Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 1998, 691AMvB

Besluit van 7 december 1998 tot intrekking van het koninklijk besluit van 19 oktober 1945 tot vaststelling van maatregelen ter voorkoming van gevaar, voortvloeiende uit het voor andere doeleinden bezigen van drukvaten, welke als motorgasdrukvat dienst hebben gedaan (Stb. F237) en het Besluit acetyleenontwikkelaars en tot wijziging van een aantal besluiten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 13 oktober 1998, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/98/29050, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de Internationale Overeenkomst voor veilige containers (CSC);

Gelet op richtlijn nr. 89/686/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (PbEG L 399);

Gelet op richtlijn nr. 90/679/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 november 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (PbEG L 374);

Gelet op richtlijn nr. 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lidstaten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (PbEG L 100);

Gelet op richtlijn nr. 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten betreffende liften (PbEG L 213);

Gelet op richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207);

Gelet op de artikelen 1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, 2, 3, eerste en tweede lid, 6, 12, derde lid, en 25 a van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, artikel 26, eerste lid, onder b, van de Mijnwet continentaal plat, de artikelen 2 en 120 van de Woningwet en de artikelen 24 en 41 van de Arbeidsomstandighedenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 29 oktober 1998, nr. W12.98.0467);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 30 november 1998, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/98/33909, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het koninklijk besluit van 19 oktober 1945 tot vaststelling van maatregelen ter voorkoming van gevaar, voortvloeiende uit het voor andere doeleinden bezigen van drukvaten, welke als motorgasdrukvat dienst hebben gedaan (Stb. F237) wordt ingetrokken.

ARTIKEL II

In artikel 1 van het Liftenbesluit I1 vervalt onderdeel j en wordt de aanduiding van onderdeel k vervangen door j.

ARTIKEL III

In artikel 13, tweede en derde lid, van het Besluit schiethamers2 wordt «Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid» vervangen door: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

ARTIKEL IV

In artikel 87a, vierde lid, van het Mijnreglement continentaal plat3 wordt «artikel 24, eerste lid, van het Besluit liften» vervangen door: artikel 23, eerste lid, van het Besluit liften.

ARTIKEL V

Het Besluit acetyleenontwikkelaars wordt ingetrokken.

ARTIKEL VI

Het Besluit containers4 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot d en e een nieuw onderdeel c tussengevoegd, luidende:

c. maximale brutomassa: de maximaal toegestane massa van de container tezamen met zijn lading;

B

Na artikel 9 wordt een nieuw artikel 9a tussengevoegd, luidende:

Artikel 9a

De keuringsinstantie is bevoegd om ten aanzien van goedgekeurde containers die zodanig zijn gewijzigd dat daardoor structurele veranderingen zijn ontstaan, een passende, hernieuwde beproeving van de container te verlangen voordat een nieuw certificaat wordt afgegeven.

C

Na artikel 13 worden drie nieuwe artikelen tussengevoegd, luidende:

Artikel 13a

De eigenaar van een container zorgt er voor dat op de container, indien deze wordt voorhanden gehouden, afgeleverd, vervoerd, gebruikt of ten toon gesteld, alle aanduidingen van de maximale brutomassa overeenstemmen met de gegevens inzake de maximale brutomassa op het merk van goedkeuring.

Artikel 13b

De eigenaar van een container verwijdert het merk van goedkeuring indien:

a. de container door wijzigingen zodanig afwijkt van het goedgekeurde type kenmerkende monster of de goedgekeurde type kenmerkende monsters dat de goedkeuring niet meer kan worden geacht op de container betrekking te hebben;

b. de container buiten gebruik is gesteld en niet meer wordt onderhouden;

c. de goedkeuring door de keuringsinstantie is ingetrokken.

Artikel 13c

De eigenaar van een container die na de goedkeuring zodanig is gewijzigd dat daardoor structurele veranderingen zijn ontstaan stelt de keuringsinstantie daarvan in kennis.

D

In artikel 14 wordt «de artikelen 11, 12 en 13» vervangen door: de artikelen 11, 12, 13, 13a, 13b en 13c» .

E

De artikelen 16 tot en met 19 vervallen.

ARTIKEL VII

In artikel 367a, vijfde lid, van het Bouwbesluit5 wordt «6.10-3 m3/5 per m2 vrije vloeroppervlakte» vervangen door: 6.10-3 m3/s per m2 vrije vloeroppervlakte.

ARTIKEL VIII

Het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm6 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel b, komt te luiden:

b. de Gemeenschap: de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is;

B

In artikel 1, onderdeel d, wordt «Lidstaten van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: lidstaten van de Europese Unie.

C

In artikel 4, derde lid, wordt «Lidstaten van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: lidstaten van de Europese Unie.

D

In artikel 6, aanhef, wordt tussen «in» en «een van de Staten» ingevoegd: de Gemeenschap of in.

E

In artikel 8 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid.

F

In artikel 12, eerste lid, wordt tussen «in» en «een van de Staten» ingevoegd: de Gemeenschap of in.

G

In artikel 13, eerste lid, onder b, wordt tussen «in» en «een van de Staten» ingevoegd: de Gemeenschap of in.

ARTIKEL IX

Het Besluit machines7 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

c. de Gemeenschap: de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is;

B

Artikel 1, onderdeel d, komt te luiden:

d. richtlijn: richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207);

C

Artikel 1, onderdeel e, komt te luiden:

e. Europese Economische Ruimte: de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is en voorts het grondgebied van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

D

In artikel 9 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid.

E

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste tot en met vijfde lid worden vernummerd tot tweede tot en met zesde lid.

2. Er wordt een nieuw eerste lid ingevoegd dat luidt als volgt:

  • 1. Onverminderd het tweede tot en met vijfde lid zijn op gevaarlijke werktuigen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, de artikelen 4 en 6 niet van toepassing voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met artikel 4 worden gebracht.

3. Het nieuw genummerde vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. De artikelen 4, 6 en 6a zijn niet van toepassing op machines voor het heffen of verplaatsen van personen en op veiligheidscomponenten die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit en die voor 1 januari 1997 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met artikel 4 worden gebracht.

ARTIKEL X

Het Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen8 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, onderdeel b komt te luiden:

b. de Gemeenschap: de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is;

B

Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

c. Europese Economische Ruimte: de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is en voorts het grondgebied van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

C

In artikel 3, onder b, wordt «artikel 1, eerste lid, onderdeel c» vervangen door: artikel 1, eerste lid, onderdeel d.

D

In artikel 8 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid.

E

Artikel 16, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De artikelen 4 en 6 zijn niet van toepassing op persoonlijke beschermingsmiddelen die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit en die voor 1 juli 1995 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen en voor die datum niet worden voorzien van de CE-markering.

ARTIKEL XI

Het Besluit explosieveilig materieel9 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel d, wordt «onder b» vervangen door: onder c.

B

In artikel 14 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid.

C

Artikel 22, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De artikelen 4, 6, 7, 8, 9, 11 en 16 zijn niet van toepassing op explosieveilig elektrisch materieel, bestemd voor gebruik in explosieve atmosfeer dat is vervaardigd in overeenstemming met de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 april 1995, nr. 95/00856 (Stcrt.100) en voor 1 juli 2003 in de handel is gebracht en in bedrijf gesteld.

ARTIKEL XII

Het Besluit liften10 wordt als volgt gewijzigd:

A

In hoofdstuk VII wordt voor artikel 28 een nieuw artikel 27a ingevoegd dat luidt als volgt:

Artikel 27a

Artikel 10, derde lid, van de wet is mede van toepassing op het voorhanden hebben en het gebruiken van een lift in de huishouding.

B

Artikel 28, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Dit besluit is niet van toepassing op:

    a. liften en veiligheidscomponenten die zijn vervaardigd in overeenstemming met de bepalingen van het Liftenbesluit I en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5;

    b. veiligheidscomponenten die zijn voorzien van het EEG-merkteken en vergezeld gaan van het certificaat van overeenstemming, bedoeld in artikel 6 van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1987 ter uitvoering van de EEG-richtlijnen 84/528/EEG en 84/529/EEG (hef- en verladingsapparatuur; liften met elektrische aandrijving) (Stcrt. 1987, 124) en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5.

ARTIKEL XIII

Het Arbeidsomstandighedenbesluit11 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, vijfde lid, onderdeel e, worden «1» en «2» vervangen door: «10» en «20».

B

Het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk 1, wordt vervangen door:

Afdeling 2 Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming.

C

Artikel 1.8, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Ten aanzien van degene op wie het Algemeen Rijksambtenarenreglement onderscheidenlijk het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van toepassing is en die als mentor of als lid van een arbocommissie dan wel als deskundige werknemer als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 15, eerste lid, onderscheidenlijk 17, eerste lid, van de wet werkzaam is, is artikel 126d, tweede en derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement onderscheidenlijk artikel 144, tweede en derde lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van overeenkomstige toepassing.

D

Artikel 1.9 komt te luiden:

Artikel 1.9

In afwijking van artikel 19, tweede lid, van de wet is ten aanzien van degene op wie het Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek van toepassing is en die als deskundige werknemer als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet werkzaam is, artikel 1.16 van het Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek van toepassing. Ten aanzien van degene op wie het Algemeen militair ambtenarenreglement, het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen of het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van toepassing is en die als zodanig werkzaam is, is artikel 16 van de Regeling onderdeelsoverlegorganen onderscheidenlijk artikel 144, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van toepassing.

E

Artikel 1.39 komt te luiden:

Artikel 1.39 Uitzonderingen leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen

Deze afdeling en paragraaf 2 van afdeling 10 van hoofdstuk 4, paragraaf 3 van afdeling 6 van hoofdstuk 6 en paragraaf 2 van afdeling 6 van hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.38, tweede lid, zijn niet van toepassing op leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen.

F

Het opschrift van afdeling 5 van hoofdstuk 2 wordt vervangen door: AFDELING 5 BOUWPROCES.

G

Het opschrift van paragraaf 3 van afdeling 5 van hoofdstuk 3 wordt vervangen door: § 3 Justitiële inrichtingen.

H

In artikel 4.2, zevende lid, wordt «Europese Gemeenschappen» vervangen door: «Europese Economische Gemeenschap» en wordt «27 juli 1967» vervangen door: 27 juni 1967.

I

In artikel 4.25, onder a, wordt «nr. 78/197/EEG» vervangen door: nr. 78/610/EEG.

J

In artikel 4.30 wordt «3 ppm (delen per miljoen)» vervangen door: 7,7 mg/m3.

K

In artikel 4.31 wordt «30 ppm» vervangen door: 77 mg/m3, «20 ppm» door: 51 mg/m3 en «15 ppm» door: 38 mg/m3.

L

In artikel 4.34 wordt «8 ppm» vervangen door: 20 mg/m3.

M

Het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk 4 wordt vervangen door: Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen.

N

Het opschrift van artikel 4.36 wordt vervangen door: Verbod van benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen.

O

Artikel 4.40, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Artikel 4.39, derde lid, geldt niet ten aanzien van het in voorraad houden van crocidoliet en crocidoliethoudende producten ten behoeve van doorvoer naar een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

P

In artikel 4.84, derde lid, onderdeel d, wordt «ziekten» vervangen door: ernstige ziekten.

Q

In artikel 4.93 wordt aan het eind van onderdeel e de puntkomma vervangen door een punt.

R

Artikel 4.98 komt te luiden:

Artikel 4.98 Beschermingsmaatregelen

In isolatieafdelingen met patiënten of dieren die besmet zijn of mogelijkerwijs besmet zijn met biologische agentia van categorie 3 of 4, worden passende beschermingsmaatregelen als bedoeld in bijlage V, kolom A, bij de richtlijn getroffen.

S

In artikel 6.3, derde lid, wordt «benvloeden» vervangen door: beïnvloeden.

T

Afdeling 3 van hoofdstuk 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 6.6 worden «geluiddruk» en «geluidniveaumeter» vervangen door: geluidsdruk en geluidsniveaumeter.

2. Het opschrift van paragraaf 2 wordt vervangen door: § 2 Geluidsvoorschriften.

3. «geluidniveau», «geluidniveaus», «geluiddrukniveau» en «geluiddosisniveau» worden telkens vervangen door: geluidsniveau, geluidsniveaus, geluidsdrukniveau en geluidsdosisniveau.

U

In artikel 7.2 wordt «EEG-richtlijnen» vervangen door: EG-richtlijnen.

V

In artikel 7.32, tweede lid, vervalt aan het slot van onderdeel a het woord «of».

W

In het opschrift van paragraaf 1 van afdeling 4 van hoofdstuk 8 wordt «justitiële rijksinrichtingen» vervangen door: justitiële inrichtingen.

X

In artikel 9.2, onder d, wordt «5.3.3.2» vervangen door: 5.15.

Y

In artikel 9.5, onderdeel c, wordt in numerieke rangschikking ingevoegd: 4.7, 4.8, en wordt «9.2.1.6, eerste lid, onder a, sub 1° tot en met 4°, en onder b» vervangen door: 9.15, onder a, sub 1° tot en met 4°, en onder b.

Z

In artikel 9.17, eerste en tweede lid, wordt «geluidniveau» telkens vervangen door: geluidsniveau.

AA

In artikel 9.19, onderdeel d, vervalt de zinsnede «met uitzondering van het negende lid,».

AB

Artikel 9.36 komt te luiden:

Artikel 9.36

  • 1. Indien jeugdige werknemers arbeid verrichten bestaande in het op de openbare weg besturen van trekkers en het in rechtstreeks verband daarmee aan- of afkoppelen van aanhangwagens of werktuigen, zijn zij in aanvulling op artikel 7.39, onder a, in het bezit van een certificaat van vakbekwaamheid, dat is afgegeven door een door Onze Minister daartoe aangewezen instelling.

  • 2. Het eerste lid vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL XIV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 7 december 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de tweeëntwintigste december 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

I. ALGEMEEN

De onderhavige algemene maatregel van bestuur strekt tot intrekking van een tweetal besluiten, te weten het op de Wet op de gevaarlijke werktuigen gebaseerde Besluit acetyleenontwikkelaars en een besluit met betrekking tot motorgasdrukvaten, alsmede tot wijziging van het op de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) gebaseerde Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) en een aantal op de Wet op de gevaarlijke werktuigen gebaseerde algemene maatregelen van bestuur.

Voor een deel betreffen deze wijzigingen actualiseringen van verouderde terminologie (artikelen II en III) en wijzigingen van technisch-juridische aard (artikelen IV, VII, X, onder C, XI, onder A, XII, onder A, en XIII), voor een ander deel betreft het de implementatie van een tweetal wijzigingen van een internationale overeenkomst (artikel VI) en wijziging van de overgangstermijn in een aantal besluiten ter implementatie van de desbetreffende EG-richtlijnen (artikelen IX, onder E, X, onder E, XI, onder C, en XII, onder B). Tenslotte is er sprake van een technische aanpassing van een aantal besluiten aan het per 1 januari 1996 gewijzigde artikel 13 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen (artikelen VIII, onder E, IX, onder D, X, onder D, en XI, onder B). Op deze wijzigingen wordt in de artikelsgewijze toelichting nader ingegaan.

II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel I

Koninklijk besluit van 19 oktober 1945 tot vaststelling van maatregelen ter voorkoming van gevaar, voortvloeiende uit het voor andere doeleinden bezigen van drukvaten, welke als motorgasdrukvat dienst hebben gedaan (Stb. F237).

De motorgasdrukvaten waarop dit besluit betrekking heeft bestaan niet meer, zodat het besluit kan worden ingetrokken.

Artikel V

Besluit acetyleenontwikkelaars

Intrekking van het Besluit acetyleenontwikkelaars is voorgesteld door de Werkgroep productwetgeving. Dit voorstel is door het kabinet overgenomen (Kamerstukken II 1996/97, 24 036, nr. 57, blz. 4, Kamerstukken II 1997/98, 24 036, nr. 74, blz. 4). Met de intrekking van het besluit vervalt van rechtswege de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 28 december 1967, nr. 6516, tot uitvoering van de Wet op de gevaarlijke werktuigen en het Besluit acetyleenontwikkelaars (Stcrt. 252). De regelgeving voor acetyleenontwikkelaars kan worden ingetrokken omdat er in ons land nog maar één installatie in gebruik is. De bedoelde installatie moet worden beschouwd als een arbeidsmiddel waarop de bepalingen van hoofdstuk 7 van het Arbobesluit van toepassing zijn.

Artikel VI

Besluit containers

Het Besluit containers strekt tot uitvoering van de Internationale Overeenkomst voor veilige containers (CSC), die in december 1972 te Genève is tot stand gekomen tijdens een conferentie inzake containervervoer, bijeengeroepen door de Verenigde Naties en de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (IMCO), inmiddels genaamd Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

De overeenkomst is sinds zijn totstandkoming een aantal malen gewijzigd.

De onderhavige wijziging van het Besluit containers strekt ertoe uitvoering te geven aan de wijzigingen van de overeenkomst van 17 mei 1991 (Trb. 1992, 124), in werking getreden met ingang van 1 januari 1993, en van 4 november 1993 (Trb. 1994, 58) die nog niet in werking is getreden. Omdat de laatstbedoelde wijziging slechts een aanpassing inhoudt van een aantal technische termen aan thans in de techniek algemeen gangbare terminologie is er voor gekozen de wijziging nu reeds, vooruitlopend op de inwerkingtreding, te implementeren.

Artikel VI, onder A

De toevoeging van een definitie van de term maximale brutomassa is noodzakelijk in verband met het nieuwe artikel 13a. De definitie is ontleend aan artikel II van de CSC, zoals dit artikel luidt na de wijziging van 4 november 1993.

Artikel VI, onder B

Artikel 9a Besluit containers

Het nieuwe artikel vloeit voort uit de wijziging van de CSC van 17 mei 1991. Daarbij werd aan bijlage I een nieuw hoofdstuk V toegevoegd met bepalingen voor de goedkeuring van gewijzigde containers. Een van die bepalingen houdt de bevoegdheid in voor de van overheidswege aangewezen keuringsinstanties om «een passende hernieuwde beproeving van de gewijzigde container te verlangen voordat een nieuw certificaat wordt afgegeven».

Artikel VI, onder C

Artikel 13a Besluit containers

Ook de toevoeging van deze bepaling vloeit voort uit de wijziging van de CSC van 17 mei 1991. Daarbij werd wijziging gebracht in bepaling 1, lid 1, onder b, van bijlage I bij de CSC, welke bij de wijziging van 13 juni 1983 aan bepaling 1 was toegevoegd. De nieuwe tekst van bedoeld onderdeel b luidt: «Op elke container dienen alle aanduidingen van het maximale bruto gewicht overeen te stemmen met de gegevens inzake het maximale bruto gewicht op de veiligheidskeurplaat». Bij de wijziging van de CSC van 4 november 1993 is de tekst van onderdeel b opnieuw gewijzigd. De term «maximale bruto gewicht» werd gewijzigd in: maximale brutomassa, waarbij de term «maximale brutomassa» in artikel II (Definities) van de CSC werd gedefinieerd.

Artikel 13b Besluit containers

Deze bepaling is ingevoegd teneinde uitvoering te geven aan een bij de wijziging van de CSC van 17 mei 1991 aan bepaling 1 van bijlage I toegevoegde nieuwe verplichting voor de eigenaar van de container om onder een drietal omstandigheden de veiligheidskeurplaat van de container te verwijderen.

Artikel 13c Besluit containers

Met deze bepaling wordt uitvoering gegeven aan het bij de wijziging van de CSC van 17 mei 1991 aan bijlage I bij de CSC toegevoegde nieuwe hoofdstuk V met bepalingen voor de goedkeuring van gewijzigde containers. Een van deze bepalingen houdt in dat de eigenaar van een goedgekeurde container die zodanig is gewijzigd dat daardoor structurele veranderingen zijn ontstaan, de regering onder wiens gezag de containers worden gekeurd of een daartoe naar behoren gemachtigde organisatie van deze wijzigingen in kennis dient te stellen.

Artikel VI, onder E

Artikel 16 tot en met 19 Besluit containers

De in deze artikelen opgenomen overgangsbepalingen zijn uitgewerkt en kunnen daarom vervallen. Bij de wijziging van de CSC van 17 mei 1991 zijn de overgangsbepalingen waaraan in artikel 19 uitvoering was gegeven (bijlage I , bepaling 2,2d, laatste twee volzinnen, en bepaling 2,3d) komen te vervallen.

Artikelen VIII, onder E, IX, onder D, X, onder D, en XI, onder B

Besluit drukvaten van eenvoudige vorm, Besluit machines, Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen, Besluit explosieveilig materieel

Bij artikel 12:23 van de Arbeidstijdenwet is artikel 13 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen gewijzigd1. Daarbij is onder meer de mogelijkheid om bij de minister beroep in te stellen tegen een beslissing, waarbij de afgifte van een certificaat van goedkeuring of het aanbrengen van een merk van goedkeuring is geweigerd, komen te vervallen. Deze wijziging hield verband met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De in het kader van de Wet op de gevaarlijke werktuigen genomen certificatie-beslissingen door een daartoe op grond van artikel 5 van de wet aangewezen instantie, kunnen als besluiten in de zin van de Awb worden aangemerkt. De Awb stelt onder andere eisen aan de zorgvuldige totstandkoming en de motivering van de genomen besluiten. Tegen het besluit staat beroep open op een administratieve rechter. Alvorens beroep in te stellen moet bezwaar worden gemaakt bij de instantie die het bestreden besluit heeft genomen, teneinde dit besluit eventueel te heroverwegen.

Aangezien in het systeem van de Awb een voorafgaande bezwarenprocedure bij de aangewezen keuringsinstantie de voorkeur verdient en er geen bijzondere redenen waren om nog langer te opteren voor beroep op een ander bestuursorgaan is het beroep op de minister komen te vervallen.

In verband daarmee kan ook de in de hiervoor genoemde besluiten opgenomen mogelijkheid van beroep op de minister tegen een beschikking van de keuringsinstantie tot intrekking van een certificaat van EG-typeonderzoek vervallen.

Artikel IX, onder B

Deze wijziging is noodzakelijk ter implementatie van richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207). Het Besluit machines strekt tot implementatie van richtlijn nr. 89/392/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L183), zoals deze is gewijzigd bij richtlijnen nr. 91/368/EEG (PbEG L198), nr. 93/44/EEG (PbEG L175) en nr. 93/68/EG (PbEG L220). Richtlijn nr. 98/37/EG strekt louter tot codificatie van richtlijn nr. 89/392/EEG en de daarin aangebrachte wijzigingen. Omdat richtlijn nr. 89/392/EEG en de genoemde drie wijzigingsrichtlijnen worden ingetrokken dient ter implementie van richtlijn nr. 98/37/EG de definitie van richtlijn in het Besluit machines te worden aangepast.

Artikel IX, onder E, onderdelen 1 en 2

Besluit machines

In het Besluit machines is door middel van een aantal bepalingen (artikel 27, eerste tot en met vierde lid) voorzien in een overgangsregime voor die machines die voor de inwerkingtreding van het Besluit machines vielen onder de werkingssfeer van de bestaande nationale wetgeving en die overeenkomstig die wetgeving zijn vervaardigd en in gebruik genomen. Destijds is verzuimd een overgangsbepaling op te nemen voor die machines waarop in het geheel geen nationale wetgeving van toepassing was en die al voor de inwerkingtreding van het Besluit machines in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen. Het ontbreken van deze overgangsbepaling heeft tot onbedoeld gevolg dat alle reeds in de handel gebrachte en in gebruik genomen machines alsnog aan het Besluit machines zouden moeten voldoen. In het nieuwe eerste lid van artikel 27 wordt alsnog in deze overgangsbepaling voorzien.

Artikel IX, onder E, onderdeel 3, X, onder E, en XI, onder C

Besluit machines, Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen, Besluit explosieveilig materieel

De in artikel 27, vierde lid, van het Besluit machines, 16, eerste lid, van het Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen en artikel 22, eerste lid, van het Besluit explosieveilig materieel opgenomen overgangsregelingen zijn zodanig geformuleerd dat de daarin genoemde artikelen na het verstrijken van de genoemde datum alsnog op de desbetreffende machines, persoonlijke beschermingsmiddelen of het desbetreffende explosieveilige materieel van toepassing worden. Omdat het uiteraard de bedoeling is om de genoemde artikelen definitief niet van toepassing te laten zijn, is de tekst van de desbetreffende bepalingen aangepast.

Artikel XII

Besluit liften

onder A

Volgens artikel 10, vierde lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen is het in het derde lid van dat artikel neergelegde verbod niet van toepassing op het voorhanden hebben en het gebruiken in de huishouding, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. In het Liftenbesluit I was in artikel 26 een dergelijke bepaling opgenomen. In het Besluit liften was daarin abusievelijk niet voorzien.

onder B

Het Besluit liften strekt tot uitvoering van richtlijn nr. 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten betreffende liften (PbEG L 213). Aan de in artikel 15, tweede lid, van de richtlijn opgenomen overgangsregeling is uitvoering gegeven in artikel 28, tweede lid, van het besluit. Gebleken is dat genoemd artikel 15, tweede lid, niet op de juiste wijze is geïmplementeerd.

De thans in artikel 28, tweede lid, opgenomen overgangsregeling houdt in dat fabrikanten in de periode 1 juli 1997 tot 1 juli 1999 alleen liften en veiligheidscomponenten vervaardigd volgens de op 29 juni 1995 geldende nationale voorschriften in de handel mogen brengen en in bedrijf stellen als die liften en veiligheidscomponenten zijn vervaardigd vóór 1 juli 1997. Deze overgangsregeling is in zoverre onjuist dat deze zich in afwijking van de richtlijn beperkt tot liften en veiligheidscomponenten die zijn vervaardigd vóór 1 juli 1997.

In de nieuwe tekst van het tweede lid is deze beperking geschrapt zodat volgens deze bepaling nog gedurende de gehele overgangsperiode van 1 juli 1997 tot 1 juli 1999 liften en veiligheidscomponenten volgens de op 29 juni 1995 geldende nationale voorschriften mogen worden vervaardigd, in de handel gebracht en in bedrijf gesteld.

Artikel XIII

Arbeidsomstandighedenbesluit

onder B, H, I en X

Het betreft correcties van kleine onjuistheden.

onder C en D

De in deze wijzigingsonderdelen opgenomen wijzigingen van de artikelen 1.8 en 1.9 houden verband met de inwerkingtreding van de Wet van 14 mei 1998, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 en van enige andere wetten (Flexibiliteit en zekerheid) (Stb. 300). In deze wet zijn met het oog op de inzichtelijkheid de bepalingen inzake de ontslagbescherming van onder meer ondernemingsraadsleden, die eerder in de Wet op de ondernemingsraden waren opgenomen en waarnaar in genoemde artikelen werd verwezen, opgenomen in het Burgerlijk Wetboek.

Ter verbetering van de leesbaarheid is artikel 1.9 opnieuw geformuleerd.

onder E

De onderhavige wijziging beoogt een betere leesbaarheid van dit artikel.

onder F

In afdeling 5 van hoofdstuk 2 van het Arbobesluit is het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandighedenwet ondergebracht. Teneinde dit voor de justitiabele duidelijker tot uitdrukking te brengen is het opschrift van deze afdeling aangepast.

onder G en W

Het betreft aanpassingen aan de nieuwe terminologie van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, die over het hoofd zijn gezien bij de wijziging van het Arbobesluit van 22 mei 1997 (Reglement verpleging ter beschikking gestelden).

onder J, K en L

Tot nu toe is het gebruikelijk om grenswaarden voor niet-vaste stoffen vast te stellen in twee naast elkaar gebruikte typen eenheden, nl. in parts per million (ppm) en in mg/m3. Zo worden de grenswaarden in de bijlagen V en VI van de Arbeidsomstandighedenregeling uitgedrukt in beide typen eenheden. In de praktijk blijkt het naast elkaar bestaan van grenswaarden uitgedrukt in zowel ppm als in mg/m3 verwarrend te kunnen zijn. Bovendien wordt het thans overbodig geacht om een grenswaarde in meer dan een concentratie-eenheid weer te geven.

De genoemde bijlagen zullen daarom worden aangepast. Gekozen wordt voor mg/m3 aangezien dit een ondubbelzinniger concentratie-eenheid is dan de ppm en omdat deze weergave gebruik maakt van de internationaal gestandaardiseerde SI-eenheden. Grenswaarden voor vaste stoffen werden altijd al alleen in mg/m3 uitgedrukt. Van de wetenschap en de betrokken beroepsgroepen worden op dit vlak geen overwegende bezwaren verwacht.

onder M en N

Omdat afdeling 4 van hoofdstuk 4 en artikel 4.36 niet alleen betrekking hebben op benzeen maar ook op een aantal gechloreerde alifatische koolwaterstoffen, die met benzeen in chemische zin niets te maken hebben, zijn de opschriften bij deze afdeling en dit artikel aangepast teneinde misverstanden te voorkomen.

onder P

Bij de integratie van het Besluit biologische agentia in het Arbobesluit is abusievelijk het woord «ernstige» weggevallen.

onder R

Gebleken is dat artikel 15, derde lid, van richtlijn nr. 90/679/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 november 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (PbEG L 374) niet correct in artikel 4.98 van het Arbobesluit is geïmplementeerd. In afwijking van het genoemde derde lid waarin passende beheersingsmaatregelen worden voorgeschreven voor «isolatieafdelingen met patiënten of dieren die besmet zijn of zouden zijn met biologische agentia van groep 3 of 4», worden in artikel 4.98 beschermingsmaatregelen voorgeschreven voor alle ruimten waar patiënten of dieren aanwezig zijn die besmet zijn of mogelijkerwijs besmet zijn. Dit heeft tot gevolg dat patiënten met bepaalde ernstige ziekten, die niet erg besmettelijk zijn voor anderen, in een isolatiekamer verpleegd zouden moeten worden, hetgeen niet alleen niet noodzakelijk maar ook uit oogpunt van menselijkheid niet gewenst is. De onderhavige bepaling heeft nl. als doel werknemers te beschermen tegen aerogene besmetting met gevaarlijke agentia. Volgens artikel 4.98 moeten in de bedoelde ruimten de beschermingsmaatregelen van bijlage V, kolom A, worden getroffen. Ook op dit punt is de richtlijn niet correct geïmplementeerd. Het genoemde derde lid schrijft nl. voor dat «passende beheersingsmaatregelen uit bijlage V, kolom A, worden gekozen om het infectiegevaar tot een minimum te beperken».

onder T en Z

Deze wijzigingen strekken er toe een aantal technische termen in overeenstemming te brengen met de gewijzigde spellingsvoorschriften.

onder V

Bij de omzetting van artikel 212sexies van het Veiligheidsbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1938 in artikel 7.32 van het Arbobesluit is per abuis aan artikel 7.32, tweede lid, onderdeel a, het woordje «of» toegevoegd.

Deze toevoeging impliceert dat een torenkraan, mobiele kraan of mobiele hei-installatie slechts mag worden bediend door een persoon die hetzij beschikt over een certificaat van vakbekwaamheid of een deskundigheidsbewijs, hetzij in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeert dat hij in staat is de aan de bediening van het desbetreffende arbeidsmiddel verbonden gevaren te onderkennen en te voorkomen. Dit is uiteraard niet de bedoeling. De bedoelde persoon dient aan beide eisen te voldoen.

onder Y

Zoals blijkt uit de nota van toelichting bij het Arbeidsomstandighedenbesluit (paragraaf 4.4.2, artikelsgewijze toelichting, Artikel 4.7, eerste tekstblok en Artikel 4.8, eerste tekstblok) is het de bedoeling geweest de artikelen 4.7, Veiligheid aan, op of in tankschepen, en 4.8, Springstoffen, van toepassing te laten zijn op zelfstandigen. Verzuimd was echter deze artikelen daartoe op te nemen in de opsomming van verplichtingen van zelfstandigen in artikel 9.5.

onder AA

Met deze wijziging is de in artikel 9.19 opgenomen mogelijkheid om vrijstelling of ontheffing te verlenen van artikel 4.9, negende lid, komen te vervallen. Dit lid schrijft voor dat doeltreffende maatregelen moeten worden genomen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen, als bij overschrijding van een wettelijke grenswaarde de op grond van het achtste lid genomen maatregelen om de concentratie tot beneden de grenswaarde terug te brengen, nog niet volledig zijn ten uitvoer gelegd of niet tot een doeltreffende bescherming leiden. Omdat moeilijk voorstelbaar is dat vrijstelling of ontheffing zal worden verleend van de verplichting van de werkgever om bij overschrijding van wettelijke grenswaarden doeltreffende maatregelen ter bescherming van de werknemers te treffen, is artikel 9.19 zodanig gewijzigd dat het verlenen van vrijstelling of ontheffing van deze verplichting niet langer mogelijk is.

onder AB

Vóór de inwerkingtreding van het Arbobesluit was het (al dan niet op de openbare weg) besturen van trekkers door een jeugdige op grond van het toenmalige Arbeidsbesluit jeugdigen verboden, tenzij de jeugdige in het bezit was van een trekkerrijbewijs.

Op grond van artikel 7.39 juncto artikel 1.37, tweede lid, van het Arbobesluit is het besturen van een trekker door jeugdigen thans wél toegestaan, mits daarbij sprake is van een zodanig deskundig toezicht, dat de aan het besturen van trekkers verbonden gevaren zijn voorkomen. Indien een dergelijk toezicht niet kan worden gegarandeerd is deze arbeid alsnog verboden. Uit een oogpunt van arbeidsomstandigheden biedt de hierbeschreven regeling een adequaat niveau van arbeidsbescherming. Het eerder op grond van het Arbeidsbesluit jeugdigen voorgeschreven trekkerrijbewijs is met de inwerkingtreding van het Arbobesluit dan ook komen te vervallen.

Uit verkeersveiligheidsoogpunt diende deze rijbewijsregeling echter gehandhaafd te blijven en is, met het oog op de tijd die met een daarvoor noodzakelijke wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 gemoeid zou zijn, in overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat, in het huidige artikel 9.36 van het Arbobesluit een overgangsregeling voor het trekkerrijbewijs opgenomen tot 1 januari 1999. Deze termijn is thans te kort gebleken, reden waarom deze regeling tot een nader te bepalen tijdstip wordt verlengd.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst


XNoot
1

Stb. 1956, 167, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 22 augustus 1996, Stb. 444.

XNoot
2

Stb. 1967, 142, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 15 januari 1997, Stb. 60.

XNoot
3

Stb. 1983, 83, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 28 mei 1998, Stb. 340.

XNoot
4

Stb. 1983, 177, gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 februari 1988, Stb. 75.

XNoot
5

Stb. 1991, 680, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 28 oktober 1998, Stb. 619.

XNoot
6

Stb. 1992, 456, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 15 november 1994, Stb. 829.

XNoot
7

Stb. 1993, 134, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 1 augustus 1995, Stb. 379.

XNoot
8

Stb. 1993, 441, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 15 november 1994, Stb. 829.

XNoot
9

Stb. 1995, 379.

XNoot
10

Stb. 1996, 444.

XNoot
11

Stb. 1997, 60, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 24 september 1998, Stb. 589.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

XNoot
1

Deze wijziging is in werking getreden met ingang van 1 januari 1996. Zie voor een toelichting daarop Kamerstukken II 1994/95 23 646, nr. 13, blz. 23.