Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen
van technische aard aan te brengen in enige belastingwetten en daarmee samenhangende
wetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de inkomstenbelasting 19641 wordt als volgt
gewijzigd:
A. In artikel 46, negentiende lid, wordt «het achtste
lid» vervangen door: het negende lid.
B. In artikel 66e, vijfde lid, wordt «tweede lid,
tweede en derde volzin» vervangen door: tweede lid.
ARTIKEL II
In artikel 6, derde lid, van de Wet vermindering afdracht
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen2 wordt
«afdrachtvermindering» vervangen door: vermindering.
ARTIKEL III
In artikel I, onderdeel F.6, van de Wet van 18 december
1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1998)
(Stb. 730) wordt «het negende lid vervalt» vervangen door: het
tiende lid vervalt.
ARTIKEL IV
Artikel I, onderdeel K, van de Wet van 17 december 1998,
houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999) (Stb.
725) wordt vervangen door:
K. In artikel 66b, eerste lid, wordt «46, eerste
lid, onderdelen b en d, vierde lid, vijfde lid en tiende lid» vervangen
door: 46, eerste lid, onderdelen b en d, vierde lid, vijfde lid, zesde lid,
achtste lid en elfde lid.
ARTIKEL V
Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale
procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal
fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621)
in werking treedt, wordt de Algemene wet inzake rijksbelastingen3,
zoals deze luidt na de inwerkingtreding van de genoemde wet van 29 oktober
1998, zo nodig met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop die
wet in werking is getreden, als volgt gewijzigd:
A. Artikel 25a komt te luiden:
Artikel 25a
1. Een uit een uitspraak van de inspecteur voortvloeiende teruggaaf van ingehouden
of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die het bezwaarschrift
heeft ingediend.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter
zake van dezelfde feiten een bezwaarschrift heeft ingediend, wordt, indien
uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend
verleend aan degene van wie is ingehouden.
B. Artikel 27f komt te luiden:
Artikel 27f
1. Een uit een uitspraak van het gerechtshof voortvloeiende teruggaaf van
ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die
het beroep heeft ingesteld.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter
zake van dezelfde feiten beroep heeft ingesteld, wordt, indien uit een uitspraak
terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend verleend aan
degene van wie is ingehouden.
C. Aan artikel 29 wordt voor de punt aan het slot toegevoegd:
, voorzover in deze afdeling niet anders is bepaald.
D. Artikel 29i komt te luiden:
Artikel 29i
1. Een uit een uitspraak van de Hoge Raad voortvloeiende teruggaaf van ingehouden
of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die het beroep
in cassatie heeft ingesteld.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter
zake van dezelfde omstandigheden beroep in cassatie heeft ingesteld, wordt,
indien uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die
teruggaaf uitsluitend verleend aan degene van wie is ingehouden.
ARTIKEL VI
Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale
procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal
fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621)
in werking treedt, vervalt artikel III, onderdeel K, van die wet en vervalt
in artikel 41, derde lid, van de Meststoffenwet4 «en
artikel 19 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken», zo
nodig met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop de genoemde
wet van 29 oktober 1998 in werking is getreden.
ARTIKEL VII
Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale
procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal
fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621)
in werking treedt, gelden voor de leden en de plaatsvervangende leden van
de Tariefcommissie die zijn benoemd voor de inwerkingtreding van die wet en
die niet voldoen aan de in artikel 2, tweede lid, van de Tariefcommissiewet,
zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de genoemde wet van 29 oktober
1998, gestelde opleidingseisen, deze eisen niet, zo nodig met terugwerkende
kracht tot en met het tijdstip waarop de genoemde wet van 29 oktober 1998
in werking is getreden.
ARTIKEL VIII
Indien het bij koninklijke boodschap van 29 april 1998 ingediende voorstel
van wet tot aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de inkomstenbelasting
1964, de Coördinatiewet Sociale Verzekering en in samenhang daarmee enige
andere wetten naar aanleiding van de voorstellen van de werkgroep Fiscale
behandeling pensioenen (Wet fiscale behandeling van pensioenen) (kamerstukken
II 1997/98, 26 020)5 tot wet wordt verheven en in
werking treedt, vervalt artikel I, onderdeel H.2, van die wet, zo nodig met
terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop die wet in werking is
getreden.
ARTIKEL IX
Indien artikel 81 van de Zeevaartbemanningswet in werking treedt, wordt
in dat artikel «onderdeel f» vervangen door «onderdeel g»
en de onderdeelaanduiding «f» vervangen door «g»,
zo nodig met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop dat artikel
in werking is getreden.
ARTIKEL X
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
2. De artikelen I, onderdeel A, en IV werken terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel I, onderdeel B, werkt terug tot en met 1 januari 1997. Artikel II
werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
XNoot
1Stb. 1990, 103, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 april 1999, Stb.
211.
XNoot
2Stb. 1995, 635, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999,
Stb. 30.
XNoot
3Stb. 1959, 301, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999,
Stb. 30.
XNoot
4Stb. 1998, 100, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 1999, Stb.
253.
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1998/99, 26 569.
Handelingen II 1998/99, blz. 5549.
Kamerstukken I 1998/99, 26 569 (316).
Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. 14 september 1999.