Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2000, 437AMvB

Besluit van 11 oktober 2000, houdende wijziging van het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf, van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 en van het Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet, alsmede intrekking van het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 juli 2000, kenmerk GZB/GZ 2.084.079;

Gelet op artikel 1, eerste lid, en artikel 8, derde en vierde lid, van de Drank- en Horecawet;

De Raad van State gehoord (advies van 20 juli 2000, no. W13.00.0277/111);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 oktober 2000, kenmerk GZB/GZ 2.108.421;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «bedoeld in artikel 3, slot, derde lid van de Drank- en Horecawet (Stb. 1964, 386)» vervangen door: bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de Drank- en Horecawet.

B

In artikel 1 wordt

– «klein drankmeubilair» vervangen door: afsluitmiddelen voor flessen, koolzuurflessen, koolzuurcapsules,

– en wordt «voorlichtingslectuur» telkens vervangen door: voorlichtingsmaterialen.

C

Onder vernummering van artikel 2 tot artikel 3, wordt na artikel 1 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2

Als handeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de Drank- en Horecawet, wordt eveneens aangewezen het bedrijfsmatig verhuren van biertapinstallaties, glaswerk en party-meubilair, een en ander voor zover die verhuur geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt.

ARTIKEL II

Het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 19992 wordt als volgt gewijzigd:

A

De woorden «bedrijfsleider en beheerder» worden telkens vervangen door: leidinggevende.

B

In artikel 5, eerste lid, wordt na «voor ten minste een maand is gesloten op grond van» toegevoegd: artikel 13b van de Opiumwet of van.

ARTIKEL III

Het Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet3 wordt als volgt gewijzigd:

In de artikelen 1 en 2 wordt «Bedrijfsleiders en beheerders» telkens vervangen door: Leidinggevenden, met dien verstande dat bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet zulks beperkt is tot twee leidinggevenden,.

ARTIKEL IV

Het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet wordt ingetrokken.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop onderdelen A en G van ARTIKEL I van de Wet van 13 april 2000, Stb. 184, tot wijziging van de Drank- en Horecawet in werking treden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 11 oktober 2000

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Uitgegeven de vierentwintigste oktober 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Op 13 april 2000 is de Wet tot wijziging van de Drank- en Horecawet vastgesteld (Stb. 184). Inmiddels is de integrale tekst van de nieuwe Drank- en Horecawet in het Staatsblad geplaatst (Stb. 2000, 185). De inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen – met uitzondering van artikel 23 van de nieuwe Drank- en Horecawet, dat al op 26 mei 2000 in werking is gesteld – is thans voorzien in het najaar van 2000.

De wijziging van de Drank- en Horecawet heeft tot gevolg dat diverse besluiten krachtens de Drank- en Horecawet aangepast dan wel ingetrokken moeten worden. Het onderhavige besluit wijzigt drie besluiten en doet één besluit vervallen. Dit besluit heeft geen nadelige bedrijfseffecten voor de betrokken branche. Over de formulering van de wijzigingen in het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf en de intrekking van het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet is overleg gevoerd met het direct belanghebbende bedrijfsleven (de voormalige Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Alcoholhoudende en Alcoholvrije Dranken en de SlijtersUnie) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Artikelsgewijs

ARTIKEL I

Opgemerkt wordt dat, als gevolg van de vernummering van de artikelen van de Drank- en Horecawet, de verwijzing in de aanhef van het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf naar artikel 3, derde, vierde en vijfde lid, van de Drank- en Horecawet gelezen dient te worden als een verwijzing naar artikel 1, eerste lid, van deze wet.

Het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf is op vier punten gewijzigd.

Ten eerste zijn er kleine aanpassingen als gevolg van de vernummering van de artikelen van de Drank- en Horecawet. Ten tweede wordt het bedrijfsmatig verhuren van biertapinstallaties, glaswerk en party-meubilair en de verkoop van afsluitmiddelen voor flessen, koolzuurflessen en koolzuurcapsules mogelijk gemaakt, zij het onder condities. Een van die condities is dat die verhuur geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening uitmaakt. Deze conditie is gesteld om duidelijk te maken dat verhuurbedrijven van party-meubilair en dergelijke geen aanspraak kunnen maken op een vergunning het slijterijbedrijf uit te oefenen. De derde wijziging betreft het toestaan van de verkoop van andere voorlichtingsmaterialen over alcoholhoudende dranken en borrelhapjes, dan lectuur. Gedacht kan worden aan audiovisuele voorlichtingsmaterialen. Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het toestaan van de verkoop van klein drankmeubilair te schrappen. Aan deze bepaling was geen behoefte meer.

ARTIKEL II

De vernummering van de artikelen van de Drank- en Horecawet brengt mee dat de verwijzing in de aanhef van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 naar artikel 5, derde lid, van de Drank- en Horecawet gelezen dient te worden als een verwijzing naar artikel 8, derde lid, van deze wet.

Het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 is op twee punten gewijzigd. Ten eerste zijn er kleine aanpassingen als gevolg van de vernummering van de artikelen van de Drank- en Horecawet. Ten tweede is artikel 5 van dit besluit aangevuld met een verwijziging naar artikel 13b van de Opiumwet. Dit artikel is op 21 april 1999 in werking getreden bij de zogenoemde wet Damocles. Bij deze wet wordt een bestuursdwangbevoegdheid in de Opiumwet opgenomen. Op grond hiervan kan de burgemeester een horecagelegenheid sluiten wegens bepaalde overtredingen van de Opiumwet. Deze bestuursdwangbevoegdheid is gekomen naast de bevoegdheid die reeds in artikel 5 van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 wordt genoemd. Omdat opname van deze nieuwe bestuursdwangbevoegheid in het besluit wenselijk is, is artikel 5 nu in die zin uitgebreid.

ARTIKEL III

Voor het Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet 1999 brengt de vernummering van de artikelen van de Drank- en Horecawet mee dat de verwijzing in de aanhef naar de artikelen 5, vierde lid, 37 tot en met 44 en 58 van de Drank- en Horecawet gelezen dient te worden als een verwijzing naar artikel 8, vierde lid, van deze wet.

Het Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet 1999 is op een punt gewijzigd. Nu de Drank- en Horecawet bepaalt dat bij niet-commerciële horecabedrijven (sport- en andere kantines) twee leidinggevenden dienen te beschikken over de in het Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet 1999 bedoelde kwalificatie-eisen is dit besluit daarmee in overeenstemming gebracht.

ARTIKEL IV

Het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet wordt ingetrokken. De artikelen 1 en 2 zijn vervallen omdat het daarin bepaalde strijdig is met het uitgangspunt dat de lokale overheid zelf – onder bepaalde voorwaarden – de hoogte van de leges kan bepalen. Artikel 5 hoeft niet meer opgenomen te worden omdat het ontheffingensysteem door de wijziging van de Drank- en Horecawet voor wat betreft de rijksoverheid geheel is komen te vervallen. Het bepaalde in artikel 8 en 9 is overbodig omdat een en ander inmiddels opgenomen is in de artikelen 26 en 29 van de nieuwe Drank- en Horecawet.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers


XNoot
1

Stb. 1972, 550.

XNoot
2

Stb. 1999, 378.

XNoot
3

Stb. 1995, 611.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.