Besluit van 13 november 1999, houdende wijziging
van het Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 22 maart 1999,
nr. P/99001231;
Gelet op de artikelen R 2, eerste en tweede lid, en R 4, van de
Algemene militaire pensioenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 20 mei 1999, nr. WO7.99.0141/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 9 november
1999, nr. P/99 003491;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
A
Artikel 15, eerste en tweede lid van het Besluit uitvoering Algemene militaire
pensioenwet1 wordt vervangen door:
1. De bijdrage, bedoeld in artikel R 2, eerste lid, van de pensioenwet, voor
de beroepsmilitair die
a. uit hoofde van non-activiteit op aanvraag of, uitsluitend in zijn persoonlijk
belang, in het genot van buitengewoon verlof van lange duur is gesteld, dan
wel,
b. anders dan uitsluitend in zijn persoonlijk belang, op zijn aanvraag
in het genot van buitengewoon verlof van lange duur is gesteld, ten einde
als burger een functie te vervullen bij een internationale organisatie;
komt, zolang die non-activiteit of dat verlof als tijd voor de berekening
van pensioen van de beroepsmilitair in aanmerking komt, overeen met de pensioenpremie
die de werkgever van de ambtenaar, bedoeld in artikel R 2, tweede lid, van
de pensioenwet verschuldigd is.
2. Voor de beroepsmilitair, die een militairrechtelijke betrekking als genoemd
in artikel C 1, derde lid, van de pensioenwet bekleedt, geldt per tijdvak
waarover aan hem bezoldiging wordt uitbetaald of zou zijn uitbetaald, voor
de toepassing van artikel R 2, tweede lid, van de pensioenwet als bijdragegrondslag
het totaal van de inkomsten, die voor hem duurzaam aan die betrekking
zijn verbonden en de in artikel C 1, eerste lid, van de pensioenwet bedoelde
andere inkomsten en emolumenten, waarop hij aanspraak heeft.
B
Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid
van artikel 15 van het Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet wordt
een lid toegevoegd luidende:
3. Voor de toepassing van de artikelen R 2 en R 4 van de pensioenwet wordt
a. onder bijdrage mede begrepen de heffing bij de militair in verband
met compensatie van aanspraken of een verminderde uitkering op grond van de
Algemene nabestaandenwet;
b. het deel van de premie dat de werkgever van de in het tweede lid van
artikel R 2 van de pensioenwet bedoelde ambtenaar op deze verhaalt in verband
met compensatie van aanspraken of een verminderde uitkering op grond van de
Algemene nabestaandenwet als deel van het in dat artikel bedoelde pensioenbijdrageverhaal
aangemerkt.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1
juli 1999, met dien verstande dat artikel 15, eerste en tweede lid van het
Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet, zoals dat ingevolge artikel
I van dit besluit is vervangen, terugwerkt tot en met 1 januari 1996.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 13 november 1999
Beatrix
De Staatssecretaris van Defensie,
H. A. L. van Hoof
Uitgegeven de elfde januari 2000
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
Op 22 april 1998 is tussen sociale partners, vertegenwoordigd in de Raad
voor het Overheidspersoneel een onderhandelaarsakkoord gesloten met als hoofdlijnen
– uitruilmogelijkheid van nabestaandenpensioen naar ouderdomspensioen
– verkorting van de overlijdensuitkering tot één maand
– overstap naar rentedekking voor het nabestaandenpensioen voor
overlijden vóór de 65-jarige leeftijd
– compensatie voor het ontbreken van een uitkering op grond van
de Algemene nabestaandenwet (Anw).
Daar een en ander ook wordt doorvertaald naar militairen, dient ook het
Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet te worden aangepast, in
het bijzonder wat betreft het deel van de pensioenbijdrage dat de werkgever
op de werknemer verhaalt.
Artikel I onderdeel B strekt daartoe, wat betreft de invoeging van het
nieuwe lid 3 in artikel 15 van het Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet.
Die bepaling leidt ertoe dat de maandelijks door de beroepsmilitair verschuldigde
pensioenbijdrage ook overeenkomt met die van de vergelijkbare burgerambtenaar,
als die bijdrage strikt genomen niet tegenover een pensioen in formele zin
staat maar tegenover compensatie, voorzover geen Anw-uitkering wordt toegekend.
Met artikel I onderdeel A zijn het eerste en tweede lid van artikel 15
vervangen door een nieuw eerste en tweede lid. Deze vervanging houdt verband
met het vervallen van artikel 10 van de wet Financiële Voorzieningen
Privatisering ABP (Wet FVP) per 1 januari 1996. Het betreft een correctie
van de verwijzing en een redactionele verbetering.
Over deze wijzigingen van het Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet
is op 22 oktober 1998 overeenstemming bereikt met de centrales van overheidspersoneel.
Ingevolge artikel II zal een en ander met ingang van 1 juli 1999 worden
ingevoerd, met dien verstande dat het nieuwe eerste en tweede lid van artikel
15 in verband met de destijds gewijzigde Wet FVP terugwerkt tot en met 1 januari
1996.
De Staatssecretaris van Defensie,
H. A. L. van Hoof
XNoot
1Stb. 1966, 447, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 december 1997,
Stb. 669.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Defensie.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 8 februari 2000, nr.
27.