Besluit van 16 december 1998 tot vaststelling van de overhevelingstoeslag 1999

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 november 1998, Directie Algemeen- en Sociaal-Economische Aangelegenheden, nr. ASEA/LIV/98/36774;

Gelet op artikel 2, tweede lid, van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen;

De Raad van State gehoord (advies van 10 december 1998, no. W12.98.0553);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 december 1998, directie Algemeen- en Sociaal-Economische Aangelegenheden, nr. ASEA/LIV/98/40394;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. De overhevelingstoeslag over het jaar 1999 is gelijk aan 2,2% van het loon van de werknemer, met een maximum van f 1 830,=.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de overhevelingstoeslag over het jaar 1999 gelijk aan 5,5 % van de uitkering, met een maximum van f 4576,=., indien het betreft:

    a. een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 11, vierde lid onder a, van de Wet op de loonbelasting, gedaan door een lichaam of persoon als bedoeld in artikel 11b van die wet, door het Rijk of door een lager publiekrechtelijk lichaam, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of

    b. een uitkering ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op de loonbelasting, welke ten laste komt van het Rijk of de Stichting Pensioenfonds ABP, behoudens voor zover krachtens artikel 30 van de Wet Financiële voorzieningen Privatisering ABP over die uitkering een inhouding inzake arbeidsongeschiktheid plaats heeft gevonden, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of

    c. een door een werkgever verstrekte aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die aanvulling reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, en daarover geen premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geheven.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 16 december 1998

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries

Uitgegeven de tweeëntwintigste december 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

In artikel 2, tweede lid, van de Wet Brutering Overhevelingstoeslag Lonen (WBOL) is bepaald dat het voor de overhevelingstoeslag (OT) geldende percentage en maximum bedrag jaarlijks per 1 januari worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur (amvb).

Uitgangspunt voor de vaststelling per 1 januari 1999 zijn het percentage en maximum bedrag zoals deze voor 1998 zijn bepaald (zie tabel 1). Mutaties in het percentage kunnen op twee wijzen tot stand komen. Naast de reguliere aanpassingen op basis van de mutatie van de lasten in de AWBZ zijn ook beleidsmatige aanpassingen mogelijk, gekoppeld aan lastenverlichting en/of stelselherzieningen. Voor 1999 geldt dat aanpassing alleen vanwege de eerstgenoemde reden heeft plaatsgevonden.

Tabel 1 Overzicht hoogte percentage, maximum grondslag en maximumbedrag

 19951996199719981999
percentage11,7510,09,91,72,2
maximum grondslag76 35077 35078 70080 60083 200
maximumbedrag8 9717 7357 7911 3701 830

endogene aanpassing

De endogene mutatie van de OT is het gevolg van veranderingen in de (fictieve) AWBZ-premie. De hoogte van de endogene mutatie ten opzichte van het niveau 1998 bedraagt per saldo +0,5 procent. Voor een deel is deze verhoging tijdelijk in verband met de vermogens-inhaal die plaats vindt in de AWBZ. Het gekoppeld zijn van de hoogte van de OT aan de hoogte van de AWBZ-premie maakt dat de endogene aanpassing gemiddeld genomen inkomensneutraal voor gezinnen is en, zoals in de vóór-Oortse situatie, voor rekening van werkgevers komt.

Voor de indexatie van de maximum grondslag wordt gebruik gemaakt van de index voor de regelingslonen van het CBS. Uit het nieuwe percentage en de nieuwe maximum grondslag volgt na vermenigvuldiging het nieuwe maximumbedrag.

beleidsmatige aanpassing

Naast het verplicht doorvoeren van jaarlijkse aanpassingen aan de endogene lastenontwikkeling streeft het kabinet er naar de OT te verlagen langs de weg van lastenverlichting en stelsel-herziening. In de afgelopen jaren ging het om een aantal maatregelen, die ook voor 1999 gelden en eerder zijn besproken in de memorie van toelichting van de wetswijziging van de WBOL (Kamerstukken II 1994/95, 24 285, nr. 3, blz. 5). Rekening houdend met de terugsluis van de opbrengst van de regulerende energieheffing, de compensatie voor werkgevers via de OT voor de lastenverschuiving in het kader van de privatisering van de ziektewet en het door het kabinet besloten pakket lastenverlichting voor werkgevers in 1996, kon de OT met 2,1%-punt dalen (zie tabel 2).

Per 1 januari 1998 heeft een verdere verlaging met 2,65%-punt plaatsgevonden als gevolg van de introductie van een geïntegreerde arbeidsongeschiktheidsverzekering. Als gevolg van deze «PEMBA-operatie» is de premiebetaling overgegaan van werknemers naar werkgevers en is de AAW-component als bestanddeel van de OT komen te vervallen. Bij die gelegenheid is voor sommige categorieën inkomenstrekkers een hoger OT-percentage vastgesteld, omdat zij in het verleden geen WAO-premie verschuldigd waren. Deze verhoging is vormgegeven via een vaste opslag van 3,3%-punt bovenop het reguliere OT-percentage. Het gaat hier om personen die thans een VUT-uitkering; een pensioenuitkering als bedoeld in art. 11, derde lid van de Wet op de loonbelasting, ten laste van het Rijk of de Stichting Pensioenfonds; danwel om een door de werkgever verstrekte aanvulling op een WW- of WAO-uitkering waarover in het verleden geen WAO-premie werd ingehouden, ontvangen. Uitbetaling van deze verhoging is wettelijk verplicht aan diegenen die voor de datum van 1 januari 1999 in deze regelingen zijn ingestroomd.

Voor elk van de hierboven genoemde maatregelen geldt dat deze door compenserende maatregelen binnen het pakket waarvan de OT-mutatie deel uitmaakt, gemiddeld genomen koopkrachtneutraal zijn voor gezinnen.

Tabel 2 Wijzigingen percentage overhevelingstoeslag 1998–1999

; overhevelingstoeslag 1998 voor aanpassingen*  6,45%
    
aanpassingen:   
terugsluis regulerende energieheffing– 0,20%  
privatisering ziektewet– 0,55%   
pakket lastenverlichting 1996– 1,35%   
  – 2,10%  
introductie PEMBA (loonkostenneutraliteit) – 2,65%  
totaal aanpassingen  – 4,75%
overhevelingstoeslag per 1 januari 1998  1,70%
endogene mutatie AWBZ  +0,50%
overhevelingstoeslag per 1 januari 1999  2,20%

* Het AAW-deel in de OT is vervallen wegens PEMBA.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 januari 1999, nr. 7.

Naar boven