Wet van 8 juli 1999 tot wijziging van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar
1999 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van
een wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van Koninkrijksrelaties
(IV) voor het jaar 1999, vastgesteld bij de wet van 29 april 1999, Stb. 277;
Zo is het, dat Wij, met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De begroting van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 1999 wordt gewijzigd,
zoals blijkt uit kolom 2 van de bij deze wet behorende begrotingsstaat, onderdeel
uitgaven en verplichtingen.
Artikel 2
De begroting van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 1999 wordt gewijzigd,
zoals blijkt uit kolom 2 van de bij deze wet behorende begrotingsstaat, onderdeel
ontvangsten.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juni van het onderhavige begrotingsjaar.
Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op
of na de datum van 1 juni, dan treedt zij in werking met ingang van de dag
na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met
1 juni van het onderhavige begrotingsjaar.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
histnootGegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. M. de Vries
Uitgegeven de negende november 1999
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 8 juli 1999,
Stb. 465
Begroting 1999, inclusief eerste suppletore begroting
Koninkrijksrelaties (IV)
Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1 000)
| | | | (1) | (2) |
|---|
| Art. | Omschrijving | Oorspronkelijk
vastgestelde begroting | Mutaties (+ of –) op grond van eerste
suppletore begroting |
| | | | verplichtingen | uitgaven | verplichtingen | uitgaven |
| | | TOTAAL | | 270 345 | | – 17 052 |
| | | | | | | |
| 01 | | Algemeen | | 19 325 | | |
| | 01 | Personeel en materieel | 18 850 | 18 850 | – 18 850 | – 18 850 |
| | 03 | Loonbijstelling | – 200 | – 200 | 419 | 419 |
| | 04 | Prijsbijstelling | 0 | 0 | 16 | 16 |
| | 05 | Onvoorzien | 75 | 75 | – 75 | – 75 |
| | 06 | Post-actieven | 600 | 600 | – 600 | – 600 |
| | | | | | | |
| 02 | | Samenwerking met de Nederlandse Antillen en
Aruba | | 251 020 | | |
| | 01 | Toeslagen op pensioenen | 11 930 | 11 930 | 1 984 | |
| | 02 | Bijstand rechterlijke macht | 3 600 | 3 600 | | |
| | 03 | Garanties | | Memorie | | |
| | 13 | Samenwerkingsmiddelen | 248 341 | 235 490 | 1 133 090 | 2 038 |
Mij bekend,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. M. de Vries
Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 8 juli 1999,
Stb. 465
Begroting 1999, inclusief eerste suppletore begroting
Koninkrijksrelaties (IV)
Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1 000)
| | | | (1) | (2) |
|---|
| Art. | Omschrijving | Oorspronkelijk
vastgestelde begroting | Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore
begroting |
| | | | ontvangsten | ontvangsten |
| | | TOTAAL | 24 995 | 1 888 |
| | | | | |
| 01 | | Algemeen | 150 | |
| | 01 | Personeel en materieel | 150 | – 150 |
| | | | | |
| 02 | | Samenwerking met de Nederlandse Antillen en
Aruba | 24 845 | |
| | 01 | Diverse ontvangsten | 50 | |
| | 03 | Garanties | Memorie | |
| | 13 | Samenwerkingsmiddelen | 24 795 | 2 038 |
Mij bekend,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. M. de Vries
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1998/1999, 26 511.
Handelingen II 1998/1999, blz. 5292.
Kamerstukken I 1998/1999, 26 511 (292).
Handelingen I 1998/1999, blz. 1588.