Wet van 1 juli 1998, houdende tijdelijke regels in verband met de overgang naar de non-profitsector van zorginstellingen waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat bepaalde intramurale zorginstellingen waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP overgaan naar de CAO Ziekenhuiswezen dan wel de CAO Bejaardenoorden en dat het tevens wenselijk is in het kader van die overgang dat de vermelde werknemers gaan deelnemen in de Stichting Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

  • 1. Instelling in de zin van deze wet is een instelling die behoort tot de instellingen en voorzieningen, bedoeld in artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet tarieven gezondheidszorg dan wel behoort tot de verzorgingshuizen, bedoeld in de Overgangswet verzorgingshuizen, voorzover die instelling tevens is een B 3-lichaam als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet privatisering ABP.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt onder instelling niet verstaan een instelling die behoort tot:

    a. de instellingen die thuiszorg leveren;

    b. de instellingen voor ouder- en jeugdzorg;

    c. de instellingen voor dieetadvisering;

    d. provinciale en daarmee gelijkgestelde entadministraties als bedoeld in artikel 28 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;

    e. vervoerders voor zover zij ambulancevervoer verrichten waarop de Wet ambulancevervoer van toepassing is;

    f. instellingen voor jeugdtandverzorging;

    g. tandheelkundige centra als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering;

    h. huisartsenlaboratoria;

    i. centrale posten voor het ambulancevervoer;

    j. de Stichting Centraal Begeleidingsorgaan Intercollegiale Toetsing (CBO);

    k. het Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA).

Artikel 2

Indien een verzoek als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet privatisering ABP wordt gedaan en de met dat verzoek beoogde intrekking betreft een instelling, blijven de onderdelen b, c en d van het derde lid van het genoemde artikel 22 buiten toepassing, mits het verzoek uiterlijk op 31 december 1997 wordt gedaan.

Artikel 3

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 december 1996.

  • 2. Deze wet vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 1 juli 1998

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Uitgegeven de eenentwintigste juli 1998

De Minister van Justitie a.i.,

H. F. Dijkstal


XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/98, 25 767.

Handelingen II 1997/98, 5842.

Kamerstukken I 1997/98, 25 767 (369).

Handelingen I 1997/98, zie vergadering d.d. 29 juni 1998.

Naar boven