Wet van 8 juli 1999 tot wijziging van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten van het provinciefonds voor het jaar 1999
(wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van
een wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk,
vastgesteld bij de Wet van 28 januari 1999, Stb. 76;
Zo is het, dat Wij met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De begroting van de uitgaven van het provinciefonds voor het jaar 1999
wordt gewijzigd, zoals blijkt uit kolom 2 van de bij deze wet behorende begrotingsstaat,
onderdeel uitgaven en verplichtingen.
Artikel 2
De begroting van de ontvangsten van het provinciefonds voor het jaar 1999
wordt gewijzigd, zoals blijkt uit kolom 2 van de bij deze wet behorende begrotingsstaat,
onderdeel ontvangsten.
Artikel 3
Het verplichtingenbedrag bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet
terzake van de algemene uitkeringen wordt voor het uitkeringsjaar 1999 verhoogd
met f 29,2 miljoen en gebracht op f 1678,5 miljoen.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juni van het onderhavige begrotingsjaar.
Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op
of na de datum van 1 juni, dan treedt zij in werking met ingang van de dag
na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met
1 juni van het onderhavige begrotingsjaar.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
histnootGegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de derde augustus 1999
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 8 juli 1999,
Stb. 330
Begroting 1999, inclusief eerste suppletore begroting
provinciefonds
Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1000)
| | | | (1) | (2) |
|---|
| Artikel | Omschrijving | Oorspronkelijk
vastgestelde begroting | Mutaties op grond van eerste suppletore begroting |
| | | | verplichtingen | uitgaven | verplichtingen | uitgaven |
| | | TOTAAL | | 1 785 300 | | 32 900 |
| | | | | | | |
| 1 | | Algemene
uitkering aan de provincies ex art. 5, eerste lid, Financiële-verhoudingswet | 1 649 300 | 1 609 300 | 29 200 | 51 100 |
| | | | | | | |
| 2 | 01 | Integratie-uitkering
rivierdijkversterking/ hoofdwaterkeringen Provinciefonds | 131 600 | 131 600 | – | – |
| | 02 | Integratie-uitkering afschaffing milieuleges | 36 500 | 36 500 | – 18 200 | – 18 200 |
| | 03 | Integratie-uitkering personele middelen VERDI | 7 700 | 7 700 | – | – |
| | 04 | Integratie-uitkering precariobelasting omroepkabels | 200 | 200 | – | – |
Ons bekend,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 8 juli 1999,
Stb. 330
Begroting 1999, inclusief eerste suppletore begroting
provinciefonds
Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1000)
| | | (1) | (2) |
|---|
| Artikel | Omschrijving | Oorspronkelijk
vastgestelde begroting | Mutaties op grond van eerste suppletore begroting |
| | | ontvangsten | ontvangsten |
| | TOTAAL | 1 785 300 | 32 900 |
| | | | |
| 1 | Ontvangsten ex artikel 4 van
de Financiële-verhoudingswet | 1 785 300 | 32 900 |
Ons bekend,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Financiën,
G. Zalm
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1998/99, 26 505.
Handelingen II 1998/99, blz. 5292.
Kamerstukken I 1998/99, 26 505 (289).
Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. 6 juli 1999.