Besluit van 11 mei 2001, houdende wijziging van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht effectenverkeer 1995

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 27 maart 2001, no. FM 2001/440-M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Effectenverkeer;

Gelet op artikel 40 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;

De Raad van State gehoord (advies van 26 april 2001, No.

W06.01.0170/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 7 mei 2001, no. FM 2001/752-U;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In het Overdrachtsbesluit Wet toezicht effectenverkeer 19951 worden in artikel 3, achtste lid, onder verlettering van de onderdelen i tot en met m tot n tot en met r, vijf onderdelen ingevoegd, luidende:

i. het verlenen, wijzigen of intrekken van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 26a, eerste en negende lid, van de wet;

j. het verbinden van beperkingen of voorschriften aan een verklaring van geen bezwaar op grond van artikel 26a, vijfde lid;

k. het stellen van een termijn als bedoeld in artikel 26a, zesde en achtste lid, van de wet;

l. het instellen van een vordering tot vernietiging van een besluit als bedoeld in artikel 26a, zevende lid, van de wet;

m. het verbinden van nadere beperkingen of nadere voorschriften aan een verklaring van geen bezwaar op grond van artikel 26a, negende lid, van de wet;

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 11 mei 2001

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de achtentwintigste juni 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Met de wet van 22 maart 2001 houdende wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 in verband met de toetsing van gekwalificeerde deelnemingen in effectenbeurzen (vvgb-stelsel voor beurzen) wordt kort gezegd het verbod ingevoerd om zonder verklaring van geen bezwaar een deelneming te houden, te verwerven of te vergroten in een houder van een effectenbeurs wanneer deze deelneming meer dan 10% omvat.

Daar het voorgestelde vvgb-stelsel voor beurzen nauw samenhangt met de taak en bevoegdheid van de Minister van Financiën om erkenningen aan houders van effectenbeurzen te verlenen, wordt de bevoegdheid om deze verklaring af te geven niet overgedragen aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Aan de STE komt wel een adviserende rol toe omtrent het al dan niet verlenen/intrekken van een verklaring van geen bezwaar dan wel het stellen van nadere beperkingen of het verbinden van nadere voorschriften aan deze verklaring.

Op grond van artikel 29 van de Wte 1995 kan de STE inlichtingen inwinnen die benodigd zijn voor het beoordelen van een aanvraag in dit kader. De wijziging van het onderhavige besluit voorziet erin dat de STE verplicht is deze informatie aan de Minister van Financiën ten behoeve van diens taak en bevoegdheid op grond van artikel 26a van de Wte 1995 te verstrekken.

De Minister van Financiën,

G. Zalm


XNoot
1

Stb. 1995, 624, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 augustus 1999, Stb. 360.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven