Wet van 13 december 2000 tot regeling van het conflictenrecht met betrekking tot verevening pensioenrechten bij scheiding

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijke regeling te geven van het conflictenrecht met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed, dan wel beëindiging van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood of vermissing;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze;

ARTIKEL I

De Wet conflictenrecht huwelijksvermogensregime1 wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a

Of een echtgenoot bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed recht heeft op een gedeelte van de door de andere echtgenoot opgebouwde pensioenrechten, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten, behoudens artikel 1, zevende lid, van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

ARTIKEL II

De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding2 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid vervallen de onderdelen e en g. Onderdeel f wordt geletterd e.

2. Onder vernummering van het zevende en achtste lid tot achtste en negende lid wordt een zevende lid ingevoegd, luidende:

  • 7. Het vierde, vijfde en zesde lid gelden ongeacht het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten.

3. Het nieuwe achtste lid komt te luiden:

  • 8. Indien op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten Nederlands recht van toepassing is, is de wet voorts van toepassing op pensioenen ingevolge een buitenlandse pensioenregeling die niet is een pensioenregeling als bedoeld in het vierde, vijfde of zesde lid met dien verstande dat een recht op uitbetaling als bedoeld in artikel 2 slechts bestaat jegens de andere echtgenoot.

ARTIKEL III

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze wet is van toepassing op de verevening van pensioenrechten van echtgenoten wier echtscheiding of scheiding van tafel en bed op of na de datum van inwerkingtreding wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 13 december 2000

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de elfde januari 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1991, 628.

XNoot
2

Stb. 1994, 342, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2000, Stb. 2001, 11.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1999/2000, 27 049.

Handelingen II 2000/2001, blz. 1587.

Kamerstukken I 2000/2001, 27 049 (100).

Handelingen I 2000/2001, zie vergadering d.d. 11 december 2000.

Naar boven