Besluit van 8 augustus 2001, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, artikel I, onderdeel K, de wet van 7 september 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten omtrent de straf van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte (taakstraffen) en het Reglement justitiële jeugdinrichtingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie a.i., van 31 juli 2001, nr. 5110617/01/6;

Gelet op artikel 90 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, artikel V van de wet van 7 september 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten omtrent de straf van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte (taakstraffen) en artikel 90 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Met ingang van 1 september 2001 treden de volgende wetten in werking, in de hieronder aangegeven volgorde:

1. de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

2. Artikel I, onderdeel K, van de wet van 7 september 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten omtrent de straf van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte (taakstraffen) (Stb. 2000, 365).

Artikel 2

Het Reglement justitiële jeugdinrichtingen treedt in werking met ingang van 1 september 2001.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 8 augustus 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de zestiende augustus 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven