Besluit van 12 mei 1999 tot wijziging van het besluit
van 22 januari 1999, houdende toekenning van een vaste beloning aan de voorzitter
en de leden van het Adviescollege uitvoering wetten voor oorlogsgetroffenen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
van 4 mei 1999, kenmerk DVVB/MB-U-99568;
Gelet op artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Artikel 1 van het besluit van 22 januari 1999, houdende de toekenning
van een vaste beloning aan de voorzitter en de leden van het Adviescollege
uitvoering wetten voor oorlogsgetroffenen1 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid wordt «zesduizendzeshonderd gulden» vervangen
door: achtduizendvierhonderd gulden.
2. In het tweede lid wordt «tweeduizendachthonderd gulden» vervangen
door: vierduizend gulden.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met
de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting
in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 12 mei 1999
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de derde juni 1999
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
Op 20 april 1999 heeft het Adviescollege uitvoering wetten voor oorlogsgetroffenen
aan mij zijn advies aangeboden waarin maatregelen worden aangegeven voor de
vereenvoudiging van procedures in het kader van de wetten voor oorlogsgetroffenen.
Aan de voorzitter en de leden van het adviescollege is voor de hieraan
verbonden werkzaamheden bij het besluit van 22 januari 1999, in de plaats
van een vacatiegeld, een vaste beloning toegekend. Bij de bepaling van de
hoogte van de hiermee gemoeide bedragen is uitgegaan van zeven vergaderdagen
voor het adviescollege, waarbij aan de voorzitter nog eens een viertal extra
voorbereidingsdagen is toegekend. De aanname van zeven vergaderdagen was gebaseerd
op het door het adviescollege opgestelde vergaderrooster vermeerderd met een
extra vergaderdag.
Het adviescollege heeft echter in totaal tien dagen vergaderd. De toegekende
vaste beloning staat hierdoor niet meer in verhouding tot het aantal vergaderdagen.
Teneinde hierin te voorzien worden met het onderhavige besluit de in het eerste
en tweede lid van artikel 1 van het besluit van 22 januari 1999 genoemde vaste
beloningsbedragen voor de voorzitter en de leden van het adviescollege verhoogd
tot respectievelijk f 8400,– en f 4000,–.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers