Besluit van 5 februari 1999, houdende inwerkingtreding van enkele bepalingen van de Wet van 19 oktober 1998 tot wijziging van de Diergeneesmiddelenwet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 29 januari 1999, TRCJZ/1999/877, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel IV van de Wet van 19 oktober 1998 houdende wijziging van de Diergeneesmiddelenwet;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De artikelen I, onderdelen A, B, aanhef en onder 1 en 2, E, F, G, H, aanhef en onder 1 en 2, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, II en III, aanhef en onderdelen b, c en d, van de wet van 19 oktober 1998 houdende wijziging van de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 629) treden in werking met ingang van 1 maart 1999.

Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 februari 1999

Beatrix

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G. H. Faber

Uitgegeven de drieëntwintigste februari 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven