Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2001, 200AMvB

Besluit van 30 maart 2001, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw en van het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering in verband met de inwerkingtreding van de Invoeringswet Vreemdelingenwet 2000, en enkele andere wijzigingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 maart 2001, kenmerk Z/VV-2157217, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder d, 5, derde lid, en 18 van de Ziekenfondswet, alsmede artikel 6, zesde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 2001, No. W13.01.0122/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 maart 2001, kenmerk Z/VV-2167033, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw1 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel bb komt te luiden:

bb. degene van 65 jaar of ouder die algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 30 of 31 van de Algemene bijstandswet;.

2. In onderdeel ii, onder 1, wordt «in de zin van artikel 1 b, aanhef en onder 2, 3, 4 of 5, van de Vreemdelingenwet» vervangen door «in de zin van artikel 8, onder f tot en met k, van de Vreemdelingenwet 2000» en wordt «zijn loon» vervangen door: wiens loon.

3. In onderdeel jj, onder 1, wordt «in de zin van artikel 1 b, aanhef, en onder 1, van de Vreemdelingenwet» telkens vervangen door «in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000» en wordt «de termijn, genoemd in artikel 30, derde lid, van de Vreemdelingenwet» vervangen door: de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

4. In onderdeel jj, onder 3, wordt «Vreemdelingenwet» vervangen door: Vreemdelingenwet 2000.

B

In artikel 2, eerste lid, wordt «k en u» vervangen door: k, u en bb.

C

Artikel 13a wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt: onder bb, onderdeel 1, en.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Voor de toepassing van dit artikel is artikel 15, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet van overeenkomstige toepassing.

D

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. De eerste volzin van het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15b en 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, zijn een premie verschuldigd over het ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering, waarop zij aanspraak hebben krachtens de Algemene Ouderdomswet, alsmede over hun inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.

2. De aanhef van het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15b en 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, wordt.

E

In artikel 15c, derde lid, vervalt «29,».

F

In artikel 16a, eerste lid, eerste volzin, vervalt «onderdelen 2 en 3,» en in de tweede volzin van dat lid vervalt «achtste en negende lid,».

G

Artikel 16b vervalt.

ARTIKEL II

Artikel 3, onderdeel a, van het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering2 komt te luiden:

a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder b, c en d, van de Vreemdelingenwet 2000, en op.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2001. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 maart 2001, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 april 2001.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 30 maart 2001

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Uitgegeven de eerste mei 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 is onder meer de indeling en de omschrijving van de onderscheiden categorieën vreemdelingen gewijzigd, waarbij tevens het aantal categorieën vreemdelingen sterk is beperkt. Die wijzigingen zijn in de verschillende materiewetten, waaronder de Ziekenfondswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998, doorgevoerd met de inwerkingtreding van de Invoeringswet Vreemdelingenwet 2000. In verband hiermee worden ook enkele bepalingen in het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw (hierna: Aanwijzingsbesluit) en het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering aangepast. De wijzigingen worden hierna toegelicht.

Artikel I

Sinds de overdracht van de beleidsverantwoordelijkheid voor de opvang van uitgenodigde vluchtelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Minister van Justitie (koninklijk besluit van 19 mei 2000, houdende de overdracht van de zorg voor het quotumbeleid voor uitgenodigde vluchtelingen (Stb. 236)) komen met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2000 de daaraan verbonden kosten niet meer ten laste van de Welzijnswet 1994. De tot nu toe in artikel 1, onder bb, van het Aanwijzingsbesluit opgenomen rechtsgrond voor ziekenfondsverzekering voor deze categorie van personen is daardoor niet meer van kracht en kan derhalve vervallen. Overigens is deze categorie van personen in de systematiek van de Vreemdelingenwet 2000 een niet meer te onderscheiden categorie. Ook uit dat oogpunt zou bedoelde rechtsgrond thans moeten vervallen.

Sinds de inwerkingtreding van de wet van 24 december 1997, houdende wijziging van de Ziekenfondswet in verband met aanpassing van de gronden voor de ziekenfondsverzekering (herstructurering Ziekenfondswet), Stb. 777, geldt voor de ziekenfondsverzekering van personen van 65 jaar of ouder weer «het blijf zitten waar je zit»- beginsel. Dit houdt in dat personen die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt ziekenfondsverzekerd zijn en die voldoen aan de voor hun geldende referte-voorwaarde (gedurende de laatste vijf jaar ten minste drie jaar ziekenfondsverzekerd), nadien ziekenfondsverzekerd blijven ongeacht de hoogte van hun inkomen of eventuele ontwikkelingen daarin. Een persoon die op bedoeld tijdstip particulier verzekerd of niet verzekerd is, is als gevolg daarvan voor zijn ziektekostenverzekering nadien in beginsel op de particuliere markt aangewezen. Indien echter het inkomen van deze persoon (gecumuleerd met dat van zijn eventuele echtgenote) beneden een vastgesteld grensbedrag (voor het jaar 2001 vastgesteld op f 41 800) is, dan bestaat voor hem de mogelijkheid om alsnog voor ziekenfondsverzekering te opteren. Hij kan zich dan bij een ziekenfonds aanmelden onder overlegging van een verklaring van de Sociale Verzekeringsbank waaruit blijkt dat het inkomen van hem en zijn eventuele echtgenote niet hoger is dan bedoeld grensbedrag.

Het inkomen van een persoon van 65 jaar of ouder die ingevolge de Algemene bijstandswet een bijstandsuitkering ontvangt, zal in beginsel ver beneden dat grensbedrag gelegen zijn. Het zou dan bijvoorbeeld kunnen gaan om een persoon wiens uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet lager is dan een volledige uitkering omdat betrokkene in het verleden enige jaren in het buitenland woonachtig is geweest. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat personen van 65 jaar of ouder die een bijstandsuitkering ontvangen maatschappelijk gezien tot de kring van ziekenfondsverzekerden behoren, mede gelet op het feit dat als regel in die levensfase op het inkomensvlak geen grote ontwikkelingen meer te verwachten zijn. Het kabinet vindt het in die situatie voor betrokkenen nogal omslachtig dat zij eerst via de hiervoor geschetste procedure tot de ziekenfondsverzekering kunnen worden toegelaten. Het is van mening dat deze personen van rechtwege verzekerd zouden moeten zijn.

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om in het Aanwijzingsbesluit voor personen van 65 jaar of ouder die een bijstandsuitkering ontvangen, een rechtsgrond voor ziekenfondsverzekering te creëren. Die rechtsgrond geldt voor zover er geen andere rechtsgrond voor ziekenfondsverzekering van toepassing is. Wat betreft de premieheffing ziekenfondsverzekering wordt voor deze categorie van personen aangesloten bij de regeling zoals die geldt voor alle andere verzekerde personen van 65 jaar of ouder. In artikel 14, eerste en vierde lid, van het Aanwijzingsbesluit is tevens een redactionele verbetering aangebracht (artikel I, onderdelen A, punt 1, B, C, D en F).

In artikel I, onderdeel A, punten 2, 3 en 4, van het onderhavige besluit wordt de omschrijving van de categorieën vreemdelingen in artikel 1, onderdelen ii en jj, van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw aan de gewijzigde regelgeving in het kader van de Vreemdelingenwet 2000 aangepast. Verder is een kleine redactionele verbetering in de tekst aangebracht.

Voorts wordt in artikel I, onderdeel E, van het besluit artikel 15c, derde lid, van het Aanwijzingsbesluit gecorrigeerd. In genoemd lid vervalt de verwijzing naar artikel 29 van de Algemene bijstandswet omdat die bepaling alleen betrekking kan hebben op personen jonger dan 21 jaar .

Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om een verwijzing in artikel 16a, tweede volzin, van het Aanwijzingsbesluit naar artikel 17, achtste en negende lid, van de Ziekenfondswet, welke bepalingen reeds in 1992 zijn vervallen, te schrappen (artikel I, onderdeel F).

In verband met de invoering van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies is er voor de premieheffing voor de ziekenfondsverzekering van een aantal categorieën van personen voor wie de premieheffing ziekenfondsverzekering wordt geregeld in het Aanwijzingsbesluit, een maatregel getroffen die ertoe strekte een aan een verzekerde toegekende toeslag die naar strekking en wijze van berekening overeenkomt met de overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies, bij de berekening van de verschuldigde ziekenfondspremie buiten beschouwing te laten.

Nu de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies met ingang van 1 januari 2001 is vervallen, is er geen reden de betreffende regeling te handhaven. Artikel 16b kan daarom vervallen (artikel I, onderdeel G).

Artikel II

In artikel II wordt de omschrijving van de categorieën vreemdelingen in artikel 3, onderdeel a, van het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering aan de Vreemdelingenwet 2000 aangepast.

Tot nu toe is in genoemd onderdeel bepaald dat de artikelen 1 en 2 van het besluit niet van toepassing zijn op nader aangeduide vreemdelingen aan wie het is toegestaan voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven, waaronder toegelaten vluchtelingen. Met ingang van de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 vallen de toegelaten vluchtelingen onder de categorie vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel (artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000). Ten einde zeker te stellen dat deze vreemdelingen ingeval zij AWBZ-zorg nodig hebben niet met een wachttijd worden geconfronteerd, wordt ook deze categorie vreemdelingen in het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering uitgezonderd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers


XNoot
1

Stb. 1996, 66, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 februari 2001, Stb. 108.

XNoot
2

Stb. 1999, 725, gewijzigd bij besluit van 10 november 1999, Stb. 480.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 juni 2001 nr. 110.