Besluit van 17 juni 1999, houdende wijziging van
het Besluit van 23 november 1972, tot uitvoering van artikel 2, achtste lid,
van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (aanwijzing van landen)
(Stb. 617) en houdende wijziging van het Besluit van 23 november 1972 tot
uitvoering van artikel 3, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen (aanwijzing van landen) (Stb. 618)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 19 april 1999, Directie
Wetgeving, nr. 757637/99/6;
Gelet op de artikelen 2, achtste lid, en 3, derde lid, van de
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
De Raad van State gehoord (advies van 19 mei 1999, nr. W03.99.0197/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 10 juni 1999,
Directie Wetgeving, nr. 771321/99/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
In artikel 2 van het besluit van 23 november 1972 tot uitvoering van artikel
2, achtste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (aanwijzing
van landen) (Stb. 1972, 617)1 worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1. De onderdelen j tot en met u worden geletterd k tot en met v.
2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
3. Achter de nieuwe onderdelen o en p wordt een puntkomma geplaatst.
ARTIKEL II
In artikel 1 van het besluit van 23 november 1972 tot uitvoering van artikel
3, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
(aanwijzing van landen en gebieden) (Stb. 1972, 618)1 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. De onderdelen j tot en met u worden geletterd k tot en met v.
2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
3. Achter de nieuwe onderdelen o en p wordt een puntkomma geplaatst.
ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1
februari 1999.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 17 juni 1999
Beatrix
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
Uitgegeven de eerste juli 1999
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
De besluiten van 23 november 1972 tot uitvoering van artikel 2, achtste
lid (Stb. 617), en van artikel 3, derde lid (Stb. 618), van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen (WAM) wijzen aan voor welke buitenlandse voertuigen het Nederlands
Bureau der Motorrijtuigverzekeraars de verplichting op zich moet nemen de
schade door deze voertuigen veroorzaakt te vergoeden, respectievelijk tot
welke landen de dekking van de verplichte verzekering zich moet uitstrekken.
Aan dit systeem ligt de richtlijn van de raad van de Europese Gemeenschappen
van 24 april 1972 ten grondslag inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen
der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid
waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven
en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (72/166/EEG)
(PbEG L 103), laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 90/232/EEG (PbEG L 129).
Deze richtlijn heeft onder meer ten doel de grenscontrole op deze verzekeringen
binnen de unie af te schaffen.
Basis van de afschaffing van deze controle op de aanwezigheid van de zogenoemde
groene kaart (het internationaal motorrijtuigenverzekeringsbewijs dat door
het desbetreffende nationale bureau van verzekeraars wordt afgegeven) vormt
een overeenkomst tussen de verschillende nationale bureaus van de lidstaten,
volgens welke elk nationaal bureau de vergoeding waarborgt van schade, op
zijn grondgebied veroorzaakt door een motorrijtuig uit een ander aangesloten
land (de multilaterale garantieovereenkomst tussen nationale bureaus van verzekeraars
van 15 maart 1991; PbEG L 177).
Deze overeenkomst tussen de nationale bureaus is gebaseerd op de veronderstelling
dat in de nationale wetgevingen van de aangesloten landen wordt voorgeschreven
dat de dekking van verzekeringen tegen wettelijke aansprakelijkheid zich mede
uitstrekt tot ongevallen veroorzaakt in andere landen.
Het systeem biedt de mogelijkheid voor derde landen om zich hierbij aan
te sluiten. Van deze mogelijkheid hebben tot nu toe Hongarije, de Tsjechische
Republiek, de Slowaakse Republiek, Noorwegen, Slovenië, Zwitserland en
IJsland gebruik gemaakt. De onderhavige aanpassing van de twee eerdergenoemde
besluiten is noodzakelijk door de toetreding van Kroatië.
Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de ontbrekende puntkomma's
te plaatsen achter de nieuwe onderdelen o en p, Slovenië en de Slowaakse
Republiek.
De datum waarop de afschaffing van de groene kaartcontrole voor nieuwe
lidstaten en derde landen plaatsvindt, wordt bepaald door de Europese Commissie,
nadat zij, in samenwerking met de lidstaten en andere aangesloten landen heeft
vastgesteld dat het nationale bureau van het betreffende land zich bij de
multilaterale garantieovereenkomst heeft aangesloten.
De Europese Commissie heeft bij beschikking van 26 januari 1999 als datum
waarop voor Kroatië de afschaffing van de groene kaartcontrole moet plaatsvinden
1 februari 1999 vastgesteld. Aan het onderhavige besluit moet derhalve terugwerkende
kracht worden verleend tot die datum.
Deze terugwerkende kracht ontmoet overigens uit praktisch oogpunt geen
enkel bezwaar omdat het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars reeds
in overeenstemming met de beschikking van de Commissie handelt.
Het bureau heeft de verplichting tot vergoeding reeds op zich genomen via
de multilaterale garantieovereenkomst. Tevens verlenen de Nederlandse verzekeraars
thans reeds dekking voor Kroatië.
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
XNoot
1Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 juni 1998, Stb. 367.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van
State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.