Wet van 13 december 2000 tot wijziging van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen in verband met de ontkoppeling van de taken in het kader van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen en de functie van de directeur van de gemeentelijke gezondheidsdienst

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de leiding over de geneeskundige hulpverlening bij rampen of zware ongevallen als een op zichzelf staande functie wordt geregeld;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

In onderdeel c vervalt «(Stb. 1988,680)».

In onderdeel f vervalt «(Stb. 1971,369)».

In onderdeel g vervalt «(Stb. 1979,465)».

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «Burgemeester en wethouders dragen» vervangen door: Het college van burgemeester en wethouders draagt.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt een functionaris aan die wordt belast met de leiding over de geneeskundige hulpverlening, tenzij de krachtens artikel 5 getroffen gemeenschappelijke regeling daarin voorziet. De functionaris is in geval van een ramp of zwaar ongeval bevoegd aan degene die is belast met de leiding van de centrale post voor het ambulancevervoer aanwijzingen te geven omtrent de te treffen maatregelen.

C

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

De functionaris, bedoeld in artikel 2, tweede lid, draagt zorg voor de afstemming van de activiteiten die enerzijds door de centrale posten voor het ambulancevervoer en de ziekenhuizen en anderzijds op grond van deze wet ter voorbereiding op het optreden bij rampen en zware ongevallen worden ondernomen, tenzij de krachtens artikel 5 getroffen gemeenschappelijke regeling daarin voorziet. De centrale posten voor het ambulancevervoer en de ziekenhuizen verlenen aan die afstemming hun medewerking.

D

In artikel 5 vervalt de zinsnede: (Stb. 1984, 669).

E

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid worden na vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, de onderdelen e en f toegevoegd, luidende:

e. de leiding over de geneeskundige hulpverlening;

f. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 3.

2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid vervalt het tweede lid.

F

In de artikelen 9 en 12 wordt «Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur» telkens vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

G

In artikel 16 wordt de zinsnede «degene die de leiding heeft over de gemeentelijke gezondheidsdienst» vervangen door: de functionaris, bedoeld in artikel 2, tweede lid,.

H

In de artikelen 18 en 24 wordt «Onze Minister van Binnenlandse Zaken» telkens vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

I

In artikel 19, tweede lid, wordt «Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur» vervangen door: Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

J

De artikelen 20 en 22 vervallen.

K

In artikel 21, tweede lid, vervalt de zinsnede «dan wel krachtens artikel 20, eerste lid, voorlopig is erkend».

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 13 december 2000

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. M. de Vries

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Uitgegeven de elfde januari 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1991, 653, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1999/2000, 27 072.

Handelingen II 2000/2001, blz. 1871–1872.

Kamerstukken I 2000/2001, 27 072 (119).

Handelingen I 2000/2001, zie vergadering d.d. 11 december 2000.

Naar boven