Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 1999, 437AMvB

Besluit van 11 oktober 1999, houdende wijziging van het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer, het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer en het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (wederzijdse erkenning van slibvangputten en olie- en vetafscheiders)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 juni 1999, nr. MJZ 99182231, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 30 augustus 1999, nr. W08.99.0308/V);Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 oktober 1999, nr. MJZ 99217199, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer1, bijlage 2, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd.

A

Voorschrift 1.3.12, onder a, komt te luiden:

a. Een slibvangput en een vetafscheider als bedoeld in voorschrift 1.3.11, onder a:

1°. voldoen aan NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad, en

2°. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad.

B

Aan voorschrift 1.3.12 worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. In afwijking van onderdeel a, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder b, kunnen slibvangputten en vetafscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel a, onder 1°, en onder b bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

e. Een slibvangput en een vetafscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder d, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en vetafscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Artikel II

De bijlage, behorende bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer2, wordt als volgt gewijzigd.

A

Voorschrift 1.3.11, onder a, komt te luiden:

a. Een slibvangput en een vetafscheider als bedoeld in voorschrift 1.3.10, onder a:

1°. voldoen aan NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad, en

2°. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad.

B

Aan voorschrift 1.3.11 worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. In afwijking van onderdeel a, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder b, kunnen slibvangputten en vetafscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel a, onder 1°, en onder b bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

e. Een slibvangput en een vetafscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder d, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certifice- ringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en vetafscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Artikel III

Het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer3 wordt als volgt gewijzigd.

A

Artikel 9, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling slibvangputten en vet- of olie-afscheiders mede op het in de bijlage opgenomen voorschrift 1.3.13, onder b, c, g en h.

B

Onderdeel B van de bijlage wordt als volgt gewijzigd.

1. Voorschrift 1.3.13, onder a, komt te luiden:

a. Een slibvangput en een vetafscheider als bedoeld in voorschrift 1.3.11, onder a:

1°. voldoen aan NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad, en

2°. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad.

2. Aan voorschrift 1.3.13 worden zeven onderdelen toegevoegd, luidende:

d. In afwijking van onderdeel a, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder b, kunnen slibvangputten en vetafscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel a, onder 1°, en onder b bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

e. Een slibvangput en een vetafscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder d, indien voor deze voorzieningen een kwaliteits- verklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en vetafscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

f. Een slibvangput en een olie-afscheider als bedoeld in voorschrift 1.3.12, onder c:

1°. voldoen aan NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en

2°. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen.

g. Ten aanzien van de toepassing van NEN 7089 als bedoeld onder f, kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden gegeven. Daarbij kunnen van die NEN afwijkende voorschriften worden vastgesteld.

h. Een slibvangput en een olie-afscheider voldoen in elk geval aan NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en de onder g bedoelde ministeriële regeling, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling, waaruit blijkt dat de voorzieningen voldoen aan die NEN en de onder g bedoelde ministeriële regeling, en die voorzieningen zijn voorzien van een bij ministeriële regeling aangegeven merkteken.

i. In afwijking van onderdeel f, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder g, kunnen slibvangputten en olie-afscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en olie-afscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel f, onder 1°, en onder g bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

j. Een slibvangput en een olie-afscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder i, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en olie-afscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de negenentwintigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 11 oktober 1999

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

Uitgegeven de zesentwintigste oktober 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Het opnemen van een bepaling van wederzijdse erkenning ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders in het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer en het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer alsmede ten aanzien van slibvangputten en vet- en olie-afscheiders in het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, vloeit voort uit een opmerking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het kader van de notificatie van de Regeling slibvangputten en vet- of olie-afscheiders op grond van richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983 (PbEG L 109) betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (98/0174/NL).

Omdat de genoemde regeling specifieke technische voorschriften geeft die het voldoen aan Nederlandse normen voor vervaardiging en certificering verplicht stellen, drong de Commissie er op aan dat in die regeling een bepaling met betrekking tot de wederzijdse erkenning werd opgenomen van slibvangputten en vet- en olie-afscheiders die op rechtmatige wijze zijn geproduceerd en/of op de markt gebracht in een andere EU-lidstaat of afkomstig zijn van een bij de Europese vrijhandelsassociatie aangesloten EER-staat, en wel volgens zodanige technische voorschriften dat daardoor een passend en voldoende niveau van milieubescherming wordt bereikt.

De eis dat slibvangputten en vet- en olie-afscheiders aan Nederlandse normen (NEN) moeten voldoen, staat echter in de betreffende algemene maatregelen van bestuur, gebaseerd op artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. Daarom is de Commissie toegezegd dat de bepaling van wederzijdse erkenning zo spoedig mogelijk in die maatregelen zou worden opgenomen. De Commissie heeft vervolgens ingestemd met de aan haar voorgelegde concept-erkenningsclausule.

Het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit tankstations milieubeheer en het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer zijn inmiddels voorzien van een dergelijke clausule (Stb. 1999, 121). Met het onderhavige besluit worden de nog resterende besluiten op identieke wijze aangepast.

Bovendien wordt het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer aangevuld (zie de aan voorschrift 1.3.13 van de bijlage bij dat besluit toegevoegde onderdelen f tot en met j), omdat gebleken is dat in dat besluit per abuis slechts een deel van de eisen was opgenomen waaraan slibvangputten en olie-afscheiders moeten voldoen (zie de voorschriften 3.2.3 tot en met 3.2.5).

Het besluit is op 10 mei 1999 voorgepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant (Stcrt. 1999, 88). Er zijn geen opmerkingen binnengekomen.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk


XNoot
1

Stb. 1998, 603, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 juli 1999, Stb. 311.

XNoot
2

Stb. 1998, 322, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 juli 1999, Stb. 311.

XNoot
3

Stb. 1998, 602, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 juli 1999, Stb. 311.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 november 1999, nr. 216.