Besluit van 23 september 1998, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit en het Besluit vakkennis en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen (invoering vergunning mollen- en woelrattenbestrijding)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 30 juni 1998, No. J.98.6030, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 13, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;

De Raad van State gehoord (advies van 7 augustus 1998, No. W11.98.0298);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 16 september 1998, No. J98.7646, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. J. F. Hoogervorst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Bestrijdingsmiddelenbesluit1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 14a, eerste lid, wordt na de woorden: «genoemd in artikel 14, eerste lid,» ingevoegd: met uitzondering van bestrijdingsmiddelen bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten die de werkzame stof fosforwaterstof bevatten of kunnen opleveren.

B

Artikel 14b wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b vervalt het woord «of» en wordt het leesteken komma na de woorden: «als bedoeld in artikel 14a, tweede lid» vervangen door het leesteken puntkomma.

2. Aan het eind van onderdeel c wordt het leesteken punt gewijzigd in een komma gevolgd door het woord «of».

3. Na onderdeel c wordt een onderdeel d toegevoegd, luidende:

d. die in bezit is van een vergunning mollen en woelratten bestrijding afgegeven op grond van het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen.

ARTIKEL II

Het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen2 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, tweede lid, vervalt onderdeel c, onder verlettering van de onderdelen d tot en met g tot c tot en met f.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid tot vijfde lid, wordt een nieuw tweede, derde en vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet voor gewasbeschermingsmiddelen bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, die de werkzame stof fosforwaterstof bevatten of kunnen opleveren.

  • 3. Het is verboden een gewasbeschermingsmiddel bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, dat de werkzame stof fosforwaterstof bevat of kan opleveren, beroeps- of bedrijfsmatig voorhanden of in voorraad te hebben zonder een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding.

  • 4. Het in het derde lid vermelde verbod geldt niet voor de handel.

2. In het nieuwe vijfde lid worden de woorden:

a. «Het eerste lid is» vervangen door: Het eerste en derde lid zijn;

b. «als bedoeld in het eerste lid» vervangen door: als bedoeld in het eerste en derde lid.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid in het vierde lid, wordt een nieuw tweede en derde lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet voor gewasbeschermingsmiddelen bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, die de werkzame stof fosforwaterstof bevatten of kunnen opleveren.

  • 3. Het is verboden een gewasbeschermingsmiddel bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, dat de werkzame stof fosforwaterstof bevat of kan opleveren, beroeps- of bedrijfsmatig te gebruiken zonder een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding.

2. Na het vierde lid wordt een vijfde lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het derde lid is niet van toepassing ten aanzien van de ondernemer van een bedrijf of hoofdverantwoordelijke voor een instelling die een gewasbeschermingsmiddel bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten uitsluitend laat gebruiken door:

    a. een beheerder die in dienst is en die beschikt over een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding;

    b. een persoon die niet in dienst is en die beschikt over een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

Onder plaatsing van het cijfer 1 voor de bestaande tekst wordt een tweede en derde lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet voor gewasbeschermingsmiddelen bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, die de werkzame stof fosforwaterstof bevatten of kunnen opleveren.

  • 3. Het is de beheerder van een landbouwspuitbedrijf verboden een gewasbeschermingsmiddel bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, dat de werkzame stof fosforwaterstof bevat of kan opleveren, voorhanden of in voorraad te hebben of te gebruiken zonder een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding.

E

Aan artikel 6 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Onze Minister verleent op aanvraag de vergunning mollen- en woelrattenbestrijding aan degene die beschikt over een getuigschrift mollen- en woelrattenbestrijding zoals is vastgesteld bij de Regeling vaststelling eindtermen beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving 1998.

F

In artikel 7, eerste en tweede lid, worden de woorden: «uitvoeren gewasbescherming, bedrijfsvoeren gewasbescherming of distribueren gewasbeschermingsmiddelen» vervangen door: uitvoeren gewasbescherming, bedrijfsvoeren gewasbescherming, distribueren gewasbeschermingsmiddelen of mollen- en woelrattenbestrijding.

G

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd luidende:

  • 2. De vergunning mollen- en woelrattenbestrijding is geldig gedurende vijf jaren vanaf de datum waarop deze vergunning is verleend. Deze vergunning kan telkens met een periode van vijf jaar worden verlengd.

2. In het nieuwe derde lid wordt: «eerste lid» vervangen door: eerste en tweede lid.

ARTIKEL III

Een persoon die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 14a, tweede lid, van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, aangemerkt wordt als deskundige, wordt gedurende de periode dat zijn bewijs van deskundigheid geldig is, aangemerkt als houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de zesde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 23 september 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G. H. Faber

Uitgegeven de twaalfde november 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Op basis van de onderhavige wijziging wordt het gebruik en het in voorraad houden van gewasbeschermingsmiddelen bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten, die de werkzame stof fosforwaterstof bevatten of kunnen opleveren geregeld in het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen. Op grond van het Bestrijdingsmiddelenbesluit mochten deze middelen ingevolge artikel 14a slechts worden gebruikt door of onder toezicht van een deskundige. Als deskundige werd aangemerkt degene die beschikte over een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afgegeven bewijs van deskundigheid.

Tot deze wijziging wordt overgegaan omdat het uit uniformiteitsoverwegingen wenselijk is voor de regels die gelden met betrekking tot het gebruik van deze bestrijdingsmiddelen aansluiting te zoeken bij hetgeen hieromtrent bepaald is in het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen. Met deze wijziging wordt derhalve bereikt dat alle vergunningen, die noodzakelijk zijn voor het in voorraad houden en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, geregeld zijn in één besluit.

Ingevolge artikel 2 van het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen is het verboden gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad te hebben zonder te beschikken over een van de desbetreffende vergunningen. Aangezien voor een gewasbeschermingsmiddel dat fosforwaterstof bevat of oplevert en dat bestemd is voor mollen- en woelrattenbestrijding geen vergunning gold, bestond de mogelijkheid dit middel voorhanden of in voorraad te hebben, ook indien geen sprake was van een geldig bewijs van deskundigheid dat immers slechts betrekking had op het gebruik van deze middelen. Omdat het uit controle-oogpunt geen wenselijk situatie is dat middelen in voorraad mogen worden gehouden welke niet mogen worden gebruikt, is het op grond van deze wijziging verboden de genoemde middelen voorhanden of in voorraad te hebben zonder een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding (artikel 2, tweede lid).

Degene die een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding wil verkrijgen dient te beschikken over een getuigschrift mollen- en woelrattenbestrijding zoals vastgesteld bij de regeling vaststelling eindtermen beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving 1998 (artikel 6). Bij een Agrarische Opleidingscentrum (AOC) kan onderwijs gevolgd worden waarbij een dergelijk getuigschrift kan worden behaald. Dit getuigschrift geeft vervolgens recht op een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding. Deze vergunning is evenals de andere in het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen opgenomen vergunningen vijf jaar geldig en kan hierna verlengd worden.

Personen die op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige besluit in bezit zijn van een geldig bewijs van deskundigheid zoals bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van het Bestrijdingsmiddelenbesluit behoeven niet direct over een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding te beschikken, aangezien het reeds afgegeven bewijs van deskundigheid voor de duur van de geldigheid daarvan gelijkgesteld wordt met een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding. Na afloop van de geldigheid van het bewijs van deskundigheid, moet worden voldaan aan de eisen die worden gesteld in de artikelen 2, tweede en derde lid, 3, tweede en derde lid en 4, tweede en derde lid, van het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen.

Tot het moment van inwerkingtreding van het onderhavige besluit worden aanvragen voor afgifte of hernieuwde afgifte van een bewijs van deskundigheid behandeld op basis van het bepaalde in het Bestrijdingsmiddelenbesluit. Het besluit treedt ongeveer een half jaar na publicatie in werking.

Deze uitgestelde inwerkingtreding stelt betrokkenen in staat tijdig het getuigschrift mollen- en woelrattenbestrijding te behalen.

De onderhavige wijziging heeft slechts beperkte financiële gevolgen voor het bedrijfsleven. De kosten voor het volgen van de noodzakelijke cursus bij een AOC bedragen naar verwachting f 300.

Daarnaast dient er een bedrag van f 37,50 betaald te worden voor het verkrijgen van een vergunning. Indien men reeds in het bezit is van een geldig bewijs van deskundigheid voor mollen- en woelrattenbestrijding bestaat overigens de mogelijkheid zonder het volgen van onderwijs bij een AOC examen af te leggen dat recht geeft op het noodzakelijke getuigschrift. De hieraan verbonden kosten bedragen naar verwachting f 150.

Een ieder die beroepsmatig mollen en woelratten bestrijdt met de genoemde gewasbeschermingsmiddelen wordt geconfronteerd met dit besluit. Thans beschikt een groep van 3500 personen over een geldig bewijs van deskundigheid voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen bestemd voor de bestrijding van mollen en woelratten en die fosforwaterstof bevatten of kunnen opleveren.

De AID en de arbeidsinspectie controleren of een ieder die beroepsmatig de bedoelde bestrijdingsmiddelen voorhanden heeft of gebruikt, beschikt over een vergunning mollen- en woelrattenbestrijding.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G. H. Faber


XNoot
1

Stb. 1964, 328, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 2 februari 1996, Stb. 120.

XNoot
2

Stb. 1994, 578, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 31 oktober 1997, Stb. 529.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend een opmerking van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Naar boven