Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2000, 40Wet

Wet van 20 januari 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten met het oog op de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige strafbepalingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie strafbaarstelling frauduleuze gedragingen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de strafbaarstellingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen tijdig gegevens te verstrekken, op te nemen in het Wetboek van Strafrecht en in verband daarmee de strafbaarstellingen inzake deze gedragingen, zoals opgenomen in andere wetten, te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafrecht1 wordt gewijzigd als volgt:

A

Het opschrift van titel XII van het Tweede Boek komt te luiden:

Valsheid in geschriften, opgave van onware gegevens en schending van de verplichting gegevens te verstrekken

B

Na artikel 227 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 227a

Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid gegevens verstrekt aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenis straf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 227b

Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

C

Artikel 232, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van een valse of vervalste betaalpas of waardekaart als ware deze echt en onvervalst, dan wel opzettelijk zodanige betaalpas of waardekaart aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de betaalpas of waardekaart bestemd is voor zodanig gebruik.

D

Na artikel 447b worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 447c

Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, gegevens verstrekt die naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden niet met de waarheid in overeenstemming zijn, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 447d

Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

ARTIKEL II

In artikel 56, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie2 wordt na «de artikelen 432 tot en met 434» ingevoegd: , 447c, 447d.

ARTIKEL III

De Ziektewet3 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 76, eerste lid, wordt «de artikelen 13 en 31, eerste lid,» vervangen door: artikel 13.

B

De artikelen 79 en 80 vervallen.

C

Artikel 83 komt te luiden:

Artikel 83

De bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

ARTIKEL IV

De Wet buitengewoon pensioen 1940–19454 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van het elfde hoofdstuk komt te luiden: Slotbepalingen.

B

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43

De belanghebbende is verplicht desgevraagd die inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet of krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur.

C

Artikel 44 vervalt.

ARTIKEL V

De Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers5 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van het negende hoofdstuk komt te luiden: Slotbepalingen.

B

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36

De belanghebbende is verplicht desgevraagd die inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet of krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur.

C

Artikel 37 vervalt.

ARTIKEL VI

De Organisatiewet sociale verzekeringen6 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 108 vervalt: , 91, 94, 95.

B

Artikel 110 vervalt.

C

Artikel 112 komt te luiden:

Artikel 112

  • 1. Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet dan wel bij of krachtens wetten waarvan de uitvoering bij of krachtens deze wet is opgedragen aan de Bank en de bedrijfsverenigingen, alsmede, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet, onderscheidenlijk de andere hiervoor genoemde wetten, van belang is, van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

D

Artikel 111, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het in artikel 109, tweede lid, bedoelde strafbare feit wordt beschouwd als misdrijf.

ARTIKEL VII

De Algemene Ouderdomswet7 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 62 tot en met 64 en 69 vervallen.

B

Aan artikel 65 wordt een volzin toegevoegd luidende:

Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

C

1. Artikel 66 vervalt.

2. In artikel 67 wordt «in artikel 66 bedoelde» telkens vervangen door: in artikel 112 van de Organisatiewet sociale verzekeringen bedoelde.

ARTIKEL VIII

De Algemene Weduwen- en Wezenwet8 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 61 tot en met 63 en 69 vervallen.

B

Aan artikel 64 wordt een volzin toegevoegd luidende:

Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

C

1. Artikel 66 vervalt.

2. In artikel 67 wordt «in artikel 66 bedoelde» telkens vervangen door: in artikel 112 van de Organisatiewet sociale verzekeringen bedoelde.

ARTIKEL IX

De Algemene Kinderbijslagwet9 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 34, 35 en 40 vervallen.

B

Aan artikel 36 wordt een volzin toegevoegd luidende:

Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

C

1. Artikel 37 vervalt.

2. In artikel 38 wordt «in artikel 37 bedoelde» telkens vervangen door: in artikel 112 van de Organisatiewet sociale verzekeringen bedoelde.

ARTIKEL X

De artikelen 84d, derde en vierde lid, 84m en 84n van de Algemene Bijstandswet10 vervallen.

ARTIKEL XI

De Ziekenfondswet11 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 85 vervalt.

B

In artikel 87 vervalt: het eerste lid van artikel 39 of het vierde lid van artikel 41 dan wel.

C

Artikel 91 komt te luiden:

Artikel 91

  • 1. Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet, alsmede, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet van belang is, van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

D

In artikel 92 wordt na «bij» ingevoegd: of krachtens.

ARTIKEL XII

De Wet Werkloosheidsvoorziening12 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 46, 48, 49 en 50 vervallen.

B

In artikel 47 wordt na «artikel 44,» toegevoegd «derde lid,» en wordt een volzin toegevoegd luidende:

Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

ARTIKEL XIII

De Algemene burgerlijke pensioenwet13 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel F 13, tweede lid, en de aanduiding «1.» vervallen.

B

Artikel L 7, derde tot en met zesde lid, vervalt.

C

Artikel L 8 komt te luiden:

Artikel L 8

  • 1. Behalve met betrekking tot de beleggingen van het fonds is een ieder verplicht aan het bestuur of een door deze schriftelijke gemachtigde persoon desgevraagd inzage te geven in boeken, bescheiden en andere stukken, voor zover zulks voor de beoordeling van de uit deze wet en uit de te harer uitvoering gegeven voorschriften voortvloeiende aanspraken en verplichtingen nodig is.

  • 2. Artikel L 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Hij die niet de in het eerste lid bedoelde inzage verleent, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 4. Hij die naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde vraag inzage geeft in boeken, bescheiden en andere stukken, waarvan de onjuistheid hem bekend is, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

  • 5. Degene die het feit, omschreven in het vierde lid, opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  • 6. De in het derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in het vijfde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

ARTIKEL XIV

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering14 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 93, 94 en 95 vervallen.

B

Artikel 98 komt te luiden:

Artikel 98

De in artikelen 92 en 96 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

ARTIKEL XV

De Algemene militaire pensioenwet15 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel P 4, vierde tot en met zevende lid, vervalt.

B

Artikel P 5 komt te luiden:

Artikel P 5

  • 1. Een ieder is verplicht aan het bestuur of een door deze schriftelijk gemachtigde persoon desgevraagd inzage te geven in boeken, bescheiden en andere stukken, voor zover zulks voor de vervulling van de aan het bestuur in artikel P 1, eerste lid, opgedragen taak nodig is.

  • 2. Artikel P 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Hij die niet de in het eerste lid bedoelde medewerking verleent, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 4. Hij die naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde vraag inzage geeft in boeken, bescheiden en andere stukken, waarvan de onjuistheid hem bekend is, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

  • 5. Degene die het feit, omschreven in het vierde lid, opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  • 6. De in het derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in het vijfde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

ARTIKEL XVI

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten16 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 68 wordt «de artikelen 39,» vervangen door: artikel.

B

De artikelen 69 en 70 vervallen.

C

Artikel 73 komt te luiden:

Artikel 73

  • 1. Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet, alsmede, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet van belang is, van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

D

Artikel 76 komt te luiden:

Artikel 76

De in de artikelen 66, 68, 68a en 71 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

ARTIKEL XVII

De Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–194517 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 39 wordt «Een ieder» vervangen door: De belanghebbende.

B

In artikel 39a wordt «Een ieder» vervangen door: De belanghebbende.

ARTIKEL XVIII

De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet18 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 83, 84 en 85 vervallen.

B

Artikel 88 komt te luiden:

Artikel 88

De in artikel 86 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

ARTIKEL XIX

De Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–194519 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 49 wordt «Een ieder» vervangen door: De belanghebbende.

B

In artikel 50 wordt «Een ieder» vervangen door: De belanghebbende.

ARTIKEL XX

De Wet op de studiefinanciering20 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 124 vervalt: 121,

B

Artikel 125 vervalt.

C

Artikel 127 wordt vervangen door:

Artikel 127 Overtreding

De in de artikelen 124 en 126 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

D

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

1. de benaming van artikel 125 wordt vervangen door: vervallen;

2. de benaming van artikel 127 wordt vervangen door: Overtreding.

ARTIKEL XXI

Artikel 17 van de Wet arbeid gehandicapte werknemers21 komt te luiden:

Artikel 17

  • 1. Een werkgever die niet voldoet aan de hem bij of krachtens de artikelen 10 en 15, derde en vierde lid, opgelegde verplichtingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

  • 3. Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet, alsmede, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet van belang is, van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. Artikel 113 van de Organisatiewet sociale verzekeringen is van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

ARTIKEL XXII

De Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet22 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van het elfde hoofdstuk komt te luiden: Verstrekken van inlichtingen.

B

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50

De belanghebbende is verplicht desgevraagd die inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet of krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur.

C

Artikel 51 vervalt.

ARTIKEL XXIII

De Toeslagenwet23 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 41 en 42 vervallen.

B

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43

De in artikel 40 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

ARTIKEL XXIV

De artikelen 47, 48 en 49 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers24 vervallen.

ARTIKEL XXV

De Werkloosheidswet25 wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 133 en 134 vervallen.

B

In artikel 135 vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL XXVI

De artikelen 47, 48 en 49 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen26 vervallen.

ARTIKEL XXVII

Artikel 52 van de Wet financiering volksverzekeringen27 komt te luiden:

Artikel 52

Artikel 67 van de Algemene Ouderdomswet is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL XXVIII

Indien het bij koninklijke boodschap van 12 maart 1992 ingediende voorstel van wet herinrichting van de Algemene Bijstandswet (22 545)28 tot wet wordt verheven en in werking treedt, vervallen de artikelen 150, 151 en 152 van de Algemene bijstandswet.

ARTIKEL XXIX

Op het tijdstip dat de Wet tegemoetkoming studiekosten in werking treedt, dan wel indien de onderhavige wet op een later tijdstip in werking treedt, met ingang van dat latere tijdstip, wordt de Wet tegemoetkoming studiekosten29 als volgt gewijzigd:

A

In artikel 72 vervalt: 67.

B

Artikel 73 vervalt.

C

Artikel 75 wordt vervangen door:

Artikel 75 Overtreding

De in de artikelen 72 en 74 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

D

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

1. de benaming van artikel 73 wordt vervangen door: vervallen;

2. de benaming van artikel 75 wordt vervangen door: Overtreding.

ARTIKEL XXX

Indien deze wet in werking treedt op of na 1 januari 1996 wordt deze gewijzigd als volgt:

1. artikel X vervalt;

2. in artikel XXIV wordt «artikelen 47, 48 en 49» vervangen door: artikelen 61, 62 en 63;

3. in artikel XXVI wordt «artikelen 47, 48 en 49» vervangen door: artikelen 61, 62 en 63;

4. in artikel XXVIII wordt «artikelen 150, 151 en 152» vervangen door: artikelen 141, 142 en 143.

ARTIKEL XXXI1

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 20 januari 2000

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de eerste februari 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

1 Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 november 1999, Stb. 494.

2 Stb. 1999, 195, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1999, Stb. 469.

3 Stb. 1999, 22, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 595.

4 Stb. 1995, 409, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

5 Stb. 1995, 411, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

6 Stb. 1994, 790, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 april 1997, Stb. 178.

7 Stb. 1990, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 594.

8 Stb. 1990, 130, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 februari 1996, Stb. 134.

9 Stb. 1990, 128, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 december 1999, Stb. 601.

10 Stb. 1973, 395, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

11 Stb. 1992, 391, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1999, Stb. 461.

12 Stb. 1964, 485, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 789.

13 Stb. 1986, 540, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 1995, Stb. 691.

14 Stb. 1999, 23, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 595.

15 Stb. 1988, 284, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 mei 1999, Stb. 279.

16 Stb. 1992, 392, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 1999, Stb. 239.

17 Stb. 1995, 414, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1998, Stb. 744.

18 Stb. 1990, 127, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 1999, Stb. 185.

19 Stb. 1995, 413, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1998, Stb. 744.

20 Stb. 1997, 254, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 juli 1999, Stb. 294.

21 Stb. 1986, 300, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 794.

22 Stb. 1995, 410, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

23 Stb. 1987, 91, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 595.

24 Stb. 1995, 205, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 595.

25 Stb. 1999, 21, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 596.

26 Stb. 1995, 206, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1999, Stb. 595.

27 Stb. 1989, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 december 1999, Stb. 564.

28 Stb. 1995, 199.

29 Stb. 1995, 676, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 september 1999, Stb. 419.

XNoot
2

Gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1994/1995, 1995/1996, 23 993.

Handelingen II 1995/1996, blz. 3435.

Kamerstukken I 1995/1996, 23 993 (178, 178a, 178b); 1996/1997, 23 933 (48, 48a); 1997/1998, 23 993 (329, 329a); 1998/1999, 23 993 (39); 1999/2000, 23 933 (80).

Handelingen I 1999/2000, zie vergadering d.d. 18 januari 2000.