Besluit van 12 april 2000, houdende de toekenning van een vaste beloning aan de (plaatsvervangend) voorzitter en de niet-ambtelijke leden van de commissie, bedoeld in artikel 2 van het Besluit V.W.S.-commissie bezwaarschriften Awb (Besluit vaste beloning V.W.S.-commissie bezwaarschriften Awb)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 april 2000, kenmerk DWJZ-U-2052757;

Gelet op artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Aan de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter en de commissie voor de bezwaarschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid , onderdeel a en b van het Besluit V.W.S.-commissie bezwaarschriften Awb wordt in plaats van een vacatiegeld een vaste beloning ten bedrage van f 1450,– per zitting toegekend.

Artikel 2

Aan de leden van de commissie voor de bezwaarschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit V.W.S.-commissie bezwaarschriften Awb, wordt in plaats van vacatiegeld een vaste beloning van f 1200,– per zitting toegekend.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2000.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaste beloning V.W.S-commissie bezwaarschiften Awb.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 12 april 2000

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Uitgegeven de vijfentwintigste mei 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikt over een commissie voor de afhandeling van bezwaarschriften. Deze commissie is een adviescommissie zoals is bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht. De voorzitter en leden ontvangen op dit moment een bedrag per uitgebracht advies. Deze regeling was aan een herijking toe. Om tot een vereenvoudiging te komen, regelt dit Koninklijk Besluit de toekenning van een vaste beloning aan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de (niet-ambtelijke) leden.

Gelet op de omvang en zwaarte van de te verrichten werkzaamheden van de commissie is het voorstel aan de (plaatsvervangend) voorzitter en de leden een vaste beloning per zitting toe te kennen. Per zitting varieert, onder meer door de verscheidenheid aan zaken, het aantal adviezen dat door de commissie wordt uitgebracht. In de regel zijn dit er 6 per zitting. Met het doornemen van de stukken voor de zitting en het beoordelen en het corrigeren van de conceptadviezen achteraf, is tenminste één extra dag gemoeid. Ter compensatie krijgen de (plaatsvervangend) voorzitter en de niet-ambtelijke leden, per zitting, twee dagen vergoed.

De vaste beloning moet, al naar gelang de zwaarte van de werkzaamheden, vastgesteld worden op een bedrag overeenkomende met een evenredig deel van de jaarwedde volgens de schalen van de bezoldiging van burgerlijke rijksambtenaren, met een maximum van 50% van de jaarwedde volgens het eerste niveau na schaal 18. Dit betekent dat thans kan worden toegekend f 725,– per dag.

Gelet op het uitgangspunt dat per zitting twee dagen worden vergoed, is de vergoeding per zitting voor de (plaatsvervangend) voorzitter vastgesteld op f 1450,– en voor de leden op f 1200,–.

Naast de vaste beloning ontvangen zij een reiskostenvergoeding (gebaseerd op het Reisbesluit binnenland).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Naar boven