Besluit van 9 mei 2001, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, het Kaderbesluit rechtspositie VO en het Kaderbesluit rechtspositie BVE onder meer in verband met verkorting van carrièrepatronen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van 7 februari 2001, nr. WJZ/2001/3897 (2912), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 33, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 33, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 38a, tweede lid, en artikel 153, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4.1.2, tweede lid, en artikel 4.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 12 maart 2001, nr W05.01.0080/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van 1 mei 2001, nr. 2001/12890 (2912), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I-A1, wordt in onderdeel j na «V-P5,» en voor «waarop de betrokkene ingevolge dit besluit aanspraak heeft» ingevoegd: V-R102, tweede lid, derde lid en vierde lid, en V-R103, tweede lid, derde lid en vierde lid.

B

Artikel I-P13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt het salaris van de betrokkene wanneer het voorlaatste salarisnummer beginnend met de letter U van schaal 1, 2, 3 of 4 is bereikt, na twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag.

2. Het derde lid vervalt.

C

Artikel I-R107 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Behoudens het vijfde lid heeft de betrokkene die is benoemd in een functie met maximumschaal 11 of lager en wiens salaris op 31 juli van enig schooljaar is vastgesteld op het hoogste bedrag in de bij zijn functie behorende aanloopschaal met ingang van 1 augustus van het daarop volgende schooljaar recht op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal op het bedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het salaris dat op 31 juli daaraan voorafgaand voor hem gold. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de betrokkene die is benoemd in een functie met maximumschaal 12 en wiens salaris op 31 juli van enig schooljaar is vastgesteld op het hoogste bedrag in de hoogste bij zijn functie behorende aanloopschaal.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «maximumschaal 12 of hoger» vervangen door: maximumschaal 13.

3. In het derde lid wordt de zinsnede «In afwijking van het bepaalde in het eerste of tweede lid en behoudens het bepaalde in het vijfde lid» vervangen door: In afwijking van het tweede lid en behoudens het vijfde lid.

4. In het vierde lid wordt de zinsnede «worden mede in aanmerking genomen de schooljaren» vervangen door: wordt mede in aanmerking genomen het schooljaar.

D

Artikel I-S103, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Indien de betrokkene direct voorafgaand aan zijn benoeming een onderwijsfunctie heeft vervuld waarin hij laatstelijk reeds voor de duur van een jaar werd bezoldigd naar een bedrag vermeld achter het voorlaatste salarisnummer beginnend met de letter U van een van dezelfde schalen 1 tot en met 4 als die waarin het salaris, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld, wordt die periode van tenminste een jaar in mindering gebracht op de periode van twee jaar, bedoeld in artikel I-P13, tweede lid, in die nieuwe functie.

E

Na artikel V-R101 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel V-R102 Aanspraak salarisverhoging en aanspraak toelage bij ononderbroken dienstverband

  • 1. De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, die op 31 december 1999 was benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R en die op 1 januari 2000 in diezelfde functie blijft benoemd, heeft onverminderd artikel I-R103, eerste lid, en met inachtneming van het voor hem geldende carrièrepatroon met ingang van 1 januari 2000 aanspraak op een salarisbedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het bedrag dat hij op 31 december 1999 genoot indien:

    a. hij op 31 december 1999 op grond van artikel I-R107, eerste lid, voor het tweede of derde achtereenvolgende schooljaar werd bezoldigd naar het hoogste bedrag in de bij zijn functie behorende aanloopschaal;

    b. hij op 31 december 1999 op grond van artikel I-R107, tweede lid, voor het tweede achtereenvolgende schooljaar werd bezoldigd naar het hoogste bedrag in de hoogste bij zijn functie behorende aanloopschaal of

    c. hij op 31 december 1999 werd bezoldigd naar een bedrag van de bij zijn functie behorende maximumschaal anders dan het maximumsalaris.

  • 2. De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, aanhef, heeft met ingang van 1 januari 2000 aanspraak op een toelage als bedoeld in bijlage 2, onderdeel 6, overeenkomstig de bij de functie behorende maximumschaal, indien:

    a. hij op 31 december 1999 werd bezoldigd naar het maximumsalaris van de bij zijn functie behorende maximumschaal als bedoeld in hoofdstuk I-R of

    b. hij op 31 december 1999 werd bezoldigd naar een salaris overeenkomstig het voor hem op grond van artikel V-R201, V-R301 of V-R401 vastgestelde uitzicht dan wel op die datum werd bezoldigd op grond van artikel V-P1, tweede lid, tweede volzin en derde volzin.

  • 3. De betrokkene die op grond van het eerste lid aanspraak maakte op een salarisverhoging, en die in de functie, bedoeld in het eerste lid, blijft benoemd, heeft met ingang van 1 augustus van het jaar, bedoeld in bijlage 2, onderdeel 7, aanspraak op een toelage als bedoeld in bijlage 2, onderdeel 6, overeenkomstig de bij de functie behorende maximumschaal.

  • 4. De betrokkene die geen aanspraak maakte op een salarisverhoging op grond van het eerste lid, uitsluitend om de reden dat hij op 1 januari 2000 niet voldeed aan de promotiecriteria, bedoeld in artikel I-R103, eerste lid, en in de functie, bedoeld in het eerste lid, blijft benoemd, heeft met ingang van 1 augustus volgend op het jaar waarin hij is bezoldigd naar het maximumsalaris van de bij zijn functie behorende maximumschaal aanspraak op de op hem van toepassing zijnde toelage, bedoeld in bijlage 2, onderdeel 6, indien hij vóór 1 augustus 2001 alsnog aan die promotiecriteria voldoet.

  • 5. De betrokkene die op grond van het tweede, het derde of het vierde lid aanspraak heeft op een maandelijkse toelage en die op enig moment na 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R met dezelfde maximumschaal als welke direct voorafgaand aan die benoeming voor hem gold, behoudt die aanspraak. De tijd gedurende welke een uitkering ingevolge het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel werd genoten, wordt niet als onderbreking van het dienstverband aangemerkt.

  • 6. De toelage, bedoeld in het tweede, het derde, het vierde en het vijfde lid, bedraagt een evenredig deel van het in bijlage 2, onderdeel 6, bedoelde maandbedrag rekenkundig afgerond op centen, indien de betrokkene een betrekkingsomvang anders dan een normbetrekking heeft.

Artikel V-R103 Aanspraak hogere vaststelling salaris en aanspraak toelage bij benoeming op of na 1 januari 2000

  • 1. Van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, die op 31 december 1999 was benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R en die op 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R of een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-S, wordt ten behoeve van de vaststelling van het salaris in de nieuwe functie, het in die vorige onderwijsfunctie genoten salaris onverminderd artikel I-R103, eerste lid, en met inachtneming van het toen voor hem geldende carrièrepatroon, vastgesteld op een salarisbedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het bedrag dat hij op 31 december 1999 genoot indien is voldaan aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel V-R102, eerste lid, onder a, b en c. De eerste volzin is niet van toepassing op de betrokkene die wordt benoemd in een functie als bedoeld in artikel I-P9, tweede lid.

  • 2. Op de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, aanhef, die op 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R met dezelfde maximumschaal als welke direct voorafgaand aan die benoeming voor hem gold, is artikel V-R102, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Op de betrokkene die op 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R met dezelfde maximumschaal als welke direct voorafgaand aan die benoeming voor hem gold, en wiens salaris op grond van het eerste lid hoger werd vastgesteld en die voorts in diezelfde functie blijft benoemd, is artikel V-R102, derde lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Op de betrokkene die op 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R met dezelfde maximumschaal als welke direct voorafgaand aan die benoeming voor hem gold, en wiens salaris niet hoger werd vastgesteld op grond van het eerste lid, uitsluitend om de reden dat hij op 1 januari 2000 niet voldeed aan de promotiecriteria, bedoeld in artikel I-R103, eerste lid, en die voorts in diezelfde functie blijft benoemd, is artikel V-R102, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 5. De betrokkene die op grond van het tweede, het derde of het vierde lid aanspraak heeft op een maandelijkse toelage en die op enig moment na 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R met dezelfde maximumschaal als welke direct voorafgaand aan die benoeming voor hem gold, behoudt die aanspraak. De tijd gedurende welke een uitkering ingevolge het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel werd genoten, wordt niet als onderbreking van het dienstverband aangemerkt.

  • 6. De toelage, bedoeld in het tweede, het derde, het vierde en het vijfde lid, bedraagt een evenredig deel van het in bijlage 2, onderdeel 6, bedoelde maandbedrag rekenkundig afgerond op centen, indien de betrokkene een betrekkingsomvang anders dan een normbetrekking heeft.

F

Na artikel V-S102 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel V-S103 Salarisaanspraak per 1 januari 2000

  • 1. De betrokkene, bedoeld in I-A1, onder e1, e2, en e16, die op 31 december 1999 was benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-S en die op 1 januari 2000 in diezelfde functie blijft benoemd, heeft met ingang van 1 januari 2000 aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in bijlage S13 indien hij op 31 december 1999 voldeed aan een van de volgende voorwaarden:

    a. hij werd voor het tweede, derde of vierde achtereenvolgende jaar bezoldigd naar het bij zijn functie behorende maximumsalaris in schaal 1, 2, 3, 4 of 5, of

    b. hij werd bezoldigd naar een bedrag vermeld achter een salarisnummer beginnend met de letter U.

  • 2. Van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, die op 31 december 1999 was benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-S en die op 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-S of een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-R, wordt ten behoeve van de vaststelling van het salaris in de nieuwe functie het in die vorige onderwijsfunctie genoten salaris vastgesteld zoals het zou zijn vastgesteld op grond van het eerste lid, indien op 31 december 1999 is voldaan aan een van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onder a en b. De eerste volzin is niet van toepassing op de betrokkene die wordt benoemd in een functie als bedoeld in artikel I-P9, tweede lid.

G

Bijlage 1A wordt vervangen door:

Bijlage 1A bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel bevattende salarisschalen met salarisnummers en maandbedragen in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000

Schaal 1Schaal 2Schaal 3
Sal.nr.bedrag Sal.nr.bedrag Sal.nr. bedrag
0 25540 2607 0 2662
1 2662 1 2719 12719
2 2769 2 2821 2 2821
3 28213 2939 3 2939
  4 3017 4 3106
U4 2879   5 3212
U5 2939 U5 31066 3316
U7 3017 U6 3212   
  U83316 U7 3416
    U8 3516
    U10 3611
Schaal 4 Schaal 5 Schaal 6
Sal.nr. Bedrag Sal.nr.bedrag Sal.nr. bedrag
027190282103017
127691293913106
228792310623316
330173331633516
432124341643611
533165351653707
634166361163801
735167370773894
  8380183992
U83611  94089
U93707U93894104183
U113801U103992  
Schaal 7 Schaal 8 Schaal 9
Sal.nr. Bedrag Sal.nr.Bedrag Sal.nr. bedrag
034160389404284
135161408914493
237072428424725
338943449334926
439924461445128
540895472555319
641836482165507
742847492675716
843868503385902
9449395128  
104614105219  
Schaal 10Schaal 11 Schaal 12
Sal.nr. BedragSal.nr. Bedrag Sal.nr. bedrag
040890550706691
142841571616890
244932590227088
347253608937286
449264627547478
551285648457680
653196669167879
755077689078070
857168708888269
959029728698517
106089107478108640
116275117580  
126484    
Schaal 13Schaal 14Schaal 15
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
076800 80700 8764
178791 82691 9014
280702 85172 9263
382693 87643 9511
485174 90144 9774
587645 9263510043
690146 9511610321
792637 9774710654
89382810043810997
  910321911352
Schaal 16Schaal 17Schaal 18
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
0 9511010321011352
1 9774110654111718
210043210997212096
310321311352312486
410654411718412889
510997512096513305
611352612486613734
711718712889714177
812096813305814634
912486913734915106

H

Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift vervalt de zinsnede «per 1 juli 1990».

2. In onderdeel 1 wordt na de aanduiding van het met de tabel corresponderende artikel en voor de tabel «Per 1 juli 1990» ingevoegd.

3. In onderdeel 2 wordt na de aanduiding van het met de tabel corresponderende artikel en voor de tabel «Per 1 juli 1990» ingevoegd.

4. Er worden twee onderdelen toegevoegd:

  • 6. Artikel V-R102, tweede lid, derde lid, vierde lid en vijfde lid, en artikel V-R103, tweede lid, derde lid, vierde lid en vijfde lid, toelagen in maandbedragen in guldens behorend bij een normbetrekking

    Per 1 januari 2000

    MaximumschaalToelage
    953,00
    1046,00
    1186,00
    1242,00
  • 7. Artikel V-R102, derde lid, en artikel V-R103, derde lid

    Maximumschaal 9

    Bezoldiging op 31-12-1999 Toelage per
    8.10 2e schooljaar, ex art. I-R107, eerste lid 1-8-2003
    8.10 3e schooljaar, ex art. I-R107, eerste lid 1-8-2003
    9.51-8-2002
    9.6 1-8-2001
    9.7 1-8-2000

    Maximumschaal 10

    Bezoldiging op 31-12-1999 Toelage per
    9.8 2e schooljaar, ex art. I-R107, eerste lid 1-8-2002
    9.8 3e schooljaar, ex art. I-R107, eerste lid 1-8-2002
    10.101-8-2001
    10.11 1-8-2000

    Maximumschaal 11

    Bezoldiging op 31-12-1999 Toelage per
    10.12 2e schooljaar, ex art. I-R107, eerste lid 1-8-2005
    10.12 3e schooljaar, ex art. I-R107, eerste lid 1-8-2005
    11.61-8-2004
    11.7 1-8-2003
    11.8 1-8-2002
    11.91-8-2001
    11.10 1-8-2000

    Maximumschaal 12

    Bezoldiging op 31-12-1999 Toelage per
    11.11 2e schooljaar, ex art. I-R107, tweede lid 1-8-2005
    12.51-8-2004
    12.6 1-8-2003
    12.7 1-8-2002
    12.81-8-2001
    12.9 1-8-2000

I

Na bijlage S12 wordt een bijlage ingevoegd:

Bijlage S13 bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel bevattende salarisaanspraken op grond van artikel V-S103, eerste lid

Per 1 januari 2000

Maximumschaal 1

Bezoldiging was op 31-12-1999 Bezoldiging wordt op 01-01-2000
1.3 1e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U4
1.3 2e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U5
1.3 3e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U5 Wachtjaar ex art. I-P13, tweede lid
U7 U7
U7 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U7
U9 U7
U9 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U7
U11 U7

Maximumschaal 2

Bezoldiging was op 31-12-1999 Bezoldiging wordt op 01-01-2000
2.4 1e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U5
2.4 2e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U6
2.4 3e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U6 Wachtjaar ex art. I-P13, tweede lid
U8 U8
U8 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U8
U10 U8
U10 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U8
U12 U8

Maximumschaal 3

Bezoldiging was op 31-12-1999 Bezoldiging wordt op 01-01-2000
3.6 1e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U7
3.6. 2e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U8
3.6 3e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U8 Wachtjaar ex art. I-P13, tweede lid
U10U10
U10 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U10
U12U10
U12 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U10
U14U10

Maximumschaal 4

Bezoldiging was op 31-12-1999 Bezoldiging wordt op 01-01-2000
4.7 1e jaar, ex art.I-P13, tweede lid U8
4.7 2e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U9
4.7 3e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U9 Wachtjaar ex art. I-P13, tweede lid
U11 U11
U11 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U11
U13 U11
U13 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U11
U15U11

Maximumschaal 5

Bezoldiging was op 31-12-1999 Bezoldiging wordt op 01-01-2000
5.8 1e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U9
5.8 2e jaar, ex art. I-P13, tweede lid U10
5.8 3e jaar, ex art I-P13, tweede lid U10
U12 U10
U12 Wachtjaar ex art.I-P13, tweede lid U10
U14 U10

ARTIKEL II

Het Kaderbesluit rechtspositie VO2 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, vierde lid, wordt na «salarisbedragen» ingevoegd: en stelt regels vast met betrekking tot de in bijlage 1E vermelde toelage.

B

Bijlage 1A wordt vervangen door:

Bijlage 1A bij het Kaderbesluit rechtspositie VO

Salarisschalen met salarisnummers en maandbedragen in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000

Schaal 1 Schaal 2 Schaal 3
Sal.nr.bedrag Sal.nr.bedrag Sal.nr. Bedrag
025540260702662
126621271912719
227692282122821
328213293932939
  4301743106
U42879  53212
U52939U5310663316
U73017U63212  
  U83316U73416
    U83516
    U103611
Schaal 4Schaal 5 Schaal 6
Sal.nr.bedragSal.nr.bedragSal.nr.Bedrag
027190282103017
127691293913106
228792310623316
330173331633516
432124341643611
533165351653707
634166361163801
735167370773894
  8380183992
U83611  94089
U93707U93894104183
U113801U103992  
Schaal 7Schaal 8Schaal 9
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.Bedrag
034160389404284
135161408914493
237072428424725
338943449334926
439924461445128
540895472555319
641836482165507
742847492675716
843868503385902
9449395128  
104614105219  
Schaal 10Schaal 11Schaal 12
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.Bedrag
040890550706691
142841571616890
244932590227088
347253608937286
449264627547478
551285648457680
653196669167879
755077689078070
857168708888269
959029728698517
106089107478108640
116275117580  
126484    
Schaal 13Schaal 14Schaal 15
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.Bedrag
076800 80700 8764
178791 82691 9014
280702 85172 9263
382693 87643 9511
485174 90144 9774
587645 9263510043
690146 9511610321
792637 9774710654
89382810043810997
  910321911352
Schaal 16Schaal 17Schaal 18
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
0 9511010321011352
1 9774110654111718
210043210997212096
310321311352312486
410654411718412889
510997512096513305
611352612486613734
711718712889714177
812096813305814634
912486913734915106

C

Bijlage 1C wordt vervangen door:

Bijlage 1C bij het Kaderbesluit rechtspositie VO

Maandsalarissen onderwijzend personeel in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000 behorend bij maximumschaal

Sal.nr. Schaal 9 Sal.nr. Schaal 10Sal.nr. Schaal 11
3 4089 2 4243 2 4268
4 4159 3 4313 3 4452
5 4229 44412 4 4679
6 4298 5 4481 5 4831
7 4367 6 4593 6 4998
8 4440 74666 7 5071
9 4481 8 4731 8 5144
10 4518 9 4804 9 5280
11 4557 104883 10 5421
12 4609 11 4962 115609
13 4656 12 5039 12 5794
144708 13 5085 13 5948
15 4752 145131 14 6134
16 4800 15 5179 10.116275
17 4876 16 5219 10.12 6484
8.74926 9.5 5319 11.6 6691
8.8 5033 9.65507 11.7 6890
8.9 5128 9.7 5716 11.87088
8.10 5219 9.8 5902 11.9 7286
9.55319 10.10 6089 11.10 7478
9.6 550710.11 6275 11.11 7580
9.7 5716 10.126484   
9.8 5902    

D

Na bijlage 1D wordt een bijlage ingevoegd:

Bijlage 1E bij het Kaderbesluit rechtspositie VO

Toelage volgens artikel 3, vierde lid, in maandbedragen in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000

MaximumschaalToelage
953,00
1046,00
1186,00
1242,00

ARTIKEL III

Het Kaderbesluit rechtspositie BVE3 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, vierde lid, wordt na «salarisbedragen» ingevoegd: en stelt regels vast met betrekking tot de in bijlage 1E vermelde toelage.

B

Bijlage 1A wordt vervangen door:

Bijlage 1A bij het Kaderbesluit rechtspositie BVE

Salarisschalen met salarisnummers en maandbedragen in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000

Schaal 1Schaal 2Schaal 3
Sal.nr.bedragSal.nr.bedragSal.nr.bedrag
025540260702662
126621271912719
227692282122821
328213293932939
  4301743106
U42879  53212
U52939U5310663316
U73017U63212  
  U83316U73416
    U83516
    U103611
Schaal 4Schaal 5 Schaal 6
Sal.nr.bedragSal.nr.bedragSal.nr.bedrag
027190282103017
127691293913106
228792310623316
330173331633516
432124341643611
533165351653707
634166361163801
735167370773894
  8380183992
U83611  94089
U93707U93894104183
U113801U103992  
Schaal 7Schaal 8 Schaal 9
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
034160389404284
135161408914493
237072428424725
338943449334926
439924461445128
540895472555319
641836482165507
742847492675716
843868503385902
9449395128  
104614105219  
Schaal 10Schaal 11 Schaal 12
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
040890550706691
142841571616890
244932590227088
347253608937286
449264627547478
551285648457680
653196669167879
755077689078070
857168708888269
959029728698517
106089107478108640
116275117580  
126484    
Schaal 13Schaal 14 Schaal 15
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
076800 80700 8764
178791 82691 9014
280702 85172 9263
382693 87643 9511
485174 90144 9774
587645 9263510043
690146 9511610321
792637 9774710654
89382810043810997
  910321911352
Schaal 16Schaal 17 Schaal 18
Sal.nr.bedragSal.nr.BedragSal.nr.bedrag
0 9511010321011352
1 9774110654111718
210043210997212096
310321311352312486
410654411718412889
510997512096513305
611352612486613734
711718712889714177
812096813305814634
912486913734915106

C

Bijlage 1C wordt vervangen door:

Bijlage 1C bij het Kaderbesluit rechtspositie BVE

Maandsalarissen onderwijzend personeel in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000 behorend bij maximumschaal

Sal.nr. Schaal 9 Sal.nr. Schaal 10Sal.nr. Schaal 11
3 4089 2 4243 2 4268
4 4159 3431334452
542294441244679
642985448154831
743676459364998
844407466675071
944818473185144
1045189480495280
114557104883105421
124609114962115609
134656125039125794
144708135085135948
154752145131146134
16480015517910.116275
17487616521910.126484
8.749269.5531911.66691
8.850339.6550711.76890
8.951289.7571611.87088
8.1052199.8590211.97286
9.5531910.10608911.107478
9.6550710.11627511.117580
9.7571610.126484  
9.85902    

D

Na bijlage 1D wordt een bijlage ingevoegd:

Bijlage 1E bij het Kaderbesluit rechtspositie BVE

Toelage volgens artikel 3, vierde lid, in maandbedragen in guldens behorend bij een normbetrekking

Per 1 januari 2000

MaximumschaalToelage
953,00
1046,00
1186,00
1242,00

ARTIKEL IV

Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen, het Kaderbesluit rechtspositie VO en het Kaderbesluit rechtspositie BVE zoals luidend voor 1 januari 2000 blijven van toepassing op beslissingen en geschillen die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan die datum.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 9 mei 2001

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de eenendertigste mei 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector onderwijs 1999-2000 die betrekking heeft op het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, is onder meer vastgelegd de afspraak op hoofdlijnen die inhoudt dat de carriërepatronen van leraren die zijn benoemd in een functie met maximumschaal 9, 10, 11 of 12, worden verkort met ingang van 1 januari 2000. Die verkorting moet worden gerealiseerd door het laten vervallen van de zogenaamde periodiekenstop volgens artikel I-R107, eerste lid en tweede lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Tevens is daarbij afgesproken dat de eerste drie zogenaamde wachtjaren en de eerste uitloopperiodiek van het onderwijsondersteunend personeel dat is benoemd in een functie met maximumschaal 1, 2, 3, 4 of 5, naar artikel I-P13, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, met ingang van 1 januari 2000 zullen komen te vervallen. In het betreffende uitwerkingsoverleg is over deze onderwerpen overleg gevoerd en dat heeft geleid tot wijziging van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Rpbo). Daarin is mede de aanspraak op een toelage opgenomen ten aanzien van het onderwijsgevend personeel dat geen baat meer heeft of slechts ten dele baat zou hebben gehad bij de verkorting van de carriërepatronen per 1 januari 2000. Met betrekking tot het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie is in verband met de in de bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst gemaakte afspraken, het Kaderbesluit rechtspositie VO respectievelijk het Kaderbesluit rechtspositie BVE aangepast. Het betreft onder meer de wijziging van bijlage 1A, bijlage 1C en de toevoeging van bijlage 1E.

De onderhavige wijzigingen van het Rpbo, het Kaderbesluit rechtspositie VO en het Kaderbesluit rechtspositie BVE hebben geen gevolgen voor de Rijksbegroting. Voor de betreffende wijzigingen, die in de CAO sector onderwijs (PO,VO,BVE) 1999-2000 zijn overeengekomen, waren middelen uit het CAO-budget beschikbaar.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A (artikel I-A1)

In verband met de toevoeging van de artikelen V-R102 en V-R103 aan het Rpbo, is artikel I-A1 aangepast. Op grond van artikel V-R102, tweede lid, derde lid en vierde lid, en artikel V-R103, tweede lid, derde lid en vierde lid, heeft het onderwijsgevend personeel in een functie met maximumschaal 9, 10, 11 of 12 onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een schaalgebonden, maandelijkse toelage die voor wat betreft de normbetrekking is opgenomen in bijlage 2, onderdeel 6. Door de aanpassing van artikel I-A1 valt nu ook de desbetreffende toelage onder het in het Rpbo gehanteerde begrip «bezoldiging». De hoogte van de bezoldiging is bijvoorbeeld bepalend voor de hoogte van de vakantie-uitkering op grond van artikel I-L2.

Artikel I, onderdeel B (artikel I-P13)

Artikel I-P13, tweede lid (oud), bepaalde op welke wijze het salaris werd verhoogd van de betrokkene die het maximumsalaris heeft bereikt van een schaal waarin salarisnummers beginnend met de letter U zijn vermeld, te weten de salarisschalen 1 tot en met 5. Die bepaling vervalt en het bepaalde in het eerste lid omtrent de periodieke verhoging (de hoofdregel) is nu ook op de bovengenoemde betrokkene van toepassing. Artikel I-P13, eerste lid, bepaalt dat het salaris van de betrokkene van wie het dienstverband niet wordt onderbroken, binnen het begintraject, aanlooptraject of de schaal jaarlijks op 1 augustus wordt verhoogd tot het naasthogere bedrag. Hierop is een uitzondering gemaakt in een nieuw tweede lid, dat bepaalt dat het salaris voor de schalen 1 tot en met 4 slechts wordt verhoogd tot het hoogste bedrag vermeld achter een salarisnummer beginnend met een letter U, twee jaar na het bereiken van het voorlaatste salarisnummer beginnend met de letter U. Het derde lid vervalt in verband met de wijziging van het tweede lid. De eerste drie zogenaamde wachtjaren en de eerste zogenaamde uitloopperiodiek ten aanzien van de schalen 1 tot en met 5 van het Rpbo zijn aldus komen te vervallen.

Artikel I, onderdeel C (artikel I-R107)

Het eerste lid bepaalt dat het onderwijsgevend personeel dat is benoemd in een functie met maximumschaal 9, 10, 11 of 12 recht heeft op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal aansluitend op het schooljaar waarin hij wordt bezoldigd naar het hoogste bedrag van de bij zijn functie behorende aanloopschaal of, voor zover het maximumschaal 12 betreft, naar het hoogste bedrag van de hoogste bij zijn functie behorende aanloopschaal. Voor het onderwijsgevend personeel dat is benoemd in een functie met maximumschaal 13 blijft de overgang van de aanloopschaal naar de maximumschaal onverkort geregeld in het tweede lid. Van onderwijsgevend personeel dat is benoemd in een functie met een maximumschaal hoger dan 13, wordt de overgang naar de maximumschaal niet langer geregeld. Een reden daarvoor is gelegen in het feit dat op basis van het huidige artikel I-P2, vierde lid, benoemingen in niet-normfuncties als bedoeld in hoofdstuk I-R, nog slechts kunnen leiden tot inschaling van onderwijsgevend personeel in maximumschaal 13. Immers, de maximumschaal van een dergelijke functie kan ten hoogste een schaal hoger zijn dan de maximumschaal die op grond van hoofdstuk I-Q behoort bij de normfunctie directeur aan de betreffende instelling. Op grond van artikel I-Q204, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b, en artikel I-Q304 wordt de normfunctie directeur aan een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs, of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs vastgesteld op ten hoogste maximumschaal 12. Verder is er ook anderszins geen onderwijsgevend personeel verbonden aan die scholen met een benoeming in een functie met maximumschaal 14 of hoger.Overigens moet de betrokkene op grond van het vijfde lid aan de promotiecriteria van artikel I-R103, eerste lid, hebben voldaan om te kunnen worden bezoldigd naar de bij zijn functie, bedoeld in hoofdstuk I-R, behorende maximumschaal.

Artikel I, onderdeel D (artikel I-S103)

Artikel I-S103, tweede lid, is in verband met de wijziging van artikel I-P13, tweede lid, zo aangepast dat de periode van een jaar of meer die betrokkene direct voorafgaand aan zijn benoeming is bezoldigd naar het voorlaatste salarisnummer beginnend met de letter U in schaal 1, 2, 3 of 4 op grond van het laatstgenoemde artikellid, in mindering wordt gebracht op de periode van twee jaar die vooraf gaat aan de salarisverhoging tot het hoogste bedrag dat is vermeld achter een salarisnummer beginnend met de letter U in een van die schalen. Dit geldt uitsluitend voor de betrokkene van wie de inpassing in de nieuwe onderwijsfunctie geschiedt in dezelfde schaal als de schaal volgens welke betrokkene in de vorige functie laatstelijk werd bezoldigd.

Artikel I, onderdeel E (artikel V-R102 en artikel V-R103)

Ten behoeve van het onderwijsgevend personeel van wie het salaris op 31 december 1999 reeds voor het tweede of derde achtereenvolgende jaar niet periodiek werd verhoogd ingevolge artikel I-R107, eerste lid of tweede lid, en het onderwijsgevend personeel dat op die datum werd bezoldigd volgens een bedrag van de maximumschaal van zijn functie anders dan het maximumsalaris, worden salariële aanspraken in het leven geroepen nu de zogenaamde periodiekenstop krachtens dat artikel met ingang van 1 januari 2000 vervalt. Artikel V-R102 ziet op de situatie dat de betrokkene op 1 januari 2000 zijn dienstverband ononderbroken voortzet en artikel V-R103 op de situatie dat de betrokkene op 1 januari 2000 wederom in een onderwijsfunctie wordt benoemd. Artikel V-R102, eerste lid, bepaalt dat ingeval van een ononderbroken dienstverband het bovengenoemde personeel met ingang van 1 januari 2000 aanspraak heeft op een salarisverhoging tot een bedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het bedrag dat hij op 31 december 1999 in zijn onderwijsgevende functie genoot. Het voor de betrokkene geldende carriërepatroon is bepalend voor de daadwerkelijke verhoging tot het naasthogere bedrag. Voorts kan slechts sprake zijn van bezoldiging naar de bij de functie behorende maximumschaal als de betrokkene heeft voldaan aan de vastgestelde promotiecriteria, bedoeld in artikel I-R103, eerste lid. Op basis van het tweede lid, onder a, heeft het onderwijsgevend personeel dat op 31 december 1999 werd bezoldigd naar het maximumsalaris van de bij zijn functie behorende maximumschaal met ingang van 1 januari 2000 aanspraak op een maandelijkse toelage die voor wat betreft de normbetrekking is opgenomen in bijlage 2, onderdeel 6. Het recht op die toelage wordt beperkt tot de betrokkene die wordt bezoldigd naar hoofdstuk I-R. Dat betekent dat de betrokkene voor wie bijvoorbeeld op grond van artikel I-Q207 of artikel I-Q306 het carriërepatroon van adjunct-directeur geldt of die een salarisgarantie heeft op basis van een voormalige directiefunctie aan een basisschool vóór samenvoeging, geen aanspraak maakt op de toelage. Een aanspraak op de toelage, zij het met ingang van 1 augustus van het schooljaar, bedoeld in bijlage 2, onderdeel 7, komt op grond van het derde lid ook toe aan de betrokkene die op basis van het eerste lid aanspraak maakte op salarisverhoging en wiens dienstverband nadien niet is onderbroken. Een aanspraak op de toelage zonder voorafgaande salarisverhoging op grond van het eerste lid uitsluitend omdat op 1 januari 2000 niet aan de promotiecriteria is voldaan, bestaat op grond van het vierde lid indien vóór de daar genoemde datum alsnog aan de promotiecriteria is voldaan. In het vijfde lid wordt het behoud van de bovengenoemde aanspraken op een toelage geregeld in het geval de betrokkene op enig moment na 1 januari 2000 wordt benoemd. Een aanspraak op de toelage in dat geval is alleen dan aan de orde indien het een benoeming betreft in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R met dezelfde maximumschaal als welke direct voorafgaand aan die benoeming voor hem gold. Onder benoeming wordt tevens verstaan de benoeming ingeval van een aangehouden onderwijsfunctie krachtens artikel I-P9. Voor de betrokkene die in dit verband is of wordt benoemd in een functie met een betrekkingsomvang anders dan een normbetrekking, groter dan wel kleiner, is de toelage op grond van het vijfde lid een evenredig deel van het maandbedrag, rekenkundig afgerond op centen.

Artikel V-R103, eerste lid, bepaalt voor het onderwijsgevend personeel dat op 31 december 1999 voldeed aan de voorwaarden van artikel V-R102, eerste lid, en dat op 1 januari 2000 in een onderwijsfunctie wordt benoemd, dat, ten behoeve van de vaststelling van het salaris in de nieuwe functie, het in de vorige onderwijsfunctie genoten salaris wordt vastgesteld alsof de in artikel V-R102, eerste lid, genoemde salarisverhoging zou zijn genoten. Het in de vorige onderwijsfunctie genoten salaris wordt dan op de voorgeschreven wijze vastgesteld, ongeacht de aard (onderwijsgevend, onderwijsondersteunend of leidinggevend), de maximumschaal of het carriërepatroon van de nieuwe onderwijsfunctie. De betrokkene die op 1 januari 2000 wordt benoemd in een functie met een maximumschaal en een carriërepatroon die gelijk zijn aan de maximumschaal en het carriërepatroon die bij de aangehouden functie respectievelijk bij een van de aangehouden functies behoort, valt niet onder de werking van artikel V-R103, eerste lid. In dat geval wordt het salaris voor de functie waarin de betrokkene op 1 januari 2000 wordt benoemd, vastgesteld op grond van artikel I-P9, tweede lid. Een aanspraak op salarisverhoging in de aangehouden functie op basis van artikel V-R102, eerste lid, betekent voor de nieuwe functie vaststelling van het salaris op hetzelfde bedrag, dus inclusief salarisverhoging, in dezelfde schaal als van de aangehouden functie.

Artikel I, onderdeel F (artikel V-S103)

In verband met de wijziging van artikel I-P13, tweede lid, bepaalt het eerste lid ten gunste van het onderwijspersoneel dat op 31 december 1999 voor het tweede, derde of vierde achtereenvolgende jaar werd bezoldigd naar het bij zijn functie behorende maximumsalaris of reeds werd bezoldigd naar een bedrag vermeld achter een salarisnummer beginnend met de letter U, dat hij bij ononderbroken dienstverband met ingang van 1 januari 2000 aanspraak heeft op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in bijlage S13. Van de betrokkene die daarentegen op 1 januari 2000 wordt benoemd in een andere onderwijsfunctie, wordt naar het tweede lid, ten behoeve van de vaststelling van het salaris in die nieuwe functie, het in de vorige functie genoten salaris vastgesteld zoals dat op grond van het eerste lid het geval zou zijn geweest, indien hij zijn dienstverband niet zou hebben onderbroken.

Artikel II en artikel III

De salarisschalen met salarisnummers zoals weergegeven in bijlage 1A van het Kaderbesluit rechtspositie VO en bijlage 1A van het Kaderbesluit rechtspositie BVE, zijn gelijk aan die in bijlage 1A van het Rpbo. De schaalgebonden toelage zoals weergegeven in bijlage 1E van het Kaderbesluit rechtspositie VO en bijlage 1E van het Kaderbesluit rechtspositie BVE, komt overeen met die van bijlage 2, onderdeel 6, van het Rpbo.

Artikel V

Aan het besluit wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2000.

De reden daarvoor is erin gelegen dat de ingangsdatum 1 januari 2000 is afgesproken in de eerdergenoemde collectieve arbeidsovereenkomst en de aangebrachte wijzigingen slechts begunstigend werken voor betrokkenen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst


XNoot
1

Stb. 1985, 110, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 augustus 2000, Stb. 366.

XNoot
2

Stb. 1995, 371, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 juli 1998, Stb. 485.

XNoot
3

Stb. 1996, 408, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 juli 1998, Stb. 485.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 juni 2001, nr. 110.

Naar boven