Besluit van 18 januari 1999, houdende wijziging van het Vrijstellingsbesluit WTG, het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden in verband met griepvaccinatie (afronding griepvrij WTG)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 oktober 1998, VPZ/P-982721, mede namens Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 1, vijfde lid, van de Wet tarieven gezondheidszorg, artikel 8, tweede lid, van de Ziekenfondswet en artikel5 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998;

De Raad van State gehoord (advies van 29 oktober 1998, No.W13.98.0472);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 januari 1999, VPZ/P-983831, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Artikel 2a van het Vrijstellingsbesluit WTG1 komt te luiden als volgt:

Artikel 2a

Niet als tarief in de zin van de Wet tarieven gezondheidszorg wordt aangemerkt de prijs door een orgaan voor gezondheidszorg in rekening te brengen voor een vaccinatie ten behoeve van de preventie van influenza.

ARTIKEL II

In artikel 3, eerste lid, onder a, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering2 wordt na «gebruikelijk is» toegevoegd: , met uitzondering van vaccinatie ten behoeve van preventie van influenza.

ARTIKEL III

In artikel 3, eerste lid, onder a, van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden3 wordt na «gebruikelijk is» toegevoegd: , met uitzondering van vaccinatie ten behoeve van preventie van influenza.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 18 januari 1999

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Minister van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de achttiende februari 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

1. Nationaal programma grieppreventie

Ten behoeve van een goede organisatie van de programmatische preventie van influenza is met ingang van het «griepseizoen» 1997/1998 een nationaal programma gestart dat vooralsnog voor een periode van vijf jaar wordt uitgevoerd. Het nationaal programma is van toepassing voor de geïndiceerde griepprik voor de vanaf 1996 door de Gezondheidsraad gedefinieerde risicogroepen.

Voor de uitvoering is een aparte organisatie in het leven geroepen, de Stichting Nationaal programma grieppreventie, verder te noemen de stichting. De stichting maakt afspraken over de wijze waarop de huisartsen mede uitvoering geven aan het nationaal programma.

De huisarts vervult bij de vaccinatie een centrale rol, met name in de identificatie en benadering van de personen die behoren tot de omschreven risicogroepen. Daarnaast maakt de stichting afspraken met de Stichting tot bevordering van de Volksgezondheid en Milieuhygiëne voor de inkoop van de benodigde vaccins en de distributie hiervan aan huisartsen die de vaccinatie moeten toedienen.

Ter verhoging van de vaccinatiegraad van de personen die behoren tot de gedefinieerde risico-groepen is gekozen voor een financiering waarbij voor hen aan de vaccinatie geen kosten zijn verbonden.

De Ziekenfondsraad stelt op grond van artikel 39, derde lid, onder h, van de Wet financiering volksverzekeringen regelen vast met betrekking tot de subsidiëring van het Nationaal programma grieppreventie.

2. Toepassing Wet tarieven gezondheidszorg

De prijsvorming van de griepvaccinatie, voorzover toegediend in het kader van het Nationaal programma grieppreventie, is buiten de werkingssfeer van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) gebracht bij besluit van 7 november 1997 (Staatsblad 1997, 572; griepvrij WTG).

De kosten van vaccinaties voor personen die behoren tot de niet-risicogroepen ten behoeve van de preventie van influenza worden niet gefinancierd op basis van het Nationaal programma grieppreventie. Het gaat daarbij om personen die niet aan de medische indicatie voldoen voor bedoelde vaccinaties. Voor die vaccinaties zou de WTG, zonder nadere regelgeving, onverkort van toepassing blijven.

Het is niet eenduidig dat het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (COTG) tarieven blijft goedkeuren of vaststellen voor niet-geïndiceerde zorg, terwijl dezelfde prestatie, geleverd als geïndiceerde zorg, wordt vrijgesteld van de goedkeuring of vaststelling door het COTG.

In dat licht is besloten de vrijstelling van de WTG van de vaccinaties niet te beperken tot de prestaties die worden uitgevoerd in het kader van een door de Ziekenfondsraad gesubsidieerd nationaal programma grieppreventie, maar te laten gelden voor alle door organen voor gezondheidszorg verrichte griepvaccinaties. Derhalve wordt in onderhavig besluit de prijs door een orgaan voor gezondheidszorg in rekening te brengen voor een vaccinatie ten behoeve van de preventie van influenza ten algemene niet als tarief in de zin van de WTG aangemerkt.

3. Afbakening verzekeringscompartimenten

Voorheen werd grieppreventie gefinancierd via de onderscheidenlijke verzekeringsvormen in het tweede compartiment van de gezondheidszorg, te weten de ziekenfondsverzekering (Ziekenfondswet), de standaardverzekering (Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998) en de publiekrechtelijke ziektekostenregelen voor ambtenaren.

Doordat voor de griepvaccinaties die behoren tot het nationaal programma een afzonderlijke financieringswijze is getroffen ten laste van het eerste compartiment en als zodanige speciale hulpverlening is te onderscheiden van huisartsenhulp, maakt grieppreventie geen deel meer uit van de door een huisarts te verlenen genees- en heelkundige hulp naar omvang bepaald door hetgeen binnen de kring van de huisartsen gebruikelijk is, zoals die hulp als verstrekking in het kader van de Ziekenfondswet is omschreven en zoals die hulp vergoed kan worden in het kader van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 (WTZ 1998). De vaccinaties voor niet-geïndiceerden vallen onder het derde compartiment.

Ten einde buiten twijfel te stellen dat vaccinatie ten behoeve van preventie van influenza niet tot de vorenbedoelde gebruikelijke huisartsenhulp behoort, wordt dat in het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden met zoveel woorden expliciet tot uitdrukking gebracht.

4. Mededinging

Nu met onderhavig besluit de prijsvorming van vaccinaties ten behoeve van preventie van influenza niet meer valt onder de WTG zijn de mededingingsregelen volledig op die prijsvorming van toepassing.

5. Inwerkingtreding

Ingevolge artikel 33, derde lid, van de WTZ 1998, dient een wijziging van de omschrijving van het pakket van de WTZ 1998 dertig dagen bij het parlement voor te hangen alvorens die wijziging in werking kan treden.

Het parlement heeft tegen de voorgestelde wijziging geen bezwaar.

Artikelsgewijze toelichting

Doel van onderhavig besluit is om op de prijs door een orgaan voor gezondheidszorg in rekening te brengen voor een vaccinatie ten behoeve van de preventie van influenza niet de WTG-tariferingssystematiek van toepassing te doen zijn. Daarvoor is het noodzakelijk in het Vrijstellingsbesluit WTG de prijs die voor die prestaties in rekening mag worden gebracht, niet als tarief in de zin van de WTG aan te merken.

Artikel I

Ten einde buiten twijfel te stellen dat vaccinatie ten behoeve van preventie van influenza niet behoort tot de door een huisarts te verlenen genees- en heelkundige hulp naar omvang bepaald door hetgeen binnen de kring van de huisartsen gebruikelijk is, zoals die hulp als verstrekking in het kader van de Ziekenfondswet is omschreven en zoals die hulp vergoed kan worden in het kader van de Wet op de toegang tot ziektekostenverze-keringen 1998, wordt dat in het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden met zoveel woorden expliciet tot uitdrukking gebracht. Artikelen II en III.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Minister van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

J. F. Hoogervorst


XNoot
1

Stb. 1996, 119, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 november 1997, Stb. 572.

XNoot
2

Stb. 1996, 63, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 december 1998, Stb. 672.

XNoot
3

Stb. 1986, 132, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 mei 1998, Stb. 340.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 maart 1999, nr. 47.

Naar boven