,
Stb. 415.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid onder b, van de Wet op de Raad van
State, omdat het zonder meer instemmend luidt.