Wet van 17 december 1998 tot wijziging van de Muntwet 1987

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het noodzakelijk is de Muntwet 1987 aan te passen met het oog op de deelneming van Nederland aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie en in aanmerking genomen het bepaalde in Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van de Europese Unie van 3 mei 1998 (PB EG L 139);

Gelet op artikel 106 van de Grondwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Artikel 1 van de Muntwet 19871 komt te luiden:

Artikel 1

Naast de euro is de gulden in Nederland rekeneenheid van het geldstelsel; de gulden is verdeeld in honderd centen.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 17 december 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

Uitgegeven de tweeëntwintigste december 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1987, 451, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 200.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/98, 1998/99, 26 120.

Handelingen II 1998/99, blz. 1299.

Kamerstukken I 1998/99, 26 120 (103, 103a).

Handelingen I, 1998/99, zie vergadering d.d. 14/15 december 1998.

Naar boven