Besluit van 31 augustus 2001, houdende wijziging
van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht effectenverkeer 1995
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 3 mei 2001,
no. FM 2001/709-M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling
Effectenverkeer;
Gelet op artikel 40 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juni 2001, nr. W06.01.0220/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 30 augustus
2001, no. FM 2001/1135-U;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Overdrachtsbesluit Wet toezicht effectenverkeer 19951
wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3, zesde lid, komt te luiden:
6. Over door de Stichting krachtens een algemene maatregel van bestuur, als
bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, onder b en c, 5, eerste lid, tweede
volzin, 6a, tweede en derde lid, 7, vierde lid, 11, eerste lid, en 17, eerste
lid, van de wet te stellen regels wordt door de Stichting vooraf met Onze
Minister overleg gevoerd.
B
Artikel 3, achtste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. het verlenen, wijzigen of intrekken van een vrijstelling als bedoeld
in de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 6c, eerste lid, 10, eerste lid,
18, eerste lid, en 25, eerste lid, van de wet;
C
Aan artikel 3 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
9. De Stichting maakt schriftelijke afspraken met de houder van de in artikel
6a, van de wet, bedoelde effectenbeurs waaraan effecten zijn genoteerd die
betrekking hebben op een uit te brengen openbaar bod, over het verstrekken
van informatie in die gevallen waarin de artikelen 9a tot en met 9v, van het
Besluit toezicht effectenverkeer 1995 van toepassing zijn.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 31 augustus 2001
Beatrix
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de vierde september 2001
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
Op 13 februari 2001 is het wetsvoorstel tot opneming in de Wet toezicht
effectenverkeer 1995 (Wte 1995) van bepalingen betreffende de openbare biedingen
op effecten door de Tweede Kamer aanvaard. Dit wetsvoorstel vervangt de bestaande
zelfregulering bij openbare biedingen zoals deze is neergelegd in Hoofdstuk
I van het SER-besluit Fusiegedragsregels door een publiekrechtelijk toezichtsstelsel.
In het wetsvoorstel is het raamwerk van de regelgeving opgenomen. De materiële
biedingsregels zullen in het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995)
worden opgenomen.
De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) is als wettelijke toezichthouder
die verantwoordelijk is voor het toezicht op het goede functioneren van de
effectenmarkten en de positie van de belegger op die markten, de aangewezen
toezichthouder. Door de inbedding in de Wte 1995 en het Bte 1995 hoeft dat
niet afzonderlijk in de wet te worden vastgelegd. Immers, in artikel 2 van
het Overdrachtsbesluit Wte 1995 is geregeld dat alle taken en bevoegdheden
van de Minister van Financiën op grond van de Wte 1995, voor zover niet
expliciet in artikel 40 van die wet uitgezonderd, worden overgedragen aan
de STE. Op grond van artikel 3 van het Overdrachtsbesluit Wte 1995 kunnen
aan de overdracht van de taken en bevoegdheden beperkingen worden gesteld,
respectievelijk voorschriften worden verbonden. In het onderhavige besluit
wordt bepaald dat de STE vooraf met de Minister van Financiën overleg
voert alvorens krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in
artikel 6a, tweede en derde lid, van de wet regels te stellen. Tevens wordt
bepaald dat de STE alle inlichtingen aan de Minister verstrekt die van belang
kunnen zijn voor het verlenen, wijzigen of intrekken van een vrijstelling
als bedoeld in artikel 6c van de wet.
In het nader rapport bij het Besluit van 3 juli 2001, houdende opneming
in het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 van bepalingen betreffende openbare
biedingen op effecten is aangegeven dat de informatie-uitwisseling tussen
de toezichthoudende autoriteit en de beurshouder in het Overdrachtsbesluit
Wte 1995 nader zal worden geregeld. In het onderhavige besluit is hierin voorzien
door aan de overdracht van de taken en bevoegdheden aan de STE als voorwaarde
te verbinden dat de STE schriftelijke afspraken maakt met de houder van de
in artikel 6a, van de wet, bedoelde effectenbeurs waaraan effecten zijn genoteerd
die betrekking hebben op een uit te brengen openbaar bod, over het verstrekken
van informatie in die gevallen waarin artikel 9a tot en met 9v, van het Besluit
toezicht effectenverkeer 1995 van toepassing zijn.
De Minister van Financiën,
G. Zalm
XNoot
1Stb. 1995, 624, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 mei 2001, Stb.
286.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid onder b, van de Wet op de Raad van
State, omdat het zonder meer instemmend luidt.