Besluit van 21 juni 2000, houdende aanpassing van verschillende regelingen in verband met de wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening (Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming), alsmede de inwerkingtreding van de Wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening (Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van11 mei 2000, kenmerk DWJZ-U-2070313; gedaan mede namens Onze Minister van Justitie en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegeheid drs. J. F. Hoogervorst;

Gelet op artikel 35, eerste lid, artikel 37, artikel 56, derde lid, artikel 60, vierde lid, artikel 61, artikel 65, tweede lid en artikel 66 van de Wet op de jeugdhulpverlening, de Arbeidsomstandighedenwet, artikel 6, derde lid, van de Opiumwet en artikel III van de Wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening (Stb. 63);

De Raad van State gehoord (advies van 25 mei 2000, no.W13.00.0195/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 juni 2000, DWJZ-U-2079080, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid drs. J. F. Hoogervorst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

In artikel 1.4, eerste lid, onder c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit1 wordt «een rijksinrichting voor justitiële kinderbescherming als bedoeld in de Wet op de jeugdhulpverlening» vervangen door: een rijksinrichting als bedoeld in de Wet op de jeugdhulpverlening.

Artikel II

In artikel 1, eerste lid, onder d, van het Besluit van 18 oktober 1976 houdende aanwijzing van instellingen, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Opiumwet2 wordt «inrichtingen voor justitiële kinderbescherming in de zin van de Wet op de jeugdhulpverlening» vervangen door: inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van de Wet op de jeugdhulpverlening.

Artikel III

In artikel 5, vierde lid, van het Besluit gegevensverstrekking jeugdhulpverlening3 wordt «Inspectie jeugdhulpverlening» vervangen door: Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.

Artikel IV

Het Besluit kwaliteitsregels en taken voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen4 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt de punt-komma aan het slot van onderdeel b vervangen door een punt en vervallen de onderdelen c, d en e.

B

In artikel 2, vierde lid, vervalt de punt, waarna wordt toegevoegd: en aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.

Artikel V

Het Besluit kwaliteitsregels jeugdhulpverlening5 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, vierde lid, en artikel 16, vijfde lid, wordt «Inspectie jeugdhulpverlening» telkens vervangen door: Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.

B

In artikel 19, vijfde lid, derde volzin, wordt de zinsnede «of een gezinsvoogdij-instelling als bedoeld in artikel 60 van de wet de voogdij uitoefent, respectievelijk jeugdigen die de gezinsvoogdij-instelling» vervangen door: de voogdij uitoefent of die door een gezinsvoogdij-instelling.

Artikel VI

Het Besluit regels inrichtingen voor justitiële kinderbescherming6 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c vervalt.

2. De onderdelen d tot en met f worden verletterd tot c tot en met e.

3. In onderdeel c (nieuw) wordt «voorziening als bedoeld in artikel 65 van de wet» vervangen door: inrichting.

4. Onderdeel e (nieuw) komt te luiden:

e. directeur: de directeur van een inrichting, of diens plaatsvervanger.

B

In artikel 2 vervallen de woorden «voor justitiële kinderbescherming».

C

In artikel 9, vierde lid wordt na «Onze Minister» ingevoegd: en aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.

D

In artikel 39, vierde lid, vierde volzin, wordt «onder r» vervangen door: onder u.

Artikel VII

Artikel 1, eerste lid, van het Besluit tijdelijke regeling subsidiëring jeugdhulpverlening7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «voogdij-instelling of een gezinsvoogdij-instelling als bedoeld in artikel 60 van de wet» vervangen door: instelling.

2. In onderdeel d wordt «de voorzieningen, bedoeld in artikel 65 van de wet» vervangen door: inrichtingen.

Artikel VIII

Het Subsidiebesluit justitiële jeugdinrichtingen8 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel c komt te luiden:

c. particuliere inrichting: een door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand gehouden inrichting;

B

In de artikelen 2, 3, 5, 7, 9 en 11 tot en met 15 wordt telkens «justitiële jeugdinrichting» vervangen door: particuliere inrichting.

Artikel IX

In artikel 1 van het Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen9 wordt aan het slot van onderdeel b een punt geplaatst en vervallen de onderdelen c, d en e.

Artikel X

De Wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening (Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming) (Stb. 1999, 63) treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel XI

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 21 juni 2000

Beatrix

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. M. Vliegenthart

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de tweeëntwintigste augustus 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Bij wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening (Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming) (Stb. 1999, 63) is de taak van de inspectie jeugdhulpverlening uitgebreid met onder meer het toezicht op de kwaliteit van de voogdij- en de gezinsvoogdij-instellingen en van de inrichtingen voor justitiële kinderbescherming. In verband hiermee dienen verschillende algemene maatregelen van bestuur te worden gewijzigd. Het onderhavige besluit voorziet in deze wijzigingen.

De wijzigingen zijn in hoofdzaak technisch van aard. Zij betreffen onder meer de verwerking van de naamswijziging van de Inspectie jeugdhulpverlening en van nieuwe begripsomschrijvingen, zoals opgenomen in artikel 1 van de Wet van 24 december 1998. Een tweetal wijzigingen houdt direct verband met de uitbreiding van de taak van de inspectie met het toezicht op de kwaliteit van de voogdij- en de gezinsvoogdij-instellingen en van de inrichtingen voor justitiële kinderbescherming. Het gaat hier om toezending van het werkplan aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming dat ook aan de Minister van Justitie worden toegezonden.

Het onderhavige besluit voorziet tevens in de inwerkingtreding van de wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening (Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming) (Stb. 1999, 63).

Omdat de Minister van Justitie verantwoordelijk is voor de uitvoering van een aantal – op de Wet op de jeugdhulpverlening gebaseerde – algemene maatregelen van bestuur die bij dit besluit worden gewijzigd, is het besluit mede namens de Minister van Justitie uitgebracht en ook door hem ondertekend. In dit verband is tevens van belang dat de Minister van Justitie zelf eerstverantwoordelijke minister is van enkele algemene maatregelen van bestuur die bij dit besluit zijn gewijzigd.

Ingevolge artikel 5 van de Wet op de jeugdhulpverlening is de voorhangprocedure doorlopen. Het ontwerp van dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant van 17 maart 2000 (Stcrt. 2000, 54, pagina 11) en aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal gezonden. Hierop zijn geen reacties binnengekomen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. M. Vliegenthart


XNoot
1

Stb. 1999, 451, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 9 mei 2000, Stb. 211.

XNoot
2

Stb. 1976, 512, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 september 1999, Stb. 435.

XNoot
3

Stb. 1993, 328, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 december 1997, Stb. 720.

XNoot
4

Stb. 1990, 354, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 1995, Stb. 675.

XNoot
5

Stb. 1990, 503, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 december 1997, Stb. 720.

XNoot
6

Stb. 1990, 112, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 oktober 1998, Stb. 631.

XNoot
7

Stb. 1990, 564, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 december 1997, Stb. 720.

XNoot
8

Stb. 1998, 82.

XNoot
9

Stb. 1998, 30.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven