Besluit van 24 december 1999, houdende wijziging
van het Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (goede laboratoriumpraktijken)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 18 oktober 1999, nr. MJZ 1999224986, Centrale Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op richtlijn nr. 1999/11/EG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 8 maart 1999 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek
van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken als uiteengezet in Richtlijn
87/18/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van
goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests
op chemische stoffen (PbEG L 77);
Gelet op artikel 5 van de Wet milieugevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 6 december 1999, nr. W08.99 0523/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 22 december 1999, nr. MJZ1999260276, Centrale
Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming
met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen1
wordt als volgt gewijzigd.
A
Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:
a. In onderdeel a van het eerste lid wordt «de bijlage bij dit besluit»
vervangen door:
de bijlage bij richtlijn nr. 87/18/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1986 betreffende de onderlinge aanpassing
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van
de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing
ervan voor tests op chemische stoffen (PbEG 1987, L 15).
b. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd,
luidende:
3. Een wijziging van de bijlage van de richtlijn, genoemd in het eerste lid,
onderdeel a, treedt voor de toepassing van dat onderdeel in werking met ingang
van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering
moet zijn gegeven.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 24 december 1999
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J. P. Pronk
Uitgegeven de dertiende januari 2000
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
In de bijlage behorend bij het Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke
stoffen (kennisgevingsbesluit) zijn de beginselen voor goede laboratoriumpraktijken
opgenomen, zoals die oorspronkelijk door de Raad van de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn vastgesteld. Deze beginselen zijn,
nadat het kennisgevingsbesluit tot stand was gekomen, in Europees verband
overgenomen en vastgelegd in de richtlijn nr. 87/18/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 18 december 1986 betreffende de onderlinge aanpassing
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van
de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing
ervan voor de tests op chemische stoffen (PbEG 1987, L 15) (richtlijn 87/18/EEG).
In die richtlijn werd aanvankelijk slechts verwezen naar het in het Engels
opgestelde OESO-besluit waarin de beginselen zijn verwoord. Dit is de reden
waarom destijds in het kennisgevingsbesluit de OESO-beginselen voor goede
laboratoriumpraktijken integraal moesten worden opgenomen.
Bij besluit C(97)186(Final) heeft de Raad van de OESO de beginselen voor
goede laboratoriumpraktijken gewijzigd. Deze wijziging heeft ertoe geleid
dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen richtlijn 87/18/EEG heeft
gewijzigd bij de richtlijn nr. 1999/11/EG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 8 maart 1999 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek
van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken als uiteengezet in Richtlijn
87/18/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van
goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests
op chemische stoffen (PbEG L 77) (richtlijn 1999/11/EG). In deze richtlijn
zijn de door de Raad van de OESO gewijzigde beginselen integraal opgenomen
als bijlage. Dientengevolge is het noodzakelijk het kennisgevingsbesluit overeenkomstig
te wijzigen.
In dit besluit wordt richtlijn 1999/11/EG, die op 30 september 1999 had
moeten zijn omgezet in Nederlandse regelgeving, geïmplementeerd door
middel van een wijziging van artikel 5 van het kennisgevingsbesluit. Deze
wijziging houdt in dat in artikel 5, eerste lid, onder a, wordt verwezen naar
de bijlage bij richtlijn 87/18/EEG, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij
richtlijn 1999/11/EG, waarin de gewijzigde beginselen voor goede laboratoriumpraktijken
zijn opgenomen. De bijlage behorend bij het kennisgevingsbesluit is komen
te vervallen.
Het eerste lid, onderdeel a, en het nieuwe derde lid van artikel 5 van
het kennisgevingsbesluit voorzien in een dynamische verwijzing. De reden voor
opneming van een dynamische verwijzing is enerzijds de noodzaak om in de toekomst
de tijdige implementatie van wijzigingen van de beginselen voor goede laboratoriumpraktijken
mogelijk te maken. Anderzijds wordt aldus vermeden dat de tekst van de bijlage
bij richtlijn 87/18/EEG, in geval van toekomstige wijzigingen, integraal in
het kennisgevingsbesluit dient te worden overgenomen. Voor de redactie van
deze bepaling is aangesloten bij artikel 5, vierde lid (was derde lid), van
het kennisgevingsbesluit.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J. P. Pronk
XNoot
1Stb. 1994, 531, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 juli 1997, Stb.
376.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 8 februari 2000, nr.
27.