Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 1998, 728Wet

Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van de Wet waardering onroerende zaken, de Wet algemene regels herindeling en enige andere wetten (verfijning waardebepaling en handhaving waardepeildata bij herindeling)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de waardebepaling van een onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, rekening te houden met een verandering in de staat van die zaak na de waardepeildatum die behoort bij het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld, doch voor het begin van dat tijdvak, alsmede in het kader van gemeentelijke herindeling de waardepeildatum voor de onroerende-zaakbelastingen naar welke datum een beschikking als bedoeld in hoofdstuk IV van genoemde wet is genomen voor het tijdvak 1997 tot en met 2000 te handhaven;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet waardering onroerende zaken1 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het eerste en tweede lid tot tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. Indien een onroerende zaak in de twee jaren voorafgaande aan het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld:

    a. opgaat in een andere onroerende zaak dan wel in meer onroerende zaken, of

    b. wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming, of

    c. een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere, specifiek voor de onroerende zaak geldende, bijzondere omstandigheid, wordt, in afwijking in zoverre van artikel 18, eerste lid, de waarde bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van dat tijdvak.

2. In het tot tweede lid vernummerde eerste lid wordt «na de waardepeildatum die behoort bij het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld» vervangen door: in het tijdvak waarvoor de waarde is vastgesteld.

3. In het tot derde lid vernummerde tweede lid wordt «Toepassing van het eerste lid» vervangen door: Toepassing van het tweede lid.

B. Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «ingevolge artikel 19 is bepaald» vervangen door: ingevolge artikel 19, tweede lid, is bepaald.

2. In het tweede lid wordt «artikel 19, eerste lid, slotzinsnede» vervangen door: artikel 19, tweede lid, slotzinsnede.

ARTIKEL II

De Gemeentewet2 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 220d, vijfde en zesde lid, wordt na «19, eerste lid, onderdelen b en c,» ingevoegd: tweede lid, onderdelen b en c,.

B. In artikel 220i, vierde lid, wordt «artikel 19» vervangen door: artikel 19, tweede lid,.

C. In artikel 221, tweede lid, wordt na «19, eerste lid, onderdelen b en c,» ingevoegd: tweede lid, onderdelen b en c,.

ARTIKEL III

In artikel 120, vierde lid, van de Waterschapswet3 wordt na «19, eerste lid, onderdelen b en c,» ingevoegd: tweede lid, onderdelen b en c,.

ARTIKEL IV

Na artikel 32 van de Wet algemene regels herindeling4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 32a

  • 1. In afwijking in zoverre van artikel 32, tweede en derde lid, besluit de raad van een nieuwe gemeente, dan wel de raad van een gemeente waaraan gebied is toegevoegd, binnen drie maanden na de datum van herindeling tot vaststelling van een nieuwe verordening op de onroerende-zaakbelastingen die met ingang van de datum van herindeling zal gelden voor de gemeente. In deze verordening neemt de raad ter zake van het kalenderjaar dat aanvangt op de datum van herindeling en de daaropvolgende kalenderjaren tot en met 2000 voor de onroerende zaken in het toegevoegde gebied de waardepeildatum op zoals deze voor die onroerende zaken is gehanteerd bij de vaststelling van de waarden van de onroerende zaken, bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, voor het tijdvak, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van die wet, dat is aangevangen op 1 januari 1997.

  • 2. Artikel 41, tweede tot en met zesde lid, van de Wet waardering onroerende zaken is met betrekking tot het tijdvak, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van die wet, dat is aangevangen op 1 januari 1997, van overeenkomstige toepassing voor onroerende zaken gelegen in het toegevoegde gebied en voor welke bij de vaststelling van de waarde een andere waardepeildatum is gehanteerd dan 1 januari 1995.

ARTIKEL V

Artikel 32a van de Wet algemene regels herindeling vervalt met ingang van 1 januari 2001.

ARTIKEL VI

Indien het bij koninklijke boodschap van 14 februari 1997 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet algemene regels herindeling, de Provinciewet en de Gemeentewet (Wijziging procedurele bepalingen) (kamerstukken II 1996/97, 25 234), nadat het tot wet is verheven, later in werking treedt dan het onderhavige voorstel van wet, nadat het tot wet is verheven, wordt eerstgenoemde wet als volgt gewijzigd:

A. Artikel I, onderdeel B, vervalt.

B. In artikel VIII vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL VII

Indien het onderhavige voorstel van wet, nadat het tot wet is verheven, later in werking treedt dan het bij koninklijke boodschap van 14 februari 1997 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet algemene regels herindeling, de Provinciewet en de Gemeentewet (Wijziging procedurele bepalingen) (kamerstukken II 1996/97, 25 234), nadat het tot wet is verheven, wordt eerstgenoemde wet als volgt gewijzigd:

A. Artikel IV wordt vervangen door:

ARTIKEL IV

Artikel 32a, eerste lid, tweede volzin, van de Wet algemene regels herindeling wordt vervangen door: In deze verordening neemt de raad ter zake van het kalenderjaar dat aanvangt op de datum van herindeling en de daaropvolgende kalenderjaren tot en met 2000 voor de onroerende zaken in het toegevoegde gebied de waardepeildatum op zoals deze voor die onroerende zaken is gehanteerd bij de vaststelling van de waarden van de onroerende zaken, bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, voor het tijdvak, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van die wet, dat is aangevangen op 1 januari 1997.

B. Artikel V vervalt.

ARTIKEL VIII

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1999, met dien verstande dat artikel IV terugwerkt tot en met 1 januari 1998.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 17 december 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Peper

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J. M. de Vries

Uitgegeven de negenentwintigste december 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1994, 874, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 oktober 1998, Stb. 621.

XNoot
2

Stb. 1994, 762, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 1998, Stb. 685.

XNoot
3

Stb. 1991, 444, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 1998, Stb. 685.

XNoot
4

Stb. 1991, 317, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 april 1998, Stb. 228.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1998/99, 26 281.

Handelingen II 1998/99, blz. 2020–2076; 2150.

Kamerstukken I 1998/99, 26 281 (126).

Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. 14/15 december 1998.