Besluit van 13 oktober 2000, houdende wijziging van
het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang
en verslavingsbeleid
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
van 14 augustus 2000, kenmerk GVM/MO 2094470 in overeenstemming met Onze Ministers
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Grote Steden- en Integratiebeleid;
Gelet op artikel 10a, eerste tot en met vierde lid, van de Welzijnswet
1994;
De Raad van State gehoord (advies van 31 augustus 2000, nr. W13.00.0375);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport van 9 oktober 2000 in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Grote Steden- en Integratiebeleid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
De bijlage behorende bij het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke
opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid1 wordt vervangen
door de bij dit besluit behorende bijlage.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 13 oktober 2000
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de zevende november 2000
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
Bijlage behorende bij het Besluit van 13 oktober 2000, Stb. 469, houdende
wijziging van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang,
vrouwenopvang en verslavingsbeleid
Bijlage behorende bij het Besluit specifieke uitkeringen
maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid
A. Gemeenten waaraan een uitkering maatschappelijke opvang
wordt verstrekt
| Alkmaar Almelo Almere Amersfoort Amsterdam Apeldoorn
Arnhem Assen Bergen op Zoom Breda Delft Den Bosch Den Haag Den Helder Deventer | Doetinchem Dordrecht Ede Eindhoven Emmen Enschede
Gouda Groningen Haarlem Heerlen Helmond Hilversum Hoorn Leeuwarden Leiden | Maastricht Nijmegen Oss Purmerend Rotterdam Spijkenisse
Tilburg Utrecht Venlo Vlaardingen Vlissingen Zaanstad Zwolle |
B. Gemeenten waaraan een uitkering vrouwenopvang wordt
verstrekt
| Alkmaar Almere Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem
Breda Delft Den Bosch Den Haag Den Helder Dordrecht | Ede Eindhoven Emmen Enschede Gouda Groningen Haarlem Heerlen Helmond Hilversum
Leeuwarden Leiden | Maastricht Nijmegen Rotterdam
Spijkenisse Tilburg Utrecht Venlo Vlaardingen Vlissingen Zaanstad Zwolle |
C. Gemeenten waaraan een uitkering verslavingsbeleid wordt
verstrekt
| Almelo Almere Alkmaar Amersfoort Amsterdam Apeldoorn
Arnhem Assen Breda Delft Den Bosch Den Haag Den Helder Deventer | Dordrecht Eindhoven Emmen Enschede Gouda Groningen Haarlem Heerlen
Hilversum Hoorn Leeuwarden Leiden Nijmegen Rotterdam | Tilburg Utrecht Venlo Vlissingen Zaanstad Zwolle |
NOTA VAN TOELICHTING
Bij brief van 22 september 1999 hebben de Minister voor Grote Steden-
en Integratiebeleid (GSI) en ik de Tweede Kamer het standpunt over het advies
van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) aangeboden.1 Het kabinet had de Rfv advies gevraagd over het aantal en de
gemeenten die in aanmerking komen voor uitkeringen op de terreinen maatschappelijke
opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid. De aanleiding daarvoor was dat,
zowel met betrekking tot de aanwijzing van gemeenten als met betrekking tot
de hoogte van de uitkering, gekomen moest worden tot hantering van andere,
objectieve maatstaven.
In bovengenoemde brief hebben wij het advies van de Rfv over de aanwijzing
van gemeenten, die in aanmerking komen voor uitkeringen op de terreinen maatschappelijke
opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid, overgenomen.
Op 4 november 1999 heeft over bovengenoemde brief een Algemeen Overleg
plaatsgevonden met de vaste commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
en voor Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. De Tweede Kamer heeft ingestemd
met de keuze om vanaf 1 januari 2000 gemeenten toe te voegen. Deze toevoeging
is neergelegd in de wijziging van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke
opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid van 12 februari 2000 (Stb. 2000,
94).
De onderhavige wijziging betreft de schrapping van een aantal gemeenten.
In vergelijking met het advies van de Rfv is er een uitzondering gemaakt voor
het deelgebied Westelijk Noord-Brabant. De Rfv adviseerde Roosendaal aan te
wijzen als centrumgemeente maatschappelijke opvang voor dit gebied. Tot op
heden vervult Bergen op Zoom deze rol. Beide gemeenten staan op het standpunt
dat in de huidige situatie geen verandering zou moeten komen omdat dat de
voortgang en de opbouw van het beleid niet ten goede zou komen. Gegeven deze
argumentatie en het feit dat inwilliging van dit verzoek geen wijziging van
het aantal gemeenten betekent, is besloten het verzoek van beide gemeenten
te honoreren.
Voorts zijn – afwijkend van het advies van de Rfv – de gemeenten
Doetinchem en Den Helder gehandhaafd als centrumgemeente voor respectievelijk
maatschappelijke opvang en voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en
verslavingsbeleid. Tijdens het Algemeen Overleg met de vaste commissies voor
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport op 22 juni 2000 heeft de Tweede Kamer de argumenten, die ik in mijn
brief van
17 mei 2000 (kenmerk GVM/Vz/2071666) heb aangevoerd om ook deze beide
gemeenten te schrappen, niet overgenomen. Vervolgens heb ik in datzelfde overleg
te kennen gegeven dat ik beide gemeenten zal handhaven als centrumgemeente.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
XNoot
1Stb. 1998, 614, gewijzigd bij besluit van 12 februari 2000, Stb. 94.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad
van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.
XNoot
1Kamerstukken II 1999/2000, 26 604/25 682, nr. 2.