Besluit van 2 oktober 2000, houdende wijziging van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A en van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B (wetstechnische wijzigingen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 juli 2000, nr. MJZ2000081430, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 8.44 van de Wet milieubeheer en, gezien artikel 3, tweede lid, van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B, ook op artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 27 juli 2000, nr. W08.00.0304/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 september 2000, nr. MJZ2000115368, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A1 wordt gewijzigd als volgt.

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt.

1. In de aanhef wordt na «besluit» ingevoegd: en de daarop berustende bepalingen.

2. Onderdeel i komt te luiden:

i. LPG: vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns;.

B

Artikel 2, onder b, onderdelen 8 en 8, komt te luiden:

8°. bestaande stookinstallaties die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;

9°. installaties voor de vergassing van kolen of olie.

C

In artikel 48a, eerste lid, wordt «artikel 1, onder d, van het Inrichtingenbesluit artikel 19, eerste lid, Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1972, 294)» vervangen door: categorie 1.3, onderdeel b, van bijlage I behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

Artikel II

Deel II (Voorschriften) van de bijlage behorende bij het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B2 wordt gewijzigd als volgt.

A

In voorschrift 3.2.2a vervalt de zinsnede «waarvoor vergunning is verleend voor 1 mei 1998,».

B

In de aanhef van voorschrift 4.2.1 wordt na «ketelinstallatie» ingevoegd: met een vermogen van 2,5 MW of meer, berekend op de bovenste verbrandingswaarde van de brandstof,.

C

Voorschrift 4.2.2 komt te luiden:

4.2.2 De uitworp van stikstofoxiden met het rookgas van een bestaande, met aardgas gestookte ketelinstallatie met een vermogen minder dan 2,5 MW, berekend op de bovenste verbrandingswaarde van de brandstof, mag, zodra de branders van de ketelinstallatie worden vervangen, niet meer bedragen dan 70 mg/m3.

D

In voorschrift 7.2 wordt «arbeidsvermogen» vervangen door: asvermogen.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 2 oktober 2000

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

Uitgegeven de zesentwintigste oktober 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Hoofdstuk 1. Algemeen

Voor de bestrijding van verzuring is het terugdringen van de uitstoot van stikstofoxiden van groot belang. Voor stationaire bronnen wordt deze emissiereductie al vele jaren gerealiseerd door stapsgewijze aanscherpingen van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (BEES A) en het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B (BEES B). Het onderhavige besluit betreft enkele aanpassingen van het BEES A en van het BEES B.

Bij de laatste wijziging van voornoemde besluiten (18 maart 1998, Stb. 166) is voor het eerst de categorie kleine ketels met een thermisch vermogen van 0,9 MW tot 2,5 MW onder de werkingssfeer van het BEES A en het BEES B gebracht. De nieuwe ondergrens van 0,9 MW is opgenomen in artikel 2, onderdeel b, ten derde, van het BEES A, respectievelijk in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van het BEES B. Ingevolge het BEES A wordt ten aanzien van de categorie bestaande met aardgas gestookte kleine ketelinstallaties (0,9 MW tot 2,5 MW) de eis gesteld dat bij brandervervanging niet meer stikstofoxiden mogen worden uitgestoten dan 70 mg/m3 (zie artikel 17, eerste lid, onder b, ten tweede, van het BEES A). Ook onder het BEES B geldt voor deze categorie de eis van 70 mg/m3 bij brandervervanging (zie de voorschriften 4.2.2 juncto 4.2.1, onderdeel c, van deel II (Voorschriften) van de bijlage behorende bij het BEES B). Uit de voorschriften 4.2.1 en 4.2.2 van deel II van de bijlage behorende bij het BEES B zou men hebben kunnen opmaken dat voor deze categorie, naast de eis van 70 mg/m3 bij brandervervanging, ook de eis van 150 mg/m3, los van brandervervanging, gold. Voorschrift 4.2.1, onderdeel b, bevatte namelijk in algemene zin een eis van 150 mg/m3 voor alle kleine ketels met een thermisch vermogen van 0,9 MW of meer, terwijl voorschrift 4.2.2 deze eis niet beperkte tot het tijdstip van brandervervanging. Het is echter niet de bedoeling van de betreffende BEES-wijziging geweest om deze eis te stellen; zie in dit verband de artikelsgewijze toelichting (artikel IV) bij voornoemde wijziging van het BEES B. Daarom zijn in het onderhavige besluit de voorschriften 4.2.1 en 4.2.2 van deel II van de bijlage behorende bij het BEES B gewijzigd, zodanig dat duidelijk is dat ten aanzien van deze categorie installaties alleen de eis van 70 mg/m3 bij brandervervanging geldt.

Tevens zijn in het onderhavige besluit in de artikelen 1 en 48a van het BEES A leemtes opgevuld, die waren ontstaan doordat de bepalingen waarnaar werd verwezen, inmiddels zijn vervallen. Voorts zijn enkele andere verbeteringen aangebracht in het BEES A en het BEES B.

Het ontwerp-besluit is op 5 juni 2000 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2000/287/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De volgende bepalingen bevatten vermoedelijk technische voorschriften: artikel I, onderdeel C (wijziging van artikel 48a van het BEES A), artikel II, onderdelen A tot en met D (wijziging van de voorschriften 3.2.2a, 4.2.1, 4.2.2 en 7.2 van deel II van de bijlage behorende bij het BEES B). Op het ontwerp-besluit zijn geen reacties ontvangen.

Tevens heeft op 29 juni 2000 melding plaatsgevonden aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie (notificatienummer G/TBT/notif. 00/298), ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) (zie Stcrt. 2000, nr. 136). Ook in dit verband zijn geen reacties op het ontwerp-besluit ontvangen.

Hoofdstuk 2. Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Door toevoeging van de zinsnede «en de daarop berustende bepalingen» in de aanhef van artikel 1 van het BEES A, zijnde de definitiebepaling, is verzekerd dat begrippen in een uitvoeringsregeling op basis van het BEES A dezelfde betekenis hebben als die in het BEES A. De Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A, die is gebaseerd op artikel 45 van het BEES A, bevat weliswaar een afzonderlijke, op artikel 1 van het BEES A geënte definitiebepaling (artikel 1), maar niet alle begrippen die in die regeling voorkomen worden in laatstgenoemde bepaling omschreven. Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip «brandstof(fen)». Teneinde misverstanden over de betekenis van begrippen in op het BEES A gebaseerde uitvoeringsregelingen te voorkomen, is eerdergenoemde zinsnede toegevoegd.

Artikel 1, onderdeel i, van het BEES A verwees voor de betekenis van het begrip LPG naar artikel 15.1 van de Wet milieubeheer. Het desbetreffende gedeelte van artikel 15.1 is echter per 1 januari 1995 komen te vervallen ingevolge de Invoeringswet Wet belastingen op milieugrondslag (Stb. 1994, 924); met ingang van 1 januari 1998 is vervolgens de gehele titel 15.1 van de Wet milieubeheer, waarvan artikel 15.1 deel uitmaakte, komen te vervallen (Aanpassingswet derde tranche Awb II, Stb. 1997, 580). Om in de ontstane leemte te voorzien, is thans voor de inhoud van het begrip LPG aangesloten bij de omschrijving van vloeibaar gemaakt petroleumgas, zoals opgenomen in artikel 26 van de Wet op de accijns. Hiermee wordt geen inhoudelijke wijziging beoogd. Artikel 15.1 van de Wet milieubeheer bevatte namelijk ook reeds een verwijzing naar (artikel 26 van) de Wet op de accijns. Overigens komen ook elders in artikel 1 van het BEES A verwijzingen naar de Wet op de accijns voor (zie de onderdelen e, f en g).

Onderdeel B

Artikel 2, onder b, van het BEES A bevatte per abuis een tweetal onderdelen 8. De oorzaak hiervan is dat bij de laatste wijziging van het BEES A in 1998 niet is uitgegaan van de meest recente tekst van artikel 2. Bij die wijziging is er abusievelijk van uitgegaan dat artikel 2 slechts zeven onderdelen bevatte. Bij besluit van 20 maart 1995 (Stb. 1995, 163) was echter – als gevolg van invoeging van een nieuw onderdeel in artikel 2, onder b – onderdeel 7 (installaties voor de vergassing van kolen of olie) vernummerd tot 8. Thans zijn de onderdelen op de juiste wijze genummerd. Om misverstanden te voorkomen, is de tekst van de onderdelen 8 en 9 opnieuw vastgesteld.

Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de meest recente tekstplaatsing van het BEES A (Stb. 1998, 167) in zoverre onjuist is, dat artikel 2, onder b, slechts acht onderdelen bevat; het eerdergenoemde onderdeel 9 (installaties voor de vergassing van kolen of olie) is daar ten onrechte niet opgenomen.

Onderdeel C

Artikel 48a, eerste lid, van het BEES A bevatte een verwijzing naar artikel 1, onder d, van het Inrichtingenbesluit artikel 19, eerste lid, Wet inzake de luchtverontreiniging. Laatstgenoemd besluit is echter per1 maart 1993 van rechtswege komen te vervallen als gevolg van het vervallen van hoofdstuk IV van de Wet inzake de luchtverontreiniging, waarop het was gebaseerd. De capaciteitsgrens van 50 MW uit artikel 1, onder d, van voornoemd besluit is overgenomen in onderdeel 1.3, onder b, van bijlage I behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (zie de toelichting bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, Stb. 1993, 50, p. 96). De verwijzing in artikel 48a, eerste lid, van het BEES A is hieraan aangepast.

Artikel II

Onderdeel A

Voorschrift 3.2.2a maakt onderdeel uit van de paragraaf die emissie-eisen behelst voor bestaande, met zware stookolie of gasolie gestookte ketelinstallaties. Aangezien het begrip bestaande installatie reeds gedefinieerd is in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het BEES B als zijnde installaties die voor 1 augustus 1990 zijn opgericht of met betrekking waartoe voor 1 augustus 1990 een vergunning is verleend, is een zinsnede in het betreffende voorschrift terzake van een datum van vergunningverlening niet nodig en komt het bovendien de duidelijkheid van het voorschrift niet ten goede. Daarom is de betreffende zinsnede geschrapt.

Onderdelen B en C

Zoals in het algemeen deel van deze toelichting is uiteengezet, is met de wijzigingen van de voorschriften 4.2.1 en 4.2.2 duidelijk vastgelegd dat voor de categorie kleine ketelinstallaties met een vermogen van 0,9 MW tot 2,5 MW, berekend op de bovenste verbrandingswaarde van de brandstof, alleen de eis van 70 mg/m3 bij brandervervanging geldt. Dit is gebeurd door de emissie-eisen van voorschrift 4.2.1 uitdrukkelijk te beperken tot installaties met een vermogen van 2,5 MW of meer, berekend op de bovenste verbrandingswaarde van de brandstof, en in voorschrift 4.2.2 een afzonderlijke emissie-eis op te nemen voor installaties met een vermogen van 0,9 MW tot 2,5 MW, berekend op de bovenste verbrandingswaarde van de brandstof. De zinsnede in voorschrift 4.2.2 betreffende de datum van vergunningverlening is geschrapt om dezelfde reden als dit bij voorschrift 3.2.2a is gebeurd (zie de artikelsgewijze toelichting, artikel II, onderdeel A).

Onderdeel D

Voorschrift 7.2 van het BEES B bevatte emissie-eisen voor zuigermotoren waarvan het arbeidsvermogen niet meer bedroeg dan 50 kW. De wijziging betreft het vervangen van het begrip arbeidsvermogen door het begrip asvermogen. De overige voorschriften houdende emissie-eisen voor zuigermotoren in het BEES B (zie voorschrift 7.3) en het BEES A (zie de voorschriften 23 en 23a) hanteren het asvermogen van een zuigermotor als aanknopingspunt. Met de onderhavige aanpassing is de aansluiting van voorschrift 7.2 van het BEES B op genoemde voorschriften verbeterd.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk


XNoot
1

Stb. 1998, 167, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 17 november 1998, Stb. 655.

XNoot
2

Stb. 1998, 168.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven