Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2001, 419Wet

Wet van 14 september 2001 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Douanewet en enige andere wetten, alsmede intrekking van de Tariefcommissiewet (vervanging van beroep bij de Tariefcommissie door beroep bij de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam en de instelling van beroep in cassatie in douanezaken)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om beroep bij de Tariefcommissie te vervangen door beroep bij de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam, het beroep bij de gerechtshoven met betrekking tot de terzake van de invoer geheven belastingen te vervangen door beroep bij het gerechtshof te Amsterdam en te voorzien in beroep in cassatie in douanezaken en daartoe de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Douanewet en enige andere wetten te wijzigen en de Tariefcommissiewet in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Artikel 75 van de Wet op de rechterlijke organisatie1 komt te luiden:

Artikel 75

Het gerechtshof te Amsterdam vormt en bezet op voorstel van de president onder de benaming van douanekamer enkelvoudige en meervoudige kamers voor het behandelen van en beslissen op beroepen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Een meervoudige kamer bestaat uit drie raadsheren.

ARTIKEL II

De Algemene wet inzake rijksbelastingen2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 26, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. «In afwijking van het eerste lid» wordt vervangen door: In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. «de Tariefcommissie» wordt vervangen door: het gerechtshof te Amsterdam.

3. De onderdelen a en b worden vervangen door:

a. een uitnodiging tot betaling dan wel

b. een beschikking die is genomen op grond van wettelijke bepalingen in de zin van de Douanewet.

B

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt.

2. In het tot tweede lid vernummerde derde lid wordt «aanhangig gemaakt bij de Tariefcommissie» vervangen door: in behandeling genomen door de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam.

C

In artikel 27a, onderdeel b, wordt «de Tariefcommissie» vervangen door: het gerechtshof te Amsterdam.

D

In artikel 27c vervallen het tweede lid en de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

E

In de artikelen 27e en 27g vervalt telkens «onderscheidenlijk de Tariefcommissie».

ARTIKEL III

In artikel 62 van de Wet op de accijns3 vervallen het tweede lid en de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL IV

Artikel 34, tweede lid, van de Douanewet4 komt te luiden:

  • 2. Tegen de uitspaak op het in het eerste lid bedoelde bezwaar kan de douane-expediteur beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam. Op het beroep is hoofdstuk V, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de artikelen 26 tot en met 26c, 27a en 27d, van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL V

Artikel 22, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 19685 vervalt.

ARTIKEL VI

In artikel 53b van de Wet op de ondernemingsraden6 wordt de komma voor «de leden van het College» vervangen door «en» en vervalt «, de Tariefcommissie».

ARTIKEL VII

In artikel 11 van de Wet veiligheidsonderzoeken7 wordt de komma voor «de leden van het College» vervangen door «en» en vervalt «, de leden van de Tariefcommissie».

ARTIKEL VIII

In artikel 26 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten8 vervallen het tweede lid en de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL IX

De Tariefcommissiewet9 wordt ingetrokken.

ARTIKEL X

  • 1. De benoemingen van de coördinerend ondervoorzitter en de leden van de Tariefcommissie worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president van onderscheidenlijk raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd. De datum van benoeming in het nieuwe ambt wordt gelijkgesteld met de datum van benoeming in het daaraan voorafgaande ambt.

  • 2. De benoemingen van de plaatsvervangende leden van de Tariefcommissie worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Amsterdam. Zij worden als zodanig niet beëdigd. De eerste en tweede volzin zijn niet van toepassing ten aanzien van de plaatsvervangende leden van de Tariefcommissie die al president van, coördinerend vice-president van, vice-president van, raadsheer in of raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Amsterdam zijn.

  • 3. De benoeming van de coördinerend ondervoorzitter van de Tariefcommissie tot raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Amsterdam vervalt.

  • 4. De opleidingseisen, geldend voor de benoeming tot raadsheer en raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof, gelden niet ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde benoemingen tot raadsheer onderscheidenlijk raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Amsterdam van degenen die voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lid onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de Tariefcommissie waren en niet aan deze eisen voldeden, en na dat tijdstip deelnemen aan de werkzaamheden van de douanekamer van dat gerechtshof.

  • 5. Een lid van de Tariefcommissie dat op grond van artikel 5 van de Tariefcommissiewet in het genot is van een vermeerdering van zijn salaris met 1/5 deel van het salaris dat is verbonden aan het vervullen van een volledige taak als lid van de Tariefcommissie, blijft in het genot van een vermeerdering van het salaris dat hij met toepassing of overeenkomstigetoepassing van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren ontvangt voor het vervullen van een volledige taak in een ander ambt dan dat van raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam, met 1/5 deel van het salaris dat is verbonden aan het vervullen van een volledige taak in het ambt van raadsheer in een gerechtshof, voor zolang hij na de inwerkingtreding van deze wet als raadsheer deelneemt aan de werkzaamheden van de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam.

ARTIKEL XI

Ten aanzien van de behandeling van het beroep, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld bij de Tariefcommissie, treedt het gerechtshof te Amsterdam in de plaats van de Tariefcommissie.

ARTIKEL XII

De administratie en het archief van de Tariefcommissie gaan van rechtswege over naar het gerechtshof te Amsterdam.

ARTIKEL XIII

Indien het bij koninklijke boodschap van 8 juni 2000 ingediende voorstel van Wet organisatie en bestuur gerechten tot wet is verheven en in werking treedt, komt artikel I te luiden:

Na artikel 2.4.2.8 van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.4.2.9

Het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam vormt en bezet onder de benaming van douanekamer enkelvoudige en meervoudige kamers voor het behandelen van en beslissen op beroepen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Een meervoudige kamer bestaat uit drie raadsheren.

ARTIKEL XIV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 14 september 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos

Uitgegeven de zevenentwintigste september 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1999, 195, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2000, Stb. 2001, 28.

XNoot
2

Stb. 1959, 301, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 december 2000, Stb. 570.

XNoot
3

Stb. 1991, 561, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 december 2000, Stb. 569.

XNoot
4

Stb. 1995, 535, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

XNoot
5

Stb. 1968, 329, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 december 2000, Stb. 569.

XNoot
6

Stb. 1990, 93, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 april 2001, Stb. 180.

XNoot
7

Stb. 1996, 525, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juni 2000, Stb. 284.

XNoot
8

Stb. 1992, 683, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 1998, Stb. 725.

XNoot
9

Stb. 1995, 400.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 27 648.

Handelingen II 2000/2001, blz. 5999.

Kamerstukken I 2000/2001, 27 648 (389).

Handelingen I 2000/2001, zie vergadering d.d. 11 september 2001.