Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2001, 230AMvB

Besluit van 8 mei 2001 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1.5 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en artikel XII van de wet van 13 december 2000, Stb. 2001, 67

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 2 mei 2001, nr. 2001/17579 (6093), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 14.2, onderdeel a, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en gelet op artikel XVII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Artikel 1.5 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67, treden in werking met ingang van 1 januari 2002.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 8 mei 2001

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

Uitgegeven de tweeëntwintigste mei 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) en de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) bepalen dat een leerling en een studerende die thuis wonen een toelage voor een thuiswonende krijgen, en degene die niet thuis woont, een toelage voor een uitwonende krijgt. De wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene (Stb. 2001, 67) heeft hierin wijziging aangebracht: als de woonplaats volgens de opgave van de leerling of studerende verschilt van de woonplaats volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA), wordt altijd een eventuele toelage voor een uitwonende omgezet in een toelage voor een thuiswonende. De nieuwe bepalingen in de WTOS (artikel 1.5) en de WSF 2000 (artikel 1.5) treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking, zo bepaalt artikel 14.2, onderdeel a, van de WTOS, onderscheidenlijk artikel XII van bovengenoemde wet van 13 december 2000.

Artikel 12.3 van de WTOS en artikel 12.1a van de WSF 2000 bepalen materieel dat de nieuwe bepalingen niet gelden voor degenen die voor 1 augustus onderscheidenlijk 1 september van het jaar volgend op de inwerkingtreding van die artikelen, reeds een zogenoemde basistoelage onderscheidenlijk studiefinanciering ontvingen. Die bepalingen beogen namelijk te voorkomen dat degene die woont op een ander adres dan hij bij de GBA is ingeschreven (bijvoorbeeld omdat de verhuurder niet als zodanig bekend wil staan), tijdens zijn studie moet verhuizen. Dit besluit dat de artikelen 1.5 van de WTOS en de WSF 2000 met ingang van 1 januari 2002 in werking laat treden, heeft dus geen betrekking op de cohorten die voor 1 augustus 2002 onderscheidenlijk 1 september 2002 reeds een zogenoemde basistoelage onderscheidenlijk studiefinanciering ontvingen. Dat deze artikelen ruim voor laatstgenoemde data in werking treden, heeft slechts tot doel de nieuwe instromers in het school- of studiejaar 2002–2003 er tijdig van op de hoogte te stellen dat voor hen de nieuwe bepalingen gelden, wat van belang kan zijn voor hun keuze van hun huisvesting in het nieuwe school- of studiejaar.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans