Besluit van 23 juni 1999, houdende wijziging van
het Besluit dierenvervoer 1994 (schorsen of intrekken erkenning)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
van 10 mei 1999, no. TRCJZ/1999/4930, Directie Juridische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 95/29/EG van de Raad van de Europese Unie
van 29 juni 1995 tot wijziging van Richtlijn 91/628/EEG inzake de bescherming
van dieren tijdens het vervoer (PbEG L 148) en gelet op de artikelen 60 en
111 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
De Raad van State gehoord (advies van 3 juni 1999, no. W11.99.0233/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij van 15 juni 1999, no. TRCJZ/1999/5956, Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
Aan artikel 17 van het Besluit dierenvervoer 19941
wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:
4. In geval van herhaalde overtredingen door personen werkzaam bij de desbetreffende
vervoersonderneming van de artikelen 58 of 59 van de wet, dan wel van
het bij of krachtens dit besluit bepaalde of in geval van een overtreding
waarbij de dieren ernstig lijden, kan Onze Minister de erkenning, bedoeld
in artikel 8, tweede lid, schorsen voor een bepaalde tijd of intrekken.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit
te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat 30 dagen
zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan beide kamers
der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens een
der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden
van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding
van dit besluit bij wet wordt geregeld.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 23 juni 1999
Beatrix
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
L. J. Brinkhorst
Uitgegeven de dertiende juli 1999
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
In 1996 is het Besluit dierenvervoer 1994 ter implementatie van richtlijn
nr. 95/29/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 tot wijziging
van Richtlijn 91/628/EEG inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer
(PbEG L 148) bij koninklijk besluit van 8 november 1996, houdende wijziging
van het Besluit dierenvervoer 1994 (Stb. 561), gewijzigd.
Bij die gelegenheid is ter uitvoering van artikel 1, onderdeel 11, van
genoemde richtlijn aan artikel 17 van het Besluit dierenvervoer 1994 een nieuw
derde lid toegevoegd op grond waarvan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij een aan een vervoersonderneming verstrekte erkenning voor bepaalde
tijd kan schorsen of intrekken.
Dit nieuwe artikellid is ten onrechte bij koninklijk besluit van 3 december
1997, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur
in verband met de totstandkoming van de derde tranche van de Algemene wet
bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) (Stb. 667),
weer komen te vervallen. Het onderhavige koninklijk besluit beoogt dit te
herstellen.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
L. J. Brinkhorst
XNoot
1Stb. 1994, 806; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 december 1997,
Stb. 667.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van
State, omdat het zonder meer instemmend luidt.