Besluit van 12 december 2000, houdende actualisering van het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO alsmede wijziging van het Besluit informatievoorziening WVO

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund, van 22 september 2000, nr. 2000/34848 (3737), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 92, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 90, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, alsmede de artikelen 76c, tweede lid, en 103 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 15 november 2000, No.WO5 00.0449/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K. Y. I. J. Adelmund, van 7 december 2000, nr. 2000/45640 (3737), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING UITVOERINGSBESLUIT VOORZIENINGEN IN DE HUISVESTING PO/VO

Het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO1 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1. Begripsbepalingen

a. wet: de Wet op het voortgezet onderwijs;

b. vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de wet;

c. mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de wet;

d. avo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de wet of mavo;

e. vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet;

f. praktijkonderwijs: een school of afdeling voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de wet;

g. vwo/avo: een scholengemeenschap die ten minste bestaat uit een school voor vwo en een school voor avo;

h. gemengde leerweg: de leerjaren 3 en 4 van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet;

i. vwo/avo/vbo: een scholengemeenschap die ten minste bestaat uit een school voor vbo en een school voor vwo of een school voor avo;

j. bruto vloeroppervlakte: de bruto vloeroppervlakte van alle ruimten die een school of instelling ter beschikking heeft, bepaald overeenkomstig NEN 2580: Oppervlakten en inhouden van gebouwen – Termen, definities en bepalingsmethoden, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidden op 6 januari 1998.

B

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de huidige tekst wordt geplaatst: 1.

2. Toegevoegd worden een tweede en derde lid, luidend:

  • 2. De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een speciale school voor basisonderwijs tenminste dient te bevatten, bedraagt 6,6 m2. Tevens geldt per school en per nevenvestiging een vaste voet van ten minste 90 m2.

  • 3. Indien aan een speciale school voor basisonderwijs een schoolsoort voor het speciaal of het voortgezet speciaal onderwijs is verbonden, is de schoolsoort met het grootste aantal leerlingen bepalend voor de vaste voet van de school, bedoeld in artikel 4.

C

In artikel 4 worden in de tabel de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In de onderdelen g en j worden de getallen in de eerste twee kolommen telkens vervangen door een liggend streepje.

2. In onderdeel l wordt na «meervoudig gehandicapte kinderen» ingevoegd: , waaronder meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte kinderen.

3. Onderdeel m vervalt.

D

De tabel in artikel 5, eerste lid, wordt vervangen door:

a. vwo, avo, vboleerjaar 1 en 27,0
vwo/avo  
vwo/avo/vbo   
b. vwo, avoleerjaar 3 t/m 65,7
vwo/avo   
c. gemengde leerwegleerjaar 3 en 47,0
d. vboleerjaar 3 en 48,1
handel en verkoop   
administratie   
e. vbo-grafischleerjaar 3 en 414,8
f. vbo-nautischleerjaar 1 t/m 414,8
g. vbo-landbouw en natuurlijke omgevingleerjaar 3 en 47,0
h. overige vbo-afdelingenleerjaar 3 en 413,0
i. praktijkonderwijsalle leerjaren7,0
toeslag leerwegondersteunend onderwijsleerjaar 1 en 20,7
toeslag leerwegondersteunend onderwijsleerjaar 3 en 41,2

ARTIKEL II. WIJZIGING BESLUIT INFORMATIEVOORZIENING WVO

Het Besluit informatievoorziening WVO2 wordt gewijzigd als volgt:

A

Bijlage 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Bij de elementnummers L-002, LO-001, LO-002, S-001, S-004, S-006, SV-003, SV-004, SV-005, SV-007 vervalt: , Form.2.

2. Bij de elementnummers L-002, LO-001, LO-002, LO-004, LO-005, S-001, S-002, S-004, S-006, SV-003, SV-004 en SV-005 vervalt: , Form.3.

3. Bij de elementnummers SV-001 en SV-002 wordt «Form.2» vervangen door: Form.1.

4. Bij de elementnummers L-004, L-006, L-008, LO-003, LO-006 en LO-007 wordt «Form.3» vervangen door: Form.1.

B

Bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. Formulier 1 «Integrale leerlingtelling 1 oktober» wordt gewijzigd conform bijlage 1 bij dit besluit.

2. Formulier 2 «Integrale leerlingtelling nevenvestigingen 1 oktober» vervalt.

3. Formulier 3 «CuMi-VO-telling 1 oktober» vervalt.

4. Formulier 7 «Mutatieformulier BRIN» wordt gewijzigd conform bijlage 2 bij dit besluit.

ARTIKEL III. OVERGANGSBEPALING AFDELINGEN IOBK

Ten aanzien van een afdeling voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters als bedoeld in artikel XXXIX van de Wet van 2 april 1998 (Stb. 228) is van toepassing het bepaalde in onderdeel m van de tabel in artikel 4, zoals luidend voor inwerkingtreding van dit besluit.

ARTIKEL IV. INWERKINGTREDING

  • 1. Dit besluit treedt, met uitzondering van de artikelen I en artikel III, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdelen B en C, en artikel III treden in werking met ingang van 1 januari 2001.

  • 3. Artikel I, onderdelen A en D, treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 12 december 2000

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K. Y. I. J. Adelmund

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de achtentwintigste december 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

ALGEMEEN

1. Inleiding

1.1. Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO

Per 1 januari 1997 is de huisvesting in het primair en voortgezet onderwijs gedecentraliseerd naar de gemeenten. In het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO (Stb. 1997, 125; hierna: Uitvoeringsbesluit) zijn vervolgens minimumnormen vastgelegd, waaraan gemeenten ten minste dienen te voldoen bij de voorziening in huisvesting in het primair en voortgezet onderwijs.

Primair onderwijs

Met ingang van 1 augustus 1998 is de Wet van 2 april 1998 (Stb. 228) in werking getreden. Bij deze wet is de regelgeving ten aanzien van het primair onderwijs gewijzigd. In de Wet op het primair onderwijs zijn, naast de «gewone» scholen voor basisonderwijs, ook de speciale scholen voor basisonderwijs geregeld, het voormalige onderwijs aan kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom) en aan moeilijk lerende kinderen (mlk). Het Uitvoeringsbesluit dient daaraan te worden aangepast.

Tevens wordt, conform de toezegging van de eerste ondergetekende van 26 januari 2000 tijdens het algemeen overleg met de Vaste Kamercommissie voor OCenW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, in het Uitvoeringsbesluit een voorziening getroffen voor de huisvestingsnorm voor de meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte leerlingen.

Voortgezet onderwijs

Voor het voortgezet onderwijs waren de normen in 1997 gerelateerd aan de exploitatiekostenvergoeding (het bekostigingssysteem materieel (BSM). De minimumnormen voor de huisvesting waren namelijk gelijk gesteld aan 85% van de exploitatiekostennorm voor de instandhouding van schoolgebouwen, die verband hield met de vierkante meters bruto vloeroppervlakte van de scholen.

Met ingang van 1 augustus 1998 is de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337) tot invoering van de leerwegen in het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs alsmede het leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs in werking getreden. In verband daarmee is de exploitatiekostenvergoeding per 1 augustus 1999 aangepast en vereenvoudigd (het aantal vergoedingscategorieën is teruggebracht van 20 naar 8) uitgaand van budgettaire neutraliteit. Vanwege de invoering van de relatie van BSM met de huisvestingsnormen, is aanpassing van het Uitvoeringsbesluit noodzakelijk.

1.2. Besluit informatievoorziening WVO

In de bijlage bij het Besluit informatievoorziening WVO worden twee bevragingen (formulieren 1 en 2) geïntegreerd en er worden twee bevragingen samengevoegd (formulieren 1 en 3). Hierdoor kunnen twee bevragingen en dus twee formulieren, te weten de formulieren 2 en 3, vervallen.

Eén bevragingsformulier (formulier 7) krijgt een volledig andere lay-out en dient derhalve te worden aangepast.

2. Uitvoeringsgevolgen

De Centrale Financiën Instellingen (Cfi), uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, is van oordeel dat het besluit voorzover het betreft de wijzigingen in het Uitvoeringsbesluit geen consequenties voor Cfi heeft en dat het voorzover het betreft de wijzigingen in het Besluit informatievoorziening WVO uitvoerbaar is en ook niet tot meerkosten voor het veld zal leiden.

3. Draagvlak

1. Het Bestuurlijk overleg voortgezet onderwijs heeft ingestemd met de aanpassing van het Uitvoeringsbesluit voorzover het betreft de wijzigingen ten aanzien van het voortgezet onderwijs.

De voorgestelde wijzigingen voor het primair onderwijs ten aanzien van de meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte kinderen is afgestemd met de leden van het Bekostigingsoverleg en met de Gemeentefondsbeheerders van de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën.

2. De wijzigingen in het Besluit informatievoorziening WVO zijn tot stand gekomen in overleg met het veld. Het Bestuurlijk overleg informatiebeleid (BOIO) heeft met de wijzigingen ingestemd.

4. Financiële gevolgen besluit

1. Er zijn ten aanzien van het voortgezet onderwijs noch financiële gevolgen voor de rijksoverheid noch voor de gemeenten, omdat de wijziging van het Uitvoeringsbesluit op totaalniveau niet kan leiden tot het claimen van een hogere totale ruimtebehoefte bij de gemeenten. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in zijn hoedanigheid van gemeentefondsbeheerder) stemt in met de aanpassingen ten aanzien van het zowel het primair als het voortgezet onderwijs. De wijzigingen met betrekking tot het primair onderwijs hebben evenmin financiële gevolgen.

2. De wijziging van het Besluit informatievoorziening WVO heeft slechts betrekking op het op een andere wijze van groeperen van een aantal vragen en heeft derhalve geen financiële consequenties.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel I, onderdeel A

De begripsbepalingen zijn voornamelijk aangepast in verband met de wijzigingen die in de WVO zijn aangebracht door de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337). Het ivbo (was opgenomen in onderdeel d) bestaat niet meer en dus kan de begripsbepaling vervallen. Toegevoegd zijn in elk geval de begripsomschrijvingen van:

* Praktijkonderwijs (zie onderdeel f). Het betreft hier een vorm van onderwijs die met ingang van 1 augustus 1998 in de WVO is opgenomen.

* Gemengde leerweg (zie onderdeel h). Het betreft hier het verzorgen in leerjaar 3 en 4 van de gemengde leerweg aan scholengemeenschappen mavo/vbo, maar ook aan afzonderlijke scholen voor mavo of voor vbo die daarvoor toestemming van de Minister hebben verkregen.

Het overige mavo en vbo valt onder het avo of vbo (leerjaar 1 en 2; zie de tabel van artikel 5, onderdeel a) dan wel onder het avo (leerjaar 3 t/m 6; zie genoemde tabel, onderdeel b) of het vbo (zie in genoemde tabel de onderdelen d, e, f, g of h).

* vwo/avo/vbo (zie onderdeel i). In de begripsomschrijving is uitdrukkelijk aangegeven dat bij deze vorm in elk geval een school voor vbo moet zijn opgenomen.

Tevens is de begripsbeschrijving van bruto vloeroppervlakte conform Aanwijzing voor de regelgeving nr. 92 aangevuld met de naam van NEN 2580 alsmede de datum waarop deze norm op 6 januari 1998 in de Staatscourant (nr. 2, blz. 8) is bekendgemaakt als onderdeel van een overzicht van nieuwe NNI-normen.

Artikel I, onderdeel B

De speciale scholen voor basisonderwijs moeten in het Uitvoeringsbesluit worden opgenomen. In dit onderdeel worden daartoe aan artikel 3 van het besluit twee nieuwe leden toegevoegd.

Artikel I, onderdeel C

In onderdeel C worden expliciet de meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte leerlingen in de tabel van artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit genoemd. Deze wijziging vloeit voort uit het algemeen overleg van de eerste ondergetekende met de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 26 januari 2000 over de onderwijshuisvesting. Daarbij zijn afspraken gemaakt over een aanpassing van de bekostiging voor de meervoudige gehandicapte dove leerlingen en de meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte leerlingen uit de categorie 2/3 onderwijs. Voor de meervoudig gehandicapte dove leerlingen heeft de aanpassing inmiddels plaatsgevonden door toevoeging van de categorie «extra duur» aan de verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds. Tot 1 januari 2000 was er alleen sprake van de categorieën (v)so goedkoop en (v)so duur. Onder de nieuwe categorie «extra duur» vallen de leerlingen uit de groepsgrootte 2, 3 en 6. Meervoudig gehandicapte, dove leerlingen vielen hier al onder. Voor de aanpassing ten behoeve van de meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte leerlingen is het noodzakelijk dat zij worden ondergebracht in groepsgrootte 6.

In de zogenaamde meicirculaire 2000 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is deze wijziging reeds aan de gemeenten aangekondigd. Daarbij is aangegeven dat het circa 350 leerlingen betreft en dat het hier in feite gaat om een formalisering van de bestaande praktijk ter zake.

Artikel I, onderdeel D

a. Algemeen

Het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit voor BSM houdt tevens in dat de vertaling daarvan naar het benodigd (minimum) aantal vierkante meters in het Uitvoeringsbesluit op totaalniveau niet leidt tot een wijziging in het benodigd aantal vierkante meters.

Voor dit Uitvoeringsbesluit is in de eerste plaats van belang dat, door de wijziging in BSM, nu ook het aantal categorieën voor de vaststelling van het minimum aantal vierkante meters sterk beperkt kan worden. Overigens geldt hiervoor dat – zoals bij de invoering van BSM vooraf is berekend – de effecten op schoolniveau tussen – 5% en + 5% liggen.

In de tweede plaats is er sprake van enkele nieuwe categorieën, zie hierna onder b tot en met d. Het betreft: het leerwegondersteunend onderwijs, voorheen het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (ivbo) of het speciaal voortgezet onderwijs aan leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (svo-lom), het praktijkonderwijs, voorheen het speciaal voortgezet onderwijs aan moeilijk lerende kinderen (svo-mlk), en de gemengde leerweg.

b. Leerwegondersteunend onderwijs

Aan het slot van de algemene tabel voor het voortgezet onderwijs in artikel 5 wordt voor één categorie iets specifieks geregeld, te weten voor het leerwegondersteunend onderwijs. Leerwegondersteunend onderwijs is geen aparte vorm van voortgezet onderwijs, maar wordt (zo bepaalt artikel 10e van de WVO) verzorgd ten behoeve van leerlingen ter voorbereiding op of gedurende het volgen van onderwijs aan de theoretische leerweg (mavo), de beroepsgerichte leerweg (vbo) of de gemengde leerweg (mavo/vbo). Het is bestemd voor leerlingen waarvoor een orthopedagogische of orthodidactische benadering (de doelgroep van het voormalige vso) is vereist. Voor deze groep leerlingen is in dit onderdeel een aparte voorziening getroffen, die bestaat uit een opslag op de vierkante meters die voor het onderwijs dat zij volgen is opgenomen in de tabel.

De norm voor het leerwegondersteunend onderwijs is gebaseerd op een weging van de voormalige normen voor het ivbo en het svo-lom. Aangezien het leerwegondersteunend onderwijs geen aparte vorm van voortgezet onderwijs is, is voor deze categorie voor een opslag gekozen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ten aanzien van de scholen en afdelingen voor vso-lom die nog niet op grond van het overgangsrecht van de Wet van 25 mei 1998, Stb. 337, zijn omgezet, de oude regeling van toepassing blijft, dat wil zeggen de vierkante meters opgenomen in de tabel in artikel 4, onderdeel j, derde en vierde kolom (vso-lom).

c. Praktijkonderwijs

In dit onderdeel wordt tevens geregeld dat in de tabel in artikel 5 van het besluit wordt opgenomen een onderdeel i, met betrekking tot de school of afdeling voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de WVO. Het betreft hier:

1°. scholen en afdelingen voor voortgezet speciaal onderwijs, tot 1 augustus 1998 geregeld in de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs die op grond van het overgangsrecht in de Wet van 25 mei 1998, Stb. 337 (Leerwegen mavo/vbo) zijn omgezet in een afdeling voor praktijkonderwijs en die op grond van artikel 2 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend en praktijkonderwijs (zie hiervoor Uitleg OCenW-Regelingen 1998, nr. 24) onder de bepalingen bij of krachtens deel I van de WVO vallen;

2°. scholen voor praktijkonderwijs die op grond van artikel 21 van de zojuist genoemde regeling hebben gekozen voor lumpsum-vergoeding.

Voor de enkele situaties waarin op grond van genoemde regeling de exploitatiekostenregeling van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing is, wordt de norm voor de vaste voet belangrijk hoger (deze gaat van 200 naar 890) vanwege de harmonisatie met de overige scholen voor voortgezet onderwijs. Daar staat tegenover dat de norm per leerling enigszins neerwaarts is aangepast: van 7,2 naar 7,0 vierkante meter. Per saldo gaat een school er daardoor veelal op vooruit (uitgaande van de gemiddelde schoolgrootte van ca 100 leerlingen).

Daarnaast zijn er:

a. scholen en afdelingen voor het voormalig vso-mlk die nog niet zijn omgezet, dan wel

b. dergelijke scholen die al wel zijn omgezet, maar die op grond van artikel 10 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend en praktijkonderwijs onder de bepalingen voor het voortgezet speciaal onderwijs in deel II van de WVO vallen (voorzover zij althans niet op grond van artikel 21 van genoemde regeling hebben gekozen voor lumpsum-vergoeding, zie hiervoor onder ten tweede).

Deze twee categorieën kunnen aanspraak maken op de vierkante meters die zijn opgenomen in de tabel in artikel 4, onderdeel g, derde en vierde kolom (vso-mlk). Voor deze scholen is derhalve de norm die voor het vso-mlk gold, gehandhaafd en er hoeft voor deze categorieën dan ook niets nieuws te worden geregeld.

d. Gemengde leerweg

De norm voor de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de Wet op het voortgezet onderwijs, sluit aan bij de norm voor de onderbouw van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), algemeen voortgezet onderwijs (avo) en voorbereidend beroepsonderwijs (7,0 vierkante meters). De argumenten hiervoor zijn de volgende. De gemengde leerweg vergt meer vierkante meters dan de theoretische leerweg (voor vwo/avo leerjaar 3 t/m 6 is de norm 5,7 vierkante meters), maar belangrijk minder dan de vbo-bovenbouw; de gemengde leerweg ligt het dichtste bij de theoretische leerweg gelet op het beperkte aantal beroepsgerichte uren (circa een derde van het aantal in de beroepsgerichte leerwegen). Tenslotte: ook in de avo/vbo onderbouw wordt een beperkt aantal uren praktijkgericht onderwijs gegeven.

De norm voor de gemengde leerweg mavo/vbo is opgenomen in de tabel in artikel 5, onder c.

Artikel II

De aanpassingen passen bij het streven om gegevens eenvoudiger en efficiënter op te vragen bij de scholen. De integratie van de integrale leerlingtelling nevenvestiging (formulier 2) met de integrale leerlingtelling (formulier 1) elimineert de overlap tussen beide bevragingen en vermindert eveneens de formulierenstroom. De bevragingslast wordt hierdoor aanmerkelijk verminderd.

Door het samenvoegen van de integrale leerlingtelling (formulier 1) en de CuMi-telling (formulier 3) ontvangen de scholen in één keer beide 1-oktober-tellingen. De CuMi-telling is hiermee een onderdeel van de integrale leerlingtelling geworden. De formulierenstroom naar scholen vermindert hierdoor. Tevens wordt hierdoor de bevragingslast nog enigszins verder beperkt.

Deze twee wijzigingen zijn een eerste resultante van het onlangs gestarte departementale project «kwantitatief informatiebeleid». Een onderdeel van dit project is het verbeteren van de informatierelatie met het veld.

Voorts zijn de mutatieformulieren BRIN gemoderniseerd. De formulierenset is meer in lijn gebracht met de te onderscheiden mutaties in de basisregistratie instellingen (BRIN).

Deze aanpassingen vergen zowel wijzigingen van bijlage 2 (waarin het formulier is opgenomen; zie onderdeel B) als van bijlage 1 (waarin bij elk onderdeel de betrokken formulieren worden genoemd; zie onderdeel A).

Artikel III

In de Wet van 2 april 1998 (Stb. 228) is met ingang van 1 augustus 1998 een overgangsvoorziening getroffen voor de bekostiging van:

a. (zie artikel XXXIII van genoemde wet) afdelingen voor zeer moeilijk lerende kinderen die op 31 juli 1998 waren verbonden aan een school of scholengemeenschap voor speciaal en/of voortgezet speciaal onderwijs aan lom,- en/of mlk-kinderen voorzover het betreft het speciaal onderwijs. Dergelijke afdelingen zijn met ingang van 1 augustus 1998 afdelingen voor zeer moeilijk lerende kinderen van een speciale school voor basisonderwijs. Op deze afdelingen zijn de Wet op de expertisecentra en alle daarop gebaseerde regelgeving van toepassing. Dat wil zeggen dat ook hetgeen in het Uitvoeringsbesluit voor zeer moeilijk lerende kinderen is geregeld (zie de tabel in artikel 4), op deze afdelingen van toepassing is;

b. (zie artikel XXXIX van genoemde wet) afdelingen voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters aan een school voor speciaal en/of voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Op dergelijke afdelingen zijn tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum de WEC en de daarop gebaseerde regelgeving van toepassing. Tot die datum blijven op dergelijke afdelingen de voorzieningen van toepassing zoals ze voor de in hun ontwikkeling bedreigde kleuters tot de inwerkingtreding van dit besluit waren opgenomen in onderdeel m van de tabel in artikel 4.

Artikel IV

1. Om de gemeenten in staat te stellen de nieuwe huisvestingsnormen te hanteren bij de (veelal jaarlijkse) vaststelling van programma's voor de huisvestingsvoorzieningen, is het streven erop gericht deze wijziging van het besluit in het laatste kwartaal van 2000 in het Staatsblad te doen plaatsen. De inwerkingtreding van het besluit zal ten aanzien van het voortgezet onderwijs plaatsvinden met ingang van 1 januari 2002. Ten aanzien van het primair onderwijs is de inwerkingtreding al voorzien voor 1 januari 2001.

2. Aangezien het bij alle formulieren die in artikel II worden aangepast, om bekostigingsinformatie gaat en niet om beleidsinformatie, behoeft ten aanzien van de wijziging van het Besluit informatievoorziening WVO geen wachttermijn van 12 maanden in acht te worden genomen. De wijziging treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst en zal voor het eerst werkzaam zijn bij de leerlingtelling op 1 oktober 2001.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K. Y. I. J. Adelmund

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst

BIJLAGE 1 BIJ HET BESLUIT HOUDENDE ACTUALISERING VAN HET UITVOERINGSBESLUIT VOORZIENINGEN IN DE HUISVESTING PO/VO ALSMEDE WIJZIGING VAN HET BESLUIT INFORMATIEVOORZIENING WVO

1 school
 Brin-nr:
 Naam school:
 Hoofdvestigingsplaats:
 Naam contactpersoon:
 Telefoon:
2 Opheffing
 Opgeheven:
3 Opmerkingen
 
 
 
4 Ondertekening namens bestuur
 Plaats:
 Datum:
 Handtekening:
 
Gegevens school
 BRIN-nummer met vestigingsnummer:  
 Adres: 
 Vestigingsplaats:  
 Soort vestiging: 
1 Opleidingsgegevens
CodeOnder- wijs- type- afde- lingLeerjaar 1 ManVrouwLeerjaar 2 ManVrouwLeerjaar 3 ManVrouwLeerjaar 4 ManVrouwLeerjaar 5 ManVrouwLeerjaar 6 ManVrouwTeruggekeerd gezakt totaalHer- pro- fileer- dersProfiel verbe- teraarsGeslaagd voor diploma vorig jaar ManVrouw
  12345678910
            
 
Gegevens school
 BRIN-nummer met vestigingsnummer  
 Adres 
 Vestigingsplaats  
 Soort vestiging 
2 Opleidingsgegevens praktijkonderwijs
CodeOnderwijstype-afdelingInschrijvingsjr 1 ManVrouwInschrijvingsjr 2 ManVrouwInschrijvingsjr 3 ManVrouwInschrijvingsjr 4 ManVrouwInschrijvingsjr 5 ManVrouwInschrijvingsjr 6 of hoger ManVrouw
  123456
0090Praktijkonderwijs      
 
 BRIN-nummer: 
Vraag 3 Instroom/Leeftijdsopbouw/klassengrootte
Instroom
  ManVrouw  
 Basis onderwijs    
 Speciaal onderwijs    
Leeftijdsopbouw
 Aantal leerlingen tot 16 jaar    
 Aantal leerlingen 16 en 17 jaar    
 Aantal leerlingen vanaf 18 jaar    
 Totaal    
Klassegrootte
  LwooOverig  
 Aantal klassen eerste leerjaar    
 Aantal klassen tweede leerjaar    
Vraag 4 ongeoorloofd verzuim
  ManVrouwAantal leerplichtigen
 AVO algemeen leerjaar    
 Mavo    
 Havo    
 VWO    
 VBO algemeen leerjaar    
 LWOO algemeen leerjaar    
 VBO    
 LWOO    
 AVO/VBO    
 Praktijkonderwijs    
 
Vraag 5a Cumi-VO
SchoolsoortBrinnummer 
Aantallen Leerlingen
HerkomstCategorieLeerjaar 
  123456Geslaagd
  Geslacht 
  mvmvmvmvmvmvmv
Turks3a              
Aantal jaren in Nederland               
< 1 jaar              
1–4 jaar              
4–8 jaar              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
                
Marokkaans3a               
Aantal jaren in Nederland              
< 1 jaar              
1–4 jaar              
4–8 jaar              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
                
Zuid Europees13a               
Aantal jaren in Nederland               
< 1 jaar              
1–4 jaar              
4–8 jaar              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
                
Overig3e               
Aantal jaren in Nederland               
< 1 jaar              
1–4 jaar              
4–8 jaar              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
≥8 jaar (niet in Ned geboren)              
                
Overig3b               
                
Overig3c               
< 4 schooljaren onderwijs in Nederland              
                
Overig3d               
                
Overig3f               
1 jaar in Nederland              
≥1 in Ned en < 2 schooljaren onderwijs in Nederland              

1 Inclusief Tunesie en Kaap Verdië, zie toelichting.

 
Vraag 5b Cumi VO (praktijkonderwijs, WVO I)
Schoolsoort90 PraktijkonderwijsBrinnummer 
Aantallen Leerlingen
HerkomstCategorieInschrijvingsjaar 
  1 2 3 4 5 6 of hoger
  Geslacht 
  mvmvmvmvmvmv
Turks3a             
Aantal jaren in Nederland             
< 1 jaar            
1–4 jaar            
4–8 jaar            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
              
Marokkaans3a             
Aantal jaren in Nederland            
< 1 jaar            
1–4 jaar            
4–8 jaar            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
              
Zuid Europees13a             
Aantal jaren in Nederland             
< 1 jaar            
1–4 jaar            
4–8 jaar            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
              
Overig3e             
Aantal jaren in Nederland             
< 1 jaar            
1–4 jaar            
4–8 jaar            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
≥8 jaar (niet in Ned geboren)            
              
Overig3b             
              
Overig3c             
< 4 schooljaren onderwijs in Nederland            
              
Overig3d             
              
Overig3f             
1 jaar in Nederland            
≥1 in Ned en < 2 schooljaren onderwijs in Nederland            

1Inclusief Tunesie en Kaap Verdië, zie toelichting.

 
Vraag 5c Cumi-VO (Praktijkonderwijs, WVO II)
Schoolsoort  90 Praktijkonderwijs  Brinnummer 
Aantallen Leerlingen
HerkomstInschrijvingsjaar 
 123456 of hoger< 4 jaar in NederlandGeboren in Nederland
Geslachtmvmvmvmvmvmv
01 Griekenland              
02 Italië              
03 Vml. Joegoslavië              
04 Kaapverdië              
05 Marokko              
06 Portugal              
07 Spanje              
08 Tunesië              
09 Turkije              
10 Suriname              
11 Nederlandse Antillen              
12 Molukken              
13 Vluchtelingen              
14 Niet Engelstaligen1              
15 Aruba              
Totaal              

1 Buiten Europa met uitzondering van Indonesië.

BIJLAGE 2 BIJ HET BESLUIT HOUDENDE ACTUALISERING VAN HET UITVOERINGSBESLUIT VOORZIENINGEN IN DE HUISVESTING PO/VO ALSMEDE WIJZIGING VAN HET BESLUIT INFORMATIEVOORZIENING WVO

stb-2000-638-1.gif

stb-2000-638-2.gif

stb-2000-638-3.gif


XNoot
1

Stb. 1997, 125.

XNoot
2

Stb. 1997, 455, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 september 1999, Stb. 405.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven