Besluit van 4 mei 2000 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 25 april 2000 tot wijziging van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 173) en de wet van 25 april 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter verruiming van de strafrechtelijke mogelijkheden tot handhaving van de openbare orde met het oog op grootschalige ordeverstoringen (Stb. 174)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 26 april 2000, Directie Wetgeving nr. 5025965/00/6;

Gelet op artikel II van de wet van 25 april 2000 tot wijziging van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 173) en artikel III van de wet van 25 april 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter verruiming van de strafrechtelijke mogelijkheden tot handhaving van de openbare orde met het oog op grootschalige ordeverstoringen (Stb. 174);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De wet van 25 april 2000 tot wijziging van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 173) en de wet van 25 april 2000 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter verruiming van de strafrechtelijke mogelijkheden tot handhaving van de openbare orde met het oog op grootschalige ordeverstoringen (Stb. 174) treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 4 mei 2000

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de elfde mei 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven