Wet van 8 juli 1999, houdende wijziging Wet Luchtverkeer (implementatie LVB-evaluatie)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter uitvoering van de Nota inzake het algemene beleidskader voor luchtverkeersbeveiliging (kamerstukken II 1997/98, 25 856, nr. 2) noodzakelijk is de bevoegdheden van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ten aanzien van de Luchtverkeersbeveiligingsorganisatie aan te scherpen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet Luchtverkeer (Stb. 1992, 368) wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1, onderdeel k, komt te luiden:

k

LVNL: de organisatie voor luchtverkeersdienstverlening, bedoeld in artikel 22;

B

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22

Er is een organisatie voor luchtverkeersdienstverlening. Hij heeft rechtspersoonlijkheid.

C

In artikel 23, eerste lid, komt onder wijziging van de onderdelen d tot en met g, in c tot en met f onderdeel c te vervallen.

D

Artikel 30 komt te luiden:

Artikel 30

De raad van toezicht bestaat uit zes leden, waaronder de voorzitter, alsmede een waarnemer, die de Minister van Verkeer en Waterstaat in de raad van toezicht vertegenwoordigt.

E

Artikel 31 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • 1. De leden van de raad van toezicht worden zonder last of ruggespraak benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn éénmaal voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar. Hun kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen ontslag worden verleend.

  • 2. De waarnemer in de raad van toezicht wordt aangewezen voor een tijdvak van vier jaren en kan éénmaal voor een tijdvak van vier jaar opnieuw worden aangewezen. De aanwijzing kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen worden ingetrokken.

F

Na artikel 34 wordt een nieuw artikel 34a ingevoegd luidende:

Artikel 34a

  • 1. De LVB-organisatie handelt in overeenstemming met de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gestelde regels inzake kwaliteits- en veiligheidszorg.

  • 2. In de in het eerste lid bedoelde regels worden in elk geval bepalingen opgenomen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid en verificatie.

G

Artikel 42 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • 1. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

  • 2. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 3. Onze Minister stelt met betrekking tot het eerste en tweede lid een informatiestatuut vast.

H

Na artikel 44 worden twee nieuwe artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 44a

Indien naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bestuur dan wel de raad van toezicht van de LVB-organisatie zijn taak niet of niet naar behoren vervult, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, na overleg met het betrokken orgaan, de noodzakelijke voorzieningen treffen. Onze Minister stelt de Tweede Kamer der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de door hem getroffen voorzieningen.

Artikel 44b

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en doeltreffendheid van de LVB-organisatie. De LVB-organisatie is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.

ARTIKEL II

Indien de Wet Luchtverkeer (Stb. 1997, 255) in werking treedt, wordt deze gewijzigd als volgt:

A

De aanhef komt te luiden:

Indien de wijziging van de Wet Luchtverkeer (Stb. 1997, 255) in werking treedt, wordt deze gewijzigd als volgt:.

B

Artikel 1.1, onderdeel o, komt te luiden:

o

LVNL: de organisatie voor luchtverkeersdienstverlening, bedoeld in artikel 5.22;

C

Artikel 5.22 komt te luiden:

Artikel 5.22

Er is een organisatie voor luchtverkeersdienstverlening. Hij heeft rechtspersoonlijkheid.

D

In artikel 5.23, eerste lid, komt onder wijziging van de onderdelen d tot en met g in c tot en met f, onderdeel c te vervallen.

E

Artikel 5.30 komt te luiden:

Artikel 5.30

De raad van toezicht bestaat uit zes leden, waaronder de voorzitter, alsmede een waarnemer, die de Minister van Verkeer en Waterstaat in de raad van toezicht vertegenwoordigt.

F

Artikel 5.31 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • 1. De leden van de raad van toezicht worden zonder last of ruggespraak benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn eenmaal voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar. Hun kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen ontslag worden verleend.

  • 2. De waarnemer in de raad van toezicht wordt aangewezen voor een tijdvak van vier jaren en kan eenmaal voor een tijdvak van vier jaar opnieuw worden aangewezen. De aanwijzing kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen worden ingetrokken.

G

Na artikel 5.34 wordt een nieuw artikel 5.34a ingevoegd luidende:

Artikel 5.34a

  • 1. De LVB-organisatie handelt in overeenstemming met de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gestelde regels inzake kwaliteits- en veiligheidszorg.

  • 2. In de in het eerste lid bedoelde regels worden in elk geval bepalingen opgenomen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid en verificatie.

H

Artikel 5.42 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • 1. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

  • 2. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 3. Onze Minister stelt met betrekking tot het eerste en tweede lid een informatiestatuut vast.

I

Na artikel 5.44 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 5.45

Indien naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bestuur dan wel de raad van toezicht van de LVB-organisatie zijn taak niet of niet naar behoren vervult, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, na overleg met het betrokken orgaan, de noodzakelijke voorzieningen treffen. Onze Minister stelt de Tweede Kamer der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de door hem getroffen voorzieningen.

Artikel 5.46

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en doeltreffendheid van de LVB-organisatie. De LVB-organisatie is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.

ARTIKEL III

Artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h, komt te luiden:

h. de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van het bewijs van bevoegdheid, een bevoegdverklaring of het bewijs van gelijkstelling, de verlenging van een bevoegdverklaring, de vernieuwing van het document, bedoeld in onderdeel g, de afgifte van de autorisatie, bedoeld in onderdeel e, de afgifte en verlenging van de medische verklaring, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, en de afgifte en verlenging van de kwalificatie, bedoeld in onderdeel f.

ARTIKEL IV

Aan artikel 2.4, derde lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel g toegevoegd, luidende:

g. de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de autorisatie, bedoeld in onderdeel d.

ARTIKEL V

Aan artikel 2.9 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de kwalificatie en registratie, bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL VI

In de Wet Luchtverkeer (Stb. 1992, 368) en de daarop gebaseerde besluiten en regelingen wordt het woord LVB-organisatie telkens vervangen door LVNL.

ARTIKEL VII

Indien de wijziging van de Wet Luchtverkeer (Stb. 1997, 255) in werking treedt, wordt in de wet en de daarop gebaseerde besluiten en regelingen het woord LVB-organisatie telkens vervangen door LVNL.

ARTIKEL VIII

  • 1. Indien in de Wet Luchtverkeer geregelde onderwerpen in het belang van een goede invoering van die wet nadere regeling behoeven, dan wel indien de afstemming van de Wet Luchtverkeer nadere regeling behoeft, kan deze geschieden bij ministeriële regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk van Onze minister van Defensie.

  • 2. Bij de in het eerste lid bedoelde regeling kan, indien dit voor de goede invoering of voor de afstemming noodzakelijk is, tijdelijk worden afgeweken van de Wet Luchtverkeer of van de Luchtvaartwet, dan wel van een op een van beide wetten steunende algemene maatregel van bestuur. Zo spoedig mogelijk na de publicatie in de Staatscourant van een ministeriële regeling als bedoeld in de eerste volzin wordt een voorstel van wet ingediend respectievelijk een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur bij de Raad van State aanhangig gemaakt.

ARTIKEL IX

Indien artikel I, onderdeel H, van het bij koninklijke boodschap van 3 december 1998 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet Luchtverkeer (luchtvaartuigen en vluchtuitvoering) (26 336) tot wet wordt verheven, wordt in dit wetsvoorstel «Wet Luchtverkeer» telkens vervangen door: Wet luchtvaart.

ARTIKEL X

Artikel I van deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en dat terugwerkt tot en met 1 januari 1999.

ARTIKEL XI

1. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de wijziging van de Wet Luchtverkeer (Stb. 1997, 255) in werking is getreden, wordt op dat tijdstip in artikel X «artikel I» vervangen door: artikel II.

2. In geval van toepassing van het eerste lid komt artikel I te vervallen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Uitgegeven de negenentwintigste juli 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1998/99, 26 287.

Handelingen II 1998/99, blz. 5313.

Kamerstukken I 1998/99, 26 287 (279, 279a).

Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. 6 juli 1999.

Naar boven