Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 1999, 470Wet

Wet van 6 oktober 1999 tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten, teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten te wijzigen teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet toezicht verzekeringsbedrijf 19931 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a

Onze Minister kan de Verzekeringskamer voorschriften geven ter implementatie van richtlijnen op het gebied van toezicht op het verzekeringsbedrijf van de Raad van de Europese Unie dan wel van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk.

B

Artikel 29, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen, mogen de Verzekeringskamer geen aanleiding geven tot het oordeel dat, met het oog op de belangen van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten met de verzekeraar, de betrouwbaarheid van deze personen niet buiten twijfel staat.

C

In artikel 39, eerste lid, wordt «de verzekeraar» vervangen door: een verzekeraar met zetel buiten de Unie.

D

Na artikel 54 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 54a

  • 1. Indien een verzekeraar tot een groep behoort en de deskundigheid of betrouwbaarheid van de in artikel 29, derde en vierde lid, bedoelde personen naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet langer buiten twijfel staat, kan deze aan de personen of instellingen die via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur het beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort, de aanwijzing geven dat de eerstgenoemde personen het beleid van die verzekeraar niet meer kunnen bepalen of mede bepalen.

  • 2. De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, volgen deze binnen de door de Verzekeringskamer gestelde termijn op.

  • 3. De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren de Verzekeringskamer binnen de door de haar gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven.

  • 4. De verzekeraar geeft geen gevolg aan algemene of bijzondere instructies van personen op wie een aanwijzing van de Verzekeringskamer als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft.

E

Aan artikel 55, tweede lid wordt, onder vervanging van de punt na onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. een ieder die zich naar het oordeel van de Verzekeringskamer voordoet als verzekeraar.

F

Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar met zetel in Nederland houdt toereikende technische voorzieningen aan.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot vijfde tot en met het achtste lid, worden drie leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een levensverzekeraar stelt, rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming, de premies voor te sluiten overeenkomsten van verzekering op adequate wijze vast.

  • 3. Een schadeverzekeraar stelt, rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming, de premies voor overeenkomsten van verzekering op adequate wijze vast.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake van het eerste tot en met het derde lid nadere regels worden gesteld.

3. In het zevende lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door «zesde lid».

4. In het achtste lid (nieuw) worden «tweede lid» en «derde lid» vervangen door «vijfde lid», onderscheidenlijk «zesde lid».

G

Artikel 72 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar dient binnen vier maanden na afloop van elk boekjaar bij de Verzekeringskamer staten in, die te zamen een duidelijk beeld geven van het door de verzekeraar gevoerde beheer en van zijn financiële toestand. De indiening geschiedt in tweevoud en voor wat betreft de staten die ingevolge het zesde lid openbaar worden gemaakt, in drievoud, tenzij de Verzekeringskamer andere aantallen vaststelt.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot derde tot en met het zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat een of meer van deze staten met een hogere frequentie of binnen een kortere termijn worden ingediend of dat staten vergezeld worden van een toelichting.

3. Aan het derde lid (nieuw) wordt toegevoegd:

De verzekeraar machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de actuaris schriftelijk om desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de actuaris en de Verzekeringskamer, aan de Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Verzekeringskamer stelt de verzekeraar in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de actuaris.

4. Het vierde lid (nieuw) komt als volgt te luiden:

  • 4. Indien de actuaris naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen.

5. Na het zesde lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. De Verzekeringskamer kan bepalen dat de staten, bedoeld in het tweede lid, niet vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in het derde lid of van een verklaring als bedoeld in artikel 72a, eerste lid.

H

Artikel 72a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, derde volzin, wordt na «schriftelijk desgevraagd» ingevoegd: of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de accountant en de Verzekeringskamer,.

2. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen.

I

Na artikel 72b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 72c

  • 1. De Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat bijzondere opgaven met een door de Verzekeringskamer bepaalde frequentie en binnen een door haar bepaalde termijn worden ingediend.

  • 2. De modellen van de bijzondere opgaven worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Deze opgaven worden niet openbaar gemaakt.

  • 3. De Verzekeringskamer kan bepalen dat de bijzondere opgaven vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in artikel 72, derde lid of van een verklaring als bedoeld in artikel 72a, eerste lid.

J

Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar met zetel in Nederland:

    a. legt een authentiek afschrift van elke wijziging in zijn statuten binnen twee weken na de totstandkoming van de desbetreffende wijziging aan de Verzekeringskamer over;

    b. brengt elke wijziging in de samenstelling van zijn bestuur en raad van commissarissen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer;

    c. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en tevens uit dien hoofde het dagelijks beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer;

    d. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en tevens uit dien hoofde het beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer.

2. Onder vernummering van het tweede tot het vierde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c of d, wordt niet doorgevoerd indien de Verzekeringskamer binnen zes weken na ontvangst van de melding of, indien de Verzekeringskamer om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen aan de verzekeraar bekend maakt dat zij niet met de voorgenomen wijziging instemt.

  • 3. Indien zich een wijziging voordoet van de antecedenten, bedoeld in artikel 29, tweede of vierde lid, stelt de verzekeraar de Verzekeringskamer daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

K

Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar met zetel buiten de Unie houdt voor zijn vanuit de bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen uit overeenkomsten van verzekering toereikende technische voorzieningen aan.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met het zesde lid tot vijfde tot en met het negende lid, worden drie leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een levensverzekeraar stelt, rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming, de premies voor te sluiten overeenkomsten van verzekering op adequate wijze vast.

  • 3. Een schadeverzekeraar stelt, rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming, de premies voor overeenkomsten van verzekering op adequate wijze vast.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake van het eerste tot en met het derde lid nadere regels worden gesteld.

3. In het zevende lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door «zesde lid».

4. In het achtste lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door «zesde lid».

5. In het negende lid (nieuw) wordt «tweede lid» vervangen door «vijfde lid».

L

Artikel 100 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar dient binnen vier maanden na afloop van elk boekjaar bij de Verzekeringskamer staten in, die te zamen een duidelijk beeld geven van het door de verzekeraar gevoerde beheer en van zijn financiële toestand. De indiening geschiedt in tweevoud en voor wat betreft de staten die ingevolge het zesde lid openbaar worden gemaakt, in drievoud, tenzij de Verzekeringskamer andere aantallen vaststelt.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met het zesde lid tot derde tot en met het zevende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat een of meer van deze staten met een hogere frequentie of binnen een kortere termijn worden ingediend of dat staten vergezeld worden van een toelichting.

3. Aan het derde lid (nieuw) wordt toegevoegd:

De verzekeraar machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de actuaris schriftelijk om desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de actuaris en de Verzekeringskamer, aan de Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Verzekeringskamer stelt de verzekeraar in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de actuaris.

4. Het vierde lid (nieuw) komt als volgt te luiden:

  • 4. Indien de actuaris naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen.

5. Na het zevende lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De Verzekeringskamer kan bepalen dat de staten, bedoeld in het tweede lid, niet vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in het derde lid of van een verklaring als bedoeld in artikel 100a, eerste lid.

M

Artikel 100a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, derde volzin, wordt na «schriftelijk desgevraagd» ingevoegd: of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de accountant en de Verzekeringskamer,.

2. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen.

N

Na artikel 100a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 100b

  • 1. De Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat bijzondere opgaven met een door de Verzekeringskamer bepaalde frequentie en binnen een door haar bepaalde termijn worden ingediend.

  • 2. De modellen van de bijzondere opgaven worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Deze opgaven worden niet openbaar gemaakt.

  • 3. De Verzekeringskamer kan bepalen dat de bijzondere opgaven vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in artikel 100, derde lid of van een verklaring als bedoeld in artikel 100a, eerste lid.

O

Artikel 103 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar met zetel buiten de Unie:

    a. legt een authentiek afschrift van elke wijziging in zijn statuten aan de Verzekeringskamer over en brengt elke wijziging in de akte van aanstelling van zijn vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 45, eerste lid, ter kennis van de Verzekeringskamer, een en ander binnen twee weken na de totstandkoming van de desbetreffende wijziging. Dezelfde verplichting rust op de vertegenwoordiger die rechtspersoon is met betrekking tot elke wijziging in zijn statuten en in de akte van aanstelling van de door hem overeenkomstig artikel 45, vijfde lid, aangewezen natuurlijke persoon;

    b. brengt elke wijziging in de samenstelling van zijn bestuur en raad van commissarissen en elke aanstelling van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 91, eerste lid, en 93, tweede lid, vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer;

    c. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en uit dien hoofde het dagelijks beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer;

    d. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en uit dien hoofde het beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer.

2. Onder vernummering van het tweede tot het vierde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c of d, wordt niet doorgevoerd indien de Verzekeringskamer binnen zes weken na ontvangst van de melding of, indien de Verzekeringskamer om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen aan de verzekeraar bekend maakt dat zij niet met de voorgenomen wijziging instemt.

  • 3. Indien zich een wijziging voordoet van de antecedenten, bedoeld in artikel 29, tweede of vierde lid, stelt de verzekeraar de Verzekeringskamer daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

P

Artikel 156 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met het tiende lid tot derde tot en met het elfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank één of meer bewindvoerders. De Verzekeringskamer kan voor de benoeming voordrachten doen.

2. In het derde lid (nieuw) komt de eerste volzin te luiden:

De rechtbank verleent aan de bewindvoerders een machtiging.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt «verzoek van de Verzekeringskamer tot machtiging» vervangen door: verzoek van de Verzekeringskamer tot het uitspreken van de noodregeling.

4. In het negende lid (nieuw), eerste volzin, wordt «zo de gevraagde machtiging wordt verleend» vervangen door: indien de noodregeling wordt uitgesproken.

5. In het elfde lid (nieuw) wordt «vierde lid» vervangen door: vijfde lid.

6. Na het elfde lid (nieuw) worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 12. Bij de beschikking bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kunnen de bewindvoerders eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling. Zolang bij de afloop van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, blijft de machtiging gehandhaafd.

  • 13. De Verzekeringskamer kan een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.

Q

Artikel 157 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt. Indien de rechtbank de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege.

2. In het tweede lid wordt «Het verlenen van de machtiging» vervangen door: Het uitspreken van de noodregeling.

3. Het derde lid, eerste volzin, komt te luiden:

  • 3. De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve de noodregeling beëindigen.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De Verzekeringskamer geeft van het beëindigen van de noodregeling kennis aan de in artikel 156, vijfde lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.

5. Na het vierde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. De bewindvoerders kunnen een verzoek tot het beëindigen van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.

  • 6. Door de beschikking, bedoeld in het derde lid of de mededeling, bedoeld in artikel 165, vierde lid, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de machtiging, bedoeld in artikel 156 of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, hadden verkregen.

R

Artikel 158 vervalt.

S

Artikel 161 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «oefent de Verzekeringskamer» vervangen door: oefenen de bewindvoerders.

2. In het tweede lid wordt «De Verzekeringskamer waakt» vervangen door: De bewindvoerders waken.

3. In het derde lid wordt «de Verzekeringskamer» vervangen door «de bewindvoerders» en wordt «haar» vervangen door «hen».

4. Onder vernummering van het vierde tot en met het zevende lid tot zesde tot en met het negende lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, is voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de president van de rechtbank vereist. De bewindvoerder aan wie bij de machtiging, bedoeld in artikel 156, derde lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd.

  • 5. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na deze en de Verzekeringskamer gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of aan de bewindvoerder één of meer andere bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van de bewindvoerder, de andere bewindvoerders, de Verzekeringskamer of één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.

5. In het zesde lid (nieuw) wordt «De Verzekeringskamer kan» vervangen door: De bewindvoerders kunnen.

6. In het zevende lid (nieuw) wordt «de Verzekeringskamer» vervangen door: de bewindvoerders.

7. In het achtste lid (nieuw) wordt «dan kan de Verzekeringskamer» vervangen door: dan kunnen de bewindvoerders.

8. Het negende lid (nieuw) komt te luiden:

  • 9. De bewindvoerders kunnen personen machtigen alle of een deel van de bevoegdheden uit te oefenen die zij ingevolge het eerste lid hebben. De bewindvoerders kunnen de rechtbank verzoeken een beloning voor de gemachtigden vast te stellen. De bewindvoerders doen van de naam en woonplaats van een door hen gemachtigde alsook van de intrekking van een machtiging mededeling in de Staatscourant.

9. Toegevoegd wordt een lid, luidende:

  • 10. Het loon van de personen, aangewezen ingevolge artikel 156, zevende lid, het loon en de verschotten van de bewindvoerders, alsmede de overige kosten van de noodregeling worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld.

T

In artikel 162, aanhef, wordt «Ingevolge de haar verleende machtiging kan de Verzekeringskamer» vervangen door: Ingevolge de hun verleende machtiging kunnen de bewindvoerders.

U

Artikel 163 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid komt de eerste volzin te luiden:

Het uitspreken van de noodregeling heeft tot gevolg dat de verzekeraar niet kan worden genoodzaakt tot betaling van zijn schulden die voor het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan.

2. In het vijfde lid wordt «Het verlenen van de machtiging» vervangen door: Het uitspreken van de noodregeling.

V

Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «ten aanzien waarvan de machtiging is verleend» vervangen door: ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken.

2. In het derde lid wordt «De Verzekeringskamer kan» vervangen door: De bewindvoerders kunnen.

3. In het vierde lid wordt «nadat de machtiging is verleend» vervangen door: nadat de noodregeling is uitgesproken.

W

Artikel 165 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Verzekeringskamer op haar verzoek» vervangen door: de bewindvoerders op hun verzoek.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Ten aanzien van de bijzondere machtiging zijn de artikelen 156, vierde tot en met achtste lid, negende lid, eerste volzin, en tiende tot en met twaalfde lid, van overeenkomstige toepassing.

3. In het vierde lid, eerste volzin, wordt «doet de Verzekeringskamer» vervangen door «doen de bewindvoerders» en wordt «door haar zijn verricht» vervangen door «door hen zijn verricht».

4. Het vierde lid, tweede volzin, komt te luiden:

De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.

5. In het zesde lid vervalt «eveneens» en wordt «artikel 156, vierde lid» vervangen door: artikel 156, vijfde lid.

X

Na artikel 165 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 165a

  • 1. Een vereniging waarvan ten minste 35% van de verzekeringnemers van de verzekeraar ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken lid is, kan zich aanmelden bij de bewindvoerders.

  • 2. De bewindvoerders horen de vereniging alvorens zij de bevoegdheden, bedoeld in artikel 165, eerste lid, uitoefenen, indien deze op een door de bewindvoerders te bepalen moment ten genoegen van de bewindvoerders heeft aangetoond dat zij aan de in het eerste lid gestelde vereisten voldoet.

Y

Artikel 167 vervalt.

Z

In artikel 168 wordt «de artikelen 194, 342, 343 en 347» vervangen door «de artikelen 194, 342 en 343» en wordt «een machtiging» vervangen door «de noodregeling».

AA

Artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De bewindvoerders dienen, de Verzekeringskamer gehoord, een verzoek tot faillietverklaring in, indien blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft en het met de verleende machtiging te bereiken doel is verwezenlijkt of niet meer kan worden verwezenlijkt. De Verzekeringskamer dient een verzoek tot faillietverklaring in indien geen machtiging werd verleend en geen redelijk vooruitzicht meer bestaat dat het met een machtiging te bereiken doel alsnog kan worden verwezenlijkt.

2. In het derde lid wordt «De Verzekeringskamer kan een verzoek» vervangen door: De bewindvoerders onderscheidenlijk de Verzekeringskamer kunnen een verzoek als bedoeld in de eerste volzin onderscheidenlijk de tweede volzin van het eerste lid.

3. In het vierde lid wordt «artikel 156, vierde lid» vervangen door: artikel 156, vijfde lid.

4. In het vijfde lid komt de aanhef te luiden:

De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard. Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na de beëindiging van de noodregeling, gelden de volgende bepalingen:.

5. In het vijfde lid, onderdeel c, wordt «de Verzekeringskamer» vervangen door: de bewindvoerders.

6. In het vijfde lid, onderdeel d, wordt «artikel 161, eerste en vierde lid» vervangen door: artikel 161, eerste en zesde lid.

BB

Na artikel 169 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 169a

Indien een faillietverklaring wordt uitgesproken op verzoek van de bewindvoerders dan wel binnen vier weken na het einde van de noodregeling, geldt dat het tijdstip waarop de termijnen vermeld in de artikelen 43 en 45 van de Faillissementswet en in artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken.

CC

Artikel 170 komt te luiden:

Artikel 170

De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie maanden, alsmede na beëindiging van de noodregeling zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank. Een afschrift van dit verslag zenden de bewindvoerders aan Onze Minister en aan de Verzekeringskamer.

ARTIKEL II

De Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 18, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen, mogen de Verzekeringskamer geen aanleiding geven tot het oordeel dat, met het oog op de belangen van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten met de verzekeraar, de betrouwbaarheid van deze personen niet buiten twijfel staat.

B

Na artikel 27 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27a

  • 1. Indien een verzekeraar tot een groep behoort en de deskundigheid of betrouwbaarheid van de in artikel 18, derde en vierde lid, bedoelde personen naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet langer buiten twijfel staat, kan deze aan de personen of instellingen die via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur het beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort, de aanwijzing geven dat de eerstgenoemde personen het beleid van die verzekeraar niet meer kunnen bepalen of mede bepalen.

  • 2. De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, volgen deze binnen de door de Verzekeringskamer gestelde termijn op.

  • 3. De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren de Verzekeringskamer binnen de door de haar gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven.

  • 4. De verzekeraar geeft geen gevolg aan algemene of bijzondere instructies van personen op wie een aanwijzing van de Verzekeringskamer als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft.

C

Aan artikel 28, tweede lid wordt, onder vervanging van de punt na onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. een ieder die zich naar het oordeel van de Verzekeringskamer voordoet als verzekeraar.

D

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar dient binnen vier maanden na afloop van elk boekjaar bij de Verzekeringskamer staten in, die te zamen een duidelijk beeld geven van het door de verzekeraar gevoerde beheer en van zijn financiële toestand. De indiening geschiedt in tweevoud en voor wat betreft de staten die ingevolge het zesde lid openbaar worden gemaakt, in drievoud, tenzij de Verzekeringskamer andere aantallen vaststelt.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met het zesde lid tot derde tot en met het zevende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat een of meer van deze staten met een hogere frequentie of binnen een kortere termijn worden ingediend of dat staten vergezeld worden van een toelichting.

3. Aan het derde lid (nieuw) wordt toegevoegd:

De verzekeraar machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de actuaris schriftelijk om desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de actuaris en de Verzekeringskamer, aan de Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Verzekeringskamer stelt de verzekeraar in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de actuaris.

4. Het vierde lid (nieuw) komt als volgt te luiden:

  • 4. Indien de actuaris naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen.

5. Na het zevende lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De Verzekeringskamer kan bepalen dat de staten, bedoeld in het tweede lid, niet vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in het derde lid of van een verklaring als bedoeld in artikel 33a, eerste lid.

E

Artikel 33a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, derde volzin, wordt na «schriftelijk desgevraagd» ingevoegd: of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de accountant en de Verzekeringskamer,.

2. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen.

F

Na artikel 33b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 33c

  • 1. De Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat bijzondere opgaven met een door de Verzekeringskamer bepaalde frequentie en binnen een door haar bepaalde termijn worden ingediend.

  • 2. De modellen van de bijzondere opgaven worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Deze opgaven worden niet openbaar gemaakt.

  • 3. De Verzekeringskamer kan bepalen dat de bijzondere opgaven vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in artikel 33, derde lid of van een verklaring als bedoeld in artikel 33a, eerste lid.

G

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar:

    a. legt een authentiek afschrift van elke wijziging in zijn statuten aan de Verzekeringskamer over en brengt elke wijziging in de akte van aanstelling van zijn vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 23, eerste lid, ter kennis van de Verzekeringskamer, een en ander binnen twee weken na de totstandkoming van de desbetreffende wijziging. Dezelfde verplichting rust op de vertegenwoordiger die rechtspersoon is met betrekking tot elke wijziging in zijn statuten en in de akte van aanstelling van de door hem overeenkomstig artikel 23, vijfde lid, aangewezen natuurlijke persoon;

    b. brengt elke wijziging in de samenstelling van zijn bestuur en raad van commissarissen en elke aanstelling van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 42, eerste lid, en 44, tweede lid, vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer;

    c. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en uit dien hoofde het dagelijks beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer;

    d. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en uit dien hoofde het beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Verzekeringskamer.

2. Onder vernummering van het tweede en het derde lid tot het vierde en het vijfde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c of d, wordt niet doorgevoerd indien de Verzekeringskamer binnen zes weken na ontvangst van de melding of, indien de Verzekeringskamer om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen aan de verzekeraar bekend maakt dat zij niet met de voorgenomen wijziging instemt.

  • 3. Indien zich een wijziging voordoet van de antecedenten, bedoeld in artikel 18, tweede of vierde lid, stelt de verzekeraar de Verzekeringskamer daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

H

Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met het negende lid tot derde tot en met het tiende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank één of meer bewindvoerders. De Verzekeringskamer kan voor de benoeming voordrachten doen.

2. In het derde lid (nieuw) komt de eerste volzin te luiden: De rechtbank verleent aan de bewindvoerders een machtiging.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt «verzoek van de Verzekeringskamer tot machtiging» vervangen door: verzoek van de Verzekeringskamer tot het uitspreken van de noodregeling.

4. In het negende lid (nieuw), eerste volzin, wordt «zo de gevraagde machtiging wordt verleend» vervangen door: indien de noodregeling wordt uitgesproken.

5. Na het tiende lid (nieuw) worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 11. Bij de beschikking bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kunnen de bewindvoerders eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling. Zolang bij de afloop van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, blijft de machtiging gehandhaafd.

  • 12. De Verzekeringskamer kan een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.

I

Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt. Indien de rechtbank de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege.

2. In het tweede lid wordt «Het verlenen van de machtiging» vervangen door: Het uitspreken van de noodregeling.

3. Het derde lid, eerste volzin, komt te luiden:

  • 3. De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve de noodregeling beëindigen.

4. Na het derde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 4. De bewindvoerders kunnen een verzoek tot het beëindigen van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.

  • 5. Door de beschikking, bedoeld in het derde lid of de mededeling, bedoeld in artikel 74, vierde lid, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de machtiging, bedoeld in artikel 66 of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 74, eerste lid, hadden verkregen.

J

Artikel 68 vervalt.

K

Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «oefent de Verzekeringskamer» vervangen door: oefenen de bewindvoerders.

2. In het tweede lid wordt «De Verzekeringskamer waakt» vervangen door: De bewindvoerders waken.

3. In het derde lid wordt «de Verzekeringskamer» vervangen door «de bewindvoerders» en wordt «haar» vervangen door «hen».

4. Onder vernummering van het vierde tot en met het zevende lid tot zesde tot en met het negende lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, is voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de president van de rechtbank vereist. De bewindvoerder aan wie bij de machtiging, bedoeld in artikel 66, derde lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd.

  • 5. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na deze en de Verzekeringskamer gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of aan de bewindvoerder één of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van de bewindvoerder, de andere bewindvoerders, de Verzekeringskamer of één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.

5. In het zesde lid (nieuw) wordt «De Verzekeringskamer kan» vervangen door: De bewindvoerders kunnen.

6. In het zevende lid (nieuw) wordt «de Verzekeringskamer» vervangen door: de bewindvoerders.

7. In het achtste lid (nieuw) wordt «dan kan de Verzekeringskamer» vervangen door: dan kunnen de bewindvoerders.

8. Het negende lid (nieuw) komt te luiden:

  • 9. De bewindvoerders kunnen personen machtigen alle of een deel van de bevoegdheden uit te oefenen die zij ingevolge het eerste lid hebben. De bewindvoerders kunnen de rechtbank verzoeken een beloning voor de gemachtigden vast te stellen. De bewindvoerders doen van de naam en woonplaats van een door hen gemachtigde alsook van de intrekking van een machtiging mededeling in de Staatscourant.

9. Toegevoegd wordt een lid, luidende:

  • 10. Het loon van de personen, aangewezen ingevolge artikel 66, zevende lid, het loon en de verschotten van de bewindvoerders, alsmede de overige kosten van de noodregeling worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld.

L

In artikel 71, aanhef, wordt «Ingevolge de haar verleende machtiging kan de Verzekeringskamer» vervangen door: Ingevolge de hun verleende machtiging kunnen de bewindvoerders.

M

Artikel 72 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In het eerste lid komt de eerste volzin te luiden:

Het uitspreken van de noodregeling heeft tot gevolg dat de verzekeraar niet kan worden genoodzaakt tot betaling van zijn schulden die voor het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan.

2. In het vijfde lid wordt «Het verlenen van de machtiging» vervangen door: Het uitspreken van de noodregeling.

N

Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «ten aanzien waarvan de machtiging is verleend» vervangen door: ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken.

2. In het derde lid wordt «De Verzekeringskamer kan» vervangen door: De bewindvoerders kunnen.

3. In het vierde lid wordt «nadat de machtiging is verleend» vervangen door: nadat de noodregeling is uitgesproken.

O

Artikel 74 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Verzekeringskamer op haar verzoek» vervangen door: de bewindvoerders op hun verzoek.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Ten aanzien van de bijzondere machtiging zijn de artikelen 66, vierde tot en met achtste lid, negende lid, eerste volzin, tiende en elfde lid, van overeenkomstige toepassing.

3. In het vierde lid, eerste volzin, wordt «doet de Verzekeringskamer» vervangen door «doen de bewindvoerders» en wordt «door haar zijn verricht» vervangen door «door hen zijn verricht».

4. Het vierde lid, tweede volzin, komt te luiden:

De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.

P

Na artikel 74 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 74a

  • 1. Een vereniging waarvan ten minste 35% van de verzekeringnemers van de verzekeraar ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken lid is, kan zich aanmelden bij de bewindvoerders.

  • 2. De bewindvoerders horen de vereniging alvorens zij de bevoegdheden, bedoeld in artikel 74, eerste lid, uitoefenen, indien deze op een door de bewindvoerders te bepalen moment ten genoegen van de bewindvoerders heeft aangetoond dat zij aan de in het eerste lid gestelde vereisten voldoet.

Q

Artikel 76 vervalt.

R

In artikel 77 wordt «de artikelen 194, 342, 343 en 347» vervangen door «de artikelen 194, 342 en 343» en wordt «een machtiging» vervangen door «de noodregeling».

S

Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De bewindvoerders dienen, de Verzekeringskamer gehoord, een verzoek tot faillietverklaring in, indien blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft en het met de verleende machtiging te bereiken doel is verwezenlijkt of niet meer kan worden verwezenlijkt. De Verzekeringskamer dient een verzoek tot faillietverklaring in indien geen machtiging werd verleend en geen redelijk vooruitzicht meer bestaat dat het met een machtiging te bereiken doel alsnog kan worden verwezenlijkt.

2. In het derde lid wordt «De Verzekeringskamer kan een verzoek» vervangen door: De bewindvoerders onderscheidenlijk de Verzekeringskamer kunnen een verzoek als bedoeld in de eerste volzin onderscheidenlijk de tweede volzin van het eerste lid.

3. In het vierde lid komt de aanhef te luiden:

De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard. Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na de beëindiging van de noodregeling, gelden de volgende bepalingen:.

4. In het vierde lid, onderdeel c, wordt «de Verzekeringskamer» vervangen door: de bewindvoerders.

5. In het vierde lid, onderdeel d, wordt «artikel 70, eerste en vierde lid» vervangen door: artikel 70, eerste en zesde lid.

T

Na artikel 78 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 78a

Indien een faillietverklaring wordt uitgesproken op verzoek van de bewindvoerders dan wel binnen vier weken na het einde van de noodregeling, geldt dat het tijdstip waarop de termijnen vermeld in de artikelen 43 en 45 van de Faillissementswet en in artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken.

U

Artikel 79 komt te luiden:

Artikel 79

De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie maanden, alsmede na beëindiging van de noodregeling zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank. Een afschrift van dit verslag zenden de bewindvoerders aan Onze Minister en aan de Verzekeringskamer.

ARTIKEL III

De Wet toezicht kredietwezen 19923 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 14a

Indien een accountant naar het oordeel van de Bank niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de kredietinstelling naar behoren zal vervullen, kan de Bank bepalen dat hij niet bevoegd is de in deze wet bedoelde verklaringen omtrent de getrouwheid met betrekking tot die kredietinstelling af te leggen.

B

Na artikel 77 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 77a

Indien een faillietverklaring wordt uitgesproken met toepassing van artikel 77 dan wel binnen vier weken na het einde van de bijzondere voorziening, geldt dat het tijdstip waarop de termijnen vermeld in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend vanaf de aanvang van de bijzondere voorziening.

ARTIKEL IV

De Wet toezicht effectenverkeer 19954 wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 28a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 28b

Indien een accountant naar het oordeel van Onze Minister niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de effecteninstelling naar behoren zal vervullen, kan Onze Minister bepalen dat hij niet bevoegd is de in deze wet en daaruit voortvloeiende besluiten bedoelde verklaringen omtrent de getrouwheid met betrekking tot die effecteninstelling af te leggen.

ARTIKEL V

De Wet toezicht beleggingsinstellingen5 wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 21 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 21a

Indien een accountant naar het oordeel van Onze Minister niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de beleggingsinstelling naar behoren zal vervullen, kan Onze Minister bepalen dat hij niet bevoegd is de in deze wet en daaruit voortvloeiende besluiten bedoelde verklaringen omtrent de getrouwheid met betrekking tot die beleggingsinstelling af te leggen.

ARTIKEL VI

De Pensioen- en spaarfondsenwet6 wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 11 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot het pensioenfonds of het spaarfonds naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is het verslag, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot dat pensioenfonds of dat spaarfonds te controleren.

ARTIKEL VII

De Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling7 wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 10 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot het fonds naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is het verslag, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot dat fonds te controleren.

ARTIKEL VIII

De Wet op de economische delicten8 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onder 2°, wordt onder de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 na «54, tweede lid en vijfde lid, eerste volzin,» ingevoegd «54a, tweede lid,», wordt «72, eerste en vijfde lid» gewijzigd in «72, eerste en zesde lid», wordt na «72b» ingevoegd «72c, eerste lid», wordt «100, eerste lid, vijfde en zesde lid, eerste volzin» gewijzigd in «100, eerste lid, zesde en zevende lid, eerste volzin» en wordt na «100a, eerste lid, eerste en derde volzin, tweede en derde lid» ingevoegd «100b, eerste lid,».

B

In artikel 1, onder 2°, wordt onder de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf na «27, tweede lid en vijfde lid, eerste volzin,» ingevoegd «27a, tweede lid,», wordt «33, eerste, vijfde en zesde lid, eerste volzin» gewijzigd in «33, eerste, zesde en zevende lid, eerste volzin» en wordt na «33b» ingevoegd «33c, eerste lid,».

ARTIKEL IX

Artikel 28, eerste lid, onder b, van de Mededingingswet9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel 5° wordt, onder vernummering van de onderdelen 6° en 7° tot 7° onderscheidenlijk 8°, alsmede onder vernummering van onderdeel 8° tot onderdeel 10°, een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

6°. bewindvoerders als bedoeld in artikel 161, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;

2. In onderdeel 7° (nieuw) wordt «artikel 161, zevende lid» vervangen door «artikel 161, negende lid»;

3. Na onderdeel 8° (nieuw) wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

9°. bewindvoerders als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf;

4. In onderdeel 10° wordt «artikel 70, zevende lid» vervangen door «artikel 70, negende lid».

ARTIKEL X

Gedurende drie jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen G en L, en artikel II, onderdeel D, dient een verzekeraar, in afwijking van de termijn genoemd in de artikelen 72, eerste lid, en 100, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, onderscheidenlijk in artikel 33, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de in die artikelleden bedoelde staten uiterlijk zes maanden na afloop van elk boekjaar bij de Verzekeringskamer in.

ARTIKEL XI

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel F, punt 2, met betrekking tot artikel 66, derde lid (nieuw) en onderdeel K, punt 2, met betrekking tot artikel 94, derde lid (nieuw) van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor onderscheiden branches verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 oktober 1999

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de zestiende november 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1994, 252, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juli 1999, Stb. 342.

XNoot
2

Stb. 1995, 368, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juli 1999, Stb. 342.

XNoot
3

Stb. 1992, 722, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juli 1999, Stb. 342.

XNoot
4

Stb. 1995, 574, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juli 1999, Stb. 342.

XNoot
5

Stb. 1990, 380, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juli 1999, Stb. 342.

XNoot
6

Stb. 1981, 18, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 1997, Stb. 660.

XNoot
7

Stb. 1972, 400, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 789.

XNoot
8

Stb. 1950, K 258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1999, Stb. 467.

XNoot
9

Stb. 1997, 242, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II: 1997/1998, 1998/1999,26 075 .

Handelingen II: 1998/1999, blz. 5900–5904; 5939.

Kamerstukken I: 1999/2000 26 075 (17, 17a).

Handelingen I: 1999/2000, blz. 2.