Wet van 8 juli 1999 tot wijziging van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Algemene Zaken (III)
voor het jaar 1999 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van
een wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie
van Algemene Zaken (III) voor het jaar 1999, vastgesteld bij de wet van 21
januari 1999, Stb. 45;
Zo is het, dat Wij, met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De begroting van de uitgaven van het Ministerie van Algemene Zaken (III)
voor het jaar 1999 wordt gewijzigd, zoals blijkt uit kolom 2 van de bij deze
wet behorende begrotingsstaat, onderdeel uitgaven en verplichtingen.
Artikel 2
De begroting van de ontvangsten van het Ministerie van Algemene Zaken
(III) voor het jaar 1999 wordt gewijzigd, zoals blijkt uit kolom 2 van de
bij deze wet behorende begrotingsstaat, onderdeel ontvangsten.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juni van het onderhavige begrotingsjaar.
Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op
of na de datum van 1 juni, dan treedt zij in werking met ingang van de dag
na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met
1 juni van het onderhavige begrotingsjaar.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
histnootGegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999
Beatrix
De Minister van Algemene Zaken,
W. Kok
Uitgegeven de vierentwintigste augustus 1999
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 8 juli 1999,
Stb. 349
Begroting 1999 inclusief eerste suppletore begroting
Ministerie van Algemene Zaken (III)
Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1 000)
| | | | (1) | (2) |
|---|
| Art. | Omschrijving | Oorspronkelijk
vastgestelde begroting | Mutaties (+ of –) op grond van eerste
suppletore begroting |
| | | | verplich-tingen | uitgaven | verplich-tingen | uitgaven |
| | | TOTAAL | | 86 166 | | 7 223 |
| | | | | | | |
| 01 | | Algemeen | | 86 166 | | |
| | | | | | | |
| | 01 | Personeel
& Materieel | 49 098 | 49 098 | 4 698 | 4 698 |
| | 02 | Vervallen | | – | | – |
| | 03 | Loonbijstelling | | memorie | 1 274 | 1 274 |
| | 04 | Prijsbijstelling | | memorie | 64 | 64 |
| | 05 | Vervallen | | – | | – |
| | 06 | Vervallen | | – | | – |
| | 07 | Vervallen | | – | | – |
| | 11 | Overheidsvoorlichting | 6 499 | 6 499 | 1 187 | 1 187 |
| | 12 | Deelname aan wereldtentoonstellingen | – | 29 000 | | – |
| | 21 | Wetenschappelijke studies | 1 569 | 1 569 | – | – |
Mij bekend,
De Minister van Algemene Zaken,
W. Kok
Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 8 juli 1999,
Stb. 349
Begroting 1999 inclusief eerste suppletore begroting
Ministerie van Algemene Zaken (III)
Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1 000)
| | | | (1) | (2) |
|---|
| Art. | Omschrijving | Oorspronkelijk
vastgestelde begroting | Mutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore
begroting |
| | | | ontvangsten | ontvangsten |
| | | TOTAAL | 5 603 | 3 247 |
| | | | | |
| 01 | | Algemeen | 5 603 | |
| | | | | |
| | 01 | Diverse
ontvangsten | 225 | – |
| | 02 | Vervallen | – | – |
| | 03 | Voorlichtingsactiviteiten | 5 378 | 3 247 |
Mij bekend,
De Minister van Algemene Zaken,
W. Kok
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1998/99, 26 506.
Handelingen II 1998/99, blz. 5292.
Kamerstukken I 1998/99, 26 506 (290).
Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. 6 juli 1999.