Besluit van 15 augustus 2001 inzake het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer (Besluit gebruik sofi-nummer Wbp)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 19 januari 2001, Directie Wetgeving, nr. 5075615/01/6;

Gelet op de artikelen 24, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 27 maart 2001, nr. W03.01.0050/I);

Gezien het nader rapport van de Minister van Justitie van 6 augustus 2001, nr. 5113108/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt onder sociaal-fiscaalnummer verstaan: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel 2

  • 1. Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van pensioenregelingen worden gebruikt door:

    a. de bedrijfspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;

    b. de ondernemingspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;

    c. de verzekeraars, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;

    d. de beroepspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;

    e. de stichting, bedoeld in artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds;

    f. Onze Minister van Defensie met het oog op de uitvoering van de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 2. Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van een spaarregeling die is gericht op een uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening worden gebruikt door de spaarfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

  • 3. Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens met het oog op hun taakuitoefening worden gebruikt door stichtingen die belast zijn met het uitvoeren van regelingen inzake vervroegd uittreden ingevolge een algemeen verbindend voorschrift.

  • 4. Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens worden gebruikt door:

    a. de Stichting Bureau voor Duitse zaken, ingesteld als verbindingsorgaan in het kader van de uitvoering van het Nederlands-Duits Verdrag inzake sociale verzekering en de Verordeningen (EG) nummers 1408/71 en 574/72 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Europese Gemeenschap verplaatsen;

    b. de Stichting Bureau voor Belgische zaken de sociale verzekeringen betreffende, ingesteld als verbindingsorgaan in het kader van de uitvoering van het Nederlands-Belgisch Verdrag inzake sociale verzekering en de Verordeningen (EG) nummers 1408/71 en 574/72 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Europese Gemeenschap verplaatsen.

  • 5. Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens worden gebruikt door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met het oog op het toezicht op de naleving van de Arbeidstijdenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Artikel 3

Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens worden gebruikt door:

a. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de gemeenten, de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de Wet van 15 december 1993, houdende regeling van de bestuurlijke verhouding tussen de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en de Informatie Beheer Groep, voorheen de Informatiseringsbank, en de bekostigde onderwijsinstellingen met het oog op de toekenning van studiefinanciering en de tegemoetkoming in de studiekosten;

b. de Universiteit van Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis Amsterdam, de Vrije Universiteit van Amsterdam, de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Academisch Ziekenhuis Nijmegen met het oog op de uitvoering van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel;

c. Het Fonds voor de Letteren en het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst met het oog op het toekennen van financiële bijdragen aan personen.

Artikel 4

Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens worden gebruikt door:

a. de Pensioen en Uitkeringsraad, bedoeld in de Wet op de Pensioen en Uitkeringsraad, met het oog op de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945;

b. de waterschappen met het oog op de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, bedoeld in de Waterschapswet, en de gemeenten met het oog op de uitwisseling van gegevens in het kader van de Wet waardering onroerende zaken;

c. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer met het oog op de uitvoering van de Wet individuele huursubsidie, de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1979, de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1984, de Beschikking jaarlijkse bijdragen bestaande eigen woningen en het Besluit woninggebonden subsidies, voorzover het betreft de uitvoering van de in dat besluit opgenomen regeling voor sociale-koopwoningen;

d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken met het oog op de uitvoering van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel;

e. gemeenten en samenwerkingsverbanden van gemeenten met het oog op de uitvoering van het Besluit woninggebonden subsidies, voor zover het betreft de uitvoering van de in dat besluit opgenomen regeling voor sociale-koopwoningen, koopstandplaatsen en koopwoonwagens.

Artikel 5

Het sociaal-fiscaalnummer kan bij de verwerking van persoonsgegevens worden gebruikt door:

a. de bureaus rechtsbijstandvoorziening, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de rechtsbijstand met het oog op de uitvoering van de hun bij de Wet op de rechtsbijstand opgedragen taken;

b. het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, met het oog op de krachtens dit besluit opgedragen taken;

c. het Schadefonds geweldsmisdrijven, bedoeld in artikel 2 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven met het oog op de uitvoering van de hem in die wet opgedragen taken;

d. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen ten behoeve van de in artikel 2, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen met het oog op de inning van onderhoudsbijdragen en op de vaststelling en inning van ouderbijdragen voor de jeugdhulpverlening bedoelde taken.

e. Onze Minister van Justitie met het oog op het uitoefenen van de bevoegdheid bedoeld in de artikelen 64, tweede lid, en 175, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

f. Onze Minister van Justitie met het oog op de uitvoering van de sociale zekerheidswetten door het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de instellingen die ten behoeve van dit instituut werkzaam zijn, de Sociale Verzekeringsbank en de gemeenten, voor zover het betreft personen die krachtens een rechterlijk bevel of uitspraak in een strafzaak in detentie verblijven.

Artikel 6

  • 1. De personen en instanties, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, gebruiken het sociaal-fiscaalnummer slechts voor zover dat noodzakelijk is ter uitvoering van hun taken of ten behoeve van de richtige uitvoering van wettelijke voorschriften, waarbij eveneens van dat nummer gebruik wordt gemaakt:

    a. in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft, en

    b. in hun contacten met de personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer.

  • 2. Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek dan wel op grond van een dwingende en gewichtige reden, kan desgevraagd een sociaal-fiscaalnummer aan een derde worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bescherming persoonsgegevens in werking treedt.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik sofi-nummer Wbp.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 15 augustus 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de drieëntwintigste augustus 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit strekt ertoe uitvoering te geven aan artikel 24, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Bij het opstellen van dit besluit is zo nauw mogelijk aangesloten bij de huidige regeling. De aanpassingen die hebben plaats gevonden betreffen slechts terminologische aanpassingen in verband met de Wbp. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de tekst van het besluit aan te passen aan een aantal wetswijzigingen die onlangs hebben plaatsgevonden.

Over het ontwerp van dit besluit is op 21 december 1999 overeenkomstig artikel 37, derde lid, van de Wpr advies van de Registratiekamer gevraagd. De Registratiekamer heeft vervolgens op 14 februari 2000, kenmerk 99.A.1203.01, advies uitgebracht.

Het Besluit van 26 maart 1996, inzake het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer) dat is gebaseerd op de Wet persoonsregistratries (Wpr), zal op het moment van inwerkingtreding van de Wbp komen te vervallen.

Artikelsgewijs

Het nieuw voorgestelde Besluit gebruik sofi-nummer Wbp wijkt slechts op enkele punten af van het (vrijwel) gelijknamige besluit dat op de Wpr was gebaseerd. De wijzigingen betreffen enkel noodzakelijke aanpassingen in verband met de inwerkingtreding van de Wbp. Inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het vorige rechtsregime zijn niet aan de orde. In de aanhef van de verschillende artikelen is telkenmale de zinsnede «in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit» geschrapt in verband met de reikwijdte van de Wbp. Er is van afgezien het begrip «het gebruik van sofi-nummer» te vervangen door «het verwerken van sofi-nummers». Hoewel gezien het bereik van dit besluit strikt genomen de term «verwerken» de voorkeur zou verdienen – het «gebruik» van gegevens is immers een species van het genus verwerken van gegevens – is gekozen voor het begrip «gebruik». Het laatste begrip wordt immers ook gehanteerd in artikel 24, tweede lid, van de Wbp en artikel 8, zevende lid, van de richtlijn. Wel wordt in aansluiting op artikel 24, eerste lid, van de Wbp in de aanhef telkenmale gesproken van «bij de verwerking van persoonsgegevens gebruikt voor». De term «gebruik» heeft in deze samenhang dezelfde reikwijdte als de term «verwerking».

In artikel 2 zijn een aantal wijzigingen aangebracht die voortvloeien uit wetswijzigingen die onlangs hebben plaatsgevonden. Als gevolg daarvan is de aparte aanduiding van de rechtspersoon niet meer noodzakelijk dan wel is het gebruik van het sofi-nummer op wetsniveau is geregeld.

De Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) is met ingang van 1-1-1998 vervangen door de Wet sociale werkvoorziening. De stichtingen die waren opgericht in verband met de (aanvullende) pensioenvoorziening voor personen, die werkzaam zijn op een WSW-dienstbetrekking hebben met het vervallen van de WSW geen aparte status meer, omdat er geen aparte wettelijke regeling meer bestaat voor de pensioenaanspraken van deze werknemers. De pensioenvoorziening van deze werknemers wordt nu bij collectieve arbeidsovereenkomst geregeld. Deze stichtingen onderscheiden zich niet meer van de pensioenfondsen, die in onderdeel a, van artikel 2 worden genoemd en behoeven daarom niet meer apart te worden aangeduid.

Het Fonds Voorheffing Pensioenvoorzieningen (FVP) is bij de Wet privatisering FVP geprivatiseerd. Er is een stichting opgericht, waarnaar de vermogensbestanddelen van dit Fonds zijn overgaan. In artikel 10 van de Wet privatisering FVP wordt het gebruik van het sofi-nummer door deze stichting geregeld. Het gebruik door het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering kan dus vervallen.

De wijziging van het vijfde lid van artikel 2 hangen ook samen met wetswijzigingen. Het gebruik van het sofi-nummer door de Arbeidsinspectie is inmiddels in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 geregeld. In de Arbeidsvoorzieningswet 1996 is het gebruik van het sofi-nummer al geregeld; de verwijzing naar die wet in het huidige besluit betrof het toezicht op het stelsel van private arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Dit wordt nu geregeld in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Het gebruik van het sofi-nummer door de Arbeidsinspectie in verband met deze taakuitoefening dient echter nog wel geregeld te worden, omdat artikel 13 van die wet daarin niet voorziet. Hetzelfde geldt voor het toezicht op de naleving van de Arbeidstijdenwet (niet geregeld in artikel 8:1 van die wet).

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Justitie.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 11 september 2001, nr. 175.

Naar boven