Besluit van 27 juli 1998, houdende bestendiging van het sanctieregime voor Angola (Sanctiebesluit Angola 1998)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 19 juni 1998, gedaan mede namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op Resolutie 864 (1993) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 15 september 1993 (UN DOC.S/RES/864 (1993)), waarmee een sanctieregime werd ingesteld voor Angola;

Gelet op Resolutie 1127 (1997) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 28 augustus 1997 (UN Doc.S/RES/1127 (1997)), waarmee een uitbreiding werd aangekondigd van het sanctieregime voor Angola met een aantal beperkingen aan personenverkeer, handel en luchtvaart;

Gelet op Resolutie 1135 (1997) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 29 oktober 1997 (UN Doc.S/RES/1135 (1997)), waarmee de sanctiebepalingen in Resolutie 1127 (1997) van kracht werden;

Gelet op verordening (EG) nr. 2229/97 van de Raad van de Europese Unie van 30 oktober 1997 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola, teneinde de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) te bewegen zich aan zijn verplichtingen krachtens het vredesproces te houden (PbEG L 309);

Gelet op artikel 2 van de Sanctiewet 1977;

De Raad van State gehoord (advies van 9 juli 1998, nr. WO2.98 0259);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 22 juli 1998, uitgebracht mede namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris voor Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. verordening: verordening (EG) nr. 2229/97 van de Raad van de Europese Unie van 30 oktober 1997 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola, teneinde de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) ertoe te bewegen zich aan zijn verplichtingen krachtens het vredesproces te houden (PbEG L 309);

b. sanctiecomité: sanctiecomité, ingesteld bij resolutie 864 (1993) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (UN Doc. S/RES/864 (1993)) onder paragraaf 22.

Artikel 2

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 1 en 2 van de verordening.

Artikel 3

  • 1. Het is verboden:

    a. militaire of aanverwante goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, te verkopen of te leveren aan natuurlijke personen of rechtspersonen in Angola zonder ontheffing van Onze Minister van Economische Zaken;

    b. activiteiten te verrichten die ten doel of tot gevolg hebben de handelingen, genoemd in onderdeel a, te bevorderen.

  • 2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt slechts verleend indien de levering geschiedt via de plaatsen van binnenkomst die daartoe door de regering van Angola zijn bekendgemaakt aan het sanctiecomité.

Artikel 4

De artikelen 2 en 3 zijn van toepassing ongeacht het bestaan van rechten of verplichtingen uit hoofde van internationale overeenkomsten, contracten, licenties of vergunningen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn gesloten of verleend.

Artikel 5

Het Sanctiebesluit aardolie (-produkten) en wapens Angola wordt ingetrokken.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag liggende twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Sanctiebesluit Angola 1998.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

Tavarnelle, 27 juli 1998

Beatrix

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo

De Minister van Verkeer en Waterstaat a.i.,

Margaretha de Boer

De Minister van Economische Zaken a.i.,

G. Zalm

Uitgegeven de zesde augustus 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage bij het Sanctiebesluit Angola 1998

Militaire en aanverwante goederen

Alle goederen die worden genoemd in de bijlage bij het Uitvoerbesluit strategische goederen 1963 die voor het postnummer zijn aangeduid met ML.

NOTA VAN TOELICHTING

Inleiding

Dit besluit vervangt de Sanctieregeling Angola 1997 (de regeling), die op 4 december 1997 in de Staatscourant werd bekendgemaakt (nr. 234). De regeling expireert van rechtswege m.i.v. 6 oktober 1998. De regeling stelde het Sanctiebesluit aardolie (-produkten) en wapens Angola buiten werking voor de geldingsduur van de regeling. Zonder nadere voorzieningen zou het vervallen van de regeling dit besluit uit 1994 derhalve doen herleven. Het onderhavige besluit bestendigt de maatregelen die met de totstandkoming van de regeling werden vastgesteld en voorziet uit dien hoofde mede in intrekking van het Sanctiebesluit aardolie (-produkten) en wapens Angola.

Verenigde Naties

Op 28 augustus 1997 aanvaardde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1127 (1997) krachtens welke op 30 september 1997 een aantal nieuwe sancties van kracht zouden worden jegens de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) indien deze op die datum haar verplichtingen, zoals gesteld in de paragrafen 2 en 3 van dezelfde resolutie, nog niet zou hebben nagekomen. Op 29 september 1997 stelde de Veiligheidsraad met Resolutie 1130 (1997) de inwerkingtreding van de sancties een maand uit. Toen op 29 oktober 1997 bleek dat Unita nog altijd niet aan de gestelde voorwaarden had voldaan, stelde de Veiligheidsraad met het aannemen van Resolutie 1135 (1997) de nieuwe sanctiemaatregelen in werking. Hiermee wordt het sanctieregime voor Angola dat eerder met Resolutie 864 (1993) werd ingesteld en destijds alleen een verbod inhield voor leveringen van wapens en aardolie(-producten) aan Unita, uitgebreid met een aantal beperkingen aan personenverkeer, handel en luchtvaart. Daarnaast werden de VN-lidstaten verplicht om alle Unita-vertegenwoordigingen op hun grondgebied te doen sluiten.

De sanctiemaatregelen van de Verenigde Naties beogen overigens de officiële regering van Angola te vrijwaren van de sanctiemaatregelen. Om deze reden zijn leveranties of vluchten via bepaalde plaatsen van binnenkomst, waarvan de Angolese regering te kennen heeft gegeven dat deze niet in handen zijn van Unita, uitgezonderd van de verboden inzake de verkoop of levering van bepaalde goederen en diensten.

De regering van Angola heeft deze plaatsen van binnenkomst aangewezen in een lijst, die is verstrekt aan het sanctiecomité van de Verenigde Naties dat met Resolutie 864 (1993) werd opgericht om toe te zien op de naleving van het sanctieregime voor Angola. Het betreft op het moment van vaststelling van dit besluit de luchthavens van Luanda en Katumbela en de havens van Luanda, Lobito en Namibe en Malongo.

Europese Unie

De Raad van de Europese Unie heeft op 30 oktober 1997 verordening (EG) nr. 2229/97 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola, teneinde de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) ertoe te bewegen zich aan zijn verplichtingen krachtens het vredesproces te houden (PbEG L 309) vastgesteld waarmee uitvoering is gegeven aan Resolutie 1127 (1997). Om uitvoering te blijven geven aan de eerdere Resolutie 864 (1993) zijn de relevante bepalingen van die resolutie in de nieuwe verordening geïntegreerd. Met de aanneming door de Raad van de nieuwe verordening (EG) nr. 2229/97 kon op deze wijze de eerdere verordening (EEG) nr. 2967/93 van 25 oktober 1993 houdende verbod van de levering van bepaalde goederen aan de Unita (PbEG L 268) worden ingetrokken.

Nationale implementatie

Met het onderhavige besluit wordt nationaal uitvoering gegeven aan de sanctiemaatregelen voor Angola die de Veiligheidsraad heeft getroffen met de Resoluties 1127 (1997) en 864 (1993). Daar de lidstaten van de Verenigde Naties gehouden zijn om direct uitvoering te geven aan maatregelen van de Veiligheidsraad die zijn aangenomen onder hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, is gebruik gemaakt van de mogelijkheid van artikel 7 van de Sanctiewet 1977 om vooruitlopend op dit sanctiebesluit een sanctieregeling vast te stellen.

Artikel 2 verbiedt overtreding van de verordening (EG) nr. 2229/97 en artikel 3 regelt de uitvoering van het wapenembargo zoals geformuleerd in paragraaf 19 van Resolutie 864 (1993). In artikel 4 wordt een aantal rechten en verplichtingen, die strijdig zouden kunnen zijn met een strikte naleving van dit sanctiebesluit, terzijde gesteld. De rechtsbasis hiervoor is paragraaf 20 van Resolutie 864 (1993) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en artikel 3 van verordening (EG) nr. 2229/97. Aangezien de verordening (EG) nr. 2967/93 is ingetrokken en daardoor het Nederlandse Sanctiebesluit aardolie (-produkten) en wapens Angola kan vervallen, voorziet artikel 5 in de intrekking van dat besluit.

De teksten van de relevante resoluties van de Veiligheidsraad over Angola die in deze toelichting zijn genoemd, zijn voor belangstellenden te vinden op de Internet-site van de Verenigde Naties, onder www.un.org.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven