Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 1999, 9Wet

Wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet op de kansspelen (speelautomaten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de kansspelen te wijzigen gezien de ontwikkelingen op het terrein van de speelautomaten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de kansspelen1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 30 komt te luiden:

Artikel 30

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

b. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;

c. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is;

d. hoogdrempelige inrichting: een inrichting, waar een bedrijf of werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of c, van de Drank- en Horecawet:

1°. waarvoor ingevolge die wet vergunning is verleend en deze nog van kracht is, en;

2°. waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend, en;

3°. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder;

e. laagdrempelige inrichting: een inrichting, die geen hoogdrempelige inrichting is, en waarvoor ingevolge artikel 3, eerste lid, onder a of c, van de Drank- en Horecawet vergunning is verleend en deze nog van kracht is, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca.

B

Artikel 30a komt te luiden:

Artikel 30a

  • 1. Deze Titel is niet van toepassing op behendigheidsautomaten die zonder middellijke of onmiddellijke betaling of inworp door de speler of een derde in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies.

  • 2. Deze Titel is niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken aangewezen typen van speelautomaten die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt ter gelegenheid van kermissen, en die zodanig zijn ingericht, dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de uitkering van geldprijzen, of tot de onmiddellijke uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen van meer dan het veertigvoud van de inzet per spel.

C

Artikel 30b wordt als volgt gewijzigd:

Voor de bestaande tekst wordt het cijfer «1.» geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het aanwezig hebben van:

    a. behendigheidsautomaten op kermissen, ook indien zij niet behoren tot ingevolge artikel 30a, tweede lid, aangewezen typen van speelautomaten;

    b. speelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun bedrijf.

D

Artikel 30c komt te luiden:

Artikel 30c

  • 1. De vergunning kan slechts worden verleend, indien zij betreft het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten:

    a. in een laagdrempelige inrichting;

    b. in een hoogdrempelige inrichting;

    c. in een inrichting, anders dan onder a of b, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, indien het houden van een zodanige inrichting krachtens een vergunning van de burgemeester bij gemeentelijke verordening is toegestaan.

  • 2. Bij gemeentelijke verordening wordt het aantal speelautomaten vastgesteld waarvoor per inrichting, als bedoeld in het eerste lid, vergunning wordt verleend, met dien verstande dat:

    a. voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a, geen vergunning kan worden verleend voor kansspelautomaten;

    b. voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder b, het aantal kansspelautomaten waarvoor vergunning kan worden verleend, op twee wordt bepaald.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën inrichtingen worden aangewezen die als laagdrempelige inrichtingen worden aangemerkt.

  • 4. Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een voldoende afgescheiden ruimte bevindt, waar een bedrijf of werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of c, van de Drank- en Horecawet, dan wordt deze ruimte als een hoogdrempelige inrichting aangemerkt voor de toepassing van deze titel, op voorwaarde dat:

    1°. voor de uitoefening van dat bedrijf of die werkzaamheid een vergunning krachtens de Drank- en Horecawet is verleend en deze nog van kracht is, en;

    2°. voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 30, onder d, onderdelen 2° en 3°, en;

    3°. de overige ruimten in die inrichting door het publiek uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze ruimte te betreden.

  • 5. Indien met toepassing van het vierde lid meerdere ruimten binnen een laagdrempelige inrichting als hoogdrempelige inrichting kunnen worden aangemerkt, wordt, in afwijking van het vierde lid, met behulp van de omschrijving als bedoeld in artikel 30, onder d, bepaald of er sprake is van een of van meerdere hoogdrempelige inrichtingen.

E

Artikel 30d wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden worden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning. Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.

3. Er wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    a. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b en c, en de bedrijfsleiders en beheerders van deze inrichtingen, dienen te voldoen;

    b. de eis dat de bedrijfsleiders en beheerders van de in artikel 30c, eerste lid, onder b en c, bedoelde inrichtingen dienen te beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico's van gokverslaving.

F

Artikel 30e wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De vergunning wordt geweigerd indien:

    a. door het verlenen der vergunning zou worden afgeweken van het bij of krachtens artikel 30c bepaalde;

    b. niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, geldende eisen.

2. Het tweede lid, aanhef en onderdeel a, komen te luiden:

  • 2. De vergunning kan voorts worden geweigerd:

    a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning;

G

Artikel 30f wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel b komt te luiden:

b. indien voor een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a, b en c, niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;

b. Onderdeel c komt te luiden:

c. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder a, geldende eisen.

2. Het tweede lid, aanhef en onderdeel a, komt te luiden:

  • 2. De vergunning kan voorts worden ingetrokken:

    a. indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden;

H

Artikel 30g komt te luiden:

Artikel 30g

  • 1. Het is de vergunninghouder verboden personen beneden de leeftijd van achttien jaar een kansspelautomaat te laten bespelen.

  • 2. Het is personen beneden de leeftijd van achttien jaar verboden een kansspelautomaat te bespelen op een locatie als bedoeld in artikel 30b, eerste lid.

I

Artikel 30i komt te luiden:

Artikel 30i

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    a. de gegevens, welke bij de aanvraag van een vergunning dienen te worden verstrekt. Deze gegevens bevatten in ieder geval de identiteit van de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen;

    b. de vereiste beschikbaarheid van faciliteiten voor onderhoud en reparatie van speelautomaten.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    a. de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften;

    b. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning, en de bedrijfsleiders en beheerders van de exploitatie dienen te voldoen.

J

Artikel 30j wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Aan de vergunning kunnen uit een oogpunt van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde voorschriften en beperkingen worden verbonden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken te stellen regels. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, indien tot het aanwezig hebben daarvan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 30c. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

2. Het derde lid vervalt.

K

Artikel 30k komt te luiden:

Artikel 30k

  • 1. De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30i, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b, geldende eisen.

  • 2. De vergunning kan voorts worden geweigerd, indien de aanvrager of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen, de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning.

L

Artikel 30l wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt de punt aan het einde van onderdeel c vervangen door een puntkomma, en wordt een onderdeel d toegevoegd, luidende:

d. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30i, tweede lid, onder b, geldende eisen.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De vergunning kan voorts worden ingetrokken, indien de vergunninghouder of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden.

M

Artikel 30m wordt gewijzigd als volgt:

Voor de bestaande tekst wordt het cijfer «1.» geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op speelautomaten:

    a. die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke eigenschappen bijzondere waarde hebben;

    b. die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer;

    c. die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies;

    d. die zijn bestemd om als model voor toelating te worden aangeboden.

N

Artikel 30n komt te luiden:

Artikel 30n

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven welke gelden als voorwaarden voor de toelating van een model speelautomaat. De regels hebben betrekking op:

    a. de op het model aangebrachte informatie ten behoeve van de speler met betrekking tot het spel, het spelkarakter, het spelverloop en de mogelijke spelresultaten;

    b. de deugdelijkheid, de duurzaamheid en de storingsgevoeligheid van de constructie, daaronder begrepen de mogelijkheid tot beïnvloeding van het spelproces, anders dan door de aan de speler geboden middelen;

    c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;

    d. het karakter van het spel en het waarborgen van het toevals- of behendigheidskarakter van het spel en het spelverloop.

  • 2. Met betrekking tot de toelating van een model kansspelautomaat worden voorts bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven ten aanzien van:

    a. de automatische registratie van alle inzetten, uitbetalingen en gespeelde spellen;

    b. de op het model aangebrachte informatie ter bescherming van de speler en met betrekking tot de leeftijdsgrens die geldt voor het spelen op kansspelautomaten;

    c. de informatie van de speler, daaronder begrepen de informatie van de speler omtrent het spelverloop middels een informatiesysteem op de kansspelautomaat;

    d. een op de kansspelautomaat aanwezige voorziening die de speler noodzaakt tot het instellen van een bedrag dat hij maximaal wil verliezen;

    e. het in werking stellen van het spelproces en het spel;

    f. de inworp en de inzet, en de vorm en hoogte daarvan;

    g. het spelverloop en de spelduur;

    h. de uitbetaling en de uitkering van prijzen en premies, en de vorm, het moment en de hoogte daarvan;

    i. de kansen op winst en verlies en de hoogte van de bedragen die, gemeten over een bepaalde tijdsduur, gemiddeld gewonnen of verloren kunnen worden;

    j. het inworp- en uitbetalingsmechanisme;

    k. andere op de kansspelautomaat aanwezige mechanismen of voorzieningen die een rol spelen in het spelproces;

    l. de aanwezigheid op de kansspelautomaat van geldwisselapparatuur;

    m. de verlichting en het geluid van de kansspelautomaat.

  • 3. Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om te worden opgesteld in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

O

Artikel 30o wordt gewijzigd als volgt:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    a. de eisen, waaraan bij een aanvraag om toelating van een model dient te worden voldaan;

    b. de medewerking, die door de aanvrager aan het onderzoek met het oog op de toelating van een model behoort te worden verleend.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de toelating verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de verklaring houdende toelating, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de houder van de toelating van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.

3. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken worden een of meer instellingen aangewezen die belast zijn met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat.

P

Artikel 30p komt te luiden:

Artikel 30p

  • 1. De toelating van een model wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften of niet de redelijke verwachting bestaat, dat overeenkomstig het model vervaardigde speelautomaten aan die voorschriften zullen voldoen.

  • 2. De toelating van een model kan voorts worden geweigerd:

    a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van de aanvraag van de toelating van een model;

    b. indien er naar het oordeel van Onze Minister van Economische Zaken sprake is van een uit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar spelconcept.

Q

Artikel 30q wordt gewijzigd als volgt:

In het derde lid wordt na «aanvullende voorschriften verbinden» ingevoegd: uit een oogpunt van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde.

R

Artikel 30r wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt in de eerste volzin «en merktekenbewijzen» en vervalt in de tweede volzin «, merktekenbewijzen» en «, omtrent de kosten daarvan».

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het merkteken te vernietigen of te beschadigen.

S

Artikel 30t wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt voor de puntkomma ingevoegd: , met uitzondering van de speelautomaten bedoeld in artikel 30m, tweede lid, onder a, b en c.

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt na «artikel 30b» ingevoegd: , eerste lid.

3. In het tweede lid wordt na «eerste lid,» ingevoegd: en artikel 30b, tweede lid, onder a,.

4. Na het vierde lid wordt een vijfde lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het is verboden om op grond van het behaalde spelresultaat op een behendigheidsautomaat middellijk of onmiddellijk prijzen of premies uit te keren, met uitzondering van een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen.

T

Artikel 30u komt te luiden:

Artikel 30u

  • 1. Het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden personen de toegang te verlenen:

    a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;

    b. waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.

  • 2. Het is de in het eerste lid, onder a, bedoelde personen verboden in een speelautomatenhal aanwezig te zijn.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gegeven worden ten aanzien van de wijze waarop de exploitant uitvoering moet geven aan de in het eerste lid bedoelde verboden.

  • 4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:

    a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld;

    b. van een speelautomatenhal deel uitmakende afgescheiden ruimten, waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld en welke men uitsluitend kan betreden of verlaten zonder de overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden.

U

Artikel 30w wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «Onze Ministers van Justitie en van Economische Zaken wijzen» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken wijst.

2. In het tweede lid vervalt de tweede volzin.

V

Paragraaf 8 komt te luiden:

§ 8. Speelautomaten in een speelcasino

Artikel 30z
  • 1. Tot het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino kan uitsluitend door Onze Ministers van Justitie en Economische Zaken vergunning worden verleend. De paragrafen 2 en 3 van deze Titel zijn niet van toepassing op het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino.

  • 2. De vergunning kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens artikel 27h, eerste lid, aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt ingetrokken indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge artikel 27h, eerste lid, vereist is tot het organiseren van een speelcasino.

  • 3. Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van het aanwezig hebben en de exploitatie van speelautomaten. De voorschriften kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

  • 4. Voor de toelating van het model van speelautomaten kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die afwijken van het bepaalde in paragraaf 4 van deze Titel.

W

Tussen artikel 30z en artikel 30aa wordt de volgende tekst geplaatst:

§ 9 Slotbepalingen

X

Artikel 30aa wordt gewijzigd als volgt:

In het tweede lid wordt «30a, 30c, tweede, derde en vierde lid, en 30n» vervangen door: 30c, derde lid, en 30n, tweede en derde lid,.

Y

Het eerste en tweede lid van artikel 31 komen te luiden:

  • 1. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, onder a, 30b, eerste lid, 30d, eerste lid, tweede volzin, 30h, eerste lid, 30j, eerste lid, tweede volzin, 30m, eerste lid, 30t, eerste, tweede en vijfde lid, en 30z, eerste, tweede en vierde lid, zijn misdrijven, voorzover zij opzettelijk zijn begaan, en overigens overtredingen.

  • 2. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, onder b en d, 7, 7c, tweede lid, 13, 14, 27, 28, 30d, eerste lid, eerste en derde volzin, 30g, eerste lid, 30i, eerste lid, onder b, 30j, eerste lid, eerste en derde volzin, 30q, derde lid, 30r, derde en vierde lid, 30u, eerste lid, 30x en 30z, derde lid, zijn overtredingen.

Z

Artikel 32 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «geldboete van ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door: geldboete van de derde categorie.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Overtreding van de verbodsbepalingen van de artikelen 30g, tweede lid, en 30u, tweede lid, worden gestraft met geldboete van de eerste categorie.

AA

Artikel 34 wordt gewijzigd als volgt:

In het eerste lid wordt «30g» vervangen door: 30z.

ARTIKEL II

In artikel 1, onder 3°, van de Wet op de economische delicten2 komt de zinsnede met betrekking tot de Wet op de kansspelen als volgt te luiden: de Wet op de kansspelen, de artikelen 1, onder a, b en d, 7, 7c, tweede lid, 13, 14, 27, 28, 30b, eerste lid, 30d, eerste lid, 30g, eerste lid, 30h, eerste lid, 30i, eerste lid, onder b, 30j, eerste lid, 30m, eerste lid, 30q, derde lid, 30r, derde en vierde lid, 30t, eerste en tweede lid, 30u, eerste lid, 30x en 30z;

ARTIKEL III

Artikel V van de wet van 13 november 1985, houdende herziening van de Wet op de kansspelen (speelautomaten) (Stb. 600) vervalt.

ARTIKEL IV

  • 1. Een vergunning tot het aanwezig hebben van speelautomaten, verleend voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 30c van de Wet op de kansspelen en van kracht op de dag onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop deze wet in werking treedt, blijft geldig tot een jaar na de inwerkingtreding van deze wet, behoudens eerder verstrijken van de geldigheidsduur of eerdere intrekking van de vergunning.

  • 2. Een vergunning tot het exploiteren van speelautomaten, verleend voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 30h van de Wet op de kansspelen, blijft geldig tot een jaar na de inwerkingtreding van deze wet, behoudens eerder verstrijken van de geldigheidsduur of eerdere intrekking van de vergunning.

ARTIKEL V

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 24 december 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Justitie,

M. J. Cohen

De Minister van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink

Uitgegeven de negentiende januari 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1964, 483, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 juni 1998, Stb. 446.

XNoot
2

Stb. 1950, K258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1998, Stb. 742.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/98, 25 727.

Handelingen II 1997/98, blz. 5355–5373; 5425–5426.

Kamerstukken I 1997/98, 25 727 (332, 332a, 332b); 1998/99, 25 727 (22, 22a, 22b).

Handelingen I 1998/99, blz. 301–319; zie vergadering d.d. 22 december 1998.