Besluit van 12 februari 2001, houdende wijziging van de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel in verband met het aanwijzen als betrokkene van bepaalde gepensioneerde WAO-ers en van suppletiegenietenden en met enkele andere technische wijzigingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 december 2000, AD2000/U100286, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst;

Gelet op de artikelen 125, eerste lid, en 134 van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 11 januari 2001, nr. W04.00.0599/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 februari 2001, nr. AD2001/U52611, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

De Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt het woord «regelen» gewijzigd in: regels.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b, onder 2, wordt het zinsdeel «Wet op de inkomstenbelasting 1964» gewijzigd in: Wet inkomstenbelasting 2001.

2. Onderdeel c vervalt en in onderdeel b, onder 2, wordt de puntkomma gewijzigd in een punt.

C

Artikel 4, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b komt als volgt te luiden:

b. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel a, dan wel gewezen personeel dat op basis van het Arbeidsovereenkomstenbesluit werkzaam was, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, het Besluit ontslaguitkering substantieel bezwarende functies, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel of een WAO-conforme uitkering als bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP;.

2. Onderdeel e vervalt en onderdeel f wordt verletterd tot onderdeel e.

D

In artikel 5, eerste lid, vervalt onderdeel d en wordt aan het eind van onderdeel c de puntkomma gewijzigd in een punt.

E

In artikel 9, tweede lid, wordt het zinsdeel «artikel 53a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964» gewijzigd in: artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

F

In artikel 11, derde lid, wordt het zinsdeel «artikel 4, eerste lid, onderdeel f, onder 6°» vervangen door: artikel 4, eerste lid, onderdeel e, onder 6°.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug wat betreft

– artikel I, onderdelen A, B, onder 2, C, D en F tot en met 1 januari 1998,

– artikel I, onderdelen B, onder 1, en E tot en met 1 januari 2001.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

Lech, 12 februari 2001

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Uitgegeven de zesde maart 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Algemene toelichting

De wijzigingen in dit besluit hebben betrekking op:

1. het opnemen als betrokkene in de zin van de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel (Zvr-regeling) van

a. de gewezen ambtenaar die een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk ontvangt;

b. de gepensioneerde die voorafgaand aan zijn pensionering wegens arbeidsongeschiktheid uit zijn dienstbetrekking was ontslagen en in verband daarmee een WAO-conforme uitkering krachtens de Wet privatisering ABP dan wel een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontving, en daarbij niet voor een bovenwettelijk invaliditeitspensioen in aanmerking kwam.

2. enkele aanpassingen onder meer in verband met

a. de intrekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, en

b. de intrekking van de Wet op de bejaardenoorden.

Met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel is over dit besluit overeenstemming bereikt.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A

Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht dient het woord «regelen» te worden gewijzigd in: regels.

Artikel I, onderdelen B, onder 1, en E

De Wet op de inkomstenbelasting 1964 is per 1 januari 2001 ingetrokken. Daarvoor in de plaats is gekomen de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel I, onderdelen B, onder 2, en C

Vóór 1996 kreeg de ambtenaar die arbeidsongeschikt werd een invaliditeitspensioen op basis van de Algemene burgerlijke pensioenwet. Bij inwerkingtreding per 1 januari 1996 van de Wet privatisering ABP werd dit gewijzigd en kreeg de ambtenaar in plaats hiervan aanspraak op een WAO-conforme uitkering en een bovenwettelijk invaliditeitspensioen. Deze ambtenaar was betrokkene in de zin van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Z.v.o.-regeling) op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel c.

De ambtenaar die ontslagen was vanwege arbeidsongeschiktheid en die alleen een WAO-conforme uitkering (en geen bovenwettelijk invaliditeitspensioen) ontving, was ook betrokkene in de zin van de Z.v.o.-regeling (artikel 4, eerste lid, een onderdeel e).

Bij de totstandkoming van de Zvr-regeling is artikel 4 van de Z.v.o.-regeling ongewijzigd overgenomen. Nadien is de terminologie gewijzigd in verband met het onder de WAO brengen van het overheidspersoneel (besluit van 9 december 1997; Stb. 1998, 5). Onder meer is het zinsdeel «WAO-conforme uitkering» daarbij gewijzigd in: WAO-uitkering.

Gelet op de volgorde in het eerste lid van artikel 4 van beide genoemde ziektekostenregelingen betekent dit dat voor het gewezen personeel met alleen een WAO-conforme uitkering respectievelijk een WAO-uitkering bij pensionering de status van betrokkene in de zin van de Z.v.o.-regeling en van de Zvr-regeling verviel. Dit is evenwel niet de bedoeling geweest. In verband hiermee is artikel 4, eerste lid, onderdeel b, aangepast door opneming in dit onderdeel van de WAO-conforme uitkering krachtens de Wet privatisering ABP en de uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (artikel I, onderdeel C, onder 1). Onderdeel e van artikel 4 (artikel I, onderdeel C, onder 2) kan daardoor vervallen, evenals onderdeel c van artikel 2 (artikel I, onderdeel B, onder 2).

De ambtenaar, die ontslagen is uit een dienstbetrekking bij de sector Rijk op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is in de zin van de WAO, heeft vanaf 1 januari 1996 aanspraak op een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk. Deze suppletie is meestal een aanvulling naast de WAO-uitkering. Indien dit het geval is dan is deze gewezen ambtenaar in verband met zijn WAO-uitkering betrokkene in de zin van de Zvr-regeling.

Indien echter de mate van arbeidsongeschiktheid lager is dan 15% dan ontvangt de gewezen ambtenaar geen WAO-uitkering, maar komt hij alleen in aanmerking voor de genoemde suppletie. Deze gewezen ambtenaar, en ook de overeenkomstige ambtenaar die aansluitend aan de suppletieperiode gepensioneerd is, zijn in de Z.v.o.-regeling en in de Zvr-regeling niet aangemerkt als betrokkene. Het is evenwel niet de bedoeling geweest deze gewezen ambtenaren hiervan uit te sluiten. Gelet daarop is in het onderhavige besluit artikel 4, eerste lid, onderdeel b, uitgebreid met de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk (artikel I, onderdeel C, onder 1).

Artikel I, onderdeel D

In de Overgangswet verzorgingstehuizen is in artikel 25 opgenomen dat de Wet op de bejaardenoorden wordt ingetrokken. Bij besluit van 15 november 1996 (Stb. 567) is bepaald dat deze intrekking geschiedt per 1 januari 1997. In verband daarmee vervalt in artikel 5, eerste lid, onderdeel d.

Artikel II

Aan de wijzigingen in de Zvr-regeling wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 1998, zijnde het tijdstip waarop de Z.v.r-regeling in werking trad en de Wet op de arbeidsongeschiktheidverzekering op het overheidspersoneel van toepassing werd verklaard. Hiervan zijn uitgezonderd de passages die betrekking op de intrekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001, die passages werken terug tot en met 1 januari 2001.

De terugwerkende kracht is niet bezwaarlijk omdat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor betrokkenen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries


XNoot
1

Stb. 1997, 357, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 8 december 2000, Stb. 573.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven